Endeldarm

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het maag-darmstelsel bij de mens.
1. slokdarm, 2. maag, 3. dunne darm, 4. appendix, 5. blindedarm, 6. karteldarm, 7. endeldarm, 8. anus

De endeldarm[1] of (intestinum) rectum[2] is bij zoogdieren het laatste deel van de dikke darm. Hier verzamelt de ontlasting (Lat.: faeces) zich, om vervolgens via de anus het lichaam te verlaten.

De endeldarm is bij mensen 15 à 20 cm lang en heeft een S-vorm. In het bovenste derde deel van het rectum ligt een gedeelte dat zich gemakkelijk kan verwijden, ampulla recti. De vulling ervan wekt door prikkeling naar het afferente zenuwstelsel de stoelgang (defecatie) op.

Aandoeningen van het rectum:

Naamgeving[bewerken]

De Latijnse naam intestinum rectum (intestinum = darm,[3] rectum = recht[3]) is een vertaling[4][5] van de Griekse naam ἀπευθυσμένον ἔντερον (ἀπευθύνειν = recht maken,[6], ἔντερον = darm[6]) die voorkomt bij de Griekse arts Galenus.[4][7] De verlatijnsing van de Griekse variant komt als apeuthysmenon [8] ook voor. Galenus onderzocht de endeldarm door ontleding van een dierlijk kadaver en vond dit stuk darm gestrekt[4][7] in plaats van gekromt (S-vorm), zoals gebruikelijk is bij de mens. De naam ἀπευθυσμένον ἔντερον/intestinum rectum komt dan ook niet overeen met de vorm van de endeldarm in de mens. Als alternatief komt ook de naam euthyenteron[9] voor, met vrijwel dezelfde betekenis (εὐθύς = recht(uit)[6]).

Overeenkomstig de namen ἀπευθυσμένον ἔντερον/intestinum rectum komt in het Nederlands ook het begrip rechte darm[9] voor. In de Nederlandse naam endeldarm is het deel endel gevormd van e(i)nde naar het voorbeeld van middel.[10] Als alternatief voor intestinum rectum, overeenkomstig het Nederlandse endeldarm, wordt ook intestinum terminale [7][11] gebruikt. Het synoniem eschaton[8] (Oudgrieks: eind/laatste[6]) sluit aan bij deze betekenis.

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  2. His, W. (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag Veit & Comp.
  3. a b Lewis, C.T. & Short, C. (1879). A Latin dictionary founded on Andrews' edition of Freund's Latin dictionary. Oxford: Clarendon Press.
  4. a b c Hyrtl, J. (1880). Onomatologia Anatomica. Geschichte und Kritik der anatomischen Sprache der Gegenwart. Wien: Wilhelm Braumüller. K.K. Hof- und Unversitätsbuchhändler.
  5. Triepel, H. (1910). Die anatomischen Namen. Ihre Ableitung und Aussprache. Mit einem Anhang: Biographische Notizen.(Dritte Auflage). Wiesbaden: Verlag J.F. Bergmann.
  6. a b c d Liddell, H.G. & Scott, R. (1940). A Greek-English Lexicon. revised and augmented throughout by Sir Henry Stuart Jones. with the assistance of. Roderick McKenzie. Oxford: Clarendon Press.
  7. a b c Triepel, H. (1910). Nomina Anatomica. Mit Unterstützung von Fachphilologen. Wiesbaden: Verlag J.F. Bergmann.
  8. a b Kossmann, R. (1895). Die gynäcologische Anatomie und ihre zu Basel festgestellte Nomenclatur. Monatsschrift für Geburtshülfe und Gynaekologie, 2 (6), 447-472.
  9. a b Gabler, E. & Winkler, T.C. (1881). Latijnsch-Hollandsch woordenboek over de geneeskunde en natuurkundige wetenschappen. (Tweede druk). Leiden: A.W. Sijthoff.
  10. Vries, J. de, Tollenaere, F. de & Persijn, A.J. (1993). Etymologisch woordenboek (18de druk). Utrecht: Uitgeverij Het Spectrum B.V.
  11. Stieve, H. (1949). Nomina Anatomica. Zusammengestellt von der im Jahre 1923 gewählten Nomenklatur-Kommission, unter Berücksichtigung der Vorschläge der Mitglieder der Anatomischen Gesellschaft, der Anatomical Society of Great Britain and Ireland, sowie der American Association of Anatomists, überprüft und durch Beschluß der Anatomischen Gesellschaft auf der Tagung in Jena 1935 endgúltig angenommen. (4de uitgave). Jena: Verlag Gustav Fischer.


Zoek dit woord op in WikiWoordenboek