Mens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Mens (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Mens.
Mens
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Fossiel voorkomen: Midden-Pleistoceen tot heden
Human.png
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Primates (Primaten)
Familie: Hominidae
Geslacht: Homo (Mensen)
Soort
Homo sapiens
Linnaeus, 1758
Verspreidingsgebied
Verspreidingsgebied
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De mens (wetenschappelijke naam: Homo sapiens) is een tweevoetige primatensoort uit de familie Hominidae.[2]

Etymologie[bewerken]

Het woord "mens" (Duits Mensch, Zweeds människa, Deens menneske) is een variant van "man" (Duits Mann, Engels man), dat uiteindelijk zou teruggaan op een Indo-Europese stam *man-: "denken" of *ma-: "meten". Deze stam treft men aan in Latijn mens, mentis: "geest, verstand" (vergelijk Engels mind), memoria: "geheugen, herinnering", Grieks menos: "geest", mnèmè: "geheugen", Sanskriet man-: "denken, geest", Russisch mnit' "menen, denken". Het Iraanse woord voor "ik" (voornaamwoord) is man. In het Oudindisch bestaat tevens Manu: "(oer-)mens", modern Hindi manusha: "mens, man". Deze oerbetekenis kreeg de wetenschappelijke naam Homo sapiens (Latijn: "verstandige" of "wijze" mens).

Nomenclatuur[bewerken]

De naam Homo sapiens werd in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus in de tiende druk van Systema naturae.[3] Bij publicatie van de naam noemde Linnaeus vijf ondersoorten of variëteiten: ferus (de wilde mens), var. α americanus, var. β europaeus, var. γ asiaticus en var. δ afer. Het onderscheid tussen de laatste vier was voornamelijk de kleur: rufus (rood), albus (wit), luridus (bleekgeel) en niger (zwart). Tegenwoordig wordt soms gesproken over Homo sapiens sapiens om duidelijker onderscheid te maken tussen de ondersoorten mens en (mogelijke) ondersoorten Homo sapiens diluvialis (cro-magnonmens) en Homo sapiens idaltu, beide uitgestorven.

Spreiding[bewerken]

De mens is over de hele wereld verspreid en op alle continenten behalve Antarctica komen grote populaties voor. In juli 2008 was het totale aantal mensen op Aarde groter dan 6,7 miljard individuen,[4] eind oktober 2011 telde de Aarde een totaal van 7 miljard levende mensen.[5] Eind 2017 telt de populatie 7,6 miljard.[6]

Sociale structuren[bewerken]

Mensen zijn, evenals de meeste andere primaten, sociaal van aard. Ze zijn bijzonder bedreven in het gebruik van communicatiemiddelen voor zelfexpressie, het uitwisselen van ideeën en organiseren. Mensen creëren complexe sociale structuren die bestaan uit talrijke samenwerkende en concurrerende groepen, die uiteenlopen van families tot naties. Mensen leven grotendeels met elkaar samen op niet-verwante basis, waardoor een individu deel kan uitmaken van verschillende groepen, en binnen iedere groep een andere rol kan innemen.[7]

De sociale interacties tussen mensen hebben een grote variëteit aan tradities, rituelen, ethiek, normen, waarden, en wetten tot stand gebracht, die samen de basis vormen voor de menselijke samenleving.

Bewustzijn en intelligentie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Bewustzijn voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
1rightarrow blue.svg Zie Intelligentie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Met zijn goed ontwikkelde hersenen kan de mens abstract en probleemoplossend denken en taal gebruiken. Hij is in staat tot introspectie en emotie. Dankzij zijn rechtopstaande houding zijn de armen en handen vrij om voorwerpen op te pakken en te bewerken en gereedschappen te gebruiken. De mens ziet zichzelf als de intelligentste levensvorm op aarde. Dierlijke cognitie is echter niet beperkt tot de mens maar ook vastgesteld bij zoogdieren als olifanten en walvisachtigen zoals dolfijnen en orka's. Of deze een soortgelijk zelfbewustzijn en tijdsbesef hebben zoals de mens is een open vraag. Mensen zijn evenals andere soorten bevattelijk voor lichamelijke ziekten zoals kanker en geestelijke stoornissen, zoals fobieën, depressie en dergelijke.

Evolutionaire geschiedenis[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Evolutie van de mens voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vergeleken met veel andere diersoorten beslaat de bestaansgeschiedenis van de mens een relatief korte periode.

