Henoch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Illustratie van Henoch die ten hemel vaart uit Figures de la Bible (1728).

Met Henoch wordt vrijwel altijd de persoon uit de Hebreeuwse Bijbel bedoeld die voorvader van Noach was en op 365-jarige leeftijd 'door God werd opgenomen'. Daarnaast was Henoch ook de naam van een zoon van Kaïn.

Hebreeuwse Bijbel[bewerken]

Genesis 5:24 vermeldt dat "God [Henoch] wegnam". Dit wordt vaak zo geïnterpreteerd dat hij niet stierf, net als Elia, die in een vurige wagen naar de Hemel werd gehaald.[1]

Henochliteratuur[bewerken]

Er zijn nog enkele joodse geschriften bekend met visioenen die Henoch gehad zou hebben. Deze "apocriefe" geschriften worden als volgt gedateerd:

  • 1 Henoch: rond 2e eeuw v.Chr. - 1e eeuw n.Chr.
  • 2 Henoch: eind 1e eeuw n.Chr.
  • 3 Henoch: De oudste delen kunnen van omstreeks 200 dateren. De eindredactie van rond 600. [2]

Er zijn aanzienlijke verschillen tussen de drie boeken, maar er is een ook wel een gemeenschappelijk element te herkennen. Na zijn opneming in de hemel krijgt Henoch in de traditie van de drie boeken een steeds meer verheven plaats. In 3 Henoch is Enoch uitgegroeid tot een goddelijke gestalte, de Metatron, die als plaatsvervanger en zaakwaarnemer van God ook de hemel en de aarde kan besturen. Hij krijgt ook de naam de kleine Jahwe. In de rabbijnse literatuur was om die reden sprake van een negatieve benadering van de traditie van Henoch, omdat dit niet in overeenstemming geacht werd te zijn met het monotheïsme.

Tot de Henoch -literatuur behoort ook het Boek van de reuzen uit de eerste eeuw voor of na Chr. Het is een navertelling van het Boek van de wachters, dat het eerste deel is van 1 Henoch. De basis daarvan is de passage in Genesis 6:1-4 waarin de zonen van de goden geslachtsgemeenschap hadden met aardse vrouwen met de geboorte van giganten tot gevolg. Henoch vraagt God om een oordeel hierover.

Mani ( overleden 276), de grondlegger van het manicheïsme, schreef eveneens een Boek van de reuzen waaruit duidelijk is dat hij bekend was met de joodse tradities over dit onderwerp. Net als in 1 Henoch worden de reuzen verslagen door de overwinning van een aantal machtige engelen. In de Keulse Mani-Codex van eind vierde of begin vijfde eeuw komt een Openbaring aan Enoch voor. Ook hier handelt het in essentie om een hemelreis van een ingewijde.

1 Henoch[bewerken]

Een volledige tekst in het Ge'ez werd door de ontdekkingsreiziger James Bruce in 1774 in Ethiopië gevonden en naar Europa gebracht. Delen in Hebreeuws en Aramees zijn daarna gevonden als onderdeel van de Dode Zee-rollen.

De oorspronkelijke taal van het boek is, zoals sommige andere joodse religieuze teksten, deels Aramees, deels Hebreeuws. De inhoud is voor een deel apocalyptisch en bestaat verder uit een hele serie profetieën van Henoch waaronder "Het toekomstige lot van de Goddelozen en de Rechtvaardigen", "De opstanding van de doden", "Het gericht over de gevallen engelen", "De komst van de Messias" en "Het nieuwe Jeruzalem". Delen van het boek 1 Henoch zijn midrasj van Deuteronomium.[3][4]

Nieuwe Testament[bewerken]

In het Nieuwe Testament wordt Henoch genoemd als maternale voorouder van Jezus.[5] Daarnaast wordt naar zijn opname door God verwezen in Hebreeën 11:5.

Judas 14, 15 citeert 1 Henoch 60:8 als "de zevende vanaf Adam" en 1 Henoch 1:9: "Ik zie de Heer komen met zijn heilige tienduizendtallen om over allen zijn vonnis uit te spreken; alle goddeloze zondaars zal hij veroordelen voor alle goddeloze daden die ze in hun goddeloosheid bedreven hebben en voor de harde woorden waarmee ze hem hebben beledigd." Mogelijk werd de gedachte in 2 Petrus 2:4 dat de gevallen engelen in Tartaros werden geworpen ook aan 1 Henoch ontleend.

Henoch in Arabische literatuur[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Idris (profeet) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In oude Arabische geschriften is Henoch de vader van de legendarische koning Kaju Marath (de Bijbelse Methusalah) die de koning van de aarde wordt genoemd.[bron?] Deze Marath had alle kennis van de ware God uit de boeken van de profeet Idris (Henoch) gehaald.[bron?]