Ardipithecus kadabba

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ardipithecus kadabba
Fossiel voorkomen: Opper-Mioceen
(5,8 à 5,2 miljoen jaar geleden)
Fossielen van Ardipithecus kadabba
Fossielen van Ardipithecus kadabba
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Mammalia (Zoogdieren)
Orde:Primates (primaten)
Familie:Hominidae (mensachtigen)
Geslachtengroep:Hominini
Geslacht: Ardipithecus
Soort
Ardipithecus kadabba
Yohannes Haile-Selassie, 2001
Afbeeldingen Ardipithecus kadabba op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Ardipithecus kadabba op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

Ardipithecus kadabba is een naam gegeven aan een soort van Hominidae uit Afrika waarvan de beendervondsten aanvankelijk tussen de 5,8 tot 5,2 miljoen jaar oud werden gedateerd, later tussen de 5,77 tot 5,54 miljoen jaar oud.[1] De volgens de soortomschrijving zijn de fossielen nauw verwant aan de laatste gemeenschappelijke voorouders van chimpansees en mensen, wier takken zich volgens moleculairbiologische schattingen ongeveer 6,5 à 5,5 miljoen jaar geleden splitsten.[2]

Vondst en naamgeving[bewerken]

In 1997 zag paleoanthropoloog Yohannes Haile-Selassie in de Awash een stuk kaak van een aapmens op de grond liggen. Verder speurwerk leverde in eerste instantie elf specimina op, die minstens vijf individuen vertegenwoordigden.

Ardipithecus is een kunstwoord. De betekenis van het geslacht is deels uit het Afar afgeleid (van "ardi" = aardbodem), deels uit het Grieks (van "πίθηκος", in het Oud-Grieks uitgesproken als "píthēkos" = aap). Het epitheton kadabba komt ook uit het Afar en is de stamvader van een familie. Ardipithecus kadabba betekent dus zoiets als "stamvader van de bodemapen".

In 2009 werd een heel boek aan de soort gewijd.[3]

Habitat[bewerken]

Volgens de soortomschrijving wijzen paleontologische bijvondsten erop, dat Ardipithecus kadabba in een habitat leefde die uit wouden, met bomen begroeide savannes en open watervlaktes bestond, zoals ook de habitat voor Sahelanthropus tchadensis wordt omschreven.[4]

Het type-exemplaar[bewerken]

Type-exemplaar is een fragment van een rechtse onderkaak met een bewaard gebleven kies (M3) en vijf tand- respectievelijk tandwortelfragmenten met het inventarisnummer ALA-VP-2/10. De soortomschrijving uit 2001 baseert zich bijkomend op verdere vondsten van beenderen, die sinds 1992 op in totaal vijf vindplaatsen in de Afarlaagte in Ethiopië zijn opgegraven geworden en van tien andere individuen afkomstig zijn. In de soortomschrijving van Yohannes Haile-Selassie was Ardipithecus kadabba evenwel als ondersoort van Ardipithecus ramidus aangeduid en had het de naam Ardipithecus ramidus kadabba meegekregen. Pas in 2004 werd deze benaming in een gezamenlijke publicatie van Haile-Selassie en de ontdekker van Ardipithecus ramidus, Tim White, herzien.[5]

Deze correctie van de aanvankelijke indeling van de fossielvondsten werd gebaseerd op het feit dat Ardipithecus kadabba "primitievere" kenmerken vertoonde dan de aan de soort Ardipithecus ramidus toegeschreven fossielen. Ardipithecus kadabba vertoont hierdoor tegelijk een grotere overeenkomst met de geslachten Sahelanthropus en Orrorin. Deze inzichten worden ondersteund door verdere beendervondsten, die in november 2002 aan het licht kwamen en als 5,8 à 5,6 miljoen jaar oud worden gedateerd.

