Sahelanthropus tchadensis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Sahelanthropus tchadensis
Fossiel voorkomen: Mioceen
Sahelanthropus tchadensis - TM 266-01-060-1.jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Mammalia (Zoogdieren)
Orde:Primates (Primaten)
Familie:Hominidae (Mensachtigen)
Geslachtengroep:Hominini
Geslacht:Sahelanthropus
Soort
Sahelanthropus tchadensis
Brunet et al., 2002
Vindplaats
Vindplaats
Afbeeldingen Sahelanthropus tchadensis op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Sahelanthropus tchadensis op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

Sahelanthropus tchadensis is een uitgestorven mensaap die tijdens het Mioceen, ongeveer zeven miljoen jaar geleden, leefde in het gebied van het huidige Tsjaad.

Oorspronkelijk werd Sahelanthropus gezien als het oudste bekende lid van de menselijke tak. Later werden ook andere mogelijkheden onderkend: dat Sahelanthropus vóór de splitsing tussen mensen en chimpansees leefde, dat hij een vroege chimpansee vertegenwoordigt of zelfs een vroege gorilla.

Er zijn alleen delen van de schedel, vijf kaakfragmenten en wat tanden gevonden. De schedelinhoud was tamelijk klein - 340 tot 360 cm³ - in vergelijking met die van moderne mensen (ca 1350 cm³).

Vondst en naamgeving[bewerken]

In 2001 voerden onderzoekers uit Frankrijk en Tsjaad een gezamenlijk expeditie uit, onder leiding van Michel Brunet, om fossielen te zoeken in de Gjoerabwoestijn, de Mission Paléoanthropologique Franco-Tchadienne. Bij Toros-Menalla werden door Alain Beauvilain, Adoum Mahamat, Djimdoumalbaye Ahounta en Gongdibé Fanoné negen exemplaren van hominiden gevonden. Die werden op drie vindplaatsen opgegraven tussen juli 2001 en maart 2002: TM 247, TM 266 en TM 292. Vindplaats TM 266 was het meest productief en leverde onder andere een schedel en een dijbeen op. De schedel werd op 19 juli 2001 door Djimdoumalbaye Ahounta gevonden.

Locatie van de vindplaats

In 2002 werd de typesoort Sahelanthropus tchadensis benoemd en beschreven door Brunet en maar liefst zesendertig andere auteurs. De geslachtsnaam verbindt de Sahel met het Oudgrieks anthropos, "mens". De soortaanduiding verwijst naar de herkomst uit Tsjaad.

Het holotype, TM 266-01-060-1, is opgegraven in een laag zandsteen, een meerafzetting van vermoedelijk zeven tot zes miljoen jaar oud. Het bestaat uit de schedel. Het holotype kreeg de bijnaam Toumaï, wat "hoop op leven" betekent in de plaatselijk taal, het Goran en een naam is die aan baby's gegeven wordt die net voor het droge seizoen geboren worden.

De paratypen zijn TM 266-01-060-2: een stuk onderkaak; TM 266-01-447: een rechterkies; TM 266-01-448: een rechtersnijtand; TM 266-02-154-1: een rechteronderkaak; en TM 266-02-154-2: een rechterhoektand. Er werden geen delen van het postcraniaal skelet toegewezen, ook niet het dijbeen.

Beschrijving[bewerken]

De beschrijving uit 2002 wist geen autapomorfieën te melden, volstrekt unieke eigenschappen. Sahelanthropus toont een mengeling van basale kenmerken die ook bij gorilla's en chimpansees voorkomen, en afgeleide kenmerken die typerender zijn voor de mensentak.

