Inteelt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Inteeltdepressie bij shetlandpony's

Inteelt is een wetenschappelijk begrip dat inhoudt het kruisen binnen een soort, ondersoort of ras van nauw aan elkaar verwante individuen. De verwantschap tussen beide ouders is hierbij groter dan de gemiddeld vastgestelde inteeltcoëfficiënt van de totale populatie. Inteelt leidt tot homozygositie, hetgeen de kans vergroot dat het nageslacht nadelige effecten ondervindt van recessieve allelen. Inteelt leidt over het algemeen tot een verminderde genetische variatie van populaties (inteeltdepressie).

Dieren[bewerken]

Bij het fokken van gedomesticeerde dieren wordt inteelt gebruikt om gewenste uiterlijke of karaktereigenschappen te behouden en te versterken. Wanneer bij een dier een eigenschap als wenselijk beschouwd wordt, wordt vaak een dier dat deze eigenschap toont met een naaste verwant (vader/moeder, broer/zus) gekruist om in de nakomelingen deze eigenschap terug te zien.

Noodzaak van selectie[bewerken]

Aangezien niet alleen de gewenste eigenschap zich manifesteert maar ook negatieve eigenschappen, is het zaak om snel een groot aantal dieren te fokken en een strenge selectie uit te voeren op ongewenste eigenschappen. Deze selectie heeft dan de vorm van het uitsluiten voor verdere fok.

Nut van een stamboek[bewerken]

In gedomesticeerde dierenrassen komen als gevolg van inteelt eigenschappen voor die onwenselijk zijn. Zo is er bij de hond sprake van overmatige agressie bij verschillende rassen, hartklachten bij de boxer, bloedziekte bij dobermanns etc. Door het bijhouden van een stamboek, waarin de frequentie van voorkomen (de incidentie) van een ongewenste eigenschap of ongewenste eigenschappen vermeld wordt, kan die uitgeselecteerd worden. Bij honden worden dieren met slechte eigenschappen vaak aan het publiek verkocht.

Nut van fokprogramma's bij vee[bewerken]

Naast het bijhouden van een stamboek blijkt in de praktijk dat bij vee systematische fokprogramma's met meerdere deelnemers of fokeenheden voordelen hebben. Een methode is een roterend uitwisselingssystem van dieren, zoals dit in Duitsland bij bedreigde veerassen gebruikt wordt, een zogenaamde Zuchtring (fokkerskring).[1]

Inteelt bij wilde dieren[bewerken]

Ook in het wild komt inteelt voor wanneer populaties van dieren erg klein zijn geworden. Als een populatie niet regelmatig wordt voorzien van 'nieuw' bloed, is ze gedoemd uit te sterven. Zo wordt van de Zweedse populatie van de wolf gezegd dat deze te klein is en dat dit met de inbreng van twee reuen per generatie van een andere populatie te verhelpen is. Een consequentie is dat het herintroduceren van dieren op zich niet volstaat; essentieel is dat er een populatie moet ontstaan die groot genoeg is voor het in stand houden van genetische diversiteit. Grote populaties kunnen ontstaan door onderling contact van kleinere populaties. De noodzaak voor genetische diversiteit onderstreept het belang van ecologische verbindingszones en de ontwikkeling van een "ecologische hoofdstructuur". In Vlaanderen gebeurt dit met het Vlaams Ecologisch Netwerk, in Nederland met het Natuurnetwerk Nederland.

Mensen[bewerken]

Inteelt kan ongunstige gevolgen hebben. In principe zouden bepaalde gunstige genetische eigenschappen in families bevorderd kunnen worden door inteelt, maar het kan ook tot een hoger aantal miskramen en afwijkingen leiden. In de meeste samenlevingen rust er een taboe op een huwelijk tussen te nauw verwante familieleden.

Er zijn diverse gevallen bekend van inteelt in adellijke families. Praktisch alle vorstenhuizen in Europa trouwden gedurende vele eeuwen steeds onderling om bezittingen en adellijke titels in de familie te houden. In dit verband is het Habsburgse huis berucht om de veelvoorkomende afwijkende onderlip en kin.

Martha's Vineyard, een eiland voor de oostkust van de Verenigde Staten, kende in de 18e en 19e eeuw als een geografisch en infrastructureel geïsoleerd gebied relatief veel mensen met erfelijke doofheid. Dit had tot gevolg dat ook een groot deel van de niet-dove populatie de plaatselijke gebarentaal vloeiend beheerste.

In Nederland komen neef-nichthuwelijken vooral voor onder migrantengroepen uit Turkije en Marokko. Geschat wordt dat 22 procent tot 25 procent van de Nederlandse Turken en Marokkanen met een (achter)neef of (achter)nicht is getrouwd, maar er is een dalende trend.[2][3] Een literatuur- en statisch onderzoek door het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Erasmus MC, waarvan de resultaten in 2003 werden gepubliceerd, stelt dat aangeboren afwijkingen de voornaamste doodsoorzaak vormen onder zuigelingen van Turkse en Marokkaanse ouders, hetgeen mogelijk is terug te voeren op de huwelijken tussen familieleden.[4] De kans op erfelijke afwijkingen bij niet-verwante koppels bedraagt ongeveer 3 tot 4 procent; bij kinderen uit neef-nichthuwelijken is die kans 4,7 tot 6,8 procent.[3]

Erfelijke aandoeningen komen soms ook voor bij nogal gesloten gemeenschappen. In Nederland gaat het vooral om kleine vissersplaatsen waar men onderling huwde, Volendam, Urk, Spakenburg en Katwijk. Deze plaatsen zijn onder meer bekend geworden door de in deze dorpen veelvoorkomende genetische aandoeningen. Dit zijn respectievelijk de Volendamse ziekte, de ziekte van Van Buchem (Urker brozebottenziekte), de Spakenburgse ziekte en de Katwijkse ziekte.

Bij bepaalde groeperingen onder de Joden worden, voor het sluiten van een huwelijk, beide partners getest op bepaalde erfelijke ziekten cq. aandoeningen, gezien de door geschiedenis sterk vergrote kans op deze ziekten bij deze groeperingen.

Over het algemeen levert inteelt voor mensen meer nadelen dan voordelen op en kan daarom het beste voorkomen worden.

Planten[bewerken]

Bij de veredeling van planten wordt vaak gebruikgemaakt van inteelt voor het maken van hybriderassen. Door herhaaldelijke zelfbestuiving ontstaat een bijna homozygote inteeltlijn. Dergelijke planten vertonen vaak een slechte groei, 'inteeltdepressie' genoemd. Alleen die inteeltlijnen worden met elkaar gekruist die heterosis geven om zo een hoog opbrengend hybrideras te maken. Bij onder andere maïs en vele groentesoorten, zoals tomaat, paprika en komkommer, worden bijna uitsluitend hybride rassen gebruikt.

Tegenhanger[bewerken]

De tegenhanger van inteelt is uitkruisen of uitteelt. Hierbij is sprake van een verwantschap tussen beide ouders die kleiner is dan de gemiddeld vastgestelde inteeltcoëfficiënt van de totale populatie binnen het ras of de soort. De heterosis van de genenparen binnen een individu uit zo'n combinatie neemt toe, alsmede een grotere variatie aan getoonde kenmerken. Bij kruisingen tussen twee soorten (gebruikelijk bij plantenveredeling) spreekt men van cross breeding, soortkruising of interspecifieke hybride.

Zie ook[bewerken]