Hebron (Palestina)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hebron
الخليل
חברון
Stad in Palestina Vlag van Palestina
Hebron (Palestina)
Hebron (Palestina)
Situering
Gouvernement Hebron
Coördinaten 31° 32′ NB, 35° 6′ OL
Algemeen
Inwoners (2007) 163.146[1]
Hoogte 930 m
Foto's
Het centrum van Hebron 2007
Het centrum van Hebron 2007
Portaal  Portaalicoon   Azië

Hebron Arabisch: الخليل Al Khalil)(Hebreeuws: חברון Chevron; is een Palestijnse stad op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever in het Gouvernement Hebron. Hebron valt onder het bestuur van de Palestijnse Autoriteit (PA) en heeft ongeveer 163.000 overwegend Palestijnse inwoners (census 2007). Daarnaast kent Hebron een kleine Joodse gemeenschap van 500 mensen.

Kaart van Hebron met het Palestijns gecontroleerd gebied H1, en het door Israël gecontroleerd gebied H2, volgens het Protocol van Hebron, 1997
Afzetting Palestijnse straat in Hebron 2004
Gezicht op Hebron, 2006
Een net opgehangen in het oude centrum om vuilnis te weren dat door Israëlische kolonisten op Palestijns terrein wordt gegooid, 30 juli 2009
Kamer van Koophandel, 2010
Het Russisch-Orthodoxe klooster in Hebron, 2008
Israëlische soldaten patrouilleren op een markt, 2011

Overeenkomstig het Interim Akkoord over de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, zoals beschreven in de akkoorden van Oslo van 1993 en 1995, werd op 17 januari 1997 het protocol van Hebron gesloten tussen de toenmalige premier van Israël Benjamin Netanyahu en PA-president Yasser Arafat. Circa 80% van de stad ("H1" genoemd), met ongeveer 140.000 inwoners, kwam daarbij onder het bestuur van de Palestijnse Autoriteit. De overige 20% ("H2"), met ongeveer 30.000 inwoners, en bijna 500 kolonisten in vier nederzettingen binnen de stad, kwam onder de verantwoordelijkheid van Israël[2][3] Tevens werd voorzien in een tijdelijke internationale aanwezigheid, de "Temporary International Presence in the City of Hebron" (TIPH)[4]

Geschiedenis[bewerken]

Hebron is een van de oudste steden in het Midden-Oosten en een van de oudste steden van de wereld die onafgebroken bewoond is gebleven. Het was een koninklijke Kanaänitische stad. Waarschijnlijk is Hebron in de 18e eeuw v.Chr. gesticht. In de Tenach en het Oude Testament wordt de stad in diverse teksten genoemd. In het bijbelboek Jozua(10:36-42) wordt beschreven dat de stad door de Israëlieten önder leiding van Jozua op de Amorieten werd veroverd en van zijn bewoners ontdaan. In het bijbelboek 2 Samuel wordt vermeld dat David in Hebron tot koning van Israël werd gezalfd en deze stad de hoofdstad werd.

In Hebron bevindt zich de Grot van de Patriarchen, een heilige plaats voor zowel moslims als joden. Joden kennen de plek als Ma'arat HaMachpelah voor moslims is dit de Ibrahimi-moskee (Abraham-moskee). In deze 'grot' is er van zowel joden als moslims en christenen een heiligdom geweest. Van het christelijke heiligdom, dat op deze plaats heeft gestaan, zijn getuigenissen en er zijn resten aan te treffen in de architectuur. Onder het Perzische bewind werd in 637 op de ruïnes een moskee opgebouwd in beheer bij een islamitische Waqf.

Gedurende vele eeuwen was de bevolking in Palestina overwegend Arabisch met een Joodse minderheid[5]. Jeruzalem en Hebron waren voor de moslims heilige steden[6]. Tijdens de periode van het Ottomaanse Rijk concentreerde het Joodse leven in Palestina zich in de steden Jeruzalem, Hebron, Safed en Tiberias, die in de Joodse traditie bekend stonden als de Vier heilige steden[7].

In 1834 vond in Hebron, tijdens de bezetting door Egypte (1831-1840) een grote opstand van lokale plattelandsbevolkingen en Bedoeïenen plaats tegen het Egyptische bestuur omdat dit geen rekening hield met opgebouwde rechten onder het Ottomaanse bewind en lokale moslims wilde rekruteren voor de krijgsdienst. Tijdens deze bloedige opstand werden ongeveer 500 moslims gedood, 750 in krijgsdienst genomen en 120 jongens uitgeleverd aan Egyptische legerofficieren. Vele inwoners sloegen op de vlucht[8].

