Naftali Bennett

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Naftali Bennett
נפתלי בנט
Naftali Bennett
Geboren 25 maart 1972
Functie Premier
Partij Likoed (tot 2012),
Het Joodse Huis (sinds 2012)
Functies
2012-heden Politiek leider
2013-heden Lid Knesset
2013-2015 Minister van Industrie, Handel
en Arbeid
2013-2015 Minister van Religieuze
Dienstverlening
2015-heden Minister van Diasporazaken
2015-2019 Minister van Onderwijs
2019-2020 Minister van Defensie
Website
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Naftali Bennett (Hebreeuws: נפתלי בנט) (Haifa, 25 maart 1972) is een Israëlische politicus en voormalig ICT-ondernemer. Afkomstig uit de Likoed is hij sinds november 2012 de politiek leider van Het Joodse Huis (HaBajiet HaJehoedie). Sinds 14 mei 2015 was hij minister van Diasporazaken en minister van Onderwijs in het kabinet-Netanyahu IV. Begin november 2019 werd hij, in de verkiezingsstrijd, door Benjamin Netanyahu benoemd tot tijdelijk minister van Defensie.[1] Bennett is een overtuigd religieus-zionist en is een aanhanger van het modern-orthodoxe jodendom. In juni 2021 werd hij voor twee jaar de eerste premier van de 36e regering van Israël. Na twee jaar zou hij door Yair Lapid opgevolgd worden.

Levensloop[bewerken | brontekst bewerken]

De Amerikaanse joodse ouders van Bennett emigreerden na de Zesdaagse Oorlog van 1967 naar Israël. Toen hij een jaar was keerden zij in de zomer van 1973 terug naar de VS, naar San Francisco. Na afloop van de Jom Kipoer-oorlog keerden zij weer terug naar Israël. Vier jaar oud ging hij met hen naar Montreal, waar het gezin twee jaar bleef. Terug in Haifa bezocht hij de Carmel-basisschool, maar in de tweede klas verhuisde het gezin naar Teaneck in New Jersey . In 1982 keerden zij terug naar Haifa, waar hij de Yavne Jeshiva middelbare school bezocht. Hij werd jeugdleider, "madrich", bij de afdeling Karmel van de religieus-zionistische jeugdbeweging Bne Akiwa[bron?]

Bennet ging in 1990 in militaire dienst en werd geselecteerd voor de officiersopleiding. Hij diende vervolgens in Sayeret Matkal en koos daarna voor Sayeret Maglan: commando-eenheden van het Israëlische leger. Hij zat in het leger tijdens de laatste jaren van de Eerste Intifada , het conflict in Zuid-Libanon (1982-2000) en tijdens Operatie "Druiven der Gramschap" (1996). Aan Operatie Defensive Shield (Tweede Intifada) en de Israëlisch-Libanese Oorlog van 2006 nam hij deel als reservist[2].

Bennett nam als bevelhebber van een 67-koppige Maglan-eenheid deel aan de Operatie Druiven der Gramschap ("Grapes of Wrath") in Zuid-Libanon in 1996. Zijn eenheid bevond zich achter de vijandige linies om raketlanceerinstallaties van Hezbollah op te sporen en te vernietigen. Hij kwam in een hinderlaag terecht met zijn eenheid en vroeg via de radio om versterking. Het Israëlisch Defensieleger reageerde met een artilleriebeschieting. Deze trof de bij het dorpje Kafr Kanna gelegen VN-compound, waar vluchtelingen een toevlucht hadden gezocht. Meer dan 100 personen kwamen om, waaronder VN-soldaten. Dit leidde tot internationale verontwaardiging en diplomatieke druk, waardoor de operatie eerder door Israël werd afgeblazen. Volgens een journalist van de Israëlische krant Yediot Ahronot was Bennett afgeweken van het afgesproken plan. Anderen daarentegen namen het voor Bennett op[3].

Hij studeerde in deze periode ook rechten aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem en ging daarna in Manhattan aan de slag als ICT-ondernemer. In 1999 was hij medeoprichter van het ICT-bedrijf Cyota dat gespecialiseerd was in software tegen fraude. In 2005 werd Cyota (uitgezonderd de Israëlische afdeling) voor 145 miljoen dollar verkocht aan RSA Security waardoor hij op zijn 33ste multimiljonair werd.

