Tempelberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tempelberg
הַר הַבית
الحرم القدسي الشريف
Israel-2013(2)-Aerial-Jerusalem-Temple Mount-Temple Mount (south exposure).jpg
Hoogte 743 m
Coördinaten 31° 47′ NB, 35° 14′ OL
Ligging Jeruzalem
Tempelberg
Tempelberg
Portaal  Portaalicoon   Aardwetenschappen

De Tempelberg of de berg Moria, door joden Har ha-Bayit en door moslims Haram al-Sharif genoemd, is een heuvel in het oostelijk deel van de door Israël bezette en geannexeerde oude stad Jeruzalem (in Oost-Jeruzalem), die voor elk van de drie abrahamitische religies van groot belang is. De Haram es-Sharif wordt beheerd door een islamitische waqf, een religieuze stichting.

De Rotskoepel en de Westmuur

De bovenzijde van de berg is onder Herodes de Grote vlak gemaakt en vormt een plein met een oppervlakte van ongeveer 15 hectare. Midden op dit tempelplein staat de Rotskoepel, en aan de zuidzijde de Al-Aqsamoskee, gebouwd door de Omajjaden. Tevens bevinden zich hier meerdere islamitische bouwwerken, waaronder de Dome of the Chain, de Kettingkoepel.

De Westmuur (ook wel Klaagmuur genoemd) is een gedeelte van de westelijke muur dat het plateau omringt onder het niveau van het tempelplein en vormt mede het fundament waarop de Rotskoepel en de Al-Aqsamoskee staan. Vanaf het plein aan de Westmuur, waar tot 1967 de Marokkaanse wijk lag, loopt nu de houten Mughrabibrug omhoog, vanwaar men via de Mughrabipoort toegang heeft tot het tempelplein. Voor niet-moslims is dit de enige manier om de Tempelberg te bereiken.[1]

Werelderfgoed[bewerken]

Op voorstel van Jordanië is in 1981 de 'Oude Stad van Jeruzalem en zijn muren' door UNESCO op de Werelderfgoedlijst gezet. In 1982 kwam deze echter op de Lijst van werelderfgoed in gevaar.[2]

Inleiding[bewerken]

Plaats en betekenis voor de drie abrahamitische religies[bewerken]

Door de verschillende belangen van de drie abrahamitische religies is de Tempelberg het meest omstreden gebied van minder dan een vierkante kilometer ter wereld. Door de immigratie en kolonisatie van Palestina door de zionisten en de oprichting van de staat Israël spelen behalve religieuze ook politieke motieven hierbij een rol.

Er dichtbij liggen nog twee heuvels/bergen: de berg Zion, waar het Jeruzalem van David en Salomo gelegen zou hebben en de Olijfberg, waarvandaan Jezus naar de hemel zou zijn opgevaren.[3][4]

Jodendom[bewerken]

Volgens de joodse traditie, beschreven in de Hebreeuwse Bijbel, is de berg Moria de plek waar Abraham zijn zoon Izaäk moest offeren.[5] Ook later wordt deze berg genoemd waar verhaald wordt dat de Jebusiet Arauna (ook Ornan genoemd) de plaats in gebruik had als dorsvloer voor zijn graan. David kocht de plaats van hem om er een altaar op te richten.[6] Salomo zou er een tempel gebouwd hebben[7][8], maar hiervoor is nooit enig archeologisch of historisch bewijs gevonden.

Bord bij de ingang van de Tempelberg (aangemaakt januari 2007)

Op deze heuvel stond enkele eeuwen tot het jaar 70 een joodse tempel, en werd het voor veel joden de heiligste plek. Aan de onderkant van de westelijke zijde onder het niveau van de Tempelberg bevindt zich het laatste (zichtbare) restant van de vroegere tempel, de Westmuur (ook wel Klaagmuur genoemd). Dit is voor veel joden een belangrijke plek van gebed en wordt dan ook als een soort 'synagoge' gebruikt. De oude Marokkaanse wijk (Harat al-Maghariba) in de Oude Stad werd drie dagen na de verovering van Oost-Jeruzalem in 1967 gesloopt om plaats te maken voor een groot plein voor deze Westmuur. Religieuze extreem-rechtse joden ijveren voor de bouw van een 'derde' joodse tempel op deze berg om de komst van de messias te versnellen[9]

Een model van de tempel van Herodes in het Israel Museum in Jeruzalem.