De tijdlijn voor het ontstaan van de vroege moderne mens als soort is nog onduidelijk. Op basis van DNA-onderzoek werd verondersteld dat de eerste moderne mensen zo'n 200.000 jaar geleden ontstonden in Oost-Afrika.[8] De vondst van resten van moderne mensen bij Jebel Irhoud, nabij het tegenwoordige Marrakesh in Noordwest-Afrika, waarover in 2017 werd gepubliceerd, verlegt het begin van die tijdlijn mogelijk naar 300.000 jaar geleden.[9][10]

De moderne mens kwam als cro-magnonmens circa 50.000 tot 40.000 jaar geleden naar Europa, maar bestond in Afrika al langer. Deze 'Afrikanen' worden wel gezien als voorlopers van de cro-magnonmens. Met de vondst van twee schedels bij de Omo-rivier in 1967 werd deze theorie onderbouwd. Wetenschappers hadden deze twee schedels op 130.000 jaar gedateerd. Later onderzoek leek aan te tonen dat twee schedels van Homo sapiens mogelijk veel ouder (195.000 jaar) waren.[11][12]

Sommigen beweren, naar aanleiding van enkele vondsten in China, dat Homo sapiens op verschillende plaatsen in de wereld tot ontwikkeling is gekomen, niet alleen in Afrika. DNA onderzoek ondersteunt echter de theorie dat de mens (grotendeels) uit Afrika afkomstig is. Bij vulkaanuitbarstingen op Sumatra zouden 70.000 jaar geleden de toen bestaande mensensoorten grotendeels zijn uitgestorven, alleen in het zuiden van Afrika overleefden zo'n 12.000 moderne mensen. Van hen zouden alle 7 miljard nu levende mensen afstammen.[13]

Naast morfologie toont ook genetica aan dat de mens een primaat is, een geslacht uit de superfamilie der mensapen (Hominoidea), waartoe ook orang-oetans, bonobo's, gorilla's en chimpansees en de verschillende soorten gibbons behoren. De mens is de enige nog levende soort uit het geslacht Homo, hoewel er wel stemmen op zijn gegaan om de mens met de bonobo en de chimpansee in één geslacht te plaatsen.

Peter Grünwald van het CWI schat dat sinds het ontstaan van de mens er zo'n 107,5 miljard mensen zijn geboren.[14][15]

Gerelateerde onderwerpen[bewerken]

Anatomie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Menselijke anatomie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een mens behoort tot de gewervelden en beschikt onder meer over twee benen, twee armen en een hoofd. Het geraamte van de mens is inwendig. De cellen van het menselijk lichaam worden van voedingsstoffen voorzien door de bloedsomloop, 'aangedreven' door het hart. Door de longen wordt het bloed voorzien van zuurstof en door de maag en darmen van andere noodzakelijke stoffen. Afvalstoffen worden uit het bloed gehaald door twee nieren en afgescheiden via de blaas. Niet door de darmen opgenomen stoffen worden afgevoerd via de endeldarm.

Biologisch gezien bestaan er naar moderne inzichten binnen de soort Homo sapiens geen rassen[16][17][18] en algemeen gelden dergelijke indelingen in de wetenschap als verouderd. De genetische verschillen binnen de soort kenmerken zich enkel door kleine klimatologische aanpassingen. Een blanke huidskleur is bijvoorbeeld een voordelige aanpassing bij het weinige zonlicht in het noorden, dat tot gebrek aan vitamine D leidde (in de tropen is een lichte huid juist in het nadeel).

Voortplanting[bewerken]

De manier waarop mensen elkaar benaderen tijdens geslachtsgemeenschap is voor het grootste gedeelte uniek in de dierenwereld. Behalve de bonobo en de gorilla[19] zijn mensen de enige primaten die elkaar ook van de voorkant ontvangen. De mens is levendbarend; doorgaans wordt één baby, na een zwangerschap van ongeveer 40 weken (9 maanden) geboren met het achterhoofd als voorliggend deel. Tweelingen zijn zelden en geboortes met meer dan twee jongen uitzonderlijk. De zuigeling is bij de geboorte erg hulpbehoevend en wordt een aantal maanden tot jaren gezoogd.

Moeder met baby van 11 dagen oud

De meeste andere jonge zoogdieren zijn na de geboorte minder afhankelijk van de ouders dan de mens, die pas na ongeveer een jaar kan lopen. Met twee jaar kan een kind spreken en het ontwikkelt zich vanaf dat moment veel sneller dan andere dieren. De hulpbehoevendheid bij de geboorte heeft vermoedelijk te maken met de grote schedel die een langere zwangerschap gevaarlijk zou maken voor moeder en kind.

