Tempelberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tempelberg
הַר הַבית
الحرم القدسي الشريف
Israel-2013(2)-Aerial-Jerusalem-Temple Mount-Temple Mount (south exposure).jpg
Hoogte 743 m
Coördinaten 31° 47′ NB, 35° 14′ OL
Ligging Jeruzalem
Tempelberg
Tempelberg
Portaal  Portaalicoon   Aardwetenschappen

De Tempelberg of de berg Moria, door joden Har ha-Bayit en door moslims Haram al-Sharif genoemd, is een heuvel in het oosten van de oude stad van Jeruzalem, die voor elk van de drie abrahamitische religies van groot belang is.

De bovenzijde is vlak gemaakt en vormt een plein met een oppervlakte van ongeveer 15 hectare. Midden op dit tempelplein staat de Rotskoepel, en aan de zuidzijde de Al-Aqsamoskee. De Tempelberg wordt beheerd door een islamitische waqf, een religieuze stichting.

De Westmuur (ook wel Klaagmuur genoemd) is een zuidelijk onderdeel van de westelijke zijde van een rechthoekige structuur onder het niveau van het plein die mede het fundament vormt van het plein en de gebouwen erop. Vanaf het plein aan de Westmuur loopt de houten Mughrabibrug omhoog, vanwaar men via de Mughrabipoort toegang heeft tot het tempelplein. Voor niet-moslims is dit de enige manier om de Tempelberg te bereiken.[1]

Inleiding[bewerken]

In de Hebreeuwse Bijbel wordt de berg Moria, de latere Tempelberg, vermeld in het boek 2 Samuel, waar wordt verhaald dat de Jebusiet Arauna (ook Ornan genoemd) de plaats in gebruik had als dorsvloer voor zijn graan.[2] David kocht de plaats van hem om er een altaar op te richten. Salomo zou er de eerste tempel gebouwd hebben[3][4], maar hiervoor is nooit enig archeologisch of historisch bewijs gevonden.

Er dicht bij liggen nog twee belangrijke heuvels of bergen: de berg Zion, waar het Jeruzalem van David en Salomo gelegen zou hebben en de Olijfberg, waarvandaan Jezus naar de hemel zou zijn opgevaren.[5][6] Volgens de joodse traditie is de Tempelberg (de berg Moria), de plek waar Abraham zijn zoon Izaäk moest offeren. (Genesis 22[7] Ook in de Koran staat dat Ibrahim zijn zoon moest offeren. Moslims gaan ervan uit dat dit zijn zoon Ismaël was.

Geschiedenis[bewerken]

Men denkt dat de heuvel vanaf het jaar 4000 voor Christus bewoond was. De zuidelijke helft was vanaf ongeveer 1850 v.Chr. ommuurd door de Kaänieten die een nederzetting bouwden met de naam Jebus. Volgens de Hebreeuwse bijbel veroverde koning David deze stad rond 1000 v.Chr. en kreeg de stad de naam Stad van David. David wilde er een tempel bouwen en kocht een stuk grond waar de bijbel aan refereert als de berg Moria van Arauna. Volgens de Bijbel zou Davids' zoon Salomo er uiteindelijk de eerste tempel hebben gebouwd, die in 586 v.Chr. door Nebukadnezar II werd vernietigd.

Na de vernietiging van de tempel werd in 538 v.Chr., tijdens de regeerperiode van Cyrus, begonnen met de bouw van een Tweede Tempel. De bouw daarvan werd in 516 v.Chr. afgerond. Rond 19 v.Chr. restaureerde Herodes de Grote de tempel en breidde de heuvel uit. Aan het werk namen tienduizend arbeiders deel en het oppervlak van de berg verdubbelde naar 15 hectare. Herodes maakte de berg groter door rotsen in het noorden weg te hakken en de grond in het zuiden op gelijke hoogte te brengen. Op de noordwestelijke hoek van de Tempelberg bouwde hij de Antonia-burcht en in het noordoosten een waterreservoir. Als gevolg van de Eerste Joodse oorlog in het jaar 70 werd de burcht Antonia en de tempel door de Romeinen onder leiding van Titus vernietigd.

De stad Aelia Capitolina werd in het jaar 130 gebouwd door keizer Hadrianus. De stad was gewijd aan de god Jupiter Capitolinus voor wie een tempel gebouwd op het terrein van de vroegere tempel. De berg werd bezet door een Romeinse legerafdeling. Jeruzalem lag op dat moment nog in puin. Op het terrein van de tempel waren twee beelden van Romeinse goden geplaatst. Ook was het mogelijk varkens te offeren. Op een gegeven moment werd het besnijden van mannen verboden. Al deze ontwikkelingen leidden tot de Tweede joodse opstand onder leiding van Bar Kochba. Nadat die was mislukt werd het Joden op straffe van de dood verboden om de stad te betreden.