Model door John Gurche

Het schedeldak is erg basaal. Het is langgerekt met een lage hersenpan die een inhoud heeft van tussen de 320 cm³ en de 380 cm³, niet meer dan bij gorilla's en chimpansees van ongeveer dezelfde lichaamsomvang. Achteraan is een hoge richel die duidt op dikke nekspieren. Het achterhoofd heeft het profiel van een afgeknotte driehoek, een basaal kenmerk. Vooraan wordt het begrensd door een zeer dikke wenkbrauwwal die een teken zou kunnen zijn dat het om een man gaat. Deze richel boven de ogen is zelfs in absolute zin dikker dan bij een moderne gorilla. Die wal is doorlopend en overkapt een gezicht dat veel menselijker is. Het is hoog en slechts weinig prognaat: de bovenkaak steekt maar beperkt uit. De hoektanden zijn relatief klein en tonen geen tekenen van een Canine Honing Complex: het scherphouden van de hoektanden door ze te laten afslijten tegen de premolaren. Ze hebben ook geen diasteem, naastliggend hiaat. Dat een man kleine hoektanden zou hebben, zou een aanwijzing zijn dat die al flink gereduceerd waren. Een andere menselijke trek in de tanden is een wat dikker email. De beschrijvers dachten dat het achterhoofdsgat vrij vooraan lag, mede gezien het vrij lange en horizontaal gerichte basicranium wat zou kunnen duiden op een plaatsing van de romp onder het hoofd wat weer een typische aanpassing is aan een rechtopgaande gang.

De mengeling van eigenschappen lijkt op het eerste gezicht precies wat men van een vroege voorloper van de mens zou verwachten. Het probleem is echter dat leden van het geslacht Australopithecus, die geacht worden dichter bij de moderne mens te staan, een omgekeerde schedelbouw hebben: bij dezen is de richel boven de ogen lager maar steekt de bovenkaak sterker uit.

Fylogenie[bewerken]

In 2002 werd gesteld dat Sahelanthropus geëvolueerd was na de splitsing tussen de mensentak en de chimpanseetak. Als de datering van zeven miljoen jaar correct is, zou dat betekenen dat de oudste bekende soort na die splitsing ontdekt was, ofwel het oudste lid van de Hominidae in engere zin, wat de vondst een bijzonder belang zou geven. Deze claim werd echter niet zonder meer aanvaard. Om te beginnen was eind jaren tachtig een consensus gegroeid dat de splitsing ongeveer 4,6 miljoen jaar geleden plaatsvond, op basis van calibratie door de mutatiesnelheid in het mitochondriaal DNA. Die moleculaire klok zou dan de foute tijd hebben aangewezen. Daarnaast was er een populaire hypothese dat de vroege evolutie van de mens plaatshad in het oosten van Afrika, in savannegebied, waar verreweg de meeste vondsten gedaan waren. Tsjaad was zeven miljoen jaar geleden dichtbebost en lag 2 500 kilometer ten westen van de Grote Slenk. Overigens was al in 1995 uit Tsjaad Australopithecus bahrelghazali beschreven.

Al in 2002 grapten Milford H. Wolpoff, Brigitte Senut, Martin Pickford en John Hawks dat het dier beter "Sahelpithecus" had kunnen heten omdat het meer weg had van een vroege gorilla. Dat Australopithecus meer prognaat was zou een teken zijn dat het platte gezicht van Sahelanthropus zich apart van de menselijke tak had ontwikkeld. Ze vonden het verre van zeker dat het holotype een man was omdat wenkbrauwwallen zich ook in reactie op zware kauwspieren kunnen vormen. Dat het achterhoofdsgat vooraan zou liggen was naar hun mening niet overtuigend aangetoond. De zware nekspieren wezen meer op een dier dat zijn hoofd naar voren liet hangen terwijl het op vier poten liep. Het dikkere email zou in wezen een symplesiomorfie van de mensapen zijn en viel te verwachten bij een dier dat gespecialiseerd was om plantenkost te kauwen.

Voorlopers en oude verwanten van de mens
Fossiel voorkomen Geslacht(engroep) Soorten
7 - 4,4 Ma Sahelanthropus Sahelanthropus tchadensis
Praeanthropus Praeanthropus tugenensis
Ardipithecus Ardipithecus ramidus · Ardipithecus kadabba
4,3 - 2 Ma Australopithecus A. anamensis · A. afarensis · A. bahrelghazali · A. africanus · A. garhi · A. sediba
3,5 Ma Kenyanthropus Kenyanthropus platyops
2,5 - 1 Ma Paranthropus P. aethiopicus · P. boisei · P. robustus
tot heden Homo H. antecessor · H. cepranensis · H. denisova · Homo erectus (Javamens · Pekingmens) · H. ergaster · H. floresiensis · H. gautengensis · H. georgicus · H. habilis · H. heidelbergensis · H. helmei · H. neanderthalensis · H. rhodesiensis · H. rudolfensis · Homo sapiens (H. s. idaltu · Cro-magnonmens · Red Deer Cave-mensen)