Anorganisch fosfaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie artikel Voor een chemische beschrijving, zie Fosfaat.
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Fosfaat of anorganisch fosfaat is een bestanddeel in het bloed waarvan de hoeveelheid in een ziekenhuislaboratorium gemeten kan worden en bestaat uit een mengsel van HPO42− en H2PO4. Fosfaat is van levensbelang omdat deze stof deel uitmaakt van DNA, betrokken is bij het energiemetabolisme, de werking van allerlei enzymen ondersteunt, belangrijk is voor botopbouw en belangrijk is voor de pH van het bloed.

Hyperfosfatemie[bewerken]

Te veel fosfaat (hoger dan 1,6 mmol/L) komt voor bij 1,5% van de ziekenhuispatiënten. Minder frequente oorzaken zijn vitamine D-overmaat, herstel van botbreuk, bij hypoparathyreoïdie, bij botmetastases, bij nierfunctiestoornissen. Voortdurend te veel fosfaat in de bloedbaan kan leiden tot neerslagen van calciumfosfaat in bindweefsels, hart, bloedvaten etc. Voor de behandeling van hyperfosfatemie gebruikt men fosfaatbinders die het fosfaat uit de voeding in het maag- darmkanaal binden en zo verhinderen dat het door absorptie vanuit de dunne darm in het bloed terecht komt.

Hypofosfatemie[bewerken]

Te weinig fosfaat wordt meestal veroorzaakt door fosfaatgebrek in voedsel, absorptieproblemen in de darmen, hyperparathyreoïdie, vitamine D-gebrek, nierziekten, bij gebruik van diuretica en na een ernstige zonnesteek. Als het fosfaatgehalte in bloed lager wordt dan 0,40 mmol/L kunnen de cellen in het lichaam niet meer goed functioneren waardoor spierpijn door spierschade en algehele zwakte kunnen optreden. Een snelle suppletie van fosfaat is gewenst.