Melchisedek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Melchisedek is een persoon uit de Bijbel die leefde ten tijde van aartsvader Abraham. Hij wordt koning van Salem en priester van de Allerhoogste God genoemd. Zijn naam betekent: 'de koning is rechtvaardig'. Algemeen wordt aangenomen dat met 'Salem' het oude Jeruzalem wordt bedoeld. Volgens de plaatselijke legende was Melchisedek de stichter van Jeruzalem en werden de koningen van de stad als zijn nakomelingen beschouwd.[1]

Ontmoeting van Abraham en Melchisedek — door Dirk Bouts, 1464–67

Genesis 14[bewerken]

Het optreden van Melchisedek staat in de context van een oorlog tussen verschillende stadstaten. Abraham, toen nog Abram geheten, heeft met zijn mannen hierin meegevochten, omdat zijn neef Lot door de vijandige partij was meegevoerd. Toen Abram Lot had weten te bevrijden en weer op de terugtocht was, kwam de koning van Sodom hem tegemoet in de Sawevallei, ofwel de Koningsvallei. De koning van Salem, Melchisedek, liet brood en wijn - een feestmaal - brengen. Vervolgens vermeldt de Bijbelse tekst dat Melchisedek priester van God, de Allerhoogste, was. Hij spreekt de volgende zegen over Abram uit:

‘Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste,
schepper van hemel en aarde.
Gezegend zij God, de Allerhoogste:
uw vijanden leverde hij aan u uit.’[2]

Daarna gaf Abram aan Melchisedek een tiende van wat hij had heroverd. Hieruit blijkt dat Abram Melchisedek erkende als zijn meerdere.

Statenvertaling[bewerken]

De Statenvertaling biedt hier ruimte voor speculatie. Na de zegening (zie boven) gaat de tekst verder met "En hij gaf hem van alles de tienden". Wie is dan HIJ? Abram of Melchisedek? Aangezien Melchisedek spreekt (zegening), zou dat, al doorlezende, Melchisedek kunnen zijn. Melchisedek geeft dan aan Abram van alles tienden. In dat geval is Melchisedek ondergeschikt aan Abram. Omdat Abram en niet Melchisedek de teruggewonnen goederen (plus eventuele buit) bezit is dit niet waarschijnlijk. Melchisedek kan Abram dan alleen "van alles tienden" geven, indien Abram eerder alle goederen aan Melchisedek heeft geschonken. Dat Abram de tienden aan Melchisedek geeft, ligt echter het meest voor de hand. Zo wordt het in Hebreeën 7:2 ook uitgelegd.

Psalm 110[bewerken]

In Psalm 110:4 wordt Melchisedek vermeld:

De HEER heeft gezworen, en komt op zijn eed niet terug:
‘Je bent priester voor eeuwig,
zoals ook Melchisedek was’.’’[3]

De schrijver van de Hebreeënbrief baseert zijn betoog op dit vers.

Hebreeën[bewerken]

In de brief aan de Hebreeën maakt de schrijver duidelijk dat Jezus Christus priester was in de orde van Melchisedek. De persoon uit psalm 110 is dan Christus. Eerst legt de auteur het optreden van Melchisedek uit. Daarna stelt hij dat Melchisedek belangrijker was dan Abraham. Vervolgens maakt hij de sprong naar de priesters van Israël. De priesters zijn voortgekomen uit Abraham, dus daarom zijn ook zij minder belangrijk dan Melchisedek. Jezus Christus is ook priester, maar hij kwam niet voort uit een priestergeslacht. Wel is Jezus priester in de orde van Melchisedek, dit duidt een volmaaktere manier van hogepriester zijn aan. Bovendien waren de koningen van Israël volgens de wet van Mozes niet bevoegd om priesterdienst te verrichten. Melchisedek was zowel koning als priester. Jezus is ook koning en priester tegelijk. Vervolgens gaat de schrijver in op de implicaties die dit nieuwe en volmaakte hogerpriesterschap van Christus heeft.

Latere literatuur[bewerken]

Een onderdeel van de vondst van de Dode Zee-rollen was een geschrift (11Q13) wat voor 100 v. Chr. moet zijn geschreven en waarin Melchisedek als een hemelse gestalte wordt voorgesteld. Hij heeft hier de functie van een hemelse rechter die gevallen engelen de straf van God oplegt. Hierin wordt Melchidesek de Messias van de Geest genoemd. Aan het eind van de tekst wordt hij benoemd als de heerser over de zonen der rechtvaardigheid die het covenant nakomen en de eeuwige vrede herstelt.

