Hond

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Hond (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Hond.
Hond
Collage of Nine Dogs.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Carnivora (Roofdieren)
Familie: Canidae (Hondachtigen)
Geslacht: Canis
Soort: Canis lupus (Wolf)
Ondersoort
Canis lupus familiaris
Linnaeus, 1758
Originele combinatie
Canis familiaris
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De hond (Canis lupus familiaris) is een roofdier uit de familie van de hondachtigen (Canidae), en een gedomestificeerde ondersoort van de wolf. De wetenschappelijke naam ervan werd in 1758 als Canis familiaris gepubliceerd door Carl Linnaeus.[1] De hond komt op alle continenten voor, meestal in gezelschap van de mens. Al sinds duizenden jaren wordt de hond door mensen gebruikt, bijvoorbeeld bij de jacht, als herdershond, trekdier, politiehond of hulphond, maar vaker als gezelschapsdier. Het houden van honden is niet zonder risico: er zijn in Nederland jaarlijks 150000 bijtincidenten en wereldwijd sterven naar schatting meer dan 50.000 mensen per jaar na een hondenbeet.

Afstamming

De wolf is de voorvader van de hond

Volgens genetisch onderzoek (1997) zijn er op grond van verschillen in het mitochondriaal DNA vier verschillende groepen hondenrassen te onderscheiden, die mogelijk het resultaat zijn van vier verschillende domesticaties.[2]

Wel is duidelijk dat de hond afstamt van de wolf (Canis lupus) en niet van de coyote, de jakhals of een andere hondachtige: de verschillen van hond en wolf met al deze soorten zijn veel groter dan die tussen hond en wolf onderling. De grijze wolf komt, althans kwam, over een groot verspreidingsgebied voor in Noord-Amerika, Europa en Azië. Het is op grond van de genetische analyse niet duidelijk of de hond nog van een specifieke ondersoort van de wolf afstamt, zoals de Perzische wolf (C. lupus pallipes), omdat die bij de gebruikte methode genetisch niet te onderscheiden was van de andere typen wolven.

Groep een van de vier door Vila onderscheiden categorieën is weer in verschillende takken onder te verdelen, waarvan een zuidoostelijke tak onder andere de Australische dingo bevat, een primitieve hond die ook in het wild leeft en zich van de meeste gedomesticeerde honden onder meer onderscheidt door een jaarlijkse voortplantingscyclus.

Genetisch onderzoek naar verschillen in het mitochondriale DNA van de hond toont een nagenoeg identieke (0,2% verschil) basenvolgorde met die van de grijze wolf, wijzend op een directe afstamming in het (evolutionair gezien) recente verleden. Het verschil tussen wolven en coyotes was met 4% veel groter.[2][3]

Domesticatie

Onderzoek waarvan de resultaten in 2010 verschenen, maakt aannemelijk dat de domesticatie van de hond al zo'n 14.000[4] à 15.000 jaar geleden heeft plaatsgevonden in het Verre Oosten.[5][6] Speculatievere vondsten zijn 31.000 tot 36.000 jaar oud.[7] Begin 21ste eeuw is een schedel die in de jaren 1860 gevonden is in de Belgische grotten van Goyet (Gesves) geïdentificeerd als die van een paleolithische hond.[8] Daarmee zou het ca. 31.700 jaar oude fossiel meteen ook het oudste tot nog toe gevonden gedomesticeerde dier zijn: de hond zou eerder gedomesticeerd zijn dan gelijk welk ander dier.[9] Onderzoek uit 2015 verwierp op basis van morfologische argumenten dat de Belgische vondst een hond betreft,[10] maar het oorspronkelijke team publiceerde op zijn beurt een weerlegging.[11] Oudere schattingen gingen uit van een begin van de domesticatie rond 40.000-100.000 jaar geleden.[5]

De vraag is hoe en waarom de wolf tot huishond werd (Canis lupus familiaris). In de late laatste ijstijd veranderden de leefomstandigheden van de mens. De dominante bestaanswijze veranderde van nomade in boer, waardoor mensen lange tijd op dezelfde plaats bleven. De 'wilde honden' begonnen in deze tijd de nabijheid van de mens op te zoeken en van hun afval te leven. Er kan dus sprake zijn van een zekere co-evolutie.[12][13] Andere onderzoekers gaan ervan uit dat de mens een actievere rol speelde in de eerste stappen die tot een domesticatie van de hond leidde.[14] Een gangbare hypothese was dat hierbij geselecteerd werd op basis van coöperatief gedrag, maar onderzoek uit 2014 vond dat net wolven beter zouden samenwerken en dat bij het domesticeren van honden voornamelijk geselecteerd zou zijn op gehoorzaamheid en zin voor hiërarchie.[15] Een andere hypothese is dat de domesticatie van de wolf plaatsvond vóór de opkomst van de landbouw. Hierbij zou de hond gebruikt zijn voor de jacht (sporen volgen, wild opjagen en immobiliseren) en als waakhond.[16]

