Stigmata (religie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Franciscus van Assisi

Stigmata is een uit het Grieks afkomstig woord; van στιγμα, wat "(brand)merk" betekent. Zie stigma voor de algemene betekenis van "schandvlek" (meervoud stigma's). Dit artikel handelt over de religieuze betekenis (meervoud stigmata): rode plekken, zweren of al dan niet bloedende wonden die optreden bij christelijke gelovigen, op de plaatsen van de verwondingen die, volgens de Bijbel (en iconografie), werden toegebracht aan het lichaam van Jezus voor en tijdens zijn kruisiging. Het "ontvangen" van de stigmata wordt stigmatisatie genoemd. Soms wordt in plaats van het woord stigmata ook de term "kruiswonden" of "de wond(er)tekenen Gods" gebruikt.

Er zijn vele meldingen van gevallen waarbij mensen stigmata kregen aan handen en/of voeten, van de zijdewond (door de lans van de Romeinse soldaat) en van de hoofdwonden ten gevolge van de doornenkroon. Sommigen denken dat gevallen van stigmata duiden op een wonder, terwijl ook gevallen van oplichterij bekend zijn. Bij authentieke gestigmatiseerden is er sprake van een elke vrijdag terugkerend lichamelijk en geestelijk mee doormaken van het lijden van Christus gedurende zijn lijdensuren op die vrijdagmiddag van het jaar 30 (of traditioneel 33). Na zo'n episode sluiten de wonden oppervlakkig.

Geschiedenis[bewerken]

Door de eeuwen hebben zich meer dan 500 gevallen van stigmatisatie voorgedaan. Het eerst gedocumenteerde, maar door het Vaticaan niet als stigmata erkende, geval deed zich voor in het jaar 1222. Tijdens een synode in Oseney nabij Oxford in Engeland werd een jongeman veroordeeld die zichzelf had laten kruisigen om op die wijze de kruiswonden te krijgen en zich vervolgens zich tot incarnatie van Jezus te verklaren. Aartsbisschop Stephen Langton liet de man levenslang opsluiten op water en brood in de Banbury gevangenis.

Franciscus van Assisi kreeg de wonden in handen, voeten en zijde tijdens een gebedsmeditatie in 1224 in La Verna in Italië. In België kent men nog Maria van Oignies, Christina Mirabilis en de heilige Elisabeth van Spalbeek (1247–1313), een zuster uit de abdij van Herkenrode, die de bekendste is. Haar feestdag is op 21 oktober en haar beenderen liggen in Dinant begraven. Bekende mystica met stigmata uit de 14de eeuw zijn de Nederlandse Geertrui van Oosten en de Italiaanse Catharina van Siena.

In de 19de eeuw kreeg de Nederlandse Dorothea Visser stigmata. Bekende gevallen uit de 20ste eeuw zijn Therese Neumann en Pater Pio. Recentelijk zou zich ook stigmatisatie hebben voorgedaan bij Broeder Roque (1968–1996), een Colombiaans lid van The Sons Of The Sons Of The Mother Of God uit Villavicencio (Colombia) en Lilian Bernas uit Canada die beweert zijn eerste stigmatisatie in 1992 te hebben meegemaakt.

Verklaring[bewerken]

In zijn artikel Hospitality and Pain behandelt de christelijke theoloog Ivan Illich het fenomeen van de stigmata. Hij beschrijft het ontstaan van door hem echt geachte stigmata als volgt: "Compassie met Christus... het geloof is zo sterk en diep ingeworteld dat de gelovige de intense pijn van de kruisiging zelf ervaart". Zijn verklaring houdt in dat volgens hem een stigmatisatie zich voordoet bij iemand die exceptioneel sterk gelooft en een immense drang heeft zich te identificeren met (de iconografie van) het lijden van Christus.

De plaats en aard van de stigmata verwijzen naar de bloedingen uit de handen en voeten van Jezus toen hij aan het kruis werd genageld, maar dit kan geen verband hebben met de kruisiging omdat de handen anatomisch niet geschikt zijn om het lichaamsgewicht bij kruisiging te dragen.[1][2] Anderzijds is het ook mogelijk dat de gangbare afbeelding van de kruisiging van Jezus niet overeenstemt met de destijds gangbare methode, waarbij touwen werden gebruikt om de armen aan de dwarsbalk (patibulum) vast te binden en spijkers in de handen werden gedreven om te voorkomen dat een gekruisigde zijn armen uit de touwen kon bevrijden.

Zelfverminking[bewerken]

Er zijn in de geschiedenis gevallen bekend waarbij mensen met stigmata toegaven deze wonden aan zichzelf toegebracht te hebben. Zo gaf Magdalena de la Cruz (1487-1560) toe dat zij iedereen bedrogen had. Een dergelijke vorm van zelfverminking wordt wel in verband gebracht met een psychiatrische aandoening zoals het syndroom van Münchhausen. Mensen die hier aan lijden pijnigen zichzelf of simuleren een ziekte in de hoop in het ziekenhuis te geraken, waardoor ze worden voorzien van aandacht en zorg.

Anderen bootsen de stigmata na in de wetenschap dat sommigen met deze aandoening heilig verklaard zijn door de Paus. Op die manier pogen ze erkenning te vergaren.

Een stigmatisatie kan op natuurlijke wijze genezen.

Moderne cultuur[bewerken]

De Britse schrijver Ian Wilson voert geregeld gestigmatiseerden op en ook op het witte doek zijn ze ene populaire onderwerp:

Ook in enkele televisieseries kwamen stigmata voor:

  • The X-Files aflevering "Revelations" (aflevering 3.11, uitgezonden in 1995). Een jonge jongen, gespeeld door Kevin Zegers, krijgt stigmata
  • In de serie Chrono Crusade ontwikkelt Rosette Christopher de stigmata
  • In een aflevering van Picket Fences is Adam Wylie gezegend met de stigmata en de gave om mensen miraculeus te genezen
  • Een aflevering van Nip/Tuck bevat een vrouw die beweert aan stigmata te lijden.