Paratype

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Paratype van Lepidothrix vilasboasi Sick, 1959 in het Museum für Naturkunde, te Berlijn

In de biologische nomenclatuur is een paratype een term voor een bepaald exemplaar. Anders dan de naam suggereert, is een paratype geen type. De technische voorschriften verschillen in de dierkunde ten opzichte van de plantkunde.

Dierkunde[bewerken]

In dierkunde bestaat een paratype alleen als er ook een holotype is. Het is elk overig deel van een typereeks, het materiaal dat in de oorspronkelijke publicatie over de nieuwe soort of ondersoort vermeld stond. Als er bijvoorbeeld in de oorspronkelijke publicatie vijf exemplaren vermeld worden, en één daarvan het holotype is, dan zijn de overige vier paratypes.

De International Code of Zoological Nomenclature (ICZN) vereist sinds 1999 een holotype of syntypes voor elke nieuwe soort of ondersoort.

Een paratype kan geen lectotype worden, maar eventueel wel een neotype. Een paratype kan van een andere vindplaats komen dan het holotype.

Een allotype duidt een exemplaar aan van het andere geslacht dan het holotype en is dus een paratype.

Plantkunde[bewerken]

In de plantkunde bestaat een paratype wanneer de oorspronkelijke auteur òf een holotype heeft aangewezen, òf meerdere exemplaren tegelijk heeft aangeduid als types (syntypes). Het is dan elk overig exemplaar dat in de oorspronkelijke publicatie genoemd wordt.

De International Code of Nomenclature for algae, fungi, and plants (ICNafp) definieert in Art. 9.5 een paratype als een exemplaar geciteerd in de protoloog, dus de oorspronkelijke publicatie, dat niet het holotype is, en niet een isotype, en niet één van de syntypes als twee of meer exemplaren tegelijk werden aangeduid als types.

Een paratype is dus niet noodzakelijk uitdrukkelijk als paratype vermeld in de oorspronkelijke beschrijving van een nieuw taxon. Paratypes kunnen latere plantkundigen helpen om te achterhalen welke verzamelingen werden onderzocht.

Paratypes kunnen volgens Art. 9.10 later aangewezen worden als lectotype wanneer er geen holotype, isotype, syntype of isosyntype bestaat.