Chordadieren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Chordadieren
Fossiel voorkomen: Cambrium[1]heden
Voorbeeld van chordaten uit vier subfyla
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Onderrijk:Eumetazoa (Orgaandieren)
Superstam:Deuterostomia
Clade:Bilateria
Stam
Chordata
Bateson, 1885
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Chordadieren op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Chordadieren (Chordata) vormen een stam in het dierenrijk, waartoe de gewervelden, slijmprikken, manteldieren en lancetvisjes behoren. De stam omvat alle dieren die, althans in aanleg, een chorda hebben. Dit is een elastische, weefselachtige streng die langs de gehele rug van het dier loopt. Van de oorspronkelijke chorda is meestal alleen in het embryonale stadium nog iets terug te vinden.

Al ten tijde van de Cambrische explosie, 541 miljoen jaar geleden, zijn fossielen van chordaten gevonden. Fylogenetisch gezien worden gewervelde dieren – chordaten waarbij de chorda tijdens de ontwikkeling wordt vervangen door een wervelkolom – beschouwd als een subgroep van de clade Craniata: alle chordaten met een schedel. De Craniata en Tunicata vormen samen de clade Olfactores.

Chordaten zijn bilateraal symmetrisch en hebben een coeloom, een goed ontwikkeld gesloten circulatiestelsel, en vertonen metamere segmentatie. Naast de chorda dorsalis zijn andere definiërende kenmerken de dorsale zenuwstreng, de gespierde postanale staart en de faryngeale spleten. Er zijn meer dan 65.000 soorten chordaten beschreven, waarvan ongeveer de helft beenvisachtigen zijn.

Oorsprong en evolutie[bewerken | brontekst bewerken]

De chordata zijn evolutionair te herleiden tot lancetvisachtige vormen van 550 miljoen jaar geleden, bijvoorbeeld de Pikaia. De naaste verwanten van de chordaten zijn de stekelhuidigen (Echinodermata) en de eikelwormen (Hemichordata), met welke zij embryologische en larvale kenmerken delen. Samen vormen zij de superstam van de nieuwmondigen (Deutero-stomata).

Stekelhuidigen en chordaten hebben gemeen dat zij een primair sessiele levenswijze vertonen. Zeelelies (Crinoidea) en zakpijpen (Ascidiacea) zijn primitieve vertegenwoordigers van hun groepen, die nog steeds een sessiele levenswijze hebben. Omdat de larven van zakpijpen sterk op volwassen lancetvisjes lijken, is de theorie dat de 'hogere' chordaten ontstonden doordat het volwassen stadium op een gegeven moment verloren ging (neotenie). Uit een lancetvisachtige vorm ontstonden dan later door toevoeging van een schedel en wervels de Craniata (slijmprikken en gewervelden).

Fylogenie[bewerken | brontekst bewerken]

 
 
 
 
 
 
Manteldieren
(Urochordata/Tunicata)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Chordadieren
 
 
 
 
Schedellozen
(Cephalochordata)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Slijmprikken
(Myxini)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Craniata
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Gewervelden
(Vertebrata)
 

Taxonomie[bewerken | brontekst bewerken]

Een skelet van de blauwe vinvis, het grootste dier van de wereld
Een slechtvalk, het snelste dier van de wereld

Het volgende schema is afkomstig uit de derde editie van Vertebrate Palaeontology.[2]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]