Rudimentair (anatomie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een kenmerk van een organisme wordt rudimentair of gereduceerd genoemd wanneer het morfologisch slechter ontwikkeld is.

Het kenmerk heeft eventueel een verminderde functionaliteit in vergelijking met dat bij de voorouders of bij nauwe verwanten. Het kenmerk was in een vroeger evolutionair stadium van het organisme aanwezig, maar is gereduceerd en komt niet tot ontwikkeling waarbij de belangrijkste functies verloren zijn gegaan. Een orgaan of orgaanstelsel kan in de loop van de evolutie zijn functie verloren hebben en dus in het huidige tijdperk overbodig zijn. Zo'n orgaan is soms nog wel aanwezig (als evolutionair relict), maar is bijvoorbeeld tot zeer klein. Het in de evolutie verdwijnen van een kenmerk kan onder andere in gang gezet zijn door functieverlies of door energiebesparing.[1]

Voorbeelden[bewerken]

Dieren:

  • Bij de mens: het wormvormig aanhangsel (appendix) dat bij een blindedarmoperatie verwijderd wordt, de stuit of het staartbeen (coccyx) en de verstandskiezen (wijsheidstand) voor het kauwen van rauw voedsel.
  • Sommige walvissen hebben nog twee rudimentaire achterpoten, die bestaan uit niet meer dan twee losse botjes ergens in het achterlichaam.
  • Er zijn slangen met rudimentaire pootjes, niet meer dan nauwelijks zichtbare uitsteeksels.
  • Sommige vogels hebben hun vleugels verloren[2]
  • Er zijn vissen die in absolute duisternis in grotten leven en die zowel het pigment in hun huid als hun ogen zijn verloren.[3]
  • Sommige sluipwespen hebben het vermogen om vetten te produceren verloren. Deze nemen ze op van hun gastheer, die dit produceert.[4]
  • Veel insecten die zich ongeslachtelijk voortplanten, hebben hun seksuele kenmerken verloren.[5]
  • Naaktslakken hebben in het algemeen een rudimentaire schelp.

Planten:

  • Bij de Embryophyta (landplanten) zijn in de loop van de evolutie het prothallium (voorkiem), de antheridia en archegonia sterk gereduceerd. Het is echter duidelijk dat de functie bij de voortplanting nog volledig aanwezig is. Bij veel varens is het prothallium een zelfstandig levend organisme, met goed ontwikkelde antheridia en archegonia. Bij de zaadplanten kunnen deze gereduceerd zijn tot hoogstens enkele cellen.
  • Cactussen verschillen van veel bedektzadige planten in de afwezigheid van bladeren als aanpassing aan een heet en droog klimaat, maar soms zijn in jongere stadia wel kleine, wormvormige blaadjes te vinden die snel afvallen. De gewone functie van bladeren in de transpiratie en de fotosynthese bij de vorming van assimilaten is overgenomen door de stengels. Soorten van het geslacht Pereskia hebben echter wel volledige bladeren.

Zie ook[bewerken]