Rond 325 bouwde Helena, de moeder van Constantijn, een kleine kerk op de Tempelberg. Ze noemde dit de Kerk van St.Cyrus en St.John. Later, nadat de kerk was uitgebreid, kreeg deze de naam Kerk van de Heilige Wijsheid. Helena gaf de opdracht om een, op het westelijke deel van de Tempelberg gelegen tempel van Venus, te slopen en er een nieuwe kerk te bouwen.

In 363 arriveerde keizer Julianus Apostata, op weg naar Perzië, in Jeruzalem. Deze keizer moest niets van het christelijk geloof hebben en stimuleerde daarom de groei van andere religies. Hij gaf de opdracht de vorige tempel te laten herbouwen, maar dit vond geen doorgang. De meest waarschijnlijke oorzaak daarvoor is de Galilese aardbeving in het jaar 363. Andere oorzaken zouden sabotage, brand en/of een gebrek aan interesse van Joodse kant geweest kunnen zijn. Christelijke historici in die tijd zagen het als een goddelijk ingrijpen.[bron?]

De Byzantijnse christenen wilden niet bouwen op de Tempelberg. Mogelijk had dit te maken met een uitspraak van Jezus dat 'geen enkele steen op de andere zal blijven' (Matteüs 24:2). De Byzantijnen gebruikten de Tempelberg ook als vuilnisberg.[8]

In 610 veroverden de Sassaniden Jeruzalem. Deze Parthen gaven Joden de controle over de stad, die weer overgingen tot het brengen van dieroffers. Kort voor de Byzantijnen het gebied heroverden droegen de Sassaniden de stad over aan de christelijke bevolking, die het joodse heiligdom dat op de Tempelberg gebouwd was weer omverhaalde.

Omar veroverde de stad in 630, waarna de moslims zeggenschap over de stad kregen. Hij gaf de opdracht om een houten moskee te bouwen op de zuidoostelijke hoek van de Tempelberg. Ruim vijftig jaar later, in 681, werd de Rotskoepel gebouwd door Abd al-Malik. De koepel ervan werd pas in 1920 bedekt met goud.

In 715 werd door Kalief al-Walid I de houten moskee van Omar vervangen en werd de Al-Aqsamoskee (Nederlands: De verste moskee) gebouwd. Al-Walid bouwde ook enkele Omajjadische paleizen in Jeruzalem. Deze paleizen waren gelegen aan de voet van de Tempelberg en zijn in recente opgravingen ontdekt.

De islamitische term Haram al-Sharif (Nederlands: Het edele heiligdom) refereert aan het hele gebied rondom de Rotskoepel en kwam in gebruik in de periode van de Mammelukken en de Ottomanen. De moskee en de Rotskoepel zijn verschillende keren tijdens aardbevingen beschadigd of vernield. De huidige versies stammen uit de eerste helft van de 11e eeuw. Moslims beschouwen Jeruzalem als hun meest heilige stad na Mekka en Medina.

Na het succesvolle verloop van de Eerste Kruistocht en de verovering van Jeruzalem in 1099 werd de Rotskoepel tot christelijke kerk gewijd. Koning Boudewijn II van Jeruzalem kreeg een paleis op de Tempelberg en stelde dat deels ter beschikking aan de Orde van Tempeliers, die zich daar vestigden. De Tempeliers breidden het gebied uit en zetten er nieuwe gebouwen op. Ze verbouwden de Al-Aqsamoskee tot hun verblijfplaats, en noemden deze de Salomonstempel. Nadat moslimleider Saladin in 1187 Jeruzalem heroverde, liet hij elk spoor van de aanwezigheid van de tempeliers verwijderen.

Een model van de Haram-al-Sharif gemaakt in 1879 door Conrad Schlick. Het model is te zien in het Bijbels Museum in Amsterdam.
Een model van de tempel van Herodes in het Israel Museum in Jeruzalem.

In 1867 deed een team van het Britse leger, onder leiding van Charles Warren archeologisch onderzoek op de berg. Daarbij werd een serie tunnels onder Jeruzalem en de berg ontdekt, sommige daarvan direct onder het voormalige hoofdkwartier (de Al-Aqsamoskee) van de Orde van Tempeliers. Sommige van de tunnels werden ook door hen gebruikt, maar het is onduidelijk wie ze gegraven heeft. Enkele van de tunnels die door Warren uitgegraven werden stammen uit een eerdere periode en andere zijn duidelijk gebruikt voor de opvang van water, omdat ze naar een aantal reservoirs leidden.

