Christelijke Gereformeerde Kerken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Christelijke Gereformeerde Kerken
Bethelkerk te Sliedrecht
Bethelkerk te Sliedrecht
Indeling
Hoofdstroming Protestantisme
Richting Gereformeerd calvinisme
Voortgekomen uit Samenvoeging van Chr. afgesch. gemeenten en Geref. Kerken o/h Kruis in 1869
Afsplitsingen 1892: Op drie gemeenten na samengevoegd met de Dolerenden tot de Gereformeerde Kerken in Ned.
1952: Chr. Gereformeerde Gemeenten (in Ned.)
Aard
Locatie 182 kerken in Nederland (2016)[1]
Aantal leden 72.562 (1 januari 2017)[2]
Karakter Zowel bevindelijk als orthodox
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Protestantisme

Titelpagina Statenvertaling

in Nederland

..Stromingen

Lutheranisme
Lutheranisme
Vrijzinnig-Protestantisme
Vrijzinnig protestantisme
Midden-orthodoxie
Protestantse Kerk in Nederland
Modern-Gereformeerd
Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland
Orthodox Protestantisme
Calvinisme
Gereformeerd protestantisme
Orthodox-protestantisme
Orthodox Gereformeerd
Orthodox-gereformeerden
Bevindelijk Gereformeerden
Bevindelijk gereformeerden
Evangelisch
Evangelisch Christendom

Aantal CGK-leden per bestuurlijke gemeente in 2008
Het voormalige christelijk-gereformeerde kerkje van Lutjegast

De Christelijke Gereformeerde Kerken vormen een kerkgenootschap binnen het protestantisme in Nederland, bestaande uit circa 180 plaatselijke gemeenten. Per 1 januari 2017 had de CGK 72.562 leden.[2]

Geschiedenis[bewerken]

Ontstaan van de verschillende stromingen in Nederland
Ontstaansgeschiedenis van kerken in Nederland
1rightarrow blue.svg Zie ook Protestantisme in Nederland

De Christelijke Gereformeerde Kerken zijn ontstaan in 1892 als een voortzetting van de Christelijke Gereformeerde Kerk die in 1869 ontstond uit de vereniging van twee kerkelijke groeperingen ontstaan uit de Afscheiding van 1834, namelijk de Christelijke afgescheiden gemeenten en de Gereformeerde Kerken onder het Kruis. Toen vrijwel de gehele Christelijke Gereformeerde Kerk van 1869 in 1892 opnieuw fuseerde met de Nederduitse Gereformeerde Kerk (Dolerende) tot de Gereformeerde Kerken in Nederland waren er slechts drie gemeenten die de Christelijke Gereformeerde Kerk wilden voortzetten.

Het waren de predikanten F.P.L.C. van Lingen (1832-1913) (bekend als bewerker van de Dächsel Bijbelverklaring) en J. Wisse (1843-1921) die de voornaamste woordvoerders waren in de kring van bezwaarden tegen een vereniging met de kerken voortgekomen uit de Doleantie onder leiding van Dr. A. Kuyper.

De bezwaren van Van Lingen en Wisse[bewerken]

1. De leer van de veronderstelde wedergeboorte die door dr. A. Kuyper werd voorgestaan, door zijn catechismusverklaring werd uitgedragen in de gemeenten, en op de Theologische School onder theologische studenten onderwezen. Volgens Kuyper is de kerk een vergadering van gelovigen op grond van predestinatie (uitverkiezing) en wedergeboorte. De veronderstelling dat men wedergeboren is, is de grond voor de kinderdoop. Nadruk behoort niet te liggen op het individu, maar op het verbond dat God met de mens in de lijn van de geslachten sluit.

De predikanten Van Lingen en Wisse vonden deze leer gevaarlijk voor het kerkelijk leven. Zij riepen op tot 'onderscheidenlijke prediking'. Hierbij wordt de gemeente in de prediking niet aangesproken als 'gelovigen', en/of 'broeders en zusters', maar in termen als 'bekeerden' en 'onbekeerden' etc.

Drong dr. A. Kuyper in zijn preken nog aan op de noodzaak van zelfonderzoek (hij hield staande dat niet allen daadwerkelijk wedergeboren waren), bij zijn volgelingen bleef dit element steeds meer achterwege.