Het artikel in 2004 zag het belang van de vondst vooral in de aanwijzingen voor een reductie van het zogenaamde canine honing complex, een plaatsing van de tanden die een constant aanscherpen van de hoektanden garandeert. Mensen kauwen grotendeels met hun kiezen. Bij andere mensapen echter, net als bij alle andere apen van de Oude Wereld, nemen (voortanden en) hoektanden een belangrijker deel van het afbijten en verwerken van voedsel voor hun rekening. De hoektanden zijn dan sterk vergroot en steken uit. Het gebit heeft naast elke hoektand een gat (diastema), in dewelke de hoektand van de tegenoverliggende kaak past. Wanneer de hoektanden bij het toebijten tegen elkander wrijven, scherpen ze hun kronen constant aan. De distale (van de middenlijn van de schedel gerichte) achterrand van de onderste hoektand glijdt langs de mesiale (richting middenlijn) voorrand van de bovenste hoektand. Die wordt zelf verder aangescherpt doordat zijn distale achterrand langs de mesiale voorrand van de derde premolaar van de onderkaak glijdt. Daarbij wordt ook de achterkant (tongzijde) van deze hoektand uitgeslepen. Bij latere vormen, zoals Ardipithecus ramidus, verdwijnt deze uitholling en blijven alleen verticale slijtfacetten. Daarnaast worden de spitsen van de hoektanden stomper. A. kadibba lijkt een tussenfase te tonen: de spitsen zijn nog scherp en de derde premolaar wijkt aan de zijde van het diasteem maar de uitslijping van de bovenste hoektand ontbreekt. Het beginnende verlies van dit kenmerk werd als argument voor de indeling van de vondsten tot een tak van de mensapen aangehaald, die zich later tot de australopitheci en ten slotte tot het geslacht Homo zou ontwikkelen. De hoektanden zijn desalniettemin van een aanzienlijke omvang, het groottebereik van chimpansees overlappend.

Ten slotte wordt in dezelfde publicatie aangemerkt, dat Ardipithecus, Sahelanthropus en Orrorin tot eenzelfde groep behoren en – op basis van nieuw ontdekte vondsten – mogelijkerwijs in een apart geslacht kunnen worden ingedeeld.

In 2008 wezen Bernard Wood en Nicholas Lonerga erop, dat de van andere soorten van de Hominini aanzienlijk afwijkende kenmerken van de tanden van Ardipithecus kadabba diens indeling bij de Hominini niet goed gefundeerd doet lijken, zoals dit bij Ardipithecus ramidus het geval is.[6]

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Website van Yohannes Haile-Selassie
  2. Y. Haile-Selassie, "Late Miocene hominids from the Middle Awash, Ethiopia", Nature 412 (2001), pp. 178-181. doi:10.1038/35084063
  3. Yohannes Haile-Selassie (Editor), Giday WoldeGabriel (Editor). 2009. Ardipithecus kadabba — Late Miocene Evidence from the Middle Awash, Ethiopia, University of California Press 664 pp
  4. G. Wolde-Gabriel - e.a., Geology and palaeontology of the Late Miocene Middle Awash valley, Afar rift, Ethiopia, in Nature 412 (2001), pp. 175-178. doi:10.1038/35084058
  5. Y. Haile-Selassie - G. Suwa - T. White, Late Miocene Teeth from Middle Awash, Ethopia, and early hominid dental evolution, in Science 303 (2004), pp. 1503–1505. doi:10.1126/science.1092978
  6. B. Wood - N. Lonergan, The hominin fossil record: taxa, grades and clades, in Journal of Anatomy 212 (2008), pp. 356f. doi:10.1111/j.1469-7580.2008.00871.x (pdf)

Referenties[bewerken]

  • Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Duitstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
  • Y. Haile-Selassie, Late Miocene hominids from the Middle Awash, Ethiopia, in Nature 412 (2001), pp. 178-181. doi:10.1038/35084063
  • Y. Haile-Selassie - G. Suwa - T. White, Late Miocene Teeth from Middle Awash, Ethopia, and early hominid dental evolution, in Science 303 (2004), pp. 1503–1505. doi:10.1126/science.1092978
  • G. Wolde-Gabriel - e.a., Geology and palaeontology of the Late Miocene Middle Awash valley, Afar rift, Ethiopia, in Nature 412 (2001), pp. 175-178. doi:10.1038/35084058
  • B. Wood - N. Lonergan, The hominin fossil record: taxa, grades and clades, in Journal of Anatomy 212 (2008), pp. 356f. doi:10.1111/j.1469-7580.2008.00871.x (pdf)
Voorlopers en oude verwanten van de mens
Fossiel voorkomen Geslacht(engroep) Soorten
7 - 4,4 Ma Sahelanthropus Sahelanthropus tchadensis
Praeanthropus Praeanthropus tugenensis
Ardipithecus Ardipithecus ramidus · Ardipithecus kadabba
4,3 - 2 Ma Australopithecus A. anamensis · A. afarensis · A. bahrelghazali · A. africanus · A. garhi · A. sediba
3,5 Ma Kenyanthropus Kenyanthropus platyops
2,5 - 1 Ma Paranthropus P. aethiopicus · P. boisei · P. robustus
tot heden Homo H. antecessor · H. cepranensis · H. denisova · Homo erectus (Javamens · Pekingmens) · H. ergaster · H. floresiensis · H. gautengensis · H. georgicus · H. habilis · H. heidelbergensis · H. helmei · H. neanderthalensis · H. rhodesiensis · H. rudolfensis · Homo sapiens (H. s. idaltu · Cro-magnonmens · Red Deer Cave-mensen)