Politieke loopbaan[bewerken | brontekst bewerken]

Van 2006 tot 2008 was hij stafchef van Likoed-leider Benjamin Netanyahu, die destijds in de oppositie zat. Onenigheid met diens echtgenote Sara zou de reden zijn geweest dat hij er na twee jaar mee stopte.[bron?] Van begin 2010 tot begin 2012 was Bennett algemeen directeur van de Jesha-raad, de koepelorganisatie van Israëli's woonachtig op de Westelijke Jordaanoever. In die hoedanigheid gaf hij in 2010 leiding aan het verzet tegen de voorgenomen bevriezing van Israëlische nederzettingen. In 2010 richtte hij samen met Ayelet Shaked Mijn Israël op, een rechtse buitenparlementaire beweging die het zionisme wil bevorderen. Na in 2012 van Likoed naar Het Joodse Huis te zijn overgestapt, werd hij bij een interne partijverkiezing op 6 november 2012 tot lijsttrekker verkozen. Het Joodse Huis is de voortzetting van de Nationaal-Religieuze Partij, die in een neerwaartse spiraal was gekomen, maar als 'Het Joodse Huis' bij de parlementsverkiezingen van 2013 een comeback maakte en als gevolg daarvan met twaalf zetels in 19e Knesset kwam. Om zijn zetel in te nemen, moest hij zijn tweede nationaliteit, het Amerikaanse staatsburgerschap, opgeven. In het op 18 maart 2013 aangetreden kabinet-Netanyahu III, bekleedde hij de posten van minister van Industrie, Handel en Arbeid[4] alsook van Religieuze Dienstverlening. In de daaropvolgende regering, het kabinet-Netanyahu IV, kreeg hij de beschikking over de ministeriële portefeuilles van Onderwijs en van Diasporazaken. Door gebruik te maken van een nieuwe wet (de Noorse Wet) was hij van begin oktober tot begin december 2015 geen lid van de op 31 maart 2015 ingezworen 20e Knesset.

Tijdens de verkiezingsstrijd vanaf april 2019 die eind november nog steeds geen kabinet had opgeleverd, was hij begin november 2019 door premier Benjamin Netanyahu benoemd tot tijdelijk minister van Defensie. Netanyahu die in november 2018 ook de post van minister van Defensie Avigdor Lieberman had overgenomen was aangeklaagd voor onder meer fraude en omkoping en kon daarvoor een proces tegemoet zien.[1][5]

Premier[bewerken | brontekst bewerken]

Op 13 juni 2021 volgde hij Benjamin Netanyahu op als premier van de regering-Lapid/Bennett.[6] Volgens de gemaakte afspraken is Bennett de eerste helft van de verhoopte regeringsperiode premier en Yair Lapid de tweede. Tot grote woede van Netanyahu en diens Likoed had hij besloten met Yair Lapid in zee te gaan en met de regeringscoalitie die deze - in opdracht van president Rivlin - aan het smeden was. Zijn Yamina-fractie (d.w.z. 6 van de 7), Yisrael Beiteinu (7), New Hope (6) (alle drie rechts tot zeer rechts), Yesh Atid (Lapid, 17), Blauw en Wit (8) (beide midden), Arbeidspartij (Israël) (7) en Meretz (beide links) hadden samen 57 Knesset-zetels. De vier zetels die een krappe meerderheid van 61 zetels mogelijk maakten kwamen van het Palestijns-Arabische Islamitische Ra'am. Een regering van nationale eenheid dus van uiterst rechts tot tamelijk links. Nog niet zolang geleden had Bennett gezegd nooit met Ra'am in zee te zullen gaan. Het wegkrijgen van een gemeenschappelijke politieke vijand, Netanyahu, was echter een belangrijke beweegreden. Daarna volgde de noodzaak om eindelijk met een begroting te komen. Dan woningbouw en infrastructuur. Vervolgens de kwestie van de verhouding tussen "synagoge en staat". Mansour Abbas van Ra'am kreeg een bonus in de vorm van een tijdelijke versoepeling van de toepassing van de Kaminitz-wet die illegale bewoning/bouw moet terugdringen (Palestijnen krijgen maar moeilijk bouwvergunningen (en geen woonvergunningen in niet-Arabische buurten)). Ook zou er meer geld naar de Palestijns-Arabische gemeenschap gaan. Commentatoren verwachten geen vredesproces leidend tot een tweestatenoplossing.[7]