Na de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 kwam Oude Stad met de Tempelberg in handen van Jordanië en werd Joden de toegang ontzegd. Tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 veroverde Israël de hele Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem, waaronder de Oude Stad met de Tempelberg, op Jordanië. Shlomo Goren, de hoogste rabbi van het Israëlische leger, leidde religieuze vieringen op de Tempelberg en bij de Klaagmuur. Ook kondigde hij een religieuze feestdag aan, de Yom Yerushalayim (vertaald:Jeruzalem Dag).[9] In de eerste dagen na deze oorlog bezochten tweehonderdduizend Israëliërs de Tempelberg.

Net als de andere wijken van de Oude Stad, heeft Israël het gebied van de Tempelberg geannexeerd. Het beheer van de Tempelberg is gebleven bij een islamitische waqf, een religieuze stichting. Israël erkende in 1988 de bevoegdheid van koning Hoessein van Jordanië om het toezicht op de heiligdommen op de Tempelberg te blijven behouden. Hoewel er tussen 1967 en 2000 een status quo bestond en er geen beperkingen waren voor wie de Tempelberg wilde bezoeken – behalve tijdens de islamitische gebedstijden mits men eerbaar gekleed ging – is nadien de toegang tot de berg beperkt, zowel voor moslims als voor joden.

Betekenis voor de drie abrahamitische religies[bewerken]

Door de verschillende belangen van de drie abrahamitische religies is de Tempelberg het meest omstreden gebied van minder dan een vierkante kilometer ter wereld. Door de immigratie en kolonisatie van Palestina door de zionisten en de oprichting van de staat Israël spelen hierbij ook politieke motieven een rol.

Jodendom[bewerken]

Op de heuvel stond tot het jaar 70 een joodse tempel, en werd het de heiligste plek voor veel joden. Aan de onderkant van de westelijke zijde onder het niveau van de Tempelberg bevindt zich de Westmuur (ook wel Klaagmuur genoemd), het laatste (zichtbare) restant van de vroegere tempel. Dit is voor veel joden een belangrijke plek van gebed en wordt dan ook als een soort 'synagoge' gebruikt. De oude Marokkaanse wijk (Harat al-Maghariba) werd drie dagen na de verovering van Oost-Jeruzalem in 1967 gesloopt om plaats te maken voor een groot plein voor de Westmuur. Religieuze extreem-rechtse joden ijveren voor de bouw van een derde joodse tempel op deze berg om de komst van de messias te versnellen[10]

Sommige rabbijnen vinden dat joden niet op de Tempelberg mogen komen, omdat dan het risico bestaat dat men op de plek komt waar eens het Heilige der Heiligen was. Alleen de Hogepriester mocht hier slechts één keer per jaar komen om het zoenoffer te brengen. Zij stellen ook dat het voor iedereen die onrein is strikt verboden is de Tempelberg te betreden vanwege contact met doden -vrijwel alle joden zouden heden ten dage onder deze categorie vallen, omdat men gereinigd kan worden door een speciale ceremonie waarbij de as van een rode koe gebruikt wordt. Deze rode koe is echter uitgestorven, en dus zou het voor joden onmogelijk zijn de Tempelberg te betreden totdat de joodse messias komt. Andere rabbijnen zien geen religieuze bezwaren; integendeel, ze vinden dat joden recht hebben op toegang tot de Tempelberg.

Islam[bewerken]

Sinds de 7e eeuw staan op de Tempelberg twee belangrijke islamitische heiligdommen: de Rotskoepel en de Al-Aqsamoskee. Hier vertrok volgens de islamitische overlevering de profeet Mohammed op Buraq voor zijn nachtelijke hemelreis. In het begin van de prediking door Mohammed was de Tempelberg ook de gebedsrichting voor moslims. Daarmee is dit, na Mekka en Medina, de heiligste plek van de islam. Sommige moslims en Palestijnen zijn erop tegen dat er Joden komen.

Christendom[bewerken]

Voor christenen is de Tempelberg minder belangrijk dan andere christelijke plaatsen en kerken in Jeruzalem en omgeving, zoals Bethlehem. De Tempelberg is voor hen een religieuze toeristische attractie, en in de christelijke traditie van de bijbel heeft hij alleen een theologisch-historische betekenis. Voor sommige evangelicale protestantse groeperingen heeft deze plek betekenis in de context van de wederkomst van Christus.

