Apartheid in Zuid-Afrika

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Massamoord in Sharpeville in 1960
Een bord geeft aan in het Engels, Afrikaans en Zoeloe dat dit strand in Durban bedoeld is vir die uitsluitlike gebruik van lede van die blanke rassegroep.

Apartheid in Zuid-Afrika was het officiële systeem van rassensegregatie dat tussen 1948 en 1990 in Zuid-Afrika en Zuidwest-Afrika (het huidige Namibië) in werking was. In Zuidwest-Afrika werd de apartheid officieel ingevoerd door Zuid-Afrika, dat het land tussen 1919 en 1966 officieel bestuurde als mandaatgebied. Ook in enkele andere landen in Zuidelijk Afrika, zoals de Britse kolonie Republiek Rhodesië en de Portugese kolonie Angola, werd een apartheidsbewind gevoerd door een blanke minderheid.

Het woord apartheid evolueerde in het Afrikaans van het oorspronkelijke "het afgezonderd zijn" tot het latere "het afgescheiden zijn op grond van ras" in een politiek systeem. Het woord is in de meeste andere talen onvertaald overgenomen en werd een synoniem voor elke vorm van rassenscheiding. Apartheid hing samen met het systeem van baasskap, de superioriteit van de blanke minderheid.

In het internationaal recht is apartheid als politiek systeem aangemerkt als misdaad tegen de menselijkheid, waarbij het begrip ras is gelijkgesteld met etniciteit.

Etymologie[bewerken | brontekst bewerken]

Het begrip apartheid is synoniem met rassenscheiding en rassensegregatie. In de Middeleeuwen betekende het oorspronkelijk bijzonder of eigenaardig. Begin 20ste eeuw had het ook de betekenis heel bijzonder of buitenissig mooi gekregen en in Zuid-Afrika vóór de invoering van de apartheidspolitiek betekende het "die toestand van afgeskeie of afgezonderd te wees" (het afgezonderd zijn).[1]

Na het opkomen van de apartheid kreeg het de tegenwoordige betekenis van ‘rassensegregatie’ ofwel ‘segregatie op grond van ras’. In die betekenis is het als leenwoord in de meeste andere talen onvertaald overgenomen en werd het een synoniem voor elke vorm van rassenscheiding.

Als verwijzing naar een politiek systeem van apartheid zou het woord voor het eerst zijn gebruikt in 1948 in een verkiezingsmanifest van de (Herenigde) Nasionale Party. Deze partij wilde een gescheiden ontwikkeling van blanken, zwarten, kleurlingen en Indiërs, om de identiteit van elk ras in Zuid-Afrika te verzekeren.[2]

De negatieve bijklank van het Zuid-Afrikaanse begrip apartheid heeft uiteindelijk de oorspronkelijke betekenis verdrongen, hoewel in het Fries het woord apartheid in de oude betekenis van segregatie ("het apart zijn") is behouden.[3] In het Gronings betekent apart net als in het Fries ook bijzonder in de betekenis van eigenaardig.

In de loop der tijd kreeg het begrip apartheid een ruimere betekenis. Het wordt in het Engels bijvoorbeeld ook gebruikt ter verwijzing naar de systematische discriminatie van de Afro-Amerikanen in de Verenigde Staten, het kastensysteem in India of de positie van de vrouw in Saudi-Arabië.[1]

Sinds 2005 wordt het begrip door de BDS-beweging in de betekenis van de vroegere Zuid-Afrikaanse apartheidspolitiek toegepast op Israël, dat door de beweging ervan wordt beschuldigd een vorm van apartheid toe te passen in de Bezette Palestijnse gebieden en in Israël zelf.[4] De VN-commissie "Economic and Social Commission for Western Asia" (ESCWA) concludeerde in 2017, dat Israël een apartheidsregime heeft gevestigd en het Palestijnse volk domineert.[5][6]

In het internationaal recht is apartheid als politiek systeem aangemerkt als misdaad tegen de menselijkheid, waarbij het begrip ras is gelijkgesteld met etniciteit.

Algemeen[bewerken | brontekst bewerken]

Het doel van apartheid was om de blanke dominantie te behouden en het scheiden van de plaatselijke bevolking om dit te bereiken. Met de vaststelling van de apartheidswetten in 1948, werd rassendiscriminatie geïnstitutionaliseerd. Deze wetten beïnvloedden elk aspect van het sociale leven, het verbod op huwelijk tussen blanken en niet-blanken inbegrepen. In 1950 vereiste de Population Registration Act dat alle Zuid-Afrikanen ingedeeld moesten worden in drie categorieën: blank, zwart en gekleurd.