Rond 8000 voor het begin van onze jaartelling pasten de voorouders van de hond hun voedingspatroon en spijsvertering aan aan het grotere aanbod zetmeel uit de eerste menselijke landbouw. De honden bezitten afhankelijk van het ras 4 tot 30 kopieën van het zetmeelverterende gen voor het enzym amylase. Wolven bezitten twee kopieën voor amylase.[17] Deze door mutatie mogelijk gemaakte domesticatie heeft mogelijk tweemaal plaatsgevonden, rond 35.000 jaar geleden, vóór de laatste grote ijstijd, maar door de ongunstige omstandigheden afgebroken, en 10.000 jaar geleden met meer succes.

Hoewel de geschiedenis van de domesticatie van honden niet geheel duidelijk is, is domesticatie van vossen empirisch onderzocht. De geneticus Dmitry K. Belyaev begon in 1959 met een reeks vossen een domesticatie-experiment. In zijn instituut selecteerde hij vossen voor de volgende generatie enkel op tamheid. Ongeveer 5% van de mannelijke dieren en 20% van de vrouwelijke dieren mochten een volgende generatie stichten. 40 jaar en 45.000 vossen later, na 35 generaties van selectie op tamheid zijn de vossen uit dit experiment gedomesticeerd.[18]

Oudheid

Honden in het Oude Egypte

In het oude Egypte tonen wandschilderingen aan, dat de mens destijds reeds veel gebruik maakte van dieren, bijvoorbeeld voor de jacht. Behalve honden werden ook diersoorten die we vandaag niet meer als gedomesticeerde dieren kennen, zoals hyena's, door de Egyptenaren gehouden.[19][20][21] Goden, zoals Anubis, kregen (voor een deel) het uiterlijk van dieren en men was zich bewust van de specifieke eigenschappen van dieren.

Middeleeuwen, Nieuwe Tijd en Moderne Tijd

De hond is al eeuwenlang de mensenvriend bij uitstek, portret van Frederik de Grote met zijn zus

Rond 1350 werden door Gaston Phoebus de eerste medische behandelingen van honden beschreven, die bij de jacht werden ingezet.[22] In de Nieuwe Tijd werden honden niet meer enkel gehouden om bij de jacht te helpen, te waken, karren te trekken of lasten te dragen, maar ook als gezelschapsdier, zoals talrijke schilderijen tonen. Men begon ook om die reden op het uiterlijk van de hond te letten. Dit leidde in de Moderne Tijd tot de oprichting van de eerste kennelclubs en rasverenigingen.

Vooral in de laatste 200 jaar heeft gericht fokken een explosieve vermenigvuldiging van rassen en varianten veroorzaakt. De herontdekking van de regels van Mendel, de oprichting van kennelclubs en rasverenigingen en de oprichting van de Fédération Cynologique Internationale (FCI) in 1911 leidden ertoe dat anno 2016 344 verschillende hondenrassen door het FCI erkend zijn.

1rightarrow blue.svg Zie ook: Geschiedenis van de relatie tussen mens en hond

Anatomie

Benamingen

Anatomie van een hond
  1. Stop (overgang tussen hersenschedel en snuit)
  2. Snuit (of voorsnuit)
  3. Keel
  4. Schouder
  5. Elleboog
  6. Pols
  7. Kroep (of kruis)
  8. Dij
  9. Spronggewricht (of hak)
  10. Middenvoet
  11. Schoft (het hoogste punt van de schouder)
  12. Kniegewricht
  13. Voeten (of poten)
  14. Staart

Tandformule

Tandformule van de hond

Het definitieve gebit van honden bestaat uit 42 tanden. In elke kaakhelft telt het 3 snijtanden (Incisivi, I), één hoektand (Caninus, C) en 4 premolaren ofwel knipkiezen (Premolaren, P). In de bovenkaak zijn er bovendien twee, in de onderkaak 3 molaren of knobbelkiezen (Molaren, M).[23] De grote P4 in de bovenkaak en de M1 in de onderkaak worden de scheurkiezen genoemd.