Sommige rabbijnen vinden dat joden niet op de Tempelberg mogen komen, omdat dan het risico bestaat dat men op de plek komt waar eens het Heilige der Heiligen was. Alleen de Hogepriester mocht daar slechts één keer per jaar komen om het zoenoffer te brengen. Zij stellen ook dat het voor iedereen die onrein is strikt verboden is de Tempelberg te betreden vanwege contact met doden -vrijwel alle joden zouden heden ten dage onder deze categorie vallen, omdat men gereinigd kan worden door een speciale ceremonie waarbij de as van een rode koe gebruikt wordt. Deze rode koe is echter uitgestorven, en dus zou het voor joden onmogelijk zijn de Tempelberg te betreden totdat de joodse messias komt-. Andere rabbijnen zien geen religieuze bezwaren; integendeel, ze vinden dat joden recht hebben op toegang tot de Tempelberg.

Islam[bewerken]

Een model van de Haram-al-Sharif gemaakt in 1879 door Conrad Schlick. Het model is te zien in het Bijbels Museum in Amsterdam.

Ook in de Koran staat dat Ibrahim zijn zoon moest offeren op de berg Moria. Moslims gaan ervan uit dat dit zijn zoon Ismaël was. Voor moslims zijn de Rotskoepel, vanwaar de profeet Mohammed een hemelreis zou hebben gemaakt, en de Al-Aqsamoskee op de Tempelberg de belangrijkste islamitische heiligdommen. Hier vertrok volgens de islamitische overlevering de profeet Mohammed op Buraq voor zijn nachtelijke hemelreis. Daarnaast staan er meerdere bouwsels die van betekenis zijn voor het islamitisch geloof. Sinds het begin van de prediking door Mohammed gaf de Tempelberg ook de gebedsrichting voor moslims aan. Na Mekka en Medina, is dit de heiligste plek van de islam. De Arabische naam van Jeruzalem, Al-Quds, betekent "Het Heiligdom".

Christendom[bewerken]

Voor christenen is de stad Jeruzalem van betekenis omdat Jezus daar veel meegemaakt heeft, gekruisigd werd en is herrezen, plekken als de Olijfberg en Golgotha; en de diverse kerken, waaronder de Heilig Grafkerk die door keizer [[Constantijn de Grote is gebouwd. Het is de plaats waar de vroege kerk door Jezus' volgelingen werd gesticht, een centrum voor Joodse christenen. De Tempelberg is voor hen niet meer dan een religieus-toeristische attractie en is hooguit theologisch-historisch interessant. Voor sommige evangelisch-protestantse groeperingen heeft deze plek alleen betekenis in de context van de wederkomst van Christus als de messias.

In de Oosters-orthodoxe Kerken wordt zelfs vaak met afschuw op het zionisme en de initiatieven tot herbouw van een tempel neergekeken. Grieks-orthodoxe en Grieks-katholieke prelaten hebben zich herhaaldelijk uitgesproken voor het behoud van de huidige situatie op de Tempelberg.[bron?]

Geschiedenis[bewerken]

Men denkt dat de heuvel vanaf het jaar 4000 voor Christus bewoond was. De zuidelijke helft was vanaf ongeveer 1850 v.Chr. ommuurd door de Kaänieten die een nederzetting bouwden met de naam Jebus. Volgens de Hebreeuwse Bijbel veroverde koning David deze stad rond 1000 v.Chr.. De tempel die Salomo op de berg Moria van de Jebusiet Arauna (waar de Bijbel aan refereert) zou hebben gebouwd, zou in 586 v.Chr. door Nebukadnezar II zijn vernietigd.

Met de bouw van een (in de joodse traditie 'tweede') joodse tempel zou zijn begonnen in 538 v.Chr. tijdens de regeerperiode van Cyrus en zou in 516 v.Chr. zijn afgerond. In het bijbelboek Ezra daarentegen staat: Met de bouw werd begonnen in 485 v.Chr. tijdens het bewind van Xerxes waarna deze werd afgerond in 418 v.Chr. tijdens de regeerperiode van Darius II.

Rond 19 v.Chr. restaureerde Herodes de Grote de tempel en breidde de heuvel uit. Aan het werk namen tienduizend arbeiders deel en het oppervlak van de berg verdubbelde naar 15 hectare. Herodes maakte de berg groter door rotsen in het noorden weg te hakken en de grond in het zuiden op gelijke hoogte te brengen. Op de noordwestelijke hoek van de berg bouwde hij de Antonia-burcht en in het noordoosten een waterreservoir. Als gevolg van de Eerste Joodse oorlog in het jaar 70 werden de burcht Antonia en de tempel vernietigd door de Romeinen onder leiding van Titus.

