Coeloom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Dwarsdoorsnede van een Oligochaeta-ringworm: Het coeloom omgeeft de centrale typhlosolis

Het coeloom is de embryonale secundaire lichaamsholte waaruit zich de voornaamste lichaamsholten kunnen vormen, en komt voor bij veel triblastische dieren.

Een coeloom is de ruimte, afgelijnd door het epitheel afkomstig uit het mesoderm. Organen in deze ruimte kunnen hier groeien, vrij bewegen en volledig onafhankelijk van de lichaamswand ontwikkelen. De vloeistof waarmee een coeloom gevuld is, zorgt ervoor dat de organen niet beschadigd raken door schokken.

Afgezien van de acoelomata (bijvoorbeeld de Platyhelminthes en andere triblastische dieren zonder coeloom) zijn er drie typen coeloom.

  • het schizo- en enterocoeloom. Dezen zijn beiden volledig omzoomd met mesoderm. Het verschil tussen deze twee holten is de ontstaanswijze. Bij de schizocoelomata horen dieren als de Arthropoda, en bij de enterocoelomata dieren als de Chordata (zoals de mens).