Voor de machtsoverdracht trok Netanyahu een half uur uit. Volgens het Bennett-team was er geen overdracht op papier met de meest recente informatie met betrekking tot de verschillende dossiers.[8]

Bennett reageert anders op de "brand-ballonnen" uit de Gazastrook dan zijn voorganger. Toen die een achttal branden in velden in Zuid-Israël hadden veroorzaakt liet hij - als een van zijn eerste maatregelen als premier - enkele bombardementen uitvoeren op doelen in de Gazastrook. Deze veroorzaakten weinig schade. Hamas had met een daad gedreigd mocht de Jeruzalem-mars door Oost-Jeruzalem doorgaan. Bennett had toestemming voor de mars gegeven. Duizenden ultranationalisten liepen er op 15 mei in mee, die onder andere "Dood aan de Arabieren" riepen.[9][10]

Dinsdagnacht 6 juli 2021 leed de regering Bennett een nederlaag in de Knesset. Het betrof een debat over de verlenging van de noodwet "Burgerschap en toelating tot het land"[11], die in 2003 tijdens de Tweede Intifada van kracht werd. Toen was er een aanslag gepleegd door een Palestijn van de Westbank die door een huwelijk het Israëlische burgerschap had gekregen en sindsdien moet deze noodwet jaarlijks door de Knesset verlengd worden. Deze wet maakt het onmogelijk voor Israëlische Palestijnen om hun echtegeno(o)t(e) die nog op de Westelijke Jordaanoever of in de Gazastrook woont legaal naar Israël te halen. Dit gebeurt wel illegaal en deze echtparen leven in grote spanning. De stemverhouding was 59-59, met 2 onthoudingen. Linkse Knessetleden (vanwege de aard van de wet) en Likoed en "religieus rechts"(om de regering-Bennett dwars te zitten) stemden tegen verlenging. Bennett had nog via een compromis geprobeerd Knessetleden over de streep te trekken.[12] Hij ging zover om de wet maar voor een half jaar te verlengen en een 1600 Palestijnen, die al met een (Palestijnse) Israëliër zijn getrouwd, zouden een tijdelijke verblijfsvergunning krijgen. Enkele linkse Knessetleden en twee Arabische stemden nu voor en twee Arabische parlementariërs onthielden zich. Bennett had het debat van tevoren met een referendum vergeleken.

Voor het geval Palestijnen nu een aanvraag voor het Israëlisch burgerschap overwegen, de minister van Binnenlandse Zaken Ayelet Shaked heeft al gezegd haar macht te zullen gebruiken deze te blokkeren.[13]

Zondag 11 juli 2021, even na middernacht, kon hij dan eindelijk de ambtswoning aan de Balfourstraat in Jeruzalem betrekken, nadat zijn voorganger deze - na 12 jaar resideren - leeg had opgeleverd. Hij gaat daar vier dagen per week wonen, de rest van de week in Ra'annana met zijn gezin.[14]

Tijdens de 76e sessie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (21-27 september 2021) sprak ook hij de aanwezige lidstaten toe. Er waren nogal wat lege stoelen. Thema's die hij aansneed waren de noodzaak om de polarisatie in de wereld te overwinnen door naar elkaar te luisteren, het belang van kennis en wetenschap, de Corona-pandemie: Israël's pluspunten daarin alsmede het belang zijn land open te houden. Tenslotte sprak hij lange tijd over het grote gevaar van (een nucleair) Iran. Hij noemde Israël een lichtend baken in een duistere omgeving. Hij wijdde geen woord aan de Palestijnse kwestie[15].