De Katholieke Kerk leert dat God in de eindtijd op aarde zal wonen in zijn tempel, maar duidt aan dat de messias in Jezus Christus reeds gekomen is, en dat de ware tempel van het Koninkrijk Gods gevonden wordt in de Kerk van de hele christenheid, waar het ware en voortdurend en wereldwijde offer, namelijk de eucharistie, wordt opgedragen aan God, in eenheid en identiciteit met het kruisoffer op Golgotha. Daarom ziet men de bouw van een derde tempel als een streven van de onbekeerde joden, en sommige katholieke theologen hebben zelfs geleerd dat in een herbouwde tempel de antichrist-persoon zitting zal nemen. Er zijn vele moderne katholieken die over de herbouw van een tempel verschillend denken. Voor christenen is immers met het ene offer van Jezus Christus elke tempelcultus voor het heil overbodig geworden. Ook is men afgestapt van de joods-etnocentrische gedachte.[bron?]

In de Oosters-orthodoxe Kerken wordt zelfs vaak met afschuw op het zionisme en de initiatieven tot herbouw van een tempel neergekeken. Grieks-orthodoxe en Grieks-katholieke prelaten hebben zich herhaaldelijk uitgesproken voor het behoud van de huidige situatie op de Tempelberg.[bron?]

Toegangs- en gedragsrestricties[bewerken]

Joden worden op bepaalde uren toegelaten tot de Tempelberg. Het is hen echter verboden op de Tempelberg te bidden of te zingen, omdat dit bij moslims gevoelig ligt. In tijden van onrust zijn er soms ook restricties voor moslims, bijvoorbeeld dat naast vrouwen van alle leeftijden alleen mannen van boven de 50 jaar worden toegelaten.[11]

Recent nieuws[bewerken]

  • In september 1996 leidde de opening van een vijfhonderd meter lange tunnel, een archeologisch bouwwerk dat vooral het toerisme moest dienen, tot onrust tussen Palestijnen en de Israëlische autoriteiten. Bij de rellen die losbraken kwamen tachtig mensen om het leven: 65 Palestijnen en 15 Israelis.[12]. De bijna 500 meter lange tunnel geeft toegang tot een labyrint van oude onderaardse ruimtes zoals het watersysteem van de Hasmoneeën dat in de tweede eeuw voor Christus was uitgehakt en een straat uit de tijd van Herodes de Grote[13]. De Palestijnse leiders waren bang dat de tunnel onder de Al-Aqsamoskee zou doorlopen, waarmee de fundamenten van de moskee zouden worden aangetast.
  • Op 28 september 2000 bracht Ariël Sharon, tijdens zijn verkiezingscampagne voor president en omringd door zo'n duizend veiligheidsagenten, een bezoek aan de Haram al-Sharif (Tempelberg). Dit bezoek vond plaats terwijl Israëlische en Palestijnse delegaties in Washington probeerden een oplossing te vinden voor de Tempelberg. Palestijnse leiders op de Westelijke Jordaanoever hadden gewaarschuwd dat het bezoek zou kunnen leiden tot grootschalig geweld. En dat gebeurde ook. Deze botsingen op de Tempelberg waren de ergste sinds Israël in 1996 de bovengenoemde tunnel opende onder het complex (4 Palestijnen vonden de dood), en leidden tot de Tweede Intifada.[14].
  • Op 6 februari 2007 begonnen Israëlische archeologen met archeologische opgravingen bij de Tempelberg, voorafgaand aan de aanleg van een nieuwe loopbrug. De brug moest een eeuwenoude wal vervangen die enkele jaren daarvoor beschadigd was. Een aantal islamitische leiders uitten, toen dit bekend werd, dezelfde dag onmiddellijk hun ongenoegen over het begin van de bouwwerkzaamheden. De Arabische Liga sprak in een verklaring van een 'misdadig besluit' en riep Israël op de werkzaamheden onmiddellijk te staken. Volgens hun verklaring waren 'alle moslims' bang dat de archeologische opgravingen schade zouden toebrengen aan de fundamenten van de Al-Aqsamoskee. De Palestijnse Hamas- en Fatahpartij keurden het Israëlische project af. Volgens een archeoloog lag er tussen de plek van de opgravingen en de moskee een afstand van enkele tientallen meters en konden de muren van, en de gebouwen op de Tempelberg niet worden beschadigd[15]. Een door de Verenigde Naties vervolgens ingesteld onderzoeksteam, bestaande uit Turkse (moslim) onderzoekers, kwam eveneens tot de conclusie dat de Israëlische werkzaamheden op geen enkele manier schade aanrichtten.[bron?]
Panorama op de Tempelberg
Panorama op de Tempelberg

Zie ook[bewerken]