Epitheton

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een epitheton (Grieks ἐπίθετον, het erbij geplaatste, het toegevoegde, meervoud epitheta) is een lovend attribuut, een erenaam. Een enkele keer kan het gaan om een negatieve eigenschap. In de Griekse taalkunde werd het gebruikt om een bijvoeglijk naamwoord aan te duiden.

Taalkundig[bewerken | brontekst bewerken]

De Griekse dichter Homerus gebruikte vaak een epitheton zonder dat het betekenis had voor het verhaal, een epitheton ornans (attribuut ter versiering). Bekende voorbeelden zijn de snelvoetige Achilles, de uilogige Athene en de stralende Odysseus. Typerend is dat Achilles het epitheton stralend kan uitspreken voor de Trojaan Hektor, ook al is het zijn vijand die hij net gedood heeft (Ilias, 22, 393). Een dergelijk gebruik van epitheta ornantia komt voort uit de orale traditie, waarin de dichter-zanger een arsenaal van woorden en formules moest hebben om tijdens de voordracht uit zijn hoofd volledige versregels te componeren.

Tegenwoordig wordt het gebruikt voor een omschrijvende zinsnede of woord. Het epitheton geeft variabele nuances weer bij levende of fictieve mensen, wezens, godheden, objecten en daarnaast in de biologische nomenclatuur. Het kan ook een smalende betekenis hebben met de bedoeling om te beledigen en wordt als zodanig wel in de politieke journalistiek gebruikt. Een epitheton is veelal een metafoor in compacte vorm, die als bijvoeglijke zinsnede wordt gebruikt. Het wordt bij de naam van een beroemd persoon gevoegd als een soort ophemelende koosnaam. Beroemde historische figuren hebben vaak dergelijke epitheta (bijvoorbeeld de Leeuw van Vlaanderen, de Stedendwinger). Bij bekende godheden en religieuze figuren horen meestal hele lijsten epitheta, die dan eventueel ook als litanieën worden gereciteerd.

Niet elk adjectief is een epitheton, aangezien dit laatste ook zelfstandig kan gebruikt worden, zonder vermelding van de figuur op wie het betrekking heeft. De ingewijden weten dan wel wie er bedoeld wordt. Het epitheton wordt in de omgang dan ook wel als substituut voor de eigennaam aangewend.

Biologische nomenclatuur[bewerken | brontekst bewerken]

In de binomiale nomenclatuur, de door Linnaeus geformaliseerde methode van naamgeving voor organismen, is het tweede deel het soorts-epitheton. Elke soort heeft een altijd cursief geschreven tweedelige naam: de altijd met een hoofdletter geschreven geslachtsnaam (genus) en de soortaanduiding, het epitheton. Deze regel geldt niet voor virussen.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]