Deze laatste bestond uit de grotere subgroepen als Indiërs en andere Aziaten. Maar sommige Aziaten werden ook onder zwart geplaatst. Ze werden ingedeeld onder deze twee categorieën op basis van hun uiterlijk, sociale aanvaarding en afkomst. Wat betreft de kleine Oost-Aziatische populatie in Zuid-Afrika werd deze een constant dilemma voor de overheid. Chinese Zuid-Afrikanen, die afstamden van werkers die ooit naar Zuid-Afrika zijn geëmigreerd om in de goudmijnen van Johannesburg te werken, in de late negentiende eeuw, werden geplaatst onder Andere Aziaten, dus niet-blank of zwart. Daarentegen werden de immigranten van Japan en Taiwan, die in Zuid-Afrika diplomatieke en economische relaties hadden, gezien als ere-blanke (honorary white) met dezelfde privileges als de categorie van de blanken. Waar elke zwarte, blanke of gekleurde werd geplaatst werd beslist door The Department of Home Affairs.

De apartheid maakte misbruik van het idee van soevereiniteit in eigen kring dat bedacht was door de Nederlandse dominee Abraham Kuyper, om zo het systeem te kunnen onderbouwen.[7]

Oorsprong en geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Voor de apartheid had het racisme in Zuidelijk Afrika al een lange voorgeschiedenis. Tussen het einde van de Tweede Boerenoorlog in 1902 en de Unie van Zuid-Afrika in 1910 werd de basis gelegd voor apartheidssysteem. Er werden inheemse reservaten gecreëerd waarmee de Afrikaanse bevolking uitgesloten werd van Zuid-Afrika zelf, dat echter wel de regels bepaalde in de reservaten. Zo moest het blanke baasskap intact blijven.

De Eerste Wereldoorlog had een trek van de zwarte bevolking naar de steden tot gevolg. Hoewel dit aanvankelijk tot meer zelfbewustzijn en protest leidde onder de zwarte bevolking, bracht dit niet meer begrip bij de blanke bevolking of macht bij de zwarte bevolking. Vlak voor de oorlog werd het met de Wet op Naturellengrond verboden om land te verkopen tussen blanken en niet-blanken. De pasjeswetgeving beperkte de bewegingsvrijheid van de zwarte bevolking, vooral na de invoering van de Naturellen (Stadsgebiede) Wet van 1923. In Oranje Vrijstaat, Transvaal en Zuidwest-Afrika was het kiesrecht beperkt tot blanke mannen. In de Kaapprovincie gold het kiesrecht via de Cape Qualified Franchise onder bepaalde voorwaarden aanvankelijk voor alle mannen. In 1930 werden met de Women's Enfranchisement Act ook blanke vrouwen toegelaten en in het jaar daarop werden met de Franchise Laws Amendment Act de bezits- en opleidingseisen weggenomen voor blanken. Daarmee nam het relatieve aandeel voor niet-blanken af tot deze in 1936 met de Naturelle-Verteenwoordigings-Wet helemaal van de gewone kieslijst verdwenen en sindsdien vertegenwoordigd werden door drie blanke leden. Blanke arbeiders werden beschermd tegen goedkope arbeid, zoals met de Kleurslagboomwet van 1924.

De gruwelen van de Tweede Wereldoorlog hadden de excessen van genocide, eugenetica en segregatie van openlijk racistische regimes voor lange tijd onaanvaardbaar gemaakt in de wereldwijde publieke opinie, maar Zuid-Afrika was een van de weinige landen waar deze universalistische tendens geen navolging kreeg. Hier behaalden de Herenigde Nasionale Party en de Afrikaner Party in de verkiezingen van 1948 de macht, wat het begin van het apartheidsregime markeerde. Wel werd het antisemitisme van voor de oorlog niet meer benadrukt. Het swart gevaar was het centrale thema van de verkiezingen geweest en blanke joden vielen daarbuiten. Ook werd toenadering gezocht tot de nieuwe staat Israël, beiden landen die probeerden geen partij te worden in de Koude Oorlog, daarmee het begin markerend van de Israëlisch-Zuid-Afrikaanse betrekkingen. Met de dekolonisatie groeide het aantal Afrikaanse landen dat protesteerde tegen het apartheidsbeleid, maar waar ook communistische invloeden gevreesd werden. Van dat vermeende rooi gevaar werd gebruikgemaakt om stilzwijgende internationale steun te behouden. De heersende mentaliteit bleek uit de woorden van de latere premier Hans Strijdom die in 1948 in het Parlement van Zuid-Afrika vanuit de oppositie een reactie gaf op de relatief liberale minister Jan Hofmeyr:

