Bloed

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Bloed (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Bloed.
Bloed
Bloedende vinger
Bloedende vinger
Synoniemen
Latijn Sanguis[1]

Haema[2]

Oudgrieks Αἷμα[3]
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Bloed is een vloeistof, op basis van water, die in het lichaam van dieren circuleert voor de verdeling van voedingsstoffen en de afvoer van overtollige stoffen van de stofwisseling. Bij amfibieën, reptielen, vogels, en zoogdieren (inclusief de mens) wordt bloed door een hart rondgepompt in een gesloten systeem van slagaders, aders en haarvaten.

Bij bovengenoemde "hogere dieren", zorgt bloed, dankzij het transporteiwit hemoglobine in de rode bloedcellen, voor de aanvoer van zuurstof van de longen naar de cellen. Glucose wordt, opgelost in het bloedplasma, van het spijsverteringskanaal eveneens door het bloed naar de cellen in de verschillende weefsels gebracht, waar het samen met zuurstof als brandstof dient. Het in de cellen gevormde verbrandingsproduct koolstofdioxide wordt door het bloed vervolgens terug naar de longen vervoerd, die het via diffusie in de longhaarvaten uitscheiden aan de buitenlucht.

De bij de glucoseverbranding (met name in spierweefsel) vrijgekomen warmte wordt, dankzij de hoge soortelijke warmte van water, door het bloed zeer effectief afgevoerd en over het lichaam verspreid.

Insecten hebben geen gesloten circulatiesysteem, en de ademhalingsfuncties worden bij hen niet door bloed, maar door een groen-gelige vloeistof, hemolymfe genaamd, vervuld. De functie van hemolyfe is vergelijkbaar met die van bloed en extracellulaire vloeistof samen.

Andere geleedpotigen hebben soms wel bloed dat zuurstof transporteert, maar meestal gebeurt dit niet met hemoglobine, maar met hemocyanine, een koperhoudend zuurstof-transporteiwit dat vrij in het bloed is opgelost.

Samenstelling[bewerken]

Bloed onder de microscoop
De vorming van bloed, met alle differentiaties.1. hematopoëtische stamcel (zelfvernieuwend),2. myeloïde progenitorcel, 3. lymfoïde progenitorcel, 4. granulocyt/monocyt progenitor, 5. eosinofiele progenitor, 6. basofiele progenitor, 7. megakaryocyt, 8. erytroïde progenitor, 9. T-celprogenitor, 10. B-celprogenitor, 11. dendritische cel, 12. monocyt, 13. neutrofiel, 14. eosinofiel, 15. basofiel, 16. trombocyt (bloedplaatjes), 17. erytrocyt, 18. macrofaag, 19. naturalkillercel (NK-cel), 20. T-helpercel, 21. cytotoxische T-cel, 22. B-cel, 23. dendritische cel

Bloed van zoogdieren bestaat uit een dragende vloeistof, waarin enerzijds verschillende bestanddelen zijn opgelost, en waarin daarnaast drie hoofdsoorten bloedcellen in suspensie voorkomen.

Type cellen[bewerken]

Bloed is een weefsel dat bestaat uit drie hoofdtypen van bloedcellen. De myeloïde progenitorcel leidt in het organisme tot de vorming van:

Daarnaast leidt de lymfoïde progenitor cel tot de vorming van:

Andere bloedbestanddelen[bewerken]

Bloedplasma, het vloeibare deel van bloed, bestaat uit de basisvloeistof water, met daarin onder andere opgelost

Het vloeibare deel van het bloed, het water met alle daarin opgeloste mineralen en eiwitachtige stoffen, wordt het bloedplasma genoemd. Wanneer bloed buiten het lichaam gebracht wordt, zal het gaan stollen, waarbij zich, op het gestolde bloed, een gelig vloeibaar laagje vormt. In deze vloeistof, het bloed-serum, zitten alle bestanddelen van het plasma, behalve de stollingsfactoren.

Bloedvolume[bewerken]

Onder bloedvolume wordt het totale volume aan bloed van een organisme verstaan. Bij een volwassen mens is dat ca. 4-6 liter (ca. 1/13 van het lichaamsgewicht); dat komt neer op 60-98 ml bloed per kg lichaamsgewicht. Per lichaamsoppervlak komt dat bij mannen neer op 2,8 liter bloed per vierkante meter en bij vrouwen op 2,4 l/.

Functies van bloed[bewerken]

Bloed heeft een groot aantal functies en kan het best worden beschouwd als een vloeibaar weefsel. Enkele functies zijn:

Kleuren van bloed[bewerken]

Bij mensen en andere dieren waarvan het bloed hemoglobine bevat, is zuurstofrijk bloed helderrood. De kleur wordt veroorzaakt door het hemoglobine-molecuul met de eraan gebonden zuurstof. Zuurstofarm bloed is donkerder rood. Doordat aderen onder enkele lagen weefsel liggen, lijkt het bloed donkerder, waardoor de aderen niet rood maar blauw doorschemeren door de huid. Hierdoor kon de misvatting ontstaan dat bloed in de aderen blauw is tot het wordt blootgesteld aan de lucht. Deze misvatting wordt bovendien versterkt door het feit dat in veel schematische medische afbeeldingen de aderen (of de bloedvaten die zuurstofarm bloed bevatten) blauw getekend zijn en de slagaderen (of de bloedvaten die zuurstofrijk bloed vervoeren) rood.

Het bloed van de degenkrab, en inktvissen is werkelijk blauw. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat het bloed van de degenkrab geen hemoglobine bevat voor het zuurstoftransport, maar hemocyanine.[4] Dit eiwit bevat een koperion in plaats van een ijzerion en geeft het bloed van de degenkrab een blauwe kleur. Daarnaast komt de bloedkleur roze voor[4] bij de peniswormen en de armpotigen, en, dankzij een hoog gehalte aan galkleurstof, kleurt het bloed van het skinkengeslacht Prasinohaema groen.

IJsvissen die leven onder zeer lage temperaturen zijn organismen met wit bloed. Een zuurstofdragende stof blijkt niet nodig te zijn aangezien er al genoeg zuurstof opgelost kan worden in het bloedplasma.[5]

Zie ook[bewerken]


Zoek dit woord op in WikiWoordenboek