Voortplanting (biologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
In de lucht parende zweefvliegen.

Voortplanting of reproductie is het proces waarbij organismen zorgen voor nageslacht, met als gevolg het voortbestaan van de populatie en de soort. Bij meercellige organismen wordt voortplanting afgewisseld met fasen van groei en ontwikkeling.

Vormen van reproductie[bewerken | brontekst bewerken]

Ongeslachtelijke en geslachtelijke voortplanting[bewerken | brontekst bewerken]

De twee belangrijkste vormen van voortplanting zijn ongeslachtelijke voortplanting en geslachtelijke voortplanting (seksuele reproductie).

  1. Ongeslachtelijke voortplanting is het proces waarbij een enkel individu kopieën van zichzelf maakt. Het enige genetische verschil met de individuen die dan ontstaan wordt slechts veroorzaakt door eventuele mutaties.
  2. Geslachtelijke voortplanting is het proces waarbij twee verschillende individuen van dezelfde soort een combinatie maken van hun genetische materiaal (DNA) en daarmee een nieuw individu creëren.

Gametogonie is een type voortplanting waarbij versmelting optreedt van twee geslachtscellen (de bevruchting), meestal afkomstig van verschillende individuen. Dit komt voor bij planten, dieren en de mens.

Veel meercellige organismen met geslachtelijke voortplanting hebben een levenscyclus waarbij de voortplanting op meerdere momenten kan plaatsvinden. Generatiewisseling is de afwisseling van generaties, waarbij de mate waarin groei en ontwikkeling plaatsvindt tot een meercellige generatie in de kernfasen bepalend is. Bij veel planten, algen en schimmels worden voor de voortplanting in de sporofyt door meiose sporen gevormd (ongeslachtelijk). Deze sporen kunnen uitgroeien tot (soms sterk gereduceerde) gametofyten, waar de geslachtscellen worden gevormd: eicellen en zaadcellen. Door bevruchting ontstaat een nieuw individu (geslachtelijk).

Bijzondere vormen[bewerken | brontekst bewerken]

Enkele bijzondere vormen van voortplanting in de natuur zijn

Bij vissen en inktvissen is er sprake van een alternatieve voortplantingsstrategie met satellietmannetjes, ze lijken uiterlijk op vrouwtjes en trachten ook in gedrag op vrouwtjes te lijken. Zodoende kunnen ze voorbij een mannetje glippen en met zijn vrouwtje(s) paren.

Aantal nakomelingen[bewerken | brontekst bewerken]

Sommige diersoorten, zoals de mens en olifanten, produceren weinig jongen en hebben een langdurige broedzorg. Andere diersoorten planten zich veel sneller voort, maar als de nakomelingen niet met een speciale behandeling worden beschermd sterven de meesten van hen voordat ze volwassen worden. De drijvende kracht achter de evolutie naar minder nakomelingen is bij dieren dat deze organismen meer tijd aan de bescherming van het nageslacht kunnen besteden: minder nakomelingen die sterker zijn garanderen meer het voortbestaan van de soort. De andere mogelijkheid is (zeer) veel jongen, waarvan veel verloren kunnen gaan zonder dat het voortbestaan van de soort in gevaar komt.

Voorbeelden: Een konijn (geslachtsrijp na 8 maanden) kan 10-30 jongen per jaar voortbrengen. Een krokodil (geslachtsrijp na 15 jaar) kan 50 jongen per jaar voortbrengen. Een bananenvliegje (geslachtsrijp na 10-14 dagen) kan 900 nakomelingen krijgen.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Levenscyclus en voortplanting van organismen
Ongeslachtelijke voortplanting:apomixis · automixie · binaire deling · maagdelijke voortplanting · parthenogenese · vegetatieve vermeerdering · knopvorming
Geslachtelijke voortplanting:mannelijk (♂) · vrouwelijk (♀) · eenslachtig · tweeslachtig () · geslachtsverdeling · eenhuizig (dichogamie · protandrie · protogynie) · tweehuizig
Metamorfose:gedaanteverwisseling (volledige gedaanteverwisseling - onvolledige gedaanteverwisseling) · ei · larve · nimf · instar · subimago · imago · pop · vervelling
Parasitisme:parasiet · vector · tussengastheer · tussenwaardplant · waard / gastheer · waardplant · endoparasiet · ectoparasiet
Mijlpalen:gameet (eicel, zaadcel) → bevruchting (plasmogamiekaryogamie) → zygotemeiose (reductiedeling)
Generatiewisseling:monogenetische cyclus · digenetische cyclus · trigenetische cyclus · gametofoor · gametofyt · gametogenese · generatie · spore · sporofyt · voorkiem
Kernfasewisseling:« kernfase · haplofase · diplofase » · « haplofasische cyclus · haplont · diplofasische cyclus · diplont · diplohaplofasische/heterofasische cyclus · diplohaplont » · « haploïdie · diploïdie · dikaryon »
Meiotische deling:gametische meiose · intermediaire of sporische meiose · zygotische meiose
Ploïdie:haploïdie · diploïdie · (diploïdisatie · fractionatie) · triploïdie · tetraploïdie · hexaploïdie · octoploïdie · euploïdie (alloploïdie · autoploïdie) · aneuploïdie
Afwisseling van individuen:haplobiont · diplobiont
Zie de categorie Reproduction van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.