Evolutiebiologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Evolutiebiologie is het vakgebied binnen de biologie dat zich bezighoudt met het bestuderen van de evolutie. Het houdt de studie in naar de mechanismen van evolutie en natuurlijke selectie, en het achterhalen de evolutionaire geschiedenis van bestaande en fossiele organismen.

Evolutiebiologie is een interdisciplinair vakgebied dat inzichten uit uiteenlopende levenswetenschappen integreert, zoals genetica, ecologie, taxonomie en morfologie. In de paleontologie en geologie worden fossiele soorten bestudeerd om vragen over de snelheid en aard van de evolutie te kunnen beantwoorden. Toepassingen van evolutiebiologie bevinden zich onder andere in de socioculturele evolutie van de mens, de evolutionaire psychologie, maar ook de nanotechnologie en bio-informatica.

Geschiedenis[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie geschiedenis van de evolutietheorie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Hoewel al in de tijd van de Oude Grieken ideeën over de evolutie van soorten waren[bron?], zorgde de publicatie van Charles Darwins On the origin of species (1859) pas voor algemene acceptatie dat soorten evolueren. Rond dezelfde tijd kwam Gregor Mendel met zijn erfelijksheidswetten. Darwins principe van natuurlijke selectie werd echter pas in de jaren 30 van de vorige eeuw gecombineerd met Mendels wetten (de zogenaamde moderne synthese), waardoor de populatiegenetica ontstond.

Evolutiebiologie werd pas een zelfstandig academisch vakgebied met de opkomst van de populatiegenetica. Ontdekkingen in de genetica en evolutionaire ontwikkelingsbiologie in de jaren negentig zorgden voor steeds betere methoden om evolutionaire verwantschappen vast te stellen. Veel universiteiten hebben hun biologiedepartementen tegenwoordig ingedeeld in een afdeling "moleculaire- en celbiologie" en een afdeling "evolutiebiologie & ecologie".

Bij microbiologie, de studie van micro-organismen, was het moeilijk verwantschappen tussen soorten aan te tonen door het gebrek aan voldoende duidelijke morfologische kenmerken. Tegenwoordig kan ook op dit vlak evolutiebiologie toegepast worden dankzij de opkomst van de genomica en de betere kennis van de fysiologie van micro-organismen. Bij virussen, vooral bacteriofagen, kunnen om dezelfde redenen steeds nauwkeuriger de evolutionaire verwantschappen onderzocht worden. Omdat deze organismen een zeer snelle opeenvolging van generaties hebben, kan biologische evolutie van deze soorten in laboratoria worden waargenomen.

Zie ook[bewerken]