41e sessie van de Commissie voor het Werelderfgoed

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het congrescentrum van Krakau waar de vergaderingen plaatsvonden
Internationale nederzetting van Gulangyu in China
Fiat Taglierogebouw in Asmara in Eritrea
Toegangspoort van het Badhrafort in Ahmedabad in India
Historische stad Yazd in Iran

De 41e sessie van de Commissie voor het Werelderfgoed vindt plaats van 2 tot en met 12 juli 2017 in het Poolse Krakau. De UNESCO-commissie oordeelt over nieuwe nominaties van natuur- en cultureel erfgoed, door landen voorgedragen als werelderfgoed, en enkele aanpassingen of uitbreidingen van eerder erkende sites die door landen werden ingediend. Deze voorstellen werden voorafgaand aan de sessie door werkgroepen van de commissie geëvalueerd op de volledigheid van het dossier. Maar ook de situatie van het erfgoed dat voorkomt op de lijst van het bedreigd werelderfgoed, en de eventuele aanvullingen die hier noodzakelijk zijn, werden besproken.[1] Vóór de start van de sessie bestond de werelderfgoedlijst uit 1052 erfgoedlocaties: 203 natuurerfgoedlocaties, 814 culturele erfgoedlocaties en 35 gemengde locaties.

Bij de nominaties voor nieuwe werelderfgoedsites behoren in de categorie van de natuurerfgoedlocaties onder meer het nationaal park Los Alerces in Argentinië en Hoh Xil in Qinghai in China en een uitbreiding van het erfgoed Voorhistorische beukenbossen van de Karpaten en de eeuwenoude beukenbossen van Duitsland met oude beukenbossen in verschillende Europese landen, waaronder België. In de categorie van de culturele erfgoedlocaties wordt de modernistische architectuur in Asmara in Eritrea mogelijk geëvalueerd, net als het heilige Japanse eiland Okinoshima, deel van Munakata, Fukuoka. Andere erkenningen zijn nakend voor het historisch stadscentrum van M'banza-Kongo in Angola, het Nationaal park Lake District in het Verenigd Koninkrijk en de internationale nederzetting van Gulangyu in China. Oorspronkelijk werd het dal van Tehuacán in Mexico ter erkenning als gemengd werelderfgoed voorgesteld, maar reeds in de aanloop naar de sessie werd besloten tot uitstel van deze nominatiebeslissing.

Nieuw in 2017[bewerken]

In totaal zijn er na deze sessie 21 nieuwe erfgoedsites aan de Werelderfgoedlijst toegevoegd: achttien cultuurerfgoederen en drie natuurerfgoederen. Van Angola en Eritrea werd dit jaar de eerste erfgoedsite op de lijst ingeschreven. Met de uitbreiding van het erfgoed Voorhistorische beukenbossen van de Karpaten en de oude beukenbossen van andere Europese regio's kregen Albanië, België en Oostenrijk hun eerste natuurerfgoed op de lijst. Kroatië en Oostenrijk komen met de nieuwe inschrijvingen en uitbreidingen op 10 erfgoederen.

Met de nieuwe toevoegingen en uitbreidingen bestaat de werelderfgoedlijst uit 1073 erfgoederen, waarvan 832 culturele, 206 natuurlijke en 35 gemengde.

Cultuurerfgoed[bewerken]

Natuurerfgoed[bewerken]

Wijzigingen in 2017[bewerken]

Uitbreidingen en naamsveranderingen[bewerken]

Inperkingen en naamsveranderingen[bewerken]

  • Georgië: Kathedraal van Bagrati en klooster van Gelati. De kathedraal van Bagrati werd uit het erfgoed verwijderd omdat zij een grote reconstructie heeft ondergaan die schadelijk was voor haar integriteit en authenticiteit. De naam van het erfgoed werd daarom veranderd naar Gelatiklooster.[8]

Verwijderd van de Lijst van bedreigd werelderfgoed[bewerken]

Toegevoegd aan de Lijst van bedreigd werelderfgoed[bewerken]

  • Oostenrijk: Historisch centrum van Wenen[11]
  • Palestina: Oude stad Hebron/Al-Khalil[6]

Niet ingeschreven nominaties[bewerken]

Bij de nominaties die het niet haalden, hoorden onder meer het Nationaal park Mole (Ghana), Khor Dubai (Verenigde Arabische Emiraten), de dom van Naumburg en het landschap van de rivieren de Saale en de Unstrut (Duitsland) en het historisch centrum van Şəki met het paleis van de Khan (Azerbeidzjan).[12]