Javamens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Javamens
Trinil 2
Trinil 2
Plaats Trinil
Datering 900.000 - 1.000,000 BP
Periode Vroegpaleolithicum
Vondstjaar 1890
Vinder Eugène Dubois
Collectie Naturalis Biodiversity Center, Leiden
Portaal  Portaalicoon   Archeologie
Reconstructie gemaakt in 2019 voor de permanente expositie in het Naturalis Biodiversity Center in Leiden.
Tekening van de vondsten van Eugène Dubois op grond waarvan hij Pithecanthropus erectus beschreef: een schedeldak, een dijbeen en molaren, tegenwoordig in de collectie van Naturalis in Leiden

De Javamens (vroeger Pithecanthropus erectus en tegenwoordig Homo erectus javanicus) is een collectie fossielen van de prehistorische mensen die in 1891-92 werd gevonden op het oosten van het eiland Java.

De Javamens wordt tegenwoordig door antropologen net als vergelijkbare fossielen uit de omgeving van de Chinese hoofdstad Peking (de pekingmens) tot de soort Homo erectus gerekend. Deze leefde rond 1 miljoen jaar geleden. De eerste fossielen van de javamens werden ontdekt aan de oever van de Solorivier door de Nederlandse antropoloog Eugène Dubois in 1890 en bevinden zich nu in de collecties van Naturalis in Leiden.[1] Sinds augustus 2019 is in Naturalis ook een reconstructie te zien van hoe de Javamens er uit had kunnen zien.

Eerste vondsten[bewerken | brontekst bewerken]

Charles Darwin had in zijn boek The Descent of Man and Selection in Relation to Sex (1871) het vermoeden uitgesproken dat de mens zich in Afrika had ontwikkeld, vanwege het feit dat op dat continent gorilla's en chimpansees voorkomen, de nauwste levende verwanten van de mens. In tegenstelling tot Darwin vermoedde de Duitse bioloog Ernst Haeckel in zijn boek Natürlichen Schöpfungsgeschichte (1868) dat de mens waarschijnlijk in Zuid-Azië was ontstaan. Haeckel dacht dat dit gebeurd was op een verzonken continent, Lemuria, waarvan de Indonesische Soenda-eilanden een overblijfsel zouden zijn. Hij noemde de hypothetische schakel tussen aap en mens Pithecanthropus alalus, de "niet-sprekende aapmens".

Haeckels idee fascineerde de jonge Nederlandse arts en natuurvorser Eugène Dubois, die in 1887 naar Nederlands-Indië reisde om, als arts in dienst getreden van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, op zoek te gaan naar de ontbrekende schakel in de evolutie tussen mensen en hun aapachtige voorouders. Door een combinatie van geluk en doelbewust de juiste plekken afzoeken vonden onder leiding van Dubois twee korporaals der genie een schedeldakje (calvarium), een dijbeen en molaren van de javamens. Hij noemde de vondst aanvankelijk Anthropithecus erectus (rechtopstaande mensachtige aap), naar het geslacht Anthropithecus dat op basis van tanden uit India benoemd was, maar nadat hij begreep dat hij met een nieuwe tussenvorm tussen apen en mensen te maken had, veranderde hij dit een jaar later in Pithecanthropus erectus (rechtopstaande aapachtige mens). De naam werd voor het eerst gebruikt in een brief gedateerd 28 december 1892, waarin Dubois een A doorstreept en vervangt door Pithecanthropus. Een ironisch bedoeld artikel over de vondst in het Bataviaasch Nieuwsblad, van 3 februari 1893, werd ondertekend met "Homo erectus", de eerste keer dat die naam gedrukt werd.

Naamgeving[bewerken | brontekst bewerken]

Dubois' conclusie met een tussenvorm te maken te hebben bleek echter zeer omstreden. Dit veranderde pas toen in 1926 bij Peking vergelijkbare fossielen gevonden werden. In 1931 vond de Duits-Nederlandse paleontoloog Ralph von Koenigswald op Java schedelfragmenten die hij de naam Homo soloensis gaf. In 1936 beschreef Von Koenigswald de nieuwe soort Homo mojokertensis en in 1937 vond hij bij Sangiran een goed bewaarde schedel die hij bij Dubois' Pithecanthropus indeelde. Later onderscheidde de Duitse antropoloog Franz Weidenreich bij verdere vondsten in dezelfde regio tussen twee ondersoorten: Pithecanthropus robustus en Pithecanthropus dubois.

Von Koenigswald noemde de vondst Sangiran IV in 1950 niet meer Homo mojokertensis, maar Homo erectus mojokertensis. In hetzelfde jaar stelde de Duitse evolutiebioloog Ernst Mayr voor al deze vondsten gezamenlijk bij het geslacht Homo in te delen. Dubois' vondst Trinil 2 werd daarmee het type-exemplaar van de soort Homo erectus, en alle andere namen werden synoniemen.

1rightarrow blue.svg Zie ook: Solo-mens

Verspreiding[bewerken | brontekst bewerken]

De ontdekkingen van menselijke fossielen in China en Nederlands-Indië in de jaren 20 en 30 zorgden ervoor dat Haeckels idee dat de mens in Zuid-Azië was ontstaan populair werd. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werden echter steeds meer en oudere fossielen van voorlopers van de moderne mens ontdekt in Oost-Afrika, zodat tegenwoordig de meeste antropologen denken dat de mens in Afrika ontstaan is.

Vondsten van Homo erectus wijzen erop dat deze ontstond in Afrika en zich daarna, rond 1 miljoen jaar geleden, verspreid heeft over Azië en Europa. De zeestraten tussen de Soenda-eilanden vormden tijdens de ijstijden geen probleem, omdat deze droog lagen vanwege het lagere zeeniveau.

Voorlopers en oude verwanten van de mens
Fossiel voorkomen Geslacht Soorten
7 - 4,4 Ma Sahelanthropus Sahelanthropus tchadensis
Orrorin Orrorin tugenensis
Ardipithecus Ardipithecus ramidus · Ardipithecus kadabba
4,3 - 2 Ma Australopithecus A. anamensis · A. afarensis · A. bahrelghazali · A. africanus · A. garhi · A. sediba
3,5 Ma Kenyanthropus Kenyanthropus platyops
2,5 - 1 Ma Paranthropus P. aethiopicus · P. boisei · P. robustus
tot heden Homo H. antecessor · H. cepranensis · H. denisova · Homo erectus (Javamens · Pekingmens) · H. ergaster · H. floresiensis · H. gautengensis · H. georgicus · H. habilis · H. heidelbergensis · H. helmei · H. neanderthalensis · H. rhodesiensis · H. rudolfensis · Homo sapiens (H. s. idaltu · Cro-magnonmens · Red Deer Cave-mensen)