In het jaar 130 werd op de puinhopen van Jeruzalem de stad Aelia Capitolina gebouwd door keizer Hadrianus. Deze stad was gewijd aan de god Jupiter Capitolinus voor wie een tempel werd gebouwd op de plek van de vroegere tempel. De berg werd bezet door een Romeinse legerafdeling. Op het terrein van de tempel werden twee beelden van Romeinse goden geplaatst. Ook kon men er varkens offeren. Op een gegeven moment werd het besnijden van mannen verboden. Al deze ontwikkelingen leidden tot de Tweede joodse opstand onder leiding van Bar Kochba. Nadat die was mislukt werd het joden op straffe van de dood verboden om de stad te betreden.

Rond 325 bouwde Helena, de moeder van Constantijn, een kleine kerk op de berg. Ze noemde dit de Kerk van St.Cyrus en St.John. Later, nadat de kerk was uitgebreid, kreeg deze de naam Kerk van de Heilige Wijsheid. Helena gaf de opdracht om een, op het westelijke deel van de berg gelegen tempel van Venus te slopen en er een nieuwe kerk te bouwen.

In 363 arriveerde keizer keizer Julianus Apostata, op weg naar Perzië, in Jeruzalem. Deze keizer moest niets van het christelijk geloof hebben en stimuleerde daarom de groei van andere religies. Hij gaf de opdracht de vorige tempel te laten herbouwen, maar dit vond geen doorgang. De meest waarschijnlijke oorzaak daarvoor is de Galilese aardbeving in het jaar 363. Andere oorzaken zouden sabotage, brand en/of een gebrek aan interesse van joodse kant geweest kunnen zijn. Christelijke historici van die tijd zagen het als een goddelijk ingrijpen.[bron?]

De Byzantijnse christenen wilden niet bouwen op de berg, wat mogelijk te maken heeft met een uitspraak van Jezus dat 'geen enkele steen op de andere zal blijven' (Matteüs 24:2). De Byzantijnen gebruikten de berg ook als vuilnisberg.[10]

In 610 veroverden de Sassaniden Jeruzalem. Deze Parthen gaven joden de controle over de stad, die weer overgingen tot het brengen van dieroffers. Kort voor de Byzantijnen het gebied heroverden droegen de Sassaniden de stad over aan de christelijke bevolking, die het joodse heiligdom dat op de berg gebouwd was weer omverhaalde.

In 630 veroverde de kalief Omar de stad, waarna moslims zeggenschap over de stad kregen. Hij gaf de opdracht om een houten moskee te bouwen op de zuidoostelijke hoek van de berg. Ruim vijftig jaar later, in 681, werd de Rotskoepel gebouwd door Abd al-Malik, die pas in 1920 bedekt werd met goud. In 691 werd de Kettingkoepel errnaast gebouwd.

In 715 werd door Kalief al-Walid I de houten moskee van Omar vervangen en werd de Al-Aqsamoskee (Nederlands: De verste moskee) gebouwd. Al-Walid bouwde ook enkele Omajjadische paleizen in Jeruzalem. Deze paleizen waren gelegen aan de voet van de berg en zijn in recente opgravingen ontdekt.

De islamitische term Haram al-Sharif (Nederlands: Het edele heiligdom) refereert aan het hele gebied rondom de Rotskoepel en kwam in gebruik in de periode van de Mammelukken en de Ottomanen. De moskee en de Rotskoepel zijn verschillende keren tijdens aardbevingen beschadigd of vernield. De huidige versies stammen uit de eerste helft van de 11e eeuw. Moslims beschouwen Jeruzalem als hun meest heilige stad na Mekka en Medina.

Na het succesvolle verloop van de Eerste Kruistocht en de verovering van Jeruzalem in 1099 werd de Rotskoepel tot christelijke kerk gewijd. Koning Boudewijn II van Jeruzalem kreeg een paleis op de berg en stelde dat deels ter beschikking aan de Orde van Tempeliers, die zich daar vestigden. De Tempeliers breidden het gebied uit en zetten er nieuwe gebouwen op. Ze verbouwden de Al-Aqsamoskee tot hun verblijfplaats, en noemden deze de Salomonstempel. Nadat moslimleider Saladin in 1187 Jeruzalem heroverde, liet hij elk spoor van de aanwezigheid van de Tempeliers verwijderen.