COVID-19[bewerken | brontekst bewerken]

Eind juni 2021 werden – met een oprukkende deltavariant - meer dan 100 nieuwe gevallen per dag gemeld. Er moesten binnen weer mondkapjes gedragen worden en de regels om Israël weer binnen te mogen werden weer aangescherpt. Ook riep Bennett het crisiscomité van ministers weer tot leven. Hij wil –zolang het aantal ziekenhuisopnames niet stijgt- de "routine" van de burgers "zo weinig mogelijk onderbreken". Hij riep de jongeren op zich te laten vaccineren.[16]

Op 11 juli 2021 maakte minister van Volksgezondheid Horovitz bekend dat Israël inwoners met een kwetsbare gezondheid een derde vaccinatie met Pfizer/ BioNtech gaat aanbieden. Overwogen wordt of dit ook voor de rest van de bevolking moet gaan gelden.[17] Zondag 1 augustus is Israël begonnen 60plussers die 5 maanden geleden hun tweede vaccinatie hebben gehad deze derde prik te geven. Israël gaat vanaf de late zomer 2021 ook kinderen van 5 tot en met 11 jaar vaccineren die kans lopen op ernstige complicaties na besmetting met het Corona-virus. Ivm toenemende besmettingen met de zeer besmettelijke Deltavariant wordt ook het zg 'Groene Pas'-programma weer ingevoerd. Personen ouder dan 12 jaar moeten, als ze naar plaatsen gaan waar meer dan 100 mensen samen zijn, kunnen aantonen dat ze zijn gevaccineerd, zijn hersteld van een Corona-besmetting of in de afgelopen 72 uur een negatief testresultaat hadden[18].

Premier Bennett sprak later in zijn toespraak tot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september van hetzelfde jaar over het grote succes dat dit 3e Booster-vaccin blijkt te zijn.

Nederzettingen-politiek[bewerken | brontekst bewerken]

Evyatar[bewerken | brontekst bewerken]

Voor deze sinds 2 mei 2021 uit de grond gestampte - volgens internationaal recht illegale - nederzetting van vijftig Israëlische orthodox-joodse families, gelegen op een heuvel geclaimd als een grond van o.a. het Palestijnse dorpje Beita ten zuiden van Nabloes, kwam Bennett 30 juni 2021 met een soort vertrek-en-blijf-compromis. Geconfronteerd met het evacuatiebevel van de Hoge Raad, zullen de bewoners worden geëvacueerd, met uitzondering van een jeshiva en een militaire basis. Bewoners zullen terugkeren als de commissie besluit dat Evyatar zich niet op Palestijns particulier terrein bevindt. In de tussentijd zijn regering samen met de Civiel Bestuur van de Westbank (C-gebied) gaat kijken of er - volgens Israëlische maatstaven - een rechtsgrond is te vinden om het land tot staatsland te verklaren. In de afgelopen maanden zijn vijf Palestijnen werden gedood in gerelateerde confrontaties.[19]

Op het horen van deze oplossing verklaarde Ayelet Shaked, minister van Binnenlandse Zaken, dat het ondertekenen van deze overeenkomst een belangrijke stap vormt voor de kolonistenbeweging in het land Israël. "Deze pioniers laten zien wat zionisme is!" De nederzetting is vernoemd naar Evyatar Borovsky, een kolonist van Yitshar, een andere illegale nederzetting (vlgs I.R.), die in mei 2013 door een Palestijn was gedood. In 2013, 2016 en 2018 werd al – tevergeefs - geprobeerd hier een nederzetting te stichten. Op 2 mei 2021 kwam weer een kolonist om (uit Itamar (illegaal vlgs. I.R.)) en besloot men weer een poging te wagen. In de afgelopen weken[(sinds) wanneer?] hebben honderden[20] Palestijnen uit de omgeving "Nachten van Verwarring" (Nights of Confusion) georganiseerd. Met brandende met petroleum gevulde autobanden(rookontwikkeling), "pipe bombs" (luide knallen) en laserlichtstralen wilde men kolonisten en militairen ook ‘s nachts van hun aanwezigheid laten weten.[21]

Eind september was het aantal door Israël gedode Palestijnse demonstranten opgelopen tot zeven[22]. Begin oktober konden eindelijk Palestijnse landeigenaren weer hun land daar bereiken voor de olijvenoogst . Het Israëlische leger had op 60 m. afstand rond de illegale nederzetting soldaten geposteerd[23].