2. De beginselen van de Afscheiding van 1834 en de doleantie van 1886 zijn fundamenteel met elkaar in strijd. De intentie van de afscheiding van 1834 lag volgens hen in het geloof, het hervormde kerkgenootschap - zoals ontstaan in 1816 door toedoen van koning Willem I - verlaten, ziende op Gods gebod, blind voor de toekomst (men wilde geen strijd om de kerkelijke goederen) en terugkeer tot de Gereformeerde Kerk van de Reformatie. In de visie van de afgescheidenen werd de Hervormde Kerk als een 'valse' kerk bestempeld vanwege de leervrijheid.

De doleantie-beweging daarentegen was sterk geregisseerd door dr. A. Kuyper, waarbij juist wel felle strijd gevoerd werd om het behoud van de kerkelijke goederen.

3. Kerkrechterlijke bezwaren: de plaatselijke gemeenten waren onvoldoende betrokken in het verenigingsproces, wat men in strijd achtte met het presbyteriale kerkrecht. Daarin zijn de plaatselijke gemeenten tot op zekere hoogte autonoom.

Periode 1892 - 1953[bewerken]

Op de eerste synode, in 1893, waren er reeds acht gemeenten vertegenwoordigd. In 1894 kon er een theologische school worden geopend, die in eerste instantie in Rijswijk gevestigd was en vanaf 1919 in Apeldoorn.

De Christelijke Gereformeerde Kerk profileerde zich naast de Gereformeerde Kerken voornamelijk in haar 'doorstartperiode' als 'bevindelijk-gereformeerd' (getuige ook de vooroorlogse jaargangen van de Prekenserie 'Uit de Levensbron') maar wel met de nodige aandacht voor gedegen en verantwoorde theologie.

In 1933 benadrukte Prof. Leendert Huibert van der Meiden het belang van een 'Schriftuurlijk-bevindelijke prediking'. Hij beklemtoonde "dat men niet alleen moet preken wat Christus voor de Zijnen deed, maar ook wat Hij door Woord en Geest in hun harten werkt", een zinsnede die uit de Institutie van Calvijn te herleiden is.

Ook bij Prof. Willem Kremer (1896-1985) zijn deze noties terug te vinden in de bundel 'Priesterlijke Prediking'. In 1954 zei Kremer "dat de terechte kritiek op veel prediking is, niet dat ze te weinig exegetisch, te weinig dogmatisch, zelfs niet te weinig actueel is, maar dat zij te weinig geestelijk is". "We mogen in de prediking de gemeente niet benaderen vanuit een bepaald vooringenomen standpunt. Als zouden bijvoorbeeld alle gedoopten automatisch delen in het heil. Of als zouden allen (vanuit de gedachte van de 'alverzoening') eenmaal wel zalig worden. Het Woord moet beslag leggen met Zijn beloften en eisen. Er mag niet vrijblijvend voor toeschouwers gepreekt worden. We worden eenzijdig waar we óf alleen maar de soevereiniteit van God prediken in Zijn uitdeling van het heil en waar de verantwoordelijkheid van de hoorder wordt verzwegen óf waar alleen de verantwoordelijkheid wordt gepreekt en het lijkt alsof de mens het heil binnen eigen bereik heeft en er voor het werk van de Heilige Geest in ons geen plaats en noodzaak meer lijkt te zijn".

Wel waren binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken vanaf het beginstadium verschillende 'stromingen' waar te nemen, (overigens ook al vanouds onder de afgescheidenen: De Cock vs. Scholte) met aan de ene zijde P.J.M. de Bruin (1868-1942) en aan de andere kant J.J. Van der Schuit (1882-1965).

Na de Tweede Wereldoorlog is deze scheidslijn steeds helderder geworden in een stroming die zich in de richting bewoog van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt en een stroming die verwant bleef aan de rechterflank van de Gereformeerde Gezindte: de Gereformeerde Gemeenten, Gereformeerde Bond etc.