Grafisch uitgedrukt is de tandformule van volwassen honden:

Tandformule volwassen hond

Het melkgebit van honden bevat 28 tanden. De P1 en de molaren hebben geen melktandvoorganger. De melktanden worden in tandformules meestal met een kleine letter aangeduid, de tandformule is als volgt:

Tandformule pup

De tandwisseling vindt vanaf de vierde maand plaats. Tijdens de tandwisseling kan bij de pup, net als bij kinderen, tandpijn ontstaan. Pups zullen in deze periode daarom vaak op allerlei dingen knagen.

Oren

Oren hond.png
Spitse oren
Hangoor hond.png
Hangoren

Het gehoor is bij de hond sterk ontwikkeld. Hij kan hogere frequenties waarnemen dan de mens. Het bereik ligt bij een optimaal gehoor:

  • Mens ~ 20 - 20.000 Hz, maximale gevoeligheid tussen 1000 en 4000 Hz.
  • Hond ~ 15 - 50.000 Hz (sommige bronnen spreken zelfs van 100.000 Hz), maximale gevoeligheid rond 8000 Hz. Honden zijn verder in staat over een afstand van 25 meter frequenties rond de 1 à 2 Hz te horen.

De beweeglijke oorschelpen van de hond maken het hem mogelijk om een geluid driedimensionaal te lokaliseren; hij kan dat daarom veel beter dan de mens. Een hond kan de richting waaruit een geluid komt met een afwijking van 2% bepalen (bij de mens meer dan 15%). Bij de beweging van de hondenoren zijn niet minder dan 17 spieren betrokken.

Honden met hangoren hebben een iets zwakker vermogen om geluid te lokaliseren. De oren hebben echter naast hun fysieke functie ook een belangrijke taak bij de communicatie met andere honden, en met de mens. Ook op dit punt zijn honden met hangoren dus enigszins in het nadeel.

Ogen

Vroeger werd aangenomen dat honden enkel grijstinten of 'zwart-wit' konden zien. Uit nader onderzoek is echter gebleken dat honden wel degelijk kleuren kunnen zien, maar wel anders dan de mens.

Het oog van de hond bevat, zoals bij alle zoogdieren twee typen receptoren. De staafjes zijn voor de waarneming van grijstinten verantwoordelijk, de kegeltjes voor het zien van kleuren. In het oog zijn meer staafjes dan kegeltjes, en staafjes hebben minder licht nodig om een signaal aan de hersenen te geven.[24] De kegeltjes zorgen voor het kleurenzien, indien er genoeg licht aanwezig is.

In het oog van honden is, zoals bij de meeste zoogdieren, een tapetum lucidum aanwezig, dat invallend licht terugkaatst en zo het bestaande licht versterkt.[25] Dit verklaart waarom honden in de schemering veel beter kunnen zien dan mensen, bij wie deze structuur afwezig is.

Diagram ogen hond

Het oog van de hond heeft twee verschillende types kegeltjes, die op groen of op blauw licht reageren, dit in tegenstelling tot de mens, die over drie verschillende types beschikt, die op rood, groen en blauw licht reageren. Een hond ziet geen rood en ervaart rode dingen als (donker)groen. Een rode bal in het gras is voor een hond dus lastig te zien.

Een ander verschil is dat het hondenoog in het bereik rond 430 nanometer (zie tekening) de grootste gevoeligheid vertoont. Bij de mens is dit rond 530 nanometer. De scherpte van het beeld is waarschijnlijk kleiner dan bij de mens en meer op beweging gericht. Stilstaande dingen worden door de hersenen onderdrukt en zijn door de hond minder goed waar te nemen.[26]

Het gezichtsveld van de hond is met circa 240 graden duidelijk groter dan dat van de mens, mede door de zijdelingse inplanting van de ogen op de schedel. Het bereik waarin een hond driedimensionaal kan zien is met 120 graden ongeveer even groot als dat van de mens.

Neus

De hondenneus is altijd vochtig, onbehaard en heeft grote neusgaten

De reukzin van honden is veel beter ontwikkeld dan bij de mens. In de eerste plaats komt dit door het grotere aantal reukcellen. Globaal geldt dat hoe langer de snuit is, des te beter het reukvermogen. Tussen de verschillende hondenrassen bestaan dan ook aanzienlijke verschillen op dit punt. De mens heeft ongeveer 10 cm² reukepitheel, de hond daarentegen gemiddeld 100 cm², maar dat varieert tussen 30 cm² bij een Franse buldog en 169 cm² bij een Duitse herder.[27] Beroemd is de bloedhond om zijn vermogen om sporen te volgen.