Buitenland-politiek[bewerken | brontekst bewerken]

Jordanië[bewerken | brontekst bewerken]

Aangezien Jordanië in de greep is van politieke instabiliteit, besluit Bennett de monarchie te versterken, een strategische bondgenoot. Begin juli 2021 bracht hij een bezoek aan koning Abdullah II van Jordanië in zijn paleis in Amman. Hij besluit er meer dan 50 miljoen kubieke meter water aan Jordanië van het meer van Tiberias te verstrekken. Dat land heeft al langere tijd te kampen met droogte en watertekorten o.a. door klimaatverandering. In 2010 verkocht het al 10 miljoen kubieke meter water aan Jordanië en in april 2021 3 miljoen. De beide leiders zouden normale betrekkingen met elkaar nastreven. De overeenkomst zelf werd op 8 juli 2021 getekend. Ook het vredesproces, exportvergroting naar de Palestijnse Gebieden, energie en transport werden besproken.[24]

VS[bewerken | brontekst bewerken]

Op 7 juli 2021 besloot de Israëlische regering de sloop van het huis van Montaser Shalabi uit te stellen, nadat de Amerikaanse regering daarom gevraagd had. Shalabi, zakenman, die ook de Amerikaanse nationaliteit heeft, zou volgens Israël twee maanden geleden een kolonist hebben doodgeschoten bij het Za'atra-checkpoint in Nabloes . De 8e werd het alsnog gesloopt, niet - zoals gebruikelijk met een bulldozer - maar door het op te blazen.[25]

Dezelfde dag nog liet het US State Department weten dat Staatssecretaris Antony Blinken tegenover Israëlische senior officials van zijn bezorgdheid had blijk gegeven over de sloop van een huis van een hele familie. En, zo had hij gezegd: "We zullen dat blijven doen zolang deze praktijken doorgaan".[26].

Op vrijdag 27 augustus was Bennett in Washington voor een top met president Joe Biden . Deze was een dag uitgesteld ivm een terreuraanslag op het vliegveld van Kabul, waarbij 13 Amerikaanse militairen om het leven waren gekomen. Zo kwam het dat Bennett, die de sabbat houdt, eerst zaterdagavond terug naar huis vloog. Het betrof een kennismakingsbezoek. Belangrijkste punt van overeenkomst: Iran mag géén kernwapens ontwikkelen. Biden zei eerst de diplomatie een kans te willen geven. Als die faalt komen andere middelen in zicht. Bennett zei nog eens dat er geen tijd te verliezen was en dat zij samen zouden werken. Biden benadrukte dat de veiligheid van Israël voor hem paramount was en dat hij zou zorgen dat de antiraket-raketten voor Israël's Iron Dome-afweersysteem door de VS zouden worden aangevuld.

Bennett was zeer te spreken over de ontmoeting en hij nodigde Biden uit voor een bezoek aan Israël zodra de Delta-variant onder controle was. Het Palestijnse vraagstuk kwam nauwelijks aan de orde en dan nog in de marge. Volgens Biden was het noodzakelijk de kwaliteit van leven van de Palestijnse bevolking te verbeteren. Privaat herhaalde hij zijn wens om het Amerikaanse consulaat in (Arabisch) Oost-Jeruzalem te heropenen (zodra Bennett zijn begroting door de Knesset had gekregen)[27].