Na W.O. II werd de roep om zich losser te maken van het CGK verleden sterker. De prediking die als vanouds gestempeld werd door 'bevinding', 'nadruk op noodzaak ellende kennis, ‘standen in het geestelijke leven’ (in de preken aangeduid als ‘bekommerden’, ‘meer verzekerden’ etc.). Velen komen echter niet tot ‘heilszekerheid’ en daarom moest meer nadruk gelegd worden op 'verbond', 'belofteprediking' en daarmee zekerheid van het geloof.

Deze koerswisseling verklaart de steeds grotere sympathie die ontstond voor de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt en aanverwante kerken, waar vanouds vooral verbondsmatig gepreekt wordt en niet zozeer ‘bevindelijk’.

Mede hierdoor hebben de Christelijke Gereformeerde Kerken door de jaren heen nogal te maken gehad met predikanten of gemeenten die zich losmaakten en over gingen naar andere (meer bevindelijke) kerkverbanden.

Andersom echter, was het juist ds. R. Kok (1890-1982) die zich met zijn gemeente aansloot bij de Christelijke Gereformeerde Kerken (1956), nadat hij geschorst was in 1950 als predikant in de Gereformeerde Gemeenten vanwege 'vereenzelviging van de beloften van het evangelie en het aanbod van genade'.

De kanselboodschap van 1953[bewerken]

In 1953 kwam het zover dat er een 'kanselboodschap' werd uitgegeven op aandrang van Prof. Gerard Wisse, om te voorkomen dat er meer 'bevindelijke' predikanten zouden vertrekken. Aan de bezwaren van enkele predikanten en gemeenten die heengingen en een kritisch rapport van de classis Dordrecht werd hiermee tegemoet gekomen.

De kanselboodschap die in alle Christelijke Gereformeerde Kerken werd voorgelezen, was gericht aan alle predikanten, hoogleraren, ouderlingen, jeugdleiders, gemeenteleden en riep op: "in de prediking te blijven benadrukken: Dat zalig worden een wonder blijft, en de noodzakelijkheid van wedergeboorte door de Heilige Geest niet uit het oog mag worden verloren. Nodig is dat wij in de bevindelijke weg leren, dat wij God kwijt zijn, en van nature in een verbroken werkverbond liggen, dood door de misdaden en de zonden, en wij alleen door een oprecht geloof Christus en al Zijn weldaden deelachtig kunnen worden".

Periode 1953 - heden[bewerken]

De uitwerking van de kanselboodschap is evenwel beperkt gebleven, want anno 2017 kenmerken de Christelijke Gereformeerde Kerken zich door een nog veel grotere verscheidenheid op het gebied van levensstijl en theologie dan in de jaren vijftig.

Door een bezorgde groep predikanten werd - ook om te voorkomen dat nog meer 'behoudende' predikanten het kerkverband zouden verlaten, in 1966 de Stichting Bewaar het Pand opgericht. De 'panders' willen vast houden aan de oorspronkelijke CGK prediking en men handhaaft het gebruik van de Statenvertaling zoals die meest recent is uitgegeven door de Gereformeerde Bijbelstichting. Bezwaren tegen moderne vertalingen bestaan voornamelijk hierin, dat men van mening is dat deze vertalingen de geest van een andere theologie ademen. In deze gemeenten wordt de psalmberijming 1773 gezongen.

Behalve de rechtervleugel bestaat er in de Christelijke Gereformeerde Kerken ook nog een flinke 'middengroep'. De linkervleugel van de Christelijke Gereformeerde Kerken staat voor progressieve theologische opvattingen (vrouw in het ambt, acceptatie homoseksuele relaties in liefde en trouw etc.). Binnen de linkervleugel wordt wordt de Nieuwe Bijbelvertaling uit 2004 gebruikt, hoewel dit door de landelijke synode is ontraden. In de progressieve gemeenten wordt uit het Liedboek voor de Kerken gezongen, terwijl ook wel andere liederen, bijvoorbeeld uit de bundel van de Stichting Opwekking of Op Toonhoogte, worden gezongen. Dit is mogelijk omdat er sinds 2004 de vrijheid is om liederen te zingen die wat betreft de inhoud passen bij de theologische opvattingen van de kerken, en wat betreft de vormgeving passen binnen de gereformeerde liturgie. Niet alle (oude én nieuwe!) liederen uit de genoemde bundels voldoen aan deze voorwaarden, daarom heeft men plaatselijk de verantwoording voor de selectie van liederen.