De kwaliteit van de reukzin wordt echter ook door andere factoren bepaald, want metingen hebben aangetoond dat het reukvermogen van een hond rond één miljoen keer zo sterk is als dat van de mens. Daarbij speelt dat honden met korte inspiraties rond 300 keer per minuut kunnen ademen, zodat er steeds nieuwe aanvoer van verse lucht is met een grotere turbulentie, waardoor geurstoffen gemakkelijker met het reukepitheel in contact kunnen komen.

In de hersenen worden de binnenkomende signalen verwerkt. Het is aangetoond, dat honden 'stereo' kunnen ruiken. De hond neemt dus waar of een geur van rechts of van links komt. Op deze manier kan hij de richting van een geurspoor beoordelen. Belangrijk bij de richtingsgevoeligheid is de natte neus met daarin koudereceptoren die de afkoeling signaleren van het gedeelte waar de lucht langs stroomt, waar een luchtstroom en dus een geur vandaan komt. De reukhersenen[28] zijn in vergelijking met de mens ook veel groter.[29][30] Bij de hond nemen ze tien procent van de hersenen in beslag tegen één procent bij de mens. Honden kunnen bepaalde geuren ook via het Orgaan van Jacobson waarnemen.

Brachycefale honden kunnen onder meer door de anatomische bouw van hun schedel en ademhalingswegen moeilijkheden bij de ademhaling hebben.

Voortplanting

Puberteit

De puberteit van reuen begint gemiddeld op een leeftijd van 6 maanden en is meestal op een leeftijd van 12 maanden afgesloten. Een teef zal haar eerste loopsheid op een leeftijd van 6 tot 9 maanden vertonen. Dit is echter aan een sterkere variatie onderworpen en kan bij grote rassen duren tot een leeftijd van zelfs 2 jaar.[31]

Cyclus

Teven zijn in het wild mono-oestrische dieren: zij worden maar één keer per jaar loops. Bij sommige van de gedomesticeerde rassen is dit behouden gebleven. Vooral rassen zoals de saarlooswolfhond, waar recentelijk wolvenbloed is ingefokt, vertonen deze eigenschap. De resterende gedomesticeerde honden zijn 2 - 3 keer per jaar loops. Tussen de verschillende loopsheden liggen gemiddeld 7 maanden, maar het tijdsinterval is per hond aan grote variaties onderworpen.

De loopsheid wordt in twee fasen opgedeeld, die elkaar opvolgen. In de eerste fase (pro-oestrus) zal de vulva van de teef opzwellen en zal de teef een bloederige uitvloei vertonen. De afgegeven feromonen trekken reuen aan, maar de teef laat zich in dit stadium nog niet dekken. Deze fase duurt gemiddeld negen dagen tot maximaal 17 dagen. In een tweede fase neemt de zwelling van de vulva iets af en wordt de uitvloei minder. De kleur verandert van rood naar geelbruinachtig. De teef trekt nu naast reuen ook andere teven aan. De teef accepteert nu de reu en een dekking kan plaatsvinden. Ook deze fase duurt gemiddeld 9 dagen (varieert tot 21 dagen). Tijdens de tweede fase (oestrus) zal de eisprong plaatshebben.

Als bevruchting heeft plaatsgevonden, wordt deze gevolgd door een dracht, zie Dracht en geboorte. De dracht duurt ongeveer 64 dagen.

Als er geen bevruchting heeft plaatsgevonden, wordt de loopsheid van de teef gevolgd door een derde fase, de metoestrus. Daarna komt een fase van seksuele inactiviteit, de anoestrus, die sterk uiteen kan lopen, maar gemiddeld 4 maanden duurt. De anoestrus wordt opnieuw gevolgd door een loopsheid.[31]

Dekking (bevruchting)

Puppy van een kruising keeshond - Husky

Na enkele stotende bewegingen treedt gedurende de paring er bij de reu een zwelling op van de bulbus glandis, een zwellichaam rond de penis. Hierdoor blijft de reu in de vagina van de teef hangen. Contracties van de vagina lokken bij de reu dan een ejaculatie uit. De ejaculatie treedt in meerdere fracties op en duurt lang. Gemiddeld lost een reu bij een ejaculatie 5 tot 10 ml sperma (variaties van 2-25 ml). In het ejaculaat zijn 200 tot 300 miljoen zaadcellen per mm3 aanwezig. Na enkele minuten komt de reu (na het afzwellen van het zwellichaam) vanzelf los.

