Molaar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De molaren in een volwassen gebit

Een molaar, dens molaris, maaltand of echte kies is een tand in de achterste delen van de mond, achter de premolaren (zie afbeelding). Molaren hebben in mesiodistale (voorachterwaartse) richting een dubbele knobbelstructuur. De functie is het vermalen van het voedsel, meestal door roterende bewegingen. In een volledig volwassen gebit bevinden zich in totaal 12 molaren, 3 in elk kwadrant. In de tandheelkunde maakt men dit onderscheid tussen deze twee kiezen;

  • De eerste molaren bevinden zich direct achter de premolaren.
  • De tweede molaren bevinden zich daarachter, en liggen dus dieper in de mond.
  • De derde molaren liggen, indien doorgebroken, geheel achterin. Deze staan beter bekend als verstandskiezen.

In het melkgebit worden de kiezen ook wel melkmolaren genoemd. In tegenstelling tot het volwassen gebit telt een volledig melkgebit slechts 8 melkmolaren, 2 in elk kwadrant.

Morfologie[bewerken]

Boven- en ondermolaren van het volwassen gebit verschillen van elkaar, allereerst qua positie. Bij een normale beet staan de vestibulaire knobbels (knobbels aan de wangkant) van de bovenmolaren buccaal ten opzichte van de vestibulaire knobbels van de ondermolaren. Ook de wortels en aantallen kanalen van boven- en ondermolaren verschillen van elkaar. Tussen de tandwortels bevindt zich de furcatie (wortelsplitsing);

  • Ondermolaren hebben over het algemeen twee wortels en drie kanalen: een mesiale wortel (mesio-vestibulair en mesio-linguaal zijn vaak versmolten) en een distale wortel. De kanalen zijn het mesiovestibulaire, het mesiolinguale en het distale kanaal.
Duidelijk een ondermolaar, twee wortels!
  • Bovenmolaren hebben over het algemeen drie wortels (palatinale wortel, mesiovestibulaire wortel en een distovestibulaire wortel) en vier kanalen. Het vierde kanaal is daarentegen vaak zeer klein, maar blijkt bijna altijd aanwezig te zijn. Vaak maakt dit vierde kanaal een wortelkanaalbehandeling in de bovenmolaar lastig.

Ook de molaren binnen een kwadrant verschillen van elkaar:

  • de eerste molaar is meestal de grootste van de molaren binnen een kwadrant.
  • de wortels van de tweede en derde molaren zijn meestal korter dan die van de eerste molaar.
  • sterke kromming van de wortels zie je vaker bij de derde molaar dan bij de eerste of de tweede molaar.
  • bij de derde molaar ziet men vaker versmelting van de wortelkanalen, waardoor bij een derde molaar in de bovenkaak het vierde kanaal vaker niet aanwezig is.
  • bij derde molaren zijn er veel meer variaties mogelijk, qua wortelformatie en de hoeveelheid kanalen.

De eerste bovenmolaar heeft nog weleens een extra knobbel. Deze knobbel bevindt zich bij de al bestaande mesio-palatinale knobbel (aan de voorkant van het verhemelte). Deze extra knobbel wordt ook wel tuberculum van Carabelli genoemd.

Internationale tandnummering[bewerken]

Om onduidelijkheid te voorkomen heeft elke tand in het menselijke gebit door de internationale tandnummering een nummer, gebaseerd op het mondkwadrant en de precieze plaats vanaf het midden. Hieronder zijn de nummers van de molaren gegeven (in een volwassen gebit):

  • Rechtsboven: 16, 17 en de 18
  • Linksboven: 26, 27 en de 28
  • Linksonder: 36, 37 en de 38
  • Rechtsonder: 46, 47 en de 48

In een melkgebit wijkt de tandnummering af, de melkmolaren worden aangeduid als:

  • rechtsboven: 54 en de 55
  • linksboven: 64 en de 65
  • linksonder: 74 en de 75
  • rechtsonder: 84 en de 85

Zie ook[bewerken]