Larve

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wespenlarven in het nest

Een larve is de eerste levensfase van een dier dat in die fase volledig afwijkt van een volwassen exemplaar. Larven komen voor bij alle amfibieën, veel vissoorten en zeer veel ongewervelde diergroepen. Ongewervelde dieren waarvan de meeste soorten een larvaal stadium bezitten zijn de insecten, aquatische kreeftachtigen, rankpootkreeften, mariene (en sommige zoetwater-) weekdieren, de stekelhuidigen, zuigwormen, borstelwormen enzovoort.

Veel diergroepen volgen een karakteristieke ontwikkeling en niet bij alle is het larvale stadium het enige stadium voordat het volwassen stadium bereikt wordt. De larvale stadia van verschillende diergroepen hebben vaak een eigen naam:

Larven van vissen en amfibieën kennen geen indirecte metamorfose, maar veranderen geleidelijk. Bijna alle amfibieënlarven verliezen uitwendige kieuwen en een deel van de staart (bij kikkers volledig) en krijgen een andere tekening. Ook worden de longen ontwikkeld.

Bij holometabole insecten verandert de larve in een imago nadat verpopping heeft plaatsgevonden. In de pop veranderen de in- en uitwendige kenmerken drastisch. Bij deze "volledige gedaanteverwisseling" lijken de larven niet op de imago van deze insecten. Het bijzondere van deze ontwikkeling is dat er vaak totaal andere organen ontstaan tijdens de verpopping. Dit is in tegenstelling tot de hemimetabole insecten (met "onvolledige gedaanteverwisseling") die een of meer nimfstadia kennen.

Veel larven hebben een soortvaste naam, omdat ze per groep niet veel verschillen:

  • Kevers (Coleoptera): larve heet engerling (bladsprietkevers), ritnaald (kniptorren), enzovoort. Deze zijn rupsachtig maar hebben vaak stevige kaken en klauwen - achterlijf veel groter
  • Vliegen (Diptera): made. Deze zijn gesegmenteerd wormachtig, en hebben geen poten
  • Langpootmuggen (Diptera): emelt.
  • Vlinders (Lepidoptera): rups. Deze zijn wormachtig, met vooraan (meestal zes) gelede en achteraan (meestal vier) ongelede poten
  • Kikkers en padden: kikkervisje of dikkopje (ook streekgebonden: kwakkebol, donderkopje)