In het Tweede boek van Henoch, geschreven in de eerste eeuw, wordt Melchidesek beschreven als reeds volledig ontwikkeld op de leeftijd van drie jaar oud met het geboorteteken van de Hogepriester. Hij werd ter bescherming door de aartsengel Gabriël zeven jaar verborgen in het Hof van Eden. Hij wordt beschreven als het hoofd van de orde van Melchidesek.

Melchisedek (NHC IX.I) is een gnostisch geschrift, dat in een Koptische vertaling onderdeel was van de vondst van de Nag Hammadigeschriften in 1945. De oorspronkelijk Griekse tekst dateert van omstreeks 200. Hierin ontvangt Melchidesek twee openbaringen. In de eerste wordt een rol voor Melchisedek geprofeteerd in een strijd aan het eind van de tijden. Hij wordt daarbij aangesproken als degene van wie alle stammen en volkeren U, Heilige Hogepriester de hoop en de gaven van het leven hebben ontvangen. In de tweede openbaring is net als in de eerste de kruisiging en opstanding van Jezus het centrale thema. Door de vele lacunes in de tekst is het niet duidelijk of Christus en Melchisedek in dit deel van de tekst wel of niet met elkaar geïdentificeerd worden. Op het vakgebied verschillen de opvattingen ook hierover. Wel wordt gezegd, dat de overwinning van Jezus Christus de overwinning van Melchisedek is.

In de gnostische literatuur komt Melchisedek verder voor in de Pistis Sophia en de Boeken van Jeu. In de Pistis Sophia wordt hij door Jezus geïdentificeerd in een openbaring aan Maria Magdalena. Hier verslaat hij de plaatsen van Hekate en voert de door haar gevangen en gestrafte zielen terug naar een plaats waar zij herboren kunnen worden. n het Tweede boek van Jeu is hij een hemelse priester die verantwoordelijk is voor de organisatie van een doopritueel.

In de Targum Neofiti, een geschrift uit de tweede eeuw, wordt Melchidesek geïdentificeerd als Sem de oudste zoon van Noach. Flavius Josephus en Philo van Alexandrië beschrijven hem als een strikt menselijke koning-priester van Jeruzalem.

Interpretatie en vraagstukken[bewerken]

'De Allerhoogste God'[bewerken]

Melchisedek wordt priester van de Allerhoogste God genoemd. Bijbelwetenschappers zijn het er niet over eens of dit refereert aan de God van Abraham, namelijk JHWH, of dat dit een referentie is naar een Kanaänitische god. Voor de interpretatie van het verhaal maakt dit veel verschil. Vanuit de (Joodse) Bijbel geredeneerd zou de Allerhoogste Jahweh (JHWH), de God van Mozes, moeten zijn (de God van Abraham was El/Elyon/El-Sjaddai, aan wie Jahweh later gelijk is gesteld). Melchisedek was echter Hogepriester in Jeruzalem. De stad van de God Salem (Jeru-Salem). Daarom is het waarschijnlijk, dat Melchisedek de opperpriester was van Salem, de Kanaänitische God van de Vrede. Melchisedek als Hogepriester van Elyon/Jawheh? Als Elyon/Jahweh de God is die het Verbond met Abram sluit, ligt het niet voor de hand dat Abram ondergeschikt is aan Melchisedek. Het zou eerder andersom zijn geweest. Van welk volk Melchisedek de priester-koning is wordt niet vermeld. Hij is koning van Salem (Jeruzalem). Kennelijk geen Hebreeër. Zo wordt Abram benoemd, niet Melchisedek. (Israëlieten of Judeërs waren er toen uiteraard nog niet). Naar de Bijbel waren de Jebusieten ten tijde van David de bewoners van Jeruzalem. Gezien het grote tijdsverschil dat ligt tussen Abraham en David is het echter niet zeker dat Melchisedek een Jebusiet was.

Theofanie[bewerken]

Sommigen zien in de persoon van Melchisedek een theofanie. Het Urantia Boek stelt dat Melchizedek deel uitmaakt van een bepaalde geestelijke orde, halverwege de ladder tussen mens en God, de Melchizedeks, en dat de missie van Melchizedek destijds was om het proces van vergeestelijking op aarde, ingezet met de komst van de ouders van het violette ras, ook wel Adam en Eva genoemd ( 34.000 jaar voor Melchizedek ), weer nieuw leven in te blazen.

Lezing Psalm 110[bewerken]

Het is niet zeker of in psalm 110 de naam van Melchisedek gelezen moet worden. Sommige vertalingen[bron?] kiezen ervoor om de naam letterlijk te vertalen, en dus te lezen: "Je bent priester voor eeuwig, rechtmatig koning volgens mijn besluit".