The Hon. Minister of Mines rejects with contempt the principles of the white mans domination. He dismisses with scorn the herrenvolk idea. [...] Are we ruling South Africa as a result of his stupid leadership idea? No, we are ruling South Africa today because the legislation placed the power in our hands and not in the hands of his friends. [...] But he does not want to rule the country by power.
Our policy is that the Europeans must stand their ground and must remain baas in South Africa. If we reject the herrenvolk idea and the principle that the white man can remain baas, if the franchise is to be extended to the non-Europeans, and if the non-Europeans are given representation and the vote and the non-Europeans are developed on the same basis as the Europeans, how can the Europeans remain baas? Our view is that in every sphere the European must retain the right to rule the country and to keep it white man’s country.[8]

Volgens Eric Louw zou premier Smuts kampen met:

a somewhat exaggerated idea of the interest taken in our affairs by people in other countries and he certainly has, if I may say so, an exaggerated idea of world opinion, as represented by U.N.O. Are we to be dictated to by world opinion as to how we should run our own country? And may I ask, why this cringing attitude? Have we not recently annexed two Islands and played the part of a Great Power? Why then this cringing attitude towards world opinion? Let us look to our own affairs, and not worry about world opinion.[8]

De belangrijkste architect van de apartheid, de latere premier Hendrik Verwoerd, onthield zich van dergelijke onomwonden uitspraken en omkleedde het eigenbelang met filosofische en theologische rechtvaardigingen. Al snel werden een reeks van apartheidswetten ingevoerd, zoals de Wet op verbod van gemengde huwelijken, de Ontuchtwet, de Wet op bevolkingsregistratie, de Groepsgebiedenwet, de Wet op Aparte Vertegenwoordiging van Kiezers, de Wet op Bantoe-onderwijs en de Wet op aparte gerieven. Met de Wet op Bantoe-overheden en de Wet op de Bevordering van Bantoe-zelfbestuur werd begonnen met de vorming van thuislanden die formeel onafhankelijk zouden zijn, iets waar de internationale gemeenschap niet in meeging. Zo werd de meest gesegregeerde samenleving tot dan toe gecreëerd, waarbij in toenemende mate cultureel essentialisme als rechtvaardiging werd gebruikt. Dit was gebaseerd op het romantisch nationalisme, maar zonder de Duitse nadruk op de biologische aspecten. Het idee was daarbij dat elk volk tot volle wasdom zou kunnen komen door niet met andere volken te mengen om verbastering te voorkomen. Aan het begin van de jaren 1960 werd het plan van de Grote Apartheid in werking gesteld, met de nadruk op territoriale afzondering en politionele onderdrukking.

Het einde van de Koude Oorlog betekende ook het einde van de niche die Zuid-Afrika gebruikte om apartheid in stand te kunnen houden. De internationale antiapartheidsbeweging isoleerde het land steeds meer, terwijl na de succesvolle jaren 1960 de economische groei stagneerde doordat het de zwarte bevolking aan inkomsten ontbrak. Uiteindelijk werd in 1990 Nelson Mandela na 27 jaar gevangenschap vrijgelaten uit de Victor Verstergevangenis en begonnen de onderhandelingen om een einde te maken aan de apartheid. In 1994 werd de apartheid formeel opgeheven en werden de eerste multiraciale verkiezingen gehouden. Daarmee kwam het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) aan de macht, waarna Mandela president werd.