Leeftijd[bewerken]

Tijdens de evolutie van de mens steeg de gemiddelde leeftijd [20] geleidelijk. Omstreeks 30.000 jaar geleden is er grote versnelling in deze evolutie gekomen en begonnen grootouders een grote rol te spelen in de opvoeding van de kleinkinderen. De levensverwachting steeg door verbetering van de leefomstandigheden en gezondheidszorg. Met de allerbeste genen en gunstigste leefomstandigheden is de maximaal haalbare leeftijd ongeveer 120 jaar.[21] De oudste persoon over wie betrouwbare documentatie bestaat, is Jeanne-Louise Calment die 122 jaar en 5 maanden leefde.

Voedsel[bewerken]

Van nature is de mens een omnivoor. Aanvankelijk zochten primitieve mensen hun voedsel als jagers en verzamelaars. Men vermoedt dat de jacht vooral toevertrouwd werd aan mannen, terwijl de vrouwen van een groep de kleine kinderen beschermden en vruchten, eetbare zaden, wortels, bladeren en honing verzamelden. Het verzamelen van voedsel in de wilde natuur was zeer belangrijk. Er was immers niet elke dag vlees of vis beschikbaar om de honger te stillen. Het spreekt vanzelf dat de mens voor de opkomst van de landbouw een kwetsbaar bestaan leidde en kannibalisme kwam voor. Perioden van voedselgebrek waren een ramp voor een familie of stam omdat ondervoede mensen te weinig energie hadden om zich te verdedigen tegen roofdieren of vijandige buren.

De landbouw maakte de ontwikkeling van steden en een hogere vorm van beschaving mogelijk. Er ontstond handel in voedingsmiddelen en deze evoluties veranderden het voedselpatroon. Wat men in de Oudheid vooral at verschilde van land tot land. Zo was vlees in het oude Griekenland een luxeproduct, maar in gebieden die zeer geschikt waren voor veeteelt een gewone vorm van voedsel.

In de twintigste eeuw verandert het voedselpatroon sterk. De mens gaat steeds meer koolhydraten eten. Toegevoegde suikers, sappen, witte rijst en brood worden in toenemende mate geconsumeerd. Tevens eet de mens gemiddeld 10 gram zout per dag. Dit komt vooral door kaas, brood, chips, zoutjes, kant-en-klaarmaaltijden, koekjes, snoep, sauzen en ijs.

Mensheid[bewerken]

De mensheid is een verzamelnaam voor alle mensen ter wereld. De mens kan over zichzelf nadenken en zich in anderen verplaatsen. Ook kan de mensheid technologieën ontwikkelen en nadenken over en oplossingen vinden voor economische en wetenschappelijke vraagstukken. De mens is meer dan enig andere diersoort in staat om zijn leefomgeving te veranderen, ten goede van zichzelf, maar zeker ook ten kwade. Met dammen en dijken beheerst de mens de loop van het water, en met de bouw van woningen, die vaak in groten getale bij elkaar te vinden zijn en zo dorpen of steden vormen, weet de mens zich te beschermen tegen het klimaat. Landbouw stelt mensen in staat de voedselproductie te beheersen. De geneeskunde stelt mensen in staat om zware ziekten te boven te komen. Een ziekte als pokken is door vaccinatie uitgeroeid.

Mensen kennen een cultuur, die te herkennen is aan uiterlijk, bestuur, tradities, gebruiken, taal, religie, rijkdom en eetgewoonten. Culturen verschillen over het algemeen per regio, alhoewel verscheidene culturen ook naast elkaar voorkomen. Een cultuur kan een aantal subculturen bevatten, die elk hun eigen gewoontes, etc. hebben. Sommige culturen botsen met elkaar vanwege onverenigbare ideeën. Vele oorlogen hebben dan ook hun oorzaak in het verschil tussen enkele culturen. Dit heeft in sommige gevallen zelfs geleid tot genocide.

Mensen hebben talen ontwikkeld waarmee men met anderen kan communiceren. Door middel van technologische ontwikkelingen in de twintigste eeuw op het gebied van telecommunicatie is de mens in staat om wereldwijd met andere mensen te communiceren.

De meeste mensen, zowel die vroeger leefden, als die nu op aarde zijn, hebben een geloof. Dat kan in een georganiseerd verband zijn, zoals het christendom de islam of het hindoeïsme of het kan een particuliere persoonlijke overtuiging zijn.

Mede door de ontwikkeling van technologie is de menselijke populatie zeer groot. Rond november 2011 leefden er zo'n 7 miljard mensen op aarde. Dit heeft echter ook nadelige gevolgen voor de natuur. Natuurgebieden maken plaats voor landbouwgebieden, steden, wegen en andere menselijke bouwsels. Lucht, grond en water raken vervuild en veel plant- en diersoorten worden met uitsterven bedreigd. Andere diersoorten weten echter weer van de mens te profiteren. Cultuurvolgers als de bruine rat, huismuis, huismus en stadsduif en huis- en gedomesticeerde dieren als hond, kat, rund en kip hebben zich mede dankzij de mens over de aarde weten te verspreiden.

