Generatie (biologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een generatie is in de biologie een stadium in de levenscyclus van een eukaryoot organisme, dat begint met een voortplantingscel (een spore of een zygote), en dat - na een periode van duidelijke vegetatieve activiteit: groei en ontwikkeling - eindigt met de vorming van andere reproductieve cellen (sporen of gameten).

Bij dieren, bij de mens en bij een aantal groepen algen worden de gameten gevormd door meiose (gametische meiose) en wordt de volledige levenscyclus gevormd door één enkele (diploïde) generatie (een diplont) en kan dus niet gesproken worden van generatiewisseling.

Levenscyclus met gametische meiose bij dieren
tweehuizige organismen
 ♂ zygote  → groei → ♂ organisme (2n) ♂ gonade → meiose →  zaadcel (n)  > bevruchting <
 ♀ zygote  → groei → ♀ organisme (2n) ♀ gonade → meiose →  eicel (n) 
 

Als er slechts een generatie is, die haploïde is, spreekt men van een haplont, als er slechts een generatie is, die diploïde is, spreekt men van een diplont.

Als er een afwisseling is van een haploïde en een diploïde generatie spreekt men van een diplohaplont. Hier is dus sprake van echte generatiewisseling. In dit geval kunnen beide generatie even belangrijk zijn en vrijwel morfologisch gelijk, maar ook kan een van de generaties dominant zijn. Bij mossen, levermossen en hauwmossen is de haploïde generatie (de gametofyt) dominant, bij de overige Embryophyta zoals varens en zaadplanten is de diploïde generatie (de sporofyt) dominant.