Religieuze rechtvaardiging[bewerken | brontekst bewerken]

Vanuit de Nederduitse Gereformeerde Kerk werd apartheid verdedigd met een beroep op God als Hammabdil of Skeidingmaker na de toren van Babel. Daarbij baseerde onder meer Totius zich in 1944 op het idee van soevereiniteit in eigen kring van Abraham Kuyper:[9]

Ek begin met die eerste bladsy van die Skrif. God sal ‘n kosmos skep, ‘n skone eenheid. Hoe tree Hy op? As Hammabdil, d.w.s. as Skeidingmaker. [...]
Die volke moet hulleself dus handhaaf, en dit teenoor die Babiloniese gees van eenmaking. [...]
Slawerny is, dank aan God, afgeskaf. Dit was ‘n gruwel. Hier het die Christelike beginsel deurgewerk. Desondanks bly daar egter ‘n onderhorigheid, ‘n sosiale gesag, ‘n verskeidenheid van staat (status). Ten opsigte van die naturelle spreek ons meer van die Christelike voogdyskap oor hulle.[10]
Jann Turner in 1997 met Eugene de Kock, de verantwoordelijke voor de dood van haar vader Rick Turner

Deze theologische uitleg rechtvaardigde een hiërarchisch racisme. Afrikaners zouden een uitverkoren volk zijn. Er werden aparte kerken voor niet-blanken opgericht onder voogdij van blanken. In Nederland werd dit standpunt lang verdedigd door onder meer de Gereformeerde Bond, de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Christelijke Gereformeerde Kerken, terwijl de Nederlandse Hervormde Kerk en vooral de Gereformeerde Kerken in Nederland juist vroege tegenstanders waren. De Bob Jones University in de Verenigde Staten gebruikte het argument van de toren van Babel om tot 2000 gemengde relaties te verbieden.

Regelingen[bewerken | brontekst bewerken]

Onder deze apartheid werden zwarten de laagst betaalde banen aangeboden. Daarnaast kregen ze allemaal aparte gebieden toegewezen, waar ze als buitenlanders werden behandeld. Ze hadden niet het recht om zomaar over hun land te trekken, daarom kregen ze een soort paspoort met daarop hun foto en vingerafdruk en hadden ze toestemming nodig van de overheid voor ze de blanke regio’s mochten binnenkomen, waar ze niet langer mochten blijven dan 72 uur. Ondanks het feit dat de blanken slechts 14% deel uitmaakten van de totale bevolking van Zuid-Afrika, bezaten ze toch 86% van het land. De gemiddelde Zuid-Afrikaanse blanke verdiende 8 keer meer dan de gemiddelde zwarte.

Grote en kleine apartheid[bewerken | brontekst bewerken]

De apartheid kon worden onderscheiden in de zogenaamde grote en kleine apartheid. De kleine apartheid was het bekendst en omvatte de raciale segregatie binnen woongemeenschappen. Middels een groot pakket aan wetten werden zwarten en blanken gedwongen gescheiden van elkaar te leven, waarbij de beste voorzieningen uiteindelijk aan de economisch sterkere blanken toevielen. De grote apartheid omvatte het beleid om bepaalde delen van het land aan rassen toe te wijzen en ze vervolgens onafhankelijk te maken. Ook hier werden de blanken in praktijk bevoordeeld. Het leidde tot van staatswege gescheiden leefgebieden van blanken enerzijds en zwarten anderzijds.

De grote apartheid[bewerken | brontekst bewerken]

Er werden tien zelfstandige gebiedsdelen voor de zwarte bevolking ingesteld, de thuislanden. Vier van deze thuislanden, Bophuthatswana, Ciskei, Transkei en Venda, werden door Zuid-Afrika als onafhankelijke staten beschouwd, maar door geen enkel ander land behalve Zuidwest-Afrika (toenmalig Namibië) erkend. Al in 1913 werd de Wet op Naturellengrond aangenomen, die overdracht van grond tussen blanken en niet-blanken verbood en de creatie van thuislanden voorbereidde.

De thuislanden omvatten slechts 13% van het totale landoppervlak van Zuid-Afrika, terwijl ze geacht werden uiteindelijk de gehele (snelgroeiende) zwarte stammen en volken van het land te huisvesten. Bovendien had de regering de gebieden met economisch potentieel (landbouw, mijnbouw) aan de blanken toegewezen. De thuislanden waren meestal dorre heuvelachtige stukken land, die ook meestal territoriaal geen eenheid vormden. Ze hadden vaak geen eigen industrie of andere significante werkgelegenheid of middelen van bestaan. Dit was een doelbewuste keuze van het Apartheidsregime die zo hoopte op goedkoop werkvolk voor de vele boerderijen en goud- en steenkoolmijnen.

De zwarten werd hun Zuid-Afrikaans staatsburgerschap ontnomen en ze werden staatsburgers van een van de thuislanden, ook als ze daar niet woonden. De meesten wilden dit ook niet wegens de slechte werkgelegenheid.

