Plantenveredeling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kweker toont tomaten met door biotechnologie ingebouwd ACC-synthesegen
Bioscoopjournaal uit 1950 over de veredeling van tulpen

Plantenveredeling richt zich op het ontwikkelen van planten die zo goed mogelijk aan de eisen van de mens voldoen.[1] Een veredelaar selecteert planten met de beste erfelijke eigenschappen, en maakt daar nieuwe rassen van. Als zodanig is het te vergelijken met het fokken van huisdieren en vee.

Onder plantenveredeling valt enerzijds het kweken (veredelen) van nieuwe rassen en anderzijds de bestudering van de grondslagen waarop het kweken berust en van de middelen waardoor het kweken wordt bevorderd. De plantenveredeling past voor het maken van betere rassen de kennis uit verschillende vakgebieden toe, onder andere erfelijkheidsleer, plantenziektenkunde, biotechnologie en wiskundige statistiek.

Geschiedenis van de veredeling[bewerken]

Het aanpassen van gewassen aan de behoeften van de mens gebeurt al sinds het jagen/verzamelen werd aangevuld met en grotendeels vervangen door landbouw en tuinbouw. De eerste fase bestond uit het overhouden van zaden van aantrekkelijke planten waaruit op lange termijn de landrassen (genetisch "brede" populaties) ontstonden. Dit is overigens ook van toepassing op dierlijke rassen. Pas nadat de wetmatigheden van de genetische vererving rond 1880 duidelijk werden kwam de veredeling in een stroomversnelling. Nieuwe technieken leidden snel tot een gespecialiseerde beroepsmatige uitoefening van de plantenveredeling. Het vervaardigen van zuivere lijnen door herhaalde zelfbevruchting werd veel toegepast en er werd gebruikgemaakt van de hybride groeikracht door zuivere lijnen met elkaar te kruisen. Opbrengstverhoging, opbrengstzekerheid en een verbeterde productkwaliteit konden hierdoor worden gerealiseerd.

Principe[bewerken]

Het principe van de plantenveredeling is zo veel mogelijk goede eigenschappen in één plantenras te verenigen. Gewenste eigenschappen kunnen zijn:[2]

  • Hoge opbrengst per plant of per hectare
  • Optimale smaak
  • Optimale esthetische kenmerken (bijv. sierplanten of fruit)
  • Resistentie tegen ziektes
  • Goede aanpassing aan omstandigheden (bodem, weer)

Klassieke veredeling[bewerken]

Selectie[bewerken]

De simpelste veredelingsmethode is selectie: een groep planten onderling vergelijken, en de beste hieruit gebruiken voor vermeerdering. Op deze wijze zijn in het verleden veel rassen ontstaan. De voorwaarde is dat de populatie over een voldoende genetische variatie beschikt. Voor een snelle en succesvolle veredeling is deze methode niet zeer geschikt.

Kruising[bewerken]

Als de gewenste eigenschappen aanwezig zijn in verschillende planten, kan de veredelaar proberen deze in één plant te verenigen door de twee ouderplanten te kruisen. Vervolgens selecteert de veredelaar de nakomelingen.

Moderne veredeling[bewerken]

Bij klassieke veredeling duurt de hele cyclus van kruising tot introductie van een nieuw ras acht tot 30 jaar.[bron?] Deze tijd kan tegenwoordig echter verkort worden door gerichter te selecteren. Hiervoor zijn verschillende technologieën ontwikkeld, die als moderne veredeling samengevat worden.

Marker assisted breeding[bewerken]

Er kan gebruik gemaakt worden van Marker Assisted Breeding. Hierbij wordt bij de te selecteren rassen een DNA-Analyse gemaakt en met behulp van bepaalde nucleotidensequenties eigenschappen vervolgd.

In-vitrocultuur[bewerken]

De vermeerdering van nieuwe rassen kan ook sneller verlopen door gebruik te maken van in-vitrocultuur.

Mutatie-inductie[bewerken]

Soms wordt gebruikgemaakt van mutatieveredeling: technieken die ervoor zorgen dat er variaties optreden in het DNA. Een klein deel van deze variaties kan een nuttige eigenschap geven aan een plant.

Gentechnologie[bewerken]

Sinds het eind van de twintigste eeuw wordt ook gebruikgemaakt van gentechnologie om sneller resultaat te verkrijgen. Hierbij laat men niet de natuur door toeval de combinatie van eigenschappen in de nakomelingen bepalen, maar men grijpt gericht in op het niveau van het DNA. Daardoor kan men bijvoorbeeld aan een bestaand ras een gen voor ziekteresistentie toevoegen.

Kwekersrecht[bewerken]

Als het verdelingsproduct goed presteert in vergelijking met de al bestaande rassen, kan dit vermeerderd en op de markt gebracht worden. Een veredelingsbedrijf kan de ontwikkelingskosten van een nieuw ras terugverdienen door er kwekersrecht op aan te vragen.

Zie ook[bewerken]