Melkgebit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tanden in volwassen gebit
Snijtanden

Hoektand

Premolaren

Molaren

Tanden in melkgebit
Melksnijtanden

Melkhoektand

Melkmolaren

Afbeelding
Melkgebit
Tussen het zesde en dertiende levensjaar zullen de melktanden en -kiezen er een voor een uitvallen
Portaal  Portaalicoon  Biologie
Portaal  Portaalicoon  Tandheelkunde

Het melkgebit van een mens bevat acht melksnijtanden, vier melkhoektanden en acht melkkiezen (melkmolaren). In tegenstelling tot het volwassen gebit, bevat het melkgebit geen voorkiezen (premolaren).

Ontwikkeling[bewerken | brontekst bewerken]

De meeste baby's krijgen wanneer ze rond de 8 maanden zijn de eerste tandjes, meisjes meestal eerder dan jongens. De tanden komen door het tandvlees heen gegroeid en veroorzaken jeuk. Dit is een van de redenen waarom een baby bijt op alles wat voorhanden komt. Het kan een paar jaar duren voordat alle tandjes zijn doorgekomen. De tanden verschijnen vaak in paren. Het patroon van doorkomen en de leeftijd waarop dit begint lijkt erfelijk vastgesteld te zijn en meestal gelijk aan een van de ouders. Een volgorde die veel voorkomt is:

Melkgebit Blijvend gebit
Nummer maanden Nummer jaar
Onderste centrale snijtanden 71, 81 4-7 31,41 6-7
Bovenste centrale snijtanden 51, 61 8-12 11,21 6-7
Bovenste laterale snijtanden 52, 62 9-16 12,22 7-8
Onderste laterale snijtanden 72, 82 9-16 32,42 7-8
Eerste molaren 54, 64, 74, 84 13-19 14,24,34,44 9-11
hoektanden 53, 63, 73, 83 16-22 13,23,33,43 9-12
Tweede molaren 55, 65, 75, 85 20-33 15,25,35,45 10-12

In deze lijst is ook de aanduiding van de tanden aangegeven volgens de internationale tandnummering. Dit systeem heeft een aparte nummering voor het melkgebit.

Wisselen[bewerken | brontekst bewerken]

Zo rond het zesde levensjaar vallen de voorste melktanden bij de mens er een voor een uit, zodat er plaats komt voor de definitieve tanden. Met de melkhoektanden en melkkiezen gebeurt dit tussen het tiende en dertiende jaar. Dit wisselen is nodig omdat de tanden en kiezen niet kunnen groeien en omdat er voor het definitieve gebit nog geen plaats is in de kaak van een klein kind.

Het stadium tussen het begin en het eind van het wisselen noemt men een wisselgebit. Het is mogelijk dat de definitieve tanden al opkomen terwijl de melktand nog niet is uitgevallen. In dat geval komen de definitieve tanden op achter de melktand en groeien deze naar voren nadat de melktanden zijn uitgevallen.

Zie de categorie Melkgebit van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
Zoek melkgebit op in het WikiWoordenboek.