Rol mens

Vaak wordt aangeraden een teef niet direct tijdens de eerste loopsheid te laten dekken, maar daarmee te wachten tot een leeftijd van 2 jaar, ongeveer de derde loopsheid. Losrukken van reu en teef door de mens gedurende de paring is voor beide honden gevaarlijk en pijnlijk.[31] Bovendien kunnen honden agressief reageren op de menselijke interventie.

Sommige hondenrassen hebben door bepaalde kenmerken moeilijkheden met paren. Mannelijke Franse bulldogs kunnen bijvoorbeeld niet een teef beklimmen, zodat dan moet worden gefokt door middel van kunstmatige inseminatie. Ook kunnen door de grootteverschillen bepaalde rassen niet onderling paren (bijvoorbeeld een jack russell en een sint-bernard).

Dracht en geboorte

Na een gelukte dekking zal de teef drachtig worden. Gemiddeld duurt een dracht bij honden ongeveer 64 dagen, maar bij een bouvier kan dit wel 85 dagen zijn. Wanneer de teef een groot nest draagt, kan de geboorte enkele dagen eerder plaatsvinden, maar bij een kleine worp kan de geboorte enkele dagen langer op zich laten wachten. De puppy's zijn de eerste tien dagen nog blind. De teef zal haar puppy's ongeveer drie weken lang zogen. Daarna kunnen de puppy's overgaan op puppyvoeding, en na vijf tot zeven weken zijn ze volledig gespeend.[31]

Levensverwachting

Een hond kan met goede verzorging 15 jaar oud worden. Rashonden worden vaak gemiddeld iets minder oud dan bastaards. Ook zeer grote rassen leven gemiddeld wat korter.

Gevolgen van inteelt

De verschillende rassen van honden zijn in het verleden door strenge selectie ontstaan. Fenotypische kenmerken, zoals vachtkleur, zijn bij honden vaak op recessieve genen gecodeerd. Om een stabiele vachtkleur van een ras te verkrijgen, was het dus nodig nauw verwante honden met elkaar te kruisen. Dit heeft de kans op genetisch overgedragen ziektes verhoogd; honden die hieraan lijden moeten uit de fokkerij geweerd worden, maar dit gebeurde niet altijd, zodat hun genetische schade zich kon verspreiden.

Tegenwoordig tracht men genetische ziekten te beperken door gericht te fokken en door aangetaste dieren uit de fokkerij te weren, maar bij sommige ziekten is dat moeilijk. Voor bepaalde rassen is het verplicht fokdieren op genetische ziekten te laten testen. Een voorbeeld hiervan is heupdysplasie. Ook stamboomonderzoek en berekening van inteeltfactoren worden tegenwoordig gebruikt om het risico op overdracht van genetische ziekten zo laag mogelijk te houden.

Voeding en gezondheid van de hond

Voeding van de hond

Verschillende vormen hondenvoeding

De hond is van nature een vleeseter, met een spijsverteringsstelsel dat bijna identiek is aan dat van wilde honden en wolven. De meeste honden eten echter ook plantaardig voedsel.

De voedingsbehoefte van honden varieert met de activiteit, met het ras, de leeftijd en de omgevingstemperatuur. De energiebehoefte van een dier bij normale activiteit ligt rond de 500 kJ per kilogram metabool gewicht. Dit kan oplopen tot 4200 kJ per kilogram metabool gewicht per dag bij zeer actieve dieren, zoals sleehonden.[32]

Te veel voedsel en/of te weinig beweging kan leiden tot obesitas.[33]

Vista-kmixdocked.png
Een slobberende hond (download·info)

Er zijn veel soorten hondenvoer in de handel, vaak als brokken of blikvoer, die doorgaans goed zijn afgestemd op de voedingsbehoefte van honden.[34] Aanvullingen zijn dan ook niet nodig en hebben vaak een negatief effect. Zo kan de toevoeging van calcium tot blaasstenen en botafwijkingen leiden.[35][36] Sommige hondenbezitters voeden hun hond met "rauw voer" of "BARF", met als basis rauw vlees en botten.

