Bedoeïenen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Bedoeïenen zijn voornamelijk Arabische woestijnbewoners in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Bedoeïenen leven vaak in tenten en leiden een nomadisch, semi-nomadisch of sedentair bestaan.

Onder meer door invloeden van de Westerse cultuur en het toerisme is het leven van veel bedoeïenen de laatste decennia sterk veranderd, maar een deel leeft nog met tradities en gebruiken die vele eeuwen teruggaan. Zo zullen veel bedoeïenen tegenwoordig in ieder geval een deel van het jaar een sedentair leven leiden.

Het woord bedoeïen is afkomstig van het Arabische badawi, dat woestijnbewoner of nomade betekent. Het woord badw waar dit van is afgeleid, betekent woestijn (net als het woord Sahara overigens), en heeft zelf ook de betekenis bedoeïenen gekregen.

Bedoeïenen in de Negev[bewerken]

Locatie van de Negev in Israël

Al vele duizenden jaren wonen bedoeïenenstammen in de Negev-woestijn. Een van de grootste stammen is de Tarabin. Na het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk zijn de bedoeïenen slachtoffer geworden van de conflicten en oorlogen tussen de hen omringende landen. Al sinds het begin van de zionistische immigratie in Palestina werd hun leef- en grondgebied door Joodse organisaties in bezit genomen. Tot 1952 werd de bedoeïenenbevolking in het westelijk deel van de Negev naar het oosten gedeporteerd.[1] Sinds 1948 maakt de Negev deel uit van Israël. Van de 70.000 oorspronkelijke bewoners vluchtten er velen naar de buurlanden. Ongeveer 11.000 bleven achter en kregen de Israëlische nationaliteit. In 1966 werd een nieuw beleid ingevoerd: gedwongen verstedelijking. Bedoeïenen werden van hun grondgebied en uit hun behuizing verdreven.[2] In september 2011 werd door de Israëlische ministerraad onder minister-president Benjamin Netanyahu het zogenoemde Prawerplan aangenomen en in werking gesteld. Dat plan zou voorzien in verbetering van de economische situatie en de integratie van de bedoeïenen in Israël. De uitvoering ervan werd in handen gegeven van minister Benny Begin.[3]

Sinds die tijd zijn duizenden bedoeïenen van hun grondgebied gedeporteerd naar door Israël aangewezen woonplekken.[4] Navanethem Pillay, de Hoge Commissaris voor Mensenrechten van de Verenigde Naties zei hierover: If this bill becomes law, it will accelerate the demolition of entire bedouin communities, forcing them to give up their homes, denying them their rights to land ownership, and decimating their traditional cultural and social life in the name of development.[5] Ongeveer 700 bedoeïenen die in 1956 door de autoriteiten waren verplaatst naar Umm al-Hiran – nooit erkend als lokale gemeenschap en zonder infrastructuur, water en elektriciteit – zouden dit dorp moeten verlaten omdat deze plaats nu binnen het gebied van de metropool Beër Sjeva is komen te liggen en een religieus-nationalistische Joodse gemeenschap met de naam Hiran zich op dit land wil uitbreiden en er ook bewoners van elders naartoe wil halen.[6]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties