Microbiologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kolonies micro-organismen.

Microbiologie is de wetenschap van de micro-organismen, meer specifiek vooral de bacteriën, eencellige schimmels ofwel gisten, (soms ook) schimmels, en virussen. Microbiologen houden zich bezig met de studie van dergelijke micro-organismen. Daarbij ligt het accent vooral op de studie van de biochemie en de ecologie. Ziekteverwekkende micro-organismen worden vanouds vooral bestudeerd in de medische en veterinaire microbiologie.

Geschiedenis[bewerken]

Spontane generatie[bewerken]

Tientallen eeuwen voor Christus werd er al bier gebrouwen, met gist. De bijbel vermeldt broodbakken met of zonder zuurdesem. De conservering van melk door verzuring is al even oud. Men geloofde sedert Aristoteles dat alles door spontane generatie tot stand kwam. Later geloofde men niet meer in de spontane generatie van zoogdieren.[1]

Antonie van Leeuwenhoek, die als een van de eersten successen behaalde met de microscoop, beschreef en tekende kleine, bewegende - dus levende - "dierkens" in regenwater (1677) en tandplak (1684) en stelde hun bestaan daarmee wetenschappelijk vast. De discussie over spontane generatie ontbrandde opnieuw. Joseph Needham stelde dat in een gesloten fles gekookte bouillon vanzelf "kleine diertgens" groeiden. Lazaro Spallanzani toonde in 1799 experimenteel aan dat zij al in de fles of op de kurk zaten of met lucht binnen kwamen, en dat "sporen" koken weerstaan. Gerald Schröder ontdekte de wattenprop die besmetting tegenhoudt, maar zuurstof doorlaat. Louis Pasteur beëindigde de strijd in 1861 door te laten zien dat Tyndalls luchtstofjes vele microben bevatten en dat bouillon opgekookt in een open Balardkolf steriel blijft.

Micro-organismen[bewerken]

Pasteur vond micro-organismen in bodem, water en lucht. Pasteurs studies over melkzuur- en alcoholgisting leerden dat verschillende micro-organismen verschillende reacties voltrekken en een verschillende rol vervullen in natuurlijke afbraakprocessen. Tegenover Liebig die alle ontleding van organische stof aan spontane enzymatische autolyse toeschreef, vormde dit de basis voor de ontdekking van micro-organismen als consumenten van organische stof, als oorzaak van bederf en, misschien van ziekten bij mens, plant of dier.

Micro-organismen als ziekteverwekker[bewerken]

In 1546 schreef Fracastero van Verona ziekten toe aan kiemen (seminaria) die door voorwerpen, door direct contact en zelfs op afstand konden worden overgebracht.[2] Deze interpretatie van epidemiologische gegevens kon echter geen stand houden zonder feitelijke gegevens. Pas in het begin van de 19e eeuw werd de tijd hiervoor rijp. In 1846 bestreed Ignaz Semmelweis met succes de kraamvrouwenkoorts door zorgvuldige desinfectie van de handen met een chlooroplossing.[2] Ruim 20 jaar later, in 1867, schreef Joseph Lister de infectie van open fracturen toe aan het binnendringen van bacteriën en bestreed wondinfecties met carbol.[3] Nog iets later toonde Klebs de aanwezigheid van bacteriën in weefsel en bloed bij wondsepsis microscopisch aan. In 1876 wees Robert Koch de bacterie Bacillus anthracis aan als veroorzaker van miltvuur bij het vee[3] (de wijze waarop Koch zijn bewijsvoering ten uitvoer bracht staat heden nog steeds bekend als de Trias van Koch). Toen Koch in 1883 meerdere demonstraties met de verwekker van cholera (nu bekend als Vibrio cholerae) en in 1903 van de verwekker van buiktyfus (Salmonella typhi) uitvoerde, werd men meer bewust van hygiëne, en werd er meer aandacht besteed aan de afvoer van afvalwater.
Het werd dus duidelijk dat micro-organismen veroorzakers waren van ziekten.

Andere belangrijke personen in de geschiedenis van de microbiologie[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. De ark van Noach zou dan niet nodig geweest zijn.
  2. a b Brook TD red. (1961) Milestones in microbiology, Prentice Hall inc., Englewood Cliffs, N.J.
  3. a b Lechevalier HA & M Solotorovsky red. (1974) Three centuries of microbiology, Dover publications Inc., New York.