In de periode van het Britse mandaat over Mandaatgebied Palestina (1922-1948) veroorzaakte de immigratie van grote aantallen Joodse zionisten overal in Palestina vele spanningen tussen de bevolkingsgroepen, die uitliepen op rellen. Vanuit Jeruzalem verspreidden deze zich over de omgeving. In Hebron leidde dit tot een bloedbad, waarbij Joodse huizen en synagoges werden geplunderd en vernietigd, 67 Joden werden gedood en ruim 50 gewond. De overgebleven Joodse bevolking vluchtte de stad uit. Tot 1967 was er in Hebron geen Joodse aanwezigheid meer.

Jordaanse bezetting en annexatie[bewerken]

Na het uitroepen van de staat Israël in mei 1948 werd de Westelijke Jordaanoever van Palestina, inclusief het oostelijke deel van Jeruzalem, waaronder de oude stad, bezet door Transjordanië. In december 1948 spraken de notabelen van Hebron zich uit voor aansluiting bij Transjordanië, dat in 1950 zijn naam veranderde in Jordanië en de Westelijke Jordaanoever inclusief Oost-Jeruzalem annexeerde. Gedurende deze Jordaanse periode vestigden zich 35.000 mensen in de stad Hebron[9][bron?]. Resten van de Joodse aanwezigheid in Hebron, waaronder de Abraham Avinu synagoge uit 1540, werden met de grond gelijkgemaakt[10][bron?].

Israëlische bezetting[bewerken]

In de Zesdaagse Oorlog in 1967 werd de Westelijke Jordaanoever veroverd en bezet door Israël. Oost-Jeruzalem werd daarna door Israël geannexeerd.

In 1994 drong Baruch Goldstein, een Amerikaans-Israëlische arts, gewapend de Ibrahimi-moskee binnen tijdens een gebedsstonde en schoot 29 biddende moslims dood; 125 moslims werden gewond. In rellen buiten de moskee werden nog eens 19 Palestijnen gedood. Ook Goldstein zelf werd daarbij gedood. Na dit bloedbad werd er een internationale waarnemersmissie van burgers (TIPH) naar Hebron gestuurd. Zij moesten incidenten tussen Palestijnen en Israëliërs documenteren[11]. Echter, door gebrek aan overeenstemming over het mandaat werd deze na drie maanden weer teruggetrokken en in 1997, na de ondertekening van het Hebron-Protocol, weer ingesteld[12]. In het kader van de akkoorden van Wye River, die in oktober 1998 als deel van het Arabisch-Israëlische vredesproces werden bereikt, kwamen Israël en de PLO een voorlopige regeling overeen over de toegang voor moslims en joden tot de Grot der Patriarchen. De Waqf kreeg hierbij de controle over 81% van het gebouw, waaronder het zuidoostelijke deel dat boven de toegang tot de grotten ligt. De cenotafen van Isaac en Rebekka, die zich in dit deel van het complex bevinden, werden voor joden gedurende 10 dagen per jaar toegankelijk. Tijdens die dagen worden de moskee en de straten rondom afgesloten voor moslims. Israëlische militairen laten dan alleen joodse gelovigen toe en sommige toeristen. Op 10 andere dagen per jaar hebben alleen moslims toegang tot het complex.

De Joodse aanwezigheid in de oude stad breidt zich sindsdien gestaag uit. Israël heeft voor zichzelf de gehele Westelijke Jordaanoever in twee bestuursdistricten gesplitst en daar regionale raden ingesteld die een groot aantal illegale nederzettingen omvatten, waaronder die in en rondom Hebron.

In Hebron vestigde zich - anders dan elders op de Westelijke Jordaanoever waar Israëlische nederzettingen opgetrokken werden rond Palestijnse steden en dorpen - een Joden midden in de oude stad, onder Israëlische militaire controle. Palestijnen werden gedwongen hun huizen en winkelpanden te verlaten en op te geven. Anderen vertrokken omdat ze door de gespannen situatie geen inkomsten meer hadden. Een belangrijke straat en bepaalde gedeelten van de stad werden afgesloten door de Westoeverbarrière en onbereikbaar gemaakt voor Palestijnse bewoners. Deze gebeurtenissen veroorzaken spanningen tussen Joodse en Arabische bewoners die zich uiten in onderlinge pesterijen. Arabische winkeliers hebben bijvoorbeeld netten gespannen omdat vanuit kolonistenwoningen die bovenop hun winkels gebouwd zijn, vuilnis en stenen in de winkelstraten worden gegooid{zie externe link).

