David Ben-Gurion

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
David Ben-Gurion
דוד בן-גוריון
Ben-Gurion.jpg
1e Minister-president van Israël
14 mei 1948 - 7 december 1953
2 november 1955 - 21 juni 1963
Voorganger -
Moshe Sharett
Opvolger Moshe Sharett
Levi Eshkol
Partij Mapai
Geboorte 16 oktober 1886
Płońsk, Polen
Overlijden 1 december 1973
Ramat Gan, Israël
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Israël

David Ben-Gurion of Ben-Goerion[1] (Hebreeuws: ‏דוד בן גוריון) (Płońsk, 16 oktober 1886Ramat Gan, 1 december 1973) was de eerste premier van Israël.

Levensloop[bewerken]

Ben-Gurion werd geboren als David Grün te Płońsk in Congres-Polen, een deel van het Russische Rijk, en verhuisde - als gedreven zionist - naar Palestina in 1906. Daar werkte hij eerst als journalist en nam zijn Hebreeuwse naam דוד בן-גוריון (Ben-Gurion/Ben-Goerion) "zoon van een jonge leeuw") aan toen hij de politiek in ging.

Hij studeerde rechten samen met Itzhak Ben-Zvi aan de Universiteit van Istanboel.

Ben-Gurion speelde een hoofdrol in de politieke activiteiten van de Zionistische Arbeiders Organisatie in de formatieve jaren oplopend tot de stichting van de staat Israël in 1948. Hij leidde Israël gedurende haar Onafhankelijkheidsoorlog en diende daarna - met een onderbreking van twee jaar tussen 1953 en 1955 - als premier van het land, van 25 januari 1948 tot 1963. In 1953 kondigde Ben-Gurion zijn voornemen aan om met pensioen te gaan en zijn dagen te slijten in de kibboets Sde Boker, in de Israëlische Negev-woestijn. Hoewel hij zijn regeringsverantwoordelijkheid niet geheel neerlegde, woonde hij er toch tot in 1954.

Ben-Gurion was medeoprichter van de Mapai en zo van de Arbeidspartij, die het land in de eerste decennia van zijn bestaan regeerde.

Gedurende zijn jaren in Palestina, voor het ontstaan van Israël, vertegenwoordigde Ben-Gurion de hoofdmoot van het Joodse establishment en stond hij bekend als een gematigde leider met wiens Hagana de Britten vaak zaken deden (voornamelijk om radicalere groeperingen te arresteren die zich tegen hen verzetten). Hij was niettemin betrokken bij een aantal daden van gewelddadig verzet gedurende de korte periode dat de Haganah samenwerkte met de radicalere Irgun van Menachem Begin. Gedurende de eerste weken van het bestaan van Israël werd echter besloten om alle ondergrondse cellen te ontbinden en te vervangen door een enkel, officieel leger. Daartoe gaf Ben-Gurion het bevel om het schip "Altalena" (dat munitie verscheepte voor de Irgun) te bombarderen en tot zinken te brengen. Dat bevel is tot op de dag van vandaag controversieel in Israël.

Ben-Gurion huldigde een tijdlang een opvatting over de autochtone Palestijnse bevolking, die door de Israëlische historicus Shlomo Sand weer is opgediept, namelijk die van het integrationisme. Dit hield in dat de bevolking die de zionisten in Palestina tegenkwamen werd beschouwd als etnische Joden die van hun Joodse wortels waren vervreemd door eeuwen van christelijke en islamitische overheersing en daar opnieuw bewust van moesten worden gemaakt. Ben-Gurion, zelf een seculiere Jood, hoopte dat deze autochtonen zich zouden ontwikkelen tot cultuur-Joden en seculiere Israëlische staatsburgers. Hoelang hij deze opvatting heeft gehuldigd? Op 12 juni 1938 in elk geval verdedigde hij voor het bestuur van het Jewish Agency een andere opvatting. Sprekend over de plaatselijke Arabische bevolking zei hij: "Ik ben voor gedwongen verplaatsing, daarin zie ik niets immoreels"[2]

Tien jaar later leest men - in zijn rapport aan de Mapai-raad van Jeruzalem op de avond van 7 februari 1948 - hoezeer dat standpunt allesbepalend is voor hem: "Wanneer ik nu Jeruzalem binnenkom, voel ik dat ik in een joodse (ivrit) stad ben. Dat gevoel had ik tot nu toe alleen in Tel Aviv of op een agrarisch bedrijf. Het is waar dat niet heel Jeruzalem joods is, maar er is al een groot joods blok in: als je de stad binnenkomt door Lifta en Romena...geen Arabieren. Honderd procent Joden... In veel Arabische buurten in West zie je zelfs niet een Arabier. Ik veronderstel dat dit niet veranderen zal. En wat gebeurd is in Jeruzalem en Haifa - kan gebeuren in grote delen van het land. Als we taai volhouden is het heel goed mogelijk...er zullen zeker aanzienlijke verschuivingen komen in de demografische samenstelling van het land."[3]

Na de zesdaagse oorlog in 1967 en het sterker worden van het religieus zionisme verstomden deze integrationistische stemmen en werden de Palestijnen steeds meer als de 'Arabische' tegenpartij gezien, ondanks de etnische smeltkroes die ze net als de Israëliërs feitelijk vormen.[bron?].

Ben-Gurion stierf in 1973, 87 jaren oud.

Geschriften[bewerken]

David Ben-Gurion hield een dagboek bij, dat natuurlijk een schat aan informatie bevat.

Anderen over Ben-Gurion[bewerken]

Jeshayahu Leibowitz[bewerken]

"Ben-Gurion werd erg kwaad op mij toen ik hem zei dat zijn sterk benadrukken van de Staat noodzakelijk op Fascisme zou uitlopen; maar ik denk dat hij niet begrepen heeft wat ik bedoelde. Hij begreep niet dat men op een Hitler, minstens op een Mussolini aanstuurt, als men de Staat tot de hoogste waarde maakt. Een volk, dat door zijn staat gedefinieerd wordt, kan slechts een volk in de zin van Mussolini zijn - dat wil zeggen: een groep mensen die samen ten oorlog trekken. Ik daarentegen definieer de staat vanuit het volk en niet het volk door de staat."[4]

Time-Magazine[bewerken]

Ben-Gurion werd door Time Magazine uitgeroepen tot een van de 100 mensen die het meest vorm hebben gegeven aan de twintigste eeuw.[5]

Allerlei[bewerken]

Naar de oud-premier is in Israël onder meer de Luchthaven Ben-Gurion en de Ben-Gurion-universiteit vernoemd.

Ben-Gurions graf
Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan David Ben-Gurion.