Menselijke beschaving[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie geschiedenis van de wereld voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Meer dan 90% van de tijd dat de moderne mens bestaat, leefde hij in kleine groepen jager-verzamelaars.[22] Doordat mensen de mogelijkheid hadden informatie (bijvoorbeeld in de vorm van memes) aan de volgende generatie door te geven ging de culturele evolutie steeds sneller. Rond 10.000 jaar geleden begonnen de bewoners van de Vruchtbare Sikkel de domesticatie van dieren en planten, wat leidde tot een grote verandering in levensstijl, die de neolithische revolutie wordt genoemd.[23] Met zijn nieuwe levensstijl kreeg de mens een enorme invloed op andere soorten en door het grootschalig ontbossen om nieuw landbouwgebied te krijgen zelfs op het klimaat. Zo is het aandeel broeikasgassen (vooral methaan, maar ook koolstofdioxide) met hun grote invloed op het klimaat al rond de introductie van de landbouw (in afwijking met eerdere interglacialen) gaan stijgen.[24] Hoewel de mens in geïsoleerde gebieden waar weinig domesticeerbare planten konden groeien nomadisch bleef, ontstonden elders permanente woonplaatsen. Dankzij steeds effectievere landbouwmethoden konden steeds meer mensen samenleven op kleine oppervlakten, waardoor georganiseerdere vormen van samenleving nodig werden waarin arbeidsdeling optrad. Het overschot aan voedsel maakte een heersende klasse mogelijk, en de eerste beschavingen ontstonden in Egypte, de Indusvallei en Mesopotamië rond 6000 jaar geleden.[25]

Doordat de artificiële geheugensystemen die in de oude steentijd waren ontstaan[26] zich ontwikkelden tot het schrift kon informatie nog effectiever worden doorgegeven. Misschien was het doordat de mens niet langer al zijn tijd in het verzamelen van voedsel hoefde te steken, dat hij zich bezig kon gaan houden met de ontwikkeling van religie, technologie en de eerste wetenschap. Beschavingen ontstonden overal ter wereld en dreven onderling handel of voerden oorlog. De groei van de menselijke kennis en technologie ging gestaag door, maar raakte in Europa in een stroomversnelling met de wetenschappelijke revolutie en later de industriële revolutie.[27] Dit leverde de bewoners van dit continent gedurende enkele eeuwen politieke en militaire dominantie over de rest van de wereld op,[28] maar deze dominantie verdween weer tijdens de 20e eeuw hoewel de culturele invloed van de Europese beschaving, beter bekend als de westerse cultuur, alleen maar groter lijkt te worden. Tegelijkertijd zorgden de nieuwe westerse technologieën voor een explosieve bevolkingsgroei, waardoor de wereldbevolking volgens VN tussen 1750 en 2000 toenam van nog geen 800 miljoen tot 6 miljard.[29] De mens krijgt door bevolkingsgroei en nieuwe technologieën een steeds grotere invloed op de chemische, klimatologische en ecologische processen op Aarde. Door de globalisering en toegenomen internationale samenwerking raken verschillende menselijke culturen over de hele wereld tegelijkertijd steeds afhankelijker van elkaar. Er is, naast de behoefte aan behoud van eigenheid, ook een toenemende versmelting van culturen, economische en politieke structuren waar te nemen.

Voorlopers en oude verwanten van de mens[bewerken]

Voorlopers en oude verwanten van de mens
Fossiel voorkomen Geslacht(engroep) Soorten
7 - 4,4 Ma Sahelanthropus Sahelanthropus tchadensis
Praeanthropus Praeanthropus tugenensis
Ardipithecus Ardipithecus ramidus · Ardipithecus kadabba
4,3 - 2 Ma Australopithecus A. anamensis · A. afarensis · A. bahrelghazali · A. africanus · A. garhi · A. sediba
3,5 Ma Kenyanthropus Kenyanthropus platyops
2,5 - 1 Ma Paranthropus P. aethiopicus · P. boisei · P. robustus
tot heden Homo H. antecessor · H. cepranensis · H. denisova · Homo erectus (Javamens · Pekingmens) · H. ergaster · H. floresiensis · H. gautengensis · H. georgicus · H. habilis · H. heidelbergensis · H. helmei · H. neanderthalensis · H. rhodesiensis · H. rudolfensis · Homo sapiens (H. s. idaltu · Cro-magnonmens · Red Deer Cave-mensen)

Zie ook[bewerken]