De kleine apartheid[bewerken | brontekst bewerken]

Het apartheidsbeleid werd ingevoerd met officiële wetten, zoals de wet op verbod van gemengde huwelijken. Deze wetten verboden onder meer dat mensen van verschillende rassen konden trouwen zodat het ras zuiver gehouden kon worden. Er was ook een wet voor het gebruik van vervoer en het binnentreden van gebouwen en/of openbare gelegenheden, namelijk de wet op aparte gerieven en zorgde ervoor dat zwarten op een apart strand moesten zwemmen, en de achterdeur van banken en winkels moesten gebruiken. Het was ook niet toegestaan voor een blanke man om een zwarte vrouw alleen naar huis te brengen, een man moest zijn vrouw, of een vriend meenemen, anders kon diegene worden aangehouden en worden bestraft.

Hier volgen enkele apartheidswetten:

Het raciale planningsraamwerk waarbinnen de apartheid werd uitgevoerd door opeenvolgende kabinetten kan worden gekenschetst door een toespraak van Verwoerd uit mei 1952 als minister van Naturellen Zaken tot het Zuid-Afrikaanse parlement, waarin hij onder andere de volgende punten aanvoerde:

  • Elke stad, vooral industriële steden, moest één bijbehorende zwarte township (stadswijk) hebben;
  • Townships moesten groot zijn en moeten zo worden geplaatst dat ze zich kunnen uitbreiden zonder over te lopen in een ander raciaal groepgebied;
  • Townships moesten op een adequate afstand van blanke gebieden worden geplaatst;
  • Zwarte townships zouden moeten worden gescheiden van blanke gebieden door een gebied met industriële gebieden, waar zich industrieën bevinden of zijn gepland;
  • Townships zouden zich op een eenvoudige vervoersafstand van een stad moeten bevinden, het liefst door spoor- en niet door wegtransport;
  • Alle raciale groepgebieden zouden zo moeten worden geplaatst dat ze toegang bieden tot de gezamenlijke industriegebieden en het zakendistrict (CBD) zonder dat het reizen door het groepgebied van een ander ras nodig is;
  • Er zouden geschikte open-buffergebieden rond de zwarte township moeten zijn, waarvan de breedte zou moeten afhangen van of de grens wel of niet tegen dicht- of dunbevolkte blanke gebieden aan ligt;
  • Townships zouden zich op een aanzienlijke afstand van hoofd- en meer specifiek nationale wegen moeten bevinden, waarvan het gebruik voor lokaal transport (althans door veelal armere zwarten) zou moeten worden ontmoedigd;
  • Bestaande verkeerd gesitueerde gebieden zouden moeten worden verplaatst (zie oa. District 6 in Kaapstad);
  • Iedereen wil zijn huishoudbedienden en arbeiders behouden, maar niemand wil een locatie voor inheemsen in de buurt van zijn eigen - aan blanken of kleurlingen voorbehouden - buitenwijk.[11])

Internationale betrekkingen[bewerken | brontekst bewerken]

Toen India in 1947 onafhankelijk werd en binnen het Gemenebest bleef, besloot Hendrik Verwoerd de onafhankelijkheid van Zuid-Afrika binnen het Gemenebest aan te vragen. De aanvraag werd verworpen met als argument dat het systeem van rassensegregatie geen gewenste regeringsvorm was. Het apartheidssysteem kreeg enorm veel kritiek, vooral van het Indiase lid van het Gemenebest. Ook Canada was fel tegenstander van het systeem. Uiteindelijk leidde juist deze kritiek tot de onafhankelijkheid van Zuid-Afrika, zonder dat het lid bleef van het Gemenebest. Zuid-Afrika werd als gevolg van zijn rassenbeleid ook uit vele internationale organisaties verbannen.

Internationale boycot[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Boycot van de apartheid in Zuid-Afrika voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vanaf 1960 kreeg Zuid-Afrika te maken met een internationale boycot, zowel op het gebied van diplomatieke betrekkingen, als economisch, cultureel en academisch, later aangevuld met een wapenembargo. De boycots duurden deels tot in 1994.

Heden[bewerken | brontekst bewerken]

Alhoewel in Zuid-Afrika apartheid officieel ten einde is gekomen bestaat er bij verschillende mensen nog steeds een gevoel van minachting ten opzichte van bevolking met een andere herkomst of uiterlijke kenmerken.