Een kleine week erna kwam de Israëlische minister van Buitenlandse zaken, Yair Lapid (Bennett's politieke partner), met de waarschuwing dat dit laatste geen goed idee zou zijn en de nieuwe Israëlische regering zou kunnen ondermijnen: "Wij weten dat de Amerikanen hier anders naar kijken, maar aangezien dit in Israël is, zijn we er zeker van dat ze zéér oplettend naar ons luisteren!"[28]

Iran[bewerken | brontekst bewerken]

Op zondag 20 juni 2021 waarschuwde hij betrokken landen niet langer met Iran te onderhandelen over een nieuw nucleair akkoord. "Het zijn massamoordenaars!", benadrukte hij. Enkele dagen later gaf hij aan dat zijn regering met de regering-Biden zou samenwerken op het vlak van Iran en de wens van de VS om het Nucleair Akkoord van 2015 met Iran nieuw leven in te blazen. Maar zo nodig zal Israël zichzelf verdedigen. Dat is onze eigen verantwoordelijkheid.[29]

Zondag 1 augustus 2021 reageerde Bennett op de aanval op een olietanker op 29 juli bij Oman , volgens Israël, het Verenigd Koninkrijk en de de VS met een drone . Een Brit en een Roemeen kwamen om. Het schip wordt geëxploiteerd door een Britse rederij, die eigendom is van een Israëlische miljardair. Bennett wees Iran aan als de schuldige: zij wilden een Israëlisch doelwit raken. Iran is een gevaar voor Israël, zei hij, maar ook voor de vrijheid van scheepvaart en voor de wereldhandel. "Wij weten hoe wij op onze eigen manier een boodschap naar Iran moeten sturen."[30]

Premier Bennett stond in zijn toespraak tot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september van hetzelfde jaar weer en langdurig stil bij het grote gevaar van (een nucleair) Iran.

Duitsland[bewerken | brontekst bewerken]

Op 10 oktober 2021 begon Angela Merkel , bondskanselier van Duitsland, voor de 7e en laatste keer tijdens haar ambtsperiode een bezoek aan de staat Israël. Ook nu weer bracht zij een bezoek aan Yad Vashem , zoals zij de zes eerdere keren deed. Tijdens dit hartelijke afscheidsbezoek werden eredoctoraten verleend en was er een bijeenkomst van Duitse en Israëlische economen en zakenlieden. Tijdens de persconferentie aan het eind van de ontmoeting met premier Naftali Bennett zei zij o.a.: De veiligheid van Israël maakt deel uit van ons staatsbelang (Staatsräson). Dit bepaalt het optreden van Duitsland ook al lopen onze meningen over afzonderlijke kwesties uiteen...Duitsland is niet neutraal als het gaat om de veiligheid van Israël... Centraal punt in onze visie is een veilige,Joodse en democratische staat Israël. ...Ook al lijkt het idee van een tweestatenoplossing op dit moment bijna hopeloos, toch moet men daaraan blijven vasthouden en voor ogen blijven houden hoe ook de Palestijnen veilig en in één staat kunnen leven. Bennett nam meteen publiekelijk afstand van haar opmerking over de tweestatenoplossing. Volgens hem betekende deze zeer waarschijnlijk een terreurstaat op 7 minuten van zijn huis. Ik ben een pragmatisch mens. De Palestijnen gaan niet weg en wij gaan niet weg. Ik wil het leven van alle betrokkenen gemakkelijker maken[31]

Politieke opvattingen[bewerken | brontekst bewerken]

Bennett wil dat zo'n 60 procent van de Westelijke Jordaanoever bij Israël wordt ingelijfd. Dit betreft de C-zone waar behalve 350.000 Israëliërs ook (volgens de Verenigde Naties) 150.000 Palestijnen[32] wonen die als gevolg van zijn plan dan het Israëlische staatsburgerschap zouden krijgen. Voor de rest van de Westelijke Jordaanoever is in zijn optiek een beperkte zelfstandigheid weggelegd waar het Israëlische leger de dienst blijft uitmaken, maar niet de idee van een Palestijnse staat. Hij wordt in zijn mening gestaafd door zijn godsdienstige overtuiging op grond waarvan hij meent dat God de Joden de land van Israël heeft beloofd waartoe ook de Westelijke Jordaanoever behoort.

Wat economische problemen aangaat, ziet hij wat betreft aanpak overeenkomsten met de Arbeidspartij. Zijn gedachtegoed lijkt niet alleen aan te slaan bij nationalistische Israëli's met een godsdienstige overtuiging maar ook bij seculiere landgenoten met een nationalistische voorkeur, iets waar hij in zijn campagne ook uitdrukkelijk op mikte door bewust te streven naar een vereniging van alle Joodse Israëli's.

