Elektrolyt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Beluister

(info)

Het begrip elektrolyt wordt op verschillende terreinen van wetenschap en techniek gebruikt, maar heeft dan binnen de verschillende vakgebieden gerelateerde, maar niet identieke betekenissen.

  • Elektrotechniek: het medium in accu's, batterijen of condensatoren.
  • Chemie: een verbinding die opgelost of vloeibaar in ionen is gesplitst.
  • Fysiologie: eenvoudige ionen die opgelost in het bloed of intracellulair weefsel voorkomen.

Elektrotechniek[bewerken]

De elektrolyt is het medium dat de verbinding vormt tussen de twee polen (anode en kathode) van een elektrochemische energiedrager of cel (een batterij, elektrolytische condensator, brandstofcel, een elektrochemische cel of in een elektrolytische cel).

Chemie[bewerken]

Elektrolyten zijn chemische verbindingen die in een oplossing of in gesmolten toestand geheel of gedeeltelijk in ionen gesplitst zijn en dan de elektrische stroom geleiden.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen sterke en zwakke elektrolyten. Bij sterke elektrolyten wordt het deel dat opgelost is in water volledig gesplitst in ionen. Bij zwakke elektrolyten wordt het deel dat opgelost is in water slechts gedeeltelijk gesplitst in ionen. Dit heeft niets te maken met de oplosbaarheid. NaCl (keukenzout) is heel goed oplosbaar, AgCl niet. Bij beide is het gedeelte dat opgelost is wél volledig gesplitst in ionen. Ze zijn dus beiden sterke elektrolyten. Azijnzuur is een zwak elektrolyt maar toch goed oplosbaar. Het opgeloste deel gaat zich gewoon niet verder splitsen in ionen.

Fysiologie[bewerken]

In de fysiologie worden met elektrolyten kleine, meestal anorganische ionen bedoeld die zich opgelost in het bloed bevinden. Dit zijn de ionen die ontstaan bij het oplossen van (anorganische en organische) zouten, basen en zuren.

In het menselijk lichaam zijn de belangrijkste elektrolyten: Ca2+, Mg2+, Na+, K+, Cl en HCO3 en PO43 -. Deze elektrolyten spelen o.a. een rol bij de handhaving van de osmotische waarde en de zuurtegraad van het bloed.

  • Waterstofcarbonaat is een sterke buffer in het bloedplasma.
  • Bij zenuwcellen en spiercellen leidt verandering in verhouding tussen natrium en kalium tot activatie van de cel. Speciale kanalen die de elektrolyten de cel in laten zijn hiervoor verantwoordelijk.
  • Bij een tekort aan bepaalde elektrolyten (bijvoorbeeld calcium) leiden tot een continue aanspanning van spieren: spierkramp. Ook de bloedstolling raakt ontregeld bij calciumtekort.

Elektrolyten worden standaard opgenomen uit de voeding en hun concentraties worden nauw gereguleerd door hormonen, zoals het anti-diuretisch hormoon en aldosteron die ervoor kunnen zorgen dat we water of elektrolyten uitscheiden door de nieren in de urine. Bij ernstige verschuivingen in de elektrolytenbalans kunnen hartklachten of neurologische symptomen optreden.

Zie ook[bewerken]

Zoek dit woord op in WikiWoordenboek