1rightarrow blue.svg Voor het gebruik van de hond zelf als voedsel, zie het artikel 'hondenvlees'

Ziektes bij de hond

Behalve genetische aandoeningen komen er verschillende verworven ziektes en aandoeningen voor bij honden. In het oog springende ziektes betreffen aandoeningen van de vacht en de spijsvertering (diarree). Daarbij kunnen parasieten een rol spelen. Voorbeelden zijn vlooien, teken, verchillende soorten wormen, en mijten die schurft en puppyschurft veroorzaken. Ook kunnen parasieten diverse soorten gevaarlijke virussen, bacteriën protozoa en andere dieren (zoals hartworm) overdragen op honden.

Bij honden kunnen zich vergelijkbare ziektes voordoen als bij mensen, zoals, naast de al genoemde aandoeningen, bijvoorbeeld ziektes aan longen en luchtwegen (kennelhoest), gewrichten en skelet (hernia, Wobbler syndroom), spieren, geslachtsorganen, hart, hersenen (epilepsie), nieren en blaas (blaasontsteking), gehoor (oorontsteking), zicht (oogontsteking, staar), reuk, gebit en problemen met afweer, bloed, hormonen (cushing) en gedrag.

Een tegenwoordig in Nederland zeldzame, maar wel ernstige en zeer besmettelijke ziekte is hondenziekte. De ziekteze wordt veroorzaakt door het hondenziektevirus, dat wordt verspreid door direct contact met honden die zijn geïnfecteerd. De infectie tast in eerste instantie de ademhalingsorganen aan: de hond heeft moeite met ademhalen en hoest. Ook zullen de ogen tranen. Daarnaast kan de infectie leiden tot longontsteking, darmontstekingen, huidaandoeningen en aantasting van het zenuwstelsel met verlamming van de ledematen tot gevolg. De ziekte kan fataal zijn.

Een ook voor mensen gevaarlijke ziekte is hondsdolheid

Communicatie met en opvoeding van honden

Een schooiende hond vertoont een typische lichaamstaal

Communicatie van hond naar mens

Honden communiceren met mensen via blaffen en grommen. Grommen komt in het wild ook voor bij wilde dieren, vooral bij andere hondachtigen, zoals wolven en vossen. Dit systeem is bedoeld om zichzelf te beschermen tegen (mogelijke) gevaren en situaties die dreigend overkomen. Uit nieuw onderzoek is gebleken dat honden het systeem van blaffen waarschijnlijk hebben ontwikkeld om zo met de mens te kunnen communiceren. De wolf, waarvan de hond afstamt, blaft niet. Wolven huilen en grommen alleen. Uit dit onderzoek is ook gebleken dat mensen dit systeem meestal ook begrijpen.

Er zijn verschillende blaffen voor iedere soort situatie. Zo heeft de hond een blaf voor als zijn of haar baas weer thuis komt; vrolijk dus. Een blaf voor als de hond aan het spelen is, als er iemand inbreekt of als hij iemand echt aanvalt.

Honden hebben daarnaast een eigen lichaamstaal en gebruiken deze zowel voor communicatie met andere honden als voor die met de mens.

Communicatie van mens naar hond

De mens past meestal zijn of haar taalgebruik in zekere mate aan, als hij of zij met een hond praat. De meeste mensen communiceren met een hond in hun eigen taal; uit onderzoek is gebleken dat taal geen invloed heeft op een hond. Honden luisteren slechts naar tonen zoals aa, ee, oe, oo, ie enzovoorts; als men "zit, af, poot" zegt hoort de hond hoogstwaarschijnlijk "ì, à, oo". Wanneer een taal afwijkt van de taal waarin de hond commando's heeft geleerd, kan hierdoor verwarring ontstaan. Dit komt echter niet vaak voor, aangezien de meeste mensen ook lichaamstaal gebruiken. Anders dan wolven, zijn honden erg gericht op de lichaamstaal van mensen en hebben ze die, mits consequent toegepast, doorgaans snel door. Dat begint al als pup. Mensen kunnen , mits deze een juiste en consequente aanpak kiezen, doorgaans moeiteloos met zijn of haar hond communiceren. Zo begrijpen honden het als een voorwerp stilzwijgend door een mens wordt aangewezen. Ook zijn ze in staat om de hulp van mensen in te roepen met een kenmerkende vragende blik, soms gepaard met een typische blaf. Bijvoorbeeld als ze ergens niet bij kunnen. Dit gedrag is wolven, ook als ze tam zijn, volkomen vreemd. Het taalniveau dat gebruikt wordt om met honden te communiceren, is vaak gelijk aan het niveau van kinderen of zuigelingen.

Mensen ontwikkelen vaak hun eigen trucjes om ervoor