Het percentage van gemengde huwelijken in Zuid-Afrika is nog steeds erg laag en de maatschappelijke acceptatie is niet te vergelijken met die in Europa.

Zuid-Afrika heeft geprobeerd met een als Black Economic Empowerment betitelde wetgeving meer kansen voor zwarte werknemers te creëren ten koste van blanken, die nog onevenredig vertegenwoordigd waren in met name de betere banen. Deze vorm van positieve discriminatie werd echter zwaar bekritiseerd door o.a. Desmond Tutu en Mangosuthu Buthelezi. De regeling zou tot een brain drain van hoogopgeleide blanken leiden. Bovendien zouden bedrijven gedwongen worden om kandidaten op ras te selecteren en zou geschiktheid voor de positie op de tweede plaats komen. Uiteindelijk zou het netto effect zijn dat slechts een kleine groep zwarten daadwerkelijk voordeel van de regeling zou hebben, waardoor mogelijk uiteindelijk louter de blanke elite uit de Apartheid zou worden vervangen door een elite van blanke achterblijvers en zwarte nieuwkomers.

In 1976 trad het Internationaal Verdrag inzake de beteugeling en bestraffing van de misdaad apartheid (1973) in werking. Dit verdrag bepaalde in artikel I dat apartheid een misdrijf tegen de menselijkheid was en gaf in artikel II een uitgebreide definitie van dit misdrijf.[12][13] Bij de totstandkoming van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof werd apartheid ook toegevoegd als misdrijf tegen de menselijkheid.[14]

Tijdlijn van de apartheid[bewerken | brontekst bewerken]

Tot 1948 (aanloop tot de apartheid)[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1652 - Jan van Riebeeck landt op Kaap de Goede Hoop; huwelijken tussen de lokale niet-blanke bewoners en de nieuwe immigranten worden getolereerd en gelegaliseerd onder het bewind van de VOC.
  • 1809 - Drie jaar na de tweede Britse overname onder het beleid van gouverneur Caledon zijn er pasjeswetten die de Khoisan verbieden buiten de hun toegewezen gebieden te verhuizen zonder schriftelijke toestemming.
  • 1828 - De pasjeswetten die de Khoisan beïnvloeden worden afgeschaft.
  • 1865 - Sir Theophilus Shepstone stelt dat zwarte mensen in Natal niet mogen stemmen.
  • 1891 - De Oranje Vrijstaat verbiedt mensen van Aziatische afkomst om in de republiek te wonen [6]
  • 1894 - Cecil John Rhodes voorkomt dat gekleurde Krom Hendriks deelneemt aan een cricket-tour van het Kaapse team naar Engeland.
  • 1902 - Het Verdrag van Vereeniging kondigt het einde van de Tweede Onafhankelijkheidsoorlog aan.
  • 1903 - Alfred Milner richt Sanac op ("South African Native Affairs Commission").
  • 1905 - De bevindingen van Sanac worden gepubliceerd. Academici zien het als een blauwdruk voor op rassen gebaseerde segregatie (1910-1948) en apartheid (tot 1990).
  • 1905 - Alfred Milner introduceert verplichte segregatie voor Kaapse scholen.
  • 1907 - De South Africa Act, die door het Britse parlement wordt geratificeerd na besprekingen tussen de twee voormalige koloniën en twee voormalige Boerenrepublieken, bepaalt dat alleen personen van Europese afkomst in het parlement kunnen worden gekozen.
  • 1910 - De Unie van Zuid-Afrika ontstaat.
  • 1913 - De Natives Land Act van 1913 wordt ingevoerd, grondeigendom is voor niet-blanken verboden.

