Gereformeerde Gemeenten in Nederland (buiten verband)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Gereformeerde Gemeenten in Nederland (buiten verband)
Kerkgebouw te Veenendaal
Kerkgebouw te Veenendaal
Indeling
Hoofdstroming Protestantisme
Richting Gereformeerd calvinisme
Voortgekomen uit Ger. Gem. in Ned. in 1980
Aard
Locatie Dinteloord, Rijssen en Veenendaal
Aantal leden 3000 in 2006[1], sindsdien afgenomen tot minder dan 1.500 leden, geen predikanten, geen recente cijfers bekend.
Karakter bevindelijk gereformeerd
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Protestantisme

Titelpagina Statenvertaling

in Nederland

..Stromingen

Lutheranisme
Lutheranisme
Vrijzinnig-Protestantisme
Vrijzinnig protestantisme
Midden-orthodoxie
Protestantse Kerk in Nederland
Modern-Gereformeerd
Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland
Orthodox Protestantisme
Calvinisme
Gereformeerd protestantisme
Orthodox-protestantisme
Orthodox Gereformeerd
Orthodox-gereformeerden
Bevindelijk Gereformeerden
Bevindelijk gereformeerden
Evangelisch
Evangelisch Christendom

Gereformeerde Gemeenten in Nederland (buiten verband) is een bevindelijk kerkgenootschap dat in 1980 is ontstaan als afsplitsing van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Dit kerkverband ontstond in 1980 door een discussie tussen de Gereformeerde Gemeenten in Nederland en de predikanten A. Wink, J. de Groot en A. van den Berg. Er waren destijds zeven gemeenten en de drie genoemde predikanten. In 2004 zijn ds. Van den Berg en ds. De Groot overleden. In 2010 overleed ook Ds. Wink. De gemeenten Gouda, Nieuwerkerk en Middelburg gingen intussen terug naar de GGiN. IJsselmuiden werd opgeheven. Nu bestaan nog de gemeenten Rijssen, Dinteloord en Veenendaal.

De scheuring[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Protestantisme in Nederland

Discussie rondom de wedergeboorte

In 1977 werd ds. Van den Berg door de gemeente van Gouda beroepen. Hij nam dit beroep aan en werd door ds. F. Mallan bevestigd. In 1978 ontstond onenigheid binnen de kerkenraad. Ds. Van den Berg werd beschuldigd onderscheid te maken tussen levendmaking en wedergeboorte. Hij zou stellen dat van wedergeboorte pas sprake is bij ‘de geloofskennis van Christus’. Om de bevindelijke werkingen vóór dat moment in te passen voerde hij een onderscheid in tussen de ‘levendmaking’. Volgens deze officiële weergave van de gebeurtenissen ging het dus om een leergeschil, maar de predikant was het zelf met deze weergave niet eens. Volgens hem was de kwestie niet zozeer 'een leer- als wel een eergeschil'.[2] „Wij houden ons aan Schrift en belijdenis, het inwendig werk van de wedergeboorte en de vrucht ervan, de kennis en omhelzing van de Middelaar, zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. We houden ons aan de wedergeboorte door het geloof, omschreven in de Dordtse Leerregels, hoofdstukken 3 en 4 paragraaf 11, 12 en 13 en de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 24.”

Door de synode werd evenwel een commissie ingesteld die de bezwaren tegen de prediking van ds. Van den Berg moest onderzoeken. Ds. Van den Berg heeft daarop aangegeven in zijn preken geen onderscheid meer te zullen maken tussen levendmaking en wedergeboorte. De commissie stelde dat ds. Van den Berg, deze uitspraak moest bevestigen op de classis. Dit heeft hij gedaan op de classisvergadering op 27 maart 1980. De discussie rondom 'het moment van de wedergeboorte' is een hele oude discussie in bevindelijk-gereformeerde kring. Predikers waaronder ds. J.P. Paauwe, ds. B. Hennephof, ds. H. Visser Mzn. en ds. E. du Marchie van Voorthuysen hadden min of meer dezelfde opvattingen omtrent de wedergeboorte, namelijk dat van wedergeboorte pas sprake kan zijn 'bij een bewust geloofsaandeel aan Christus’. Tegenwoordig is het vooral de oud-gereformeerde predikant A. Kort die van zich laat horen op dit thema.