Eind juli 2013 kwam hij als minister in opspraak nadat hij had gezegd dat "hij veel Arabieren vermoord heeft, en daar geen problemen mee heeft", en vervolgens ontkende dit te hebben gezegd.[33]

Als minister van Onderwijs wil hij in Israël de positie van het joodse geloof en de cultuur verstevigen, door dat in het onderwijs verplicht te stellen. Hij krijgt daarbij tegenstand van onder meer dr. Zeev Degani, hoofd van de Gymnasia Herzliya Hogeschool in Tel Aviv.[34]

Bennett en dokter Lubotzky

Begin januari 2017 keurde de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in resolutie 2334 de voortgaande kolonisatie met nederzettingen door Israël op de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem nogmaals af. Bennett reageerde met de woorden "The solution is to do what we did in Jerusalem and the Golan Heights and extend Israel’s sovereignty there" , en kondigde aan een wetsvoorstel in te dienen om zo snel mogelijk de Israëlische nederzetting Ma'ale Adoemim te annexeren als eerste stap naar annexatie van de, in de Oslo-akkoorden zo genoemde, "C-zone" van de Westelijke Jordaanoever: een maximum aan land innemen met een minimum aan Palestijnen.[35]

Op 8 oktober 2018 viel hij Defensieminister Avigdor Liberman aan in een redevoering op het Institute for National Security Studies, die ook op de Israëlische legerradio werd uitgezonden. Volgens Bennett was deze niet hard en niet consequent genoeg in zijn aanpak van Palestijnse terroristen. Hij zou de IDF bevel geven elke Palestijn uit de Gazastrook dood te schieten (to shoot and kill), die illegaal de grens met Israël overstak of die met een vlieger in Israël brand stichtte. Hem werd gevraagd: "Ook als het kinderen zijn?" "Het zijn geen kinderen, het zijn terroristen (...) ik heb de foto's gezien." Liberman heeft 102 huizen van terroristen klaargemaakt voor sloop, maar verder doet hij niets. Volgens Bennett moet elke woning van een terrorist gesloopt worden Ten slotte vroeg hij direct een einde te maken aan de maandelijkse uitkering van 15.000 NIS door de Palestijnse Autoriteit aan de familie van wat hij terroristen noemde. Liberman gaf hem in reactie een sneer en noemde hem zo'n onverantwoordelijke "outpost-jongere" uit Ra'anana ("hilltop youth").[36]

Begin februari 2019 was hij een van de ondertekenaars van een petitie door de Nahala-beweging aan het adres van de (volgende) Israëlische regering, waarin gevraagd wordt héél de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever te koloniseren met twee miljoen joden. Daartoe moet het twee-statenmodel worden losgelaten en de geldende bouwstop buiten de "officiële blokken met nederzettingen" (die de VN als illegaal beschouwd). Het gaat om een plan van Jitschak Sjamier uit de jaren '90 van de vorige eeuw. De Nahala-petitie heeft het over: Het land Israël: één land voor één volk.[37]

In 2015, na de moord op een 16-jarig tienermeisje tijdens de gay pride-parade in Jeruzalem, gaf Bennet - die toen minister van Onderwijs was - het ministerie van Onderwijs de opdracht programma's voor te bereiden om toekomstige aanvallen op de LGBTQ-gemeenschap te voorkomen, waarbij hij zei: "We reageren op deze aanval met acties en niet alleen met praten."[38] Terwijl Bennett zijn steun heeft uitgesproken voor LGBTQ-rechten en zei dat "ze alle burgerrechten verdienen", verklaarde hij eind 2020 dat hij geen plannen had om beleidswijzigingen door te voeren om LGBTQ-mensen te helpen.[39]

Privé[bewerken | brontekst bewerken]

Naftali Bennett is getrouwd en heeft vier kinderen. Heden ten dage is hij niet meer woonachtig op de Westelijke Jordaanoever maar te Ra'anana, een rijke voorstad boven Tel Aviv. Hij heeft twee broers, Asher, een zakenman, en Daniël, die accountant is.

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Naftali Bennett van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.