In 2008 werden er vijf afzonderlijke groepen woningen verspreid over de binnenstad gesitueerd en bewoond door Joden. Zij worden voortdurend beschermd door circa 2000 Israëlische soldaten. Het Palestijnse stadsbestuur vermoedt dat er op den duur een wig van door Israëliërs bewoond gebied dwars door het stadscentrum van Hebron heen ontstaat die territoriale aansluiting moet krijgen met Kiryat Arba, de Israëlische nederzetting in de nabije omgeving van Hebron. Door de gehele stad heen bevinden zich Israëlische controleposten, straten worden door militairen -vaak onaangekondigd- afgesloten, waardoor Palestijnen hun wijken soms niet in of uit kunnen. Kolonisten krijgen uitgebreide militaire bescherming[13].

Oplopende spanningen en gevolgen[bewerken]

De steeds toenemende druk op deze samenleving zorgt voor veel spanningen tussen de Joodse en Palestijnse bevolking. Mede door de Israëlische gebiedsuitbreiding en militaire controle over de Palestijnse Gebieden leidden deze spanningen uiteindelijk tot een hevige oorlog (Conflict in de Gazastrook 2014). In het voorjaar van 2014 hadden de Palestijnse verzetsbewegingen van de Gazastrook (Hamas) en de Westelijke Jordaanoever (Fatah) toenadering tot elkaar gezocht om te komen tot een Palestijnse Regering van Nationale Eenheid voor de vredesonderhandelingen met Israël. Netanyahu frustreerde daarop het lopende vredesoverleg met Mahmoud Abbas. In april 2014 erkende Israël een door kolonisten reeds gestichte illegale nederzetting in Hebron.

Op 12 juni 2014 werden drie kolonisten-jongeren nabij Hebron ontvoerd en vermoord. Netanyahu legde de schuld daarvan bij Hamas, die betrokkenheid hierbij ontkende [14] Na deze ontvoering zette Israël een grootschalige zoekactie op gang op de Westelijke Jordaanoever en arresteerde honderden Palestijnen. Ook werden 1.300 huizen doorzocht en enkele Palestijnen gedood. De huizen van minstens twee verdachten en hun families werden verwoest. In Oost-Jeruzalem werd op 1 juli 2014 als wraak een Palestijnse jongen door Joodse inwoners ontvoerd en levend verbrand, een andere jongen werd mishandeld.[15][16]

Op 31 augustus 2014, tijdens een staakt-het-vuren in deze oorlog met de Gazastrook, werd het Israëlische plan bekendgemaakt om in de buurt van de nederzetting Goesj Etsion bij Bethlehem 400 hectare grond van Palestijnse boeren te onteigenen en te annexeren voor de bouw van nederzettingen. De Israëlische radio had gemeld dat dit een reactie was op de ontvoering van de drie tieners in hetzelfde gebied.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) PCBS (Palestijns Centraal Bureau Statistieken), Census 2007 Final Results (p. 128)
  2. Area of Responsibility
  3. Hebron nederzettingen
  4. TIPH
  5. Fred Skolnik, Michael Berenbaum (2007) Encyclopaedia Judaica, Second Edition, Volume 8, pg. 744-749
  6. Brahms, Sabrina (2002) The Religious Aspects of the Israeli-Palestinian Conflict in the West Bank: Systemic Implications in "Emergence in Complex, Cognitive, Social, and Biological Systems"
  7. Wigoder, Geoffrey, ed. (1989): The Encyclopedia of Judaism. Macmillan. p. 768.
  8. "A History of Palestine", p.68,82-90 Gudrun Krämer, 2002
  9. Elisha Efrat (1984): Urbanization in Israel. Taylor & Francis, p. 192
  10. Jerold S. Auerbach (2009): Hebron Jews: Memory and Conflict in the Land of Israel, Rowman & Littlefield, p. 79
  11. Achtergrond TIPH
  12. Achtergrond
  13. Hebron today
  14. Netanyahu: Hamas heeft tieners ontvoerd vs Hamas: Israël saboteert verzoening Trouw, 15 juni 2014
  15. Escalatie tussen Israël en Hamas Nu.nl, 16 juli 2014
  16. Onlangs verdwenen drie Israëlische tieners + gevolgen, NRC Handelsblad, 7 juli 2014