Na enige tijd ontstond opnieuw deining in de Goudse gemeente over de kandidaatsstelling van de ouderlingen. Naar aanleiding hiervan ging ongeveer een kwart van de leden van de 1.200 leden tellende gemeente, met toestemming van de synode apart diensten beleggen. Dit werd een afdeling van de gemeente Nieuwerkerk aan den IJssel. De gemeente van Gouda, waaronder ds. Van den Berg, was gewoon als afgevaardigde aanwezig op de voortgezette synode van 27 augustus.

Nadien ontstonden problemen doordat de predikanten Wink en De Groot niet verschenen op kerkelijke vergaderingen, zij hadden bekendgemaakt zich binnen de grenzen van het kerkverband tot het uiterste terug te trekken. Na herhaalde vermaningen zijn deze twee predikanten op 3 december 1980 geschorst. Daardoor traden deze predikanten met een deel van hun gemeenten uit het verband. Op woensdag 17 december volgde Gouda met ds. Van den Berg. Door de schorsing van ds. De Groot en ds. Wink werd volgens de Goudse kerkenraad de hoop op rechtmatige behandeling van de problemen in Gouda afgesneden. De scheuring was een feit.

Eind december 1980 raakte Nieuwerkerk los van het kerkverband en in januari 1981 Zierikzee. De laatste werd in 1983 een Oud Gereformeerde Gemeente. Ook in Oostburg traden leden uit en zij vormden in december 1982 een Gereformeerde Gemeente. In Dinteloord en Middelburg traden een deel van de kerkenraad en gemeente uit en op 18 mei 1982 volgde de gemeente van IJsselmuiden.

Over 1980, het jaar van de scheuring, meldden de Gereformeerde Gemeenten in Nederland een verlies van 2.910 leden en doopleden, na een gemiddelde groei in de vijf jaar daarvoor van ruim 400. De buitenverband-gemeenten telden kort na de scheuring dus ruim 3000 leden. De grootste verliezen werden geleden in de predikantsgemeenten Gouda, Veenendaal en Rijssen. In de gemeente van Gouda bleven in 1981 390 leden over van de 1.229 leden uit 1980, in Veenendaal 446 van de 1.719. Behalve in Middelburg bleven de buitenverbanders in het bezit van de kerkelijke goederen. In mei 1981 vormden de uitgetreden gemeenten een classis. Sindsdien zijn er geen predikantswisselingen geweest, totdat in 2004 twee van de drie predikanten overleden.

Huidige situatie[bewerken]

Ontstaan van de verschillende stromingen in Nederland
Ontstaansgeschiedenis van kerken in Nederland

Sinds het overlijden in 2010 van ds. Wink hebben de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (buiten verband) geen predikant meer. Ds. A.P. van der Meer (Oud Gereformeerde Gemeenten buiten verband) verleende sindsdien enige hulpdiensten in Veenendaal en later ook in Dinteloord. Van de oorspronkelijke zeven gemeenten zijn er drie, Gouda met bijna 800 leden (in 2009)[3], Nieuwerkerk bijna 200 leden (in 2008), en Middelburg weer teruggegaan naar de Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Het Nederlands Dagblad rapporteerde in mei 2010 dat de kleine gemeente in IJsselmuiden zichzelf had opgeheven en dat het kerkverband van Gereformeerde Gemeenten in Nederland (buiten verband) steeds verder uit elkaar viel.[4] De overgebleven twee grote gemeenten van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (buiten verband) in Veenendaal en Rijssen werden kleiner omdat honderden leden zijn overgestapt naar plaatselijke Gereformeerde Gemeenten in Nederland, het kerkgenootschap waaruit de 'buitenverbanders' in 1980 ontstonden. Voor de recente leegloop telden de gemeenten buiten verband naar schatting zo'n 1500 leden[5]. De toekomst van het kerkverband is zeer onzeker.

Ophef[bewerken]

In 2014 kwam de gemeente in Veenendaal in opspraak omdat er bij het verlaten van de kerk na een dienst geen rekening gehouden werd met de twee minuten stilte tijdens de Nationale Dodenherdenking.[6]

Website[bewerken]