1948-1986 (hoofdperiode van de apartheid)[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1948 - De Nationale Partij komt aan de macht.
  • 1949 - Wet op het verbod op gemengde huwelijken , aparte wachtrijen bij blanke en niet-blanke postkantoren.
  • 1950 - Bevolkingsregistratie , groepsgebieden , onderdrukking van het communisme en immoraliteitswetten geïntroduceerd.
  • 1951 - Separate Representation of Kiezers Act, Bantu Authorities Act.
  • 1953 - Afzonderlijke voorzieningenwet geïntroduceerd.
  • 1954 - De Tomlinson-commissie dient het Tomlinson-rapport in waarin wordt aanbevolen afzonderlijke ontwikkeling als nationaal beleid te aanvaarden. In het rapport wordt aanbevolen om de komende tien jaar meer dan R200 miljoen (Rand) te investeren in de ontwikkeling van zwarte gebieden. De Native Relocation Act wordt geaccepteerd.
  • 1955 - 25 en 26 juni: 2884 afgevaardigden wonen het Congres van het Volk bij in Kliptown waarin de Group Areas Development Act wordt aanvaard.
  • 1956 - Apartheid gold voor busdiensten. Native (Verbod van Interdicts) Act wordt geaccepteerd
  • 1959 - Bantu Investment Corporation Act
  • 1960 - 69 zwarten worden doodgeschoten en 180 gewonden tijdens het Sharpeville-incident
  • 1961 - Wet op de gekleurde Commonwealth Reserves, Conservation Act op de gekleurde gebieden, de Urban Bantu Laws Act. [7]
  • 1966 - District Six in Kaapstad wordt tot wit gebied verklaard. Ongeveer 150.000 andere mensen verhuizen ergens anders.
  • 1976 - De schoolopstand van 1976 werd gewelddadig toen de politie traangas en honden gebruikte tegen schoolkinderen die ruzie maakten tegen het Afrikaans als instructiemiddel op zwarte scholen. Veel kinderen, waaronder Hector Petersen , zijn door de politie doodgeschoten.
  • 1977 - De Theron-commissie stelt vast dat het Westminster-systeem een belemmering vormt voor goed bestuur in een multiculturele en pluralistische samenleving als Zuid-Afrika en doet constitutionele aanbevelingen.
  • 1984 - Na de 'Ja'-stemming in een referendum onder blanke kiezers, wordt een nieuwe grondwet en het tri-camerale parlement opgesteld.
  • 1985 - Nadat de rellen die in september 1984 uitbraken niet onder controle zijn, werd in juli 1985 de Eerste Noodsituatie aangekondigd .
  • 1986 - In juni wordt een nieuwe noodtoestand aangekondigd, die strikte beperkingen oplegt aan de media . Jonge zwarte mensen die bekend staan als de kameraden beginnen andere zwarte mensen te vermoorden die ervan verdacht worden samen te werken met de apartheidsregering of die niet willen meedoen aan de strijd ertegen.

1987-1994 (einde van de apartheid)[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1987 - Een groep gematigde Afrikaans- sprekers ontmoet ANC- leiders tijdens de Dakar-top .
  • 1990 - Op 2 februari kondigde president F.W. de Klerk zei bij de opening van het parlement dat het ANC en andere fracties worden beperkt en dat Nelson Mandela wordt vrijgelaten.
  • 1990 - Op 11 februari wordt de anti-apartheidsstrijder Nelson Mandela , die 27 jaar is vastgehouden als politiek gevangene, vrijgelaten uit de Victor Verster-gevangenis in Paarl , Zuid-Afrika .
  • 1991 - De KODESA- gesprekken beginnen op 20 december .
  • 1992 - Blanke Zuid-Afrikanen stemmen op 18 maart over een controversieel referendum met een overweldigende meerderheid (68,6%) voor langdurige besprekingen over de oprichting van een volwaardige democratie in Zuid-Afrika.
  • 1994 - Eerste niet-raciale, democratische verkiezingen. Het ANC is aan de macht. Zuid-Afrika wordt het enige land ter wereld waar wetgeving zoals positieve actie ten gunste van de meerderheid wordt gesteld. De raciale classificatie gaat door met het resulterende nadeel van bepaalde raciale groepen.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Brian Lapping, De geschiedenis van de apartheid, vert. Lieneke Notenboom-Kronemeijer, 1986
  • Allister Sparks, De kust van de goede hoop. De geschiedenis van Zuid-Afrika, 1990
  • Mark Heirman, Zuid-Afrika. Opkomst en afscheid van de apartheid, 1990, 62 p.
  • William Beinart en Saul Dubow (eds.), Segregation and Apartheid in Twentieth-Century South-Africa, 1995
  • A.J. Christopher, The Atlas of Changing South Africa, 2001. ISBN 0415211786
  • S.W. Couwenberg (red.), Apartheid, anti-apartheid, post-apartheid. Terugblik en evaluatie, 2008
  • Ena Jansen, Bijna familie. De huishoudster in het Zuid-Afrikaanse gezin, vert. Riet de Jong-Goossens, 2016
  • Hermann Giliomee, The Last Afrikaner Leaders. A Supreme Test of Power, 2017

Weblinks[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Apartheid van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.