Met de Nederlands Gereformeerde Kerken hebben de Christelijke Gereformeerde Kerken inmiddels al jaren een nauwe betrekking, evenals met de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Plaatselijk is er vaak sprake van samenwerking op enkele plaatsen ook met de voormalige Gereformeerde Kerken in Nederland (nu onderdeel van de Protestantse Kerk in Nederland).In 2010 besloot de CGK-synode kanselruil met predikanten uit de HHK mogelijk te maken. De synode van de HHK besloot in 2012 dat ook in omgekeerde richting toe te staan.[3] In 2013 gaf de synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken toestemming om predikanten uit de Protestantse Kerk Nederland met een Gereformeerde Bond signatuur in kerkdiensten te laten voorgaan. Van een brede openstelling van kansels voor predikanten vanuit de Protestantse Kerk Nederland is echter geen sprake, ook niet van elkaars attestaties zonder meer te erkennen.

De beide vleugels kennen hun eigen jeugdwerk. De progressieve koers van de traditionele jongerenorganisatie CGJO leidde in de jaren tachtig tot de oprichting van een conservatieve tegenhanger, het LCJ, die inmiddels in omvang niet meer onderdoet voor het CGJO.

1rightarrow blue.svg Voor een overzicht van alle gereformeerde kerken, zie gereformeerd.

Kerkelijke organisaties[bewerken]

De kerken hebben een eigen Theologische Universiteit te Apeldoorn. Hier studeren rond de honderd studenten. Daarnaast zijn er ongeveer dertig mensen die een eigen studieroute volgen. Ook zijn er rond de 25 promotiestudenten, die deels uit het buitenland komen. De Theologische Universiteit heeft nauwe contacten met de Theologische Universiteit te Kampen, onder andere door middel van een gezamenlijke onderzoeksgroep (BEST, Biblical Exegesis and Systematic Theology).[4]

Recente ontwikkelingen[bewerken]

De secularisatie gaat aan de CGK niet voorbij. Het ledenaantal is sinds 1990 zo'n 5% gedaald en ook het zondagse kerkbezoek neemt af, met name van de tweede dienst op zondag. Het ledenaantal is in de jaren 2014, 2015 en 2016 in totaal met meer dan 1000 verminderd.[2] Het aantal gemeenten van het CGK neemt ook af, van 189 in het jaar 2000 naar 180 begin 2014.

In de laatste jaren zijn er een aantal plaatselijke gemeenten, bijvoorbeeld in Zwartsluis, Rotterdam-West en Vlissingen verdwenen of ze zijn samengegaan met bijvoorbeeld gemeenten van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, zoals in Doesburg. Daarnaast zijn er met name in West-Nederland gemeenten die een 'doorstart maken', dit zijn zogenaamde zendingsgemeenten. Deze zendingsgemeenten zijn met name liturgisch wat vrijer en hebben vaak een evangelist in plaats van een predikant. Op 13 december 2012 is in Renswoude de plaatselijke christelijke gereformeerde ”preekplaats” geïnstitueerd als zelfstandige gemeente.

Meest recente ontwikkeling binnen de CGK is dat de synode geen groen licht heeft gegeven voor fusie tussen de eigen Theologische Universiteit Apeldoorn met de universiteit van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt te Kampen en de predikanten opleiding van de Nederlands Gereformeerde Kerken. Dit is opmerkelijk omdat de CGK-synode zelf opdracht heeft gegeven tot een onderzoek naar een intensieve vorm van samenwerking. Op de achtergrond van dit besluit spelen de ontwikkelingen binnen de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt mee, zoals de recente openstelling van 'de vrouw in het ambt' als gevolg van moderne hermeneutische inzichten (Bijbeluitleg).

Bladen[bewerken]

De officiële publicatie van de Christelijke Gereformeerde kerken is De Wekker, die tweewekelijks verschijnt. Daarnaast zijn er het blad Doorgeven (dit geeft een beeld van het werk in de zending, evangelisatie en hulpverlening) en Vrede over Israël.

Bekende leden[bewerken]

Externe links[bewerken]

literatuur[bewerken]