In 1867 deed een team van het Britse leger, onder leiding van Charles Warren archeologisch onderzoek op de berg. Daarbij werd een serie tunnels onder Jeruzalem en onder de berg ontdekt, sommige daarvan direct onder het voormalige hoofdkwartier (de Al-Aqsamoskee) van de Orde van Tempeliers. Sommige van de tunnels werden ook door hen gebruikt, maar het is onduidelijk wie ze gegraven heeft. Enkele van de tunnels die door Warren uitgegraven werden stammen uit een eerdere periode. Andere zijn duidelijk gebruikt voor de opvang van water, omdat ze naar een aantal reservoirs leidden.

Situatie vanaf 1948[bewerken]

Tijdens de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 legden de zionistische Joodse leiders beslag op een groot stuk van het grondgebied van het Mandaatgebied Palestina en West-Jeruzalem voor de nieuwe staat Israël. Jordanië nam de Westelijke Jordaanoever met oostelijk Jeruzalem (Oost-Jeruzalem) in, waaronder de Oude Stad met de Tempelberg. Hierna werd een wapenstilstand overeengekomen met de Groene Lijn als grens.

In 1967 veroverde en bezette Israël echter tijdens een Zesdaagse Oorlog de hele Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. Shlomo Goren, de hoogste rabbijn van het Israëlische leger, leidde vervolgens religieuze vieringen op de Tempelberg en bij de westelijke muur. Ook kondigde hij een religieuze feestdag aan, de Yom Yerushalayim (vertaald:Jeruzalem Dag).[11] In de eerste dagen na deze oorlog bezochten tweehonderdduizend Israëliërs de Tempelberg.

Net als de andere wijken van de Oude Stad in Oost-Jeruzalem, heeft Israël het gebied van de Tempelberg geannexeerd. Het beheer ervan is gebleven bij de Jordaanse islamitische waqf, een religieuze stichting. In 1988 erkende Israël de bevoegdheid van koning Hoessein van Jordanië om het toezicht op de heiligdommen op de Tempelberg te blijven behouden. Hoewel er tussen 1967 en 2000 een status quo bestond en er geen beperkingen waren voor wie de Tempelberg wilde bezoeken –behalve tijdens de islamitische gebedstijden mits men eerbaar gekleed ging– is nadien de toegang tot de Tempelberg beperkt, zowel voor moslims als voor joden.

Archeologische werkzaamheden[bewerken]

Er liep een 75 meter lang voetpad van het Westmuurplein naar de Mugrabi-poort van de Haram es-Sharif. Dit pad was het enige wat overgebleven was van de na de oorlog van 1967 verwoeste Marokkaanse (Mugrabi) wijk. Begin jaren '70 werddoor Israël aan de noord- en zuidzijden van dit omhooglopende pad muren gebouwd met een bedekking erboven. Sinds die tijd was het de hoofdtoegang tot de Haram es-Sharif voor bezoekers en de Israëlische politie.

In september 1996 leidde de opening van een vijfhonderd meter lange tunnel, een archeologisch bouwwerk dat als tweede toegang voor toeristen moest dienen, tot onrust tussen Palestijnen en de Israëlische autoriteiten. Bij de rellen die losbraken kwamen tachtig mensen om het leven: 65 Palestijnen en 15 Israelis.[12]. De bijna 500 meter lange tunnel gaf toegang tot een labyrint van oude onderaardse ruimtes zoals het watersysteem van de Hasmoneeën dat in de tweede eeuw voor Christus was uitgehakt en een straat uit de tijd van Herodes de Grote[13]. De Palestijnse leiders waren bang dat de tunnel onder de Al-Aqsamoskee zou doorlopen, waardoor de fundamenten van de moskee zouden worden aangetast.

Op 28 september 2000 bracht Ariël Sharon, tijdens zijn verkiezingscampagne, omringd door zo'n duizend veiligheidsagenten, een bezoek aan de Tempelberg. Dit bezoek vond plaats terwijl Israëlische en Palestijnse delegaties in Washington probeerden een oplossing te vinden voor de problemen rond de Tempelberg. Palestijnse leiders op de Westelijke Jordaanoever hadden gewaarschuwd dat het bezoek zou kunnen leiden tot grootschalig geweld. En dat gebeurde ook. Deze botsingen op de Tempelberg waren de ergste sinds Israël in 1996 de bovengenoemde tunnel opende onder het complex (4 Palestijnen vonden de dood), en leidden tot de Tweede Intifada.[14].

