Hybride (biologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Lijgers, kruisingen tussen leeuwen en tijgers

In de biologie is een hybride, kruising of bastaard het resultaat van geslachtelijke voortplanting van twee verschillende types van organismes, zoals planten of dieren. De ouders van de kruising moeten herkenbare eenheden zijn, zoals:

Bastaardering bij planten[bewerken | brontekst bewerken]

Vorming van eupolyploïden
en diploïdisatie
directe voorouder
 diploïde genoom: ZZ 
soortvorming of speciatie (evolutie)
diploïde soort A
genoom: AA
diploïde soort B
genoom: BB
 ↙
  autopoly-
ploïdie
bastaardering
(hybridisatie)
autopoly-
ploïdie
↓ 
autotetraploïde
AAAA
hybride
AB
autotetraploïde
BBBB
 ↘
bastaardering hybridogene
polyploïdie
 
triploïde
AAA
amfidiploïde
AABB
diploïdisatie diploïdisatie diploïdisatie
diploïde soort
AA
diploïde soort
AB
diploïde
BB
schema van boven naar beneden lezen

Soortkruisingen komen in de natuur regelmatig voor. Een kruising is meestal tussen twee soorten uit hetzelfde geslacht (intragenerische hybride). Ook bij varens komt veel bastaardering voor, bijvoorbeeld in het geslacht streepvaren (Asplenium).

Kruisingen tussen twee soorten uit verschillende geslachten komen eveneens voor (intergenerische hybride), bijvoorbeeld ×Triticale, een kruising van een tarwe-soort (in het geslacht Triticum met rogge (in het geslacht Secale).

Hybriden en polyploïde planten zijn soms moeilijk van elkaar te onderscheiden, maar bij hybriden zijn vaak de stuifmeelkorrels of de sporen zichtbaar slechter ontwikkeld dan bij polyploïde planten. Hybriden zijn soms minder fertiel of zelfs steriel. Er kan weer vorming van (haploïde) gameten optreden als er eerst verdubbeling van de chromosomen (hybridogene polyploïdie) is opgetreden waarbij er weer een (amfi)diploïde plant ontstaat, zodat bij de meiose de homologe chromosomen naast elkaar komen te liggen.

Bij plantenveredeling is veel gebruikgemaakt van hybriden. De eerste generatie na een kruising noemt men een F1-hybride, de tweede generatie een F2-hybride, enzovoort. Veel als zaad verhandelde cultivars zijn F1-hybriden tussen twee ingeteelde lijnen. Dit heeft als voordeel dat daarmee een grote mate van uniformiteit te bereiken is.

Hybriden bij dieren[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de karperachtigen in Europese en Aziatische wateren treedt vaak hybridisatie op in natuurlijke omstandigheden, waarschijnlijk door de massale paringen van verschillende soorten in hetzelfde seizoen en hetzelfde water, waarbij eieren en sperma vrijelijk in het water worden verspreid. Over het algemeen zijn de nakomelingen van twee verschillende soorten niet vruchtbaar.

De hybriden van Pelophylax-soorten (groene kikkers) hebben een aparte status. Ze worden klepton genoemd, omdat ze zich weer met een van de oudersoorten kunnen voortplanten en in sommige gevallen ook onderling, maar zonder vermenging van het genetisch materiaal van de geslachtscellen.[1] De mengvorm is ook te talrijk om afkomstig te zijn van kruisingen tussen de oudersoorten. De bastaardkikker is een klepton. Samen met de poelkikker en de meerkikker vormt hij een synklepton.

Bij het fokken van dieren wordt veel gebruikgemaakt van hybriden. De meeste legkippen, slachtkuikens en vleesvarkens zijn hybriden tussen twee sterk ingeteelde rassen. De voordelen zijn heterosis en een grote uniformiteit van het nageslacht.

Een hybride wordt soms aangeduid door de namen te combineren, zoals bij lijger en gaap in onderstaande lijst.

Voorbeelden[bewerken | brontekst bewerken]

Voorbeelden van hybriden zijn:

onder de amfibieën:
onder de onevenhoevigen:
onder de evenhoevigen:
onder de beren:
onder de hondachtigen
onder de katachtigen:

Duikeenden en ganzen[bewerken | brontekst bewerken]

Van diersoorten uit een aantal geslachten worden relatief vaak hybriden waargenomen. Dat geldt onder andere voor de duikeenden uit het geslacht Aythya en voor ganzen uit de geslachten Anser en Branta.[2] Het relatief hoge aantal hybriden onder duikeenden en ganzen kan onder andere verklaard worden door een lage interspecifieke barrière en uit domesticatie en verwildering van sierwatervogels uit waterwildparken. Dat wil nog niet zeggen dat er geen geslachten van vogelsoorten zijn waarbinnen hybriden vaker voorkomen, zoals onder de zangvogels, maar dat deze hybriden minder vaak worden opgemerkt.[3]

Vogels in de Lage Landen[bewerken | brontekst bewerken]

Onder vogels worden in België en Nederland steeds vaker hybriden waargenomen.[4][5] Met name onder de watervogels zijn een aantal soorten die vrij regelmatig hybriden voortbrengen.

Vooral de stijging van het aantal waargenomen kruisingen met gedomestiseerde grauwe ganzen en wilde eenden, ook wel soepganzen en soepeenden genoemd, valt op.[6][7][8][9][10][11][12][13][14][15]

Verder vallen de incidentele waarnemingen van kruisingen tussen roofvogels op. Dit betreft waarschijnlijk nakomelingen van exotische roofvogels die uit gevangenschap zijn ontsnapt. Veel roofvogels die in gevangenschap opgroeien vertonen, door problemen met de inprenting, gedragsafwijkingen.[16]

Daarnaast worden regelmatig hybriden waargenomen van vogelsoorten die ook als ringsoorten beschouwd kunnen worden, zoals hybriden van zilvermeeuwen en kleine mantelmeeuwen.[17] Of het aantal kruisingen tussen deze meeuwen stijgt is niet duidelijk. Omdat sommige soorten in het verleden vaak als varianten of ondersoorten van Larus-soorten gezien werden, ontsnapten ze meestal aan de aandacht van veel vogelaars. Sinds de topklasse verrekijkers en telescopen binnen het handbereik van vogelaars zijn gekomen, worden deze meeuwensoorten en/of hybriden vaker gesignaleerd.

Onder biologen, vogelaars en natuurbeschermers wordt verschillend gedacht over het tellen en observeren van algemeen voorkomende hybriden, zoals soepganzen en soepeenden.[8][9][10][11] In natuurgebieden en stedelijke omgevingen neemt het aantal hybride watervogels gestaag toe en mengen ze zich langzaam maar zeker steeds verder met verschillende populaties wilde watervogels. Daardoor wordt het steeds lastiger om de kleurafwijkingen in het verenkleed van kruisingen te onderscheiden.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]