Sinds 2004 is de Mugrabi-poort niet open voor moslims en staat volledig onder controle van de Israëlische autoriteiten. De andere poorten zijn toegankelijk voor moslimgelovigen, staan onder controle van de waqf maar de toegang wordt geregeld door de Israëlische politie. Alleen Joodse gelovigen hebben via het voetpad toegang tot de hoofdingang van de Haram es-Sharif en worden begeleid door de Israëlische politie. In 2004 stortte de noordelijke muur van het pad in, waarna in 2005 de huidige houten brug werd gebouwd om toegang te verschaffen tot de Mugrabi-poort. Vanaf die tijd startten de archeologische plannen en het ontwerp van een nieuwe loopbrug.

In januari 2007 werden archeologische opgravingen door premier Ehud Olmert goedgekeurd. Hierover was door hem niet gecommuniceerd met het Werelderfgoedcentrum van UNESCO, die zeer bezorgd was over de situatie en Olmert met een brief van 6 februari wees hem op het Besluit 30COM 7A 34 van de Werelderfgoedcommissie van juli 2006 en hem vroeg hun informatie te verschaffen over de bouw- en andere activiteiten rond het plein bij de Westmuur en de plannen voor de reconstructie van de toegang naar de Al Haram es-Sharif. Op dezelfde dag, 6 februari 2007, werd onder de verantwoordelijkheid van de Israëlische Israëlische Antiquiteiten Autoriteit (IAA) begonnen met graafwerkzaamheden op het voetpad.

De waqf-bestuurders uitten, toen dit bekend werd onmiddellijk hun ongenoegen over de werkzaamheden, die door de archeologen als preventieve archeologie werden aangeduid. Ze vreesden dat de graafwerkzaamkhede de laatste overblijfselen van de Marokkaanse wijk zouden vernielen en dat archeologische bewijsstukken van de periode van de Ayyubiden en de [Mammelukken]] en andere objecten daardoor verwijderd zouden worden. Tevens refereerden ze aan de afspraken met de Israëlische autoriteiten in het kader van het vredesakkoord dat tussen Israël en Jordanië gesloten was, dat er geen werkzaamheden gestart zouden worden zonder passend overleg. De directeur van het fonds dat de islamitische bouwwerken op het terrein beheert, Adnan Husseini, heeft zijn zorgen geuit over de aanleg van de nieuwe brug, omdat deze de originele wal, die in het bezit is van het fonds, zou kunnen beschadigen. Volgens hem kunnen de Israëliërs schade toebrengen aan de fundamenten van de Al-Aqsamoskee. Husseini vermoedt dat Israël met de graafwerkzaamheden een tunnel onder het complex wil aanleggen. Hij eiste onmiddellijke stopzetting van de werkzaamheden. Volgens een van de archeologen lag er tussen de plek van de opgravingen en de moskee een afstand van meer dan 50 meter en konden de muren van, en de gebouwen op de Tempelberg niet worden beschadigd[15].

Op grond van het rapport van het technisch onderzoeksteam van 12 maart 2007 voor UNESCO werden een vijftal aanbevelingen gedaan:

  • De regering van Israël moet verzocht worden te voldoen aan zijn verplichtingen met betrekking tot archeologische opgravingen (Besluit van juli 2006)
  • De regering van Israël moet verzocht worden onmiddellijk te stoppen met andere graafwerkzaamheden dan die voor de aanleg van het voetpad.
  • De regering van Israël zal de bouw van het voetpad nauwkeurig moeten omschrijven en er binnen zo kort mogelijke tijd met de Werelerfgoedcommissie over moeten communiceren.
  • De regering van Israël moet verzocht worden onmiddellijk een overleg te organiseren met alle betrokken partijen, in het bijzonder met de autoriteiten van de Waqf, en van Jordanië met het oog op de vredesovereenkomst van 26 oktober 1994. Er moet overeenstemming zijn over een plan, voordat er verdere acties worden ondernomen.
  • Een internationaal team van experts, gecoördineerd door de UNESCO, zal toezicht houden op het proces. [16]

Toegangs- en gedragsrestricties[bewerken]

In oktober 2015 heeft de Israëlische premier Benjamin Netanyahu) strakke veiligheidsmaatregelen genomen voor bezoek aan de Tempelberg. Gedurende het vrijdaggebed is voor mannelijke moslims de toegang verboden. Alleen vrouwen van alle leeftijden, en mannen van boven de 50 jaar worden toegelaten. Arabische en Joodse wetgevers mogen de Tempelberg ook niet bezoeken. Joden wordt een bezoek voor een aantal uren toegestaan maar zij mogen er niet bidden.[17]

Panorama op de Tempelberg
Panorama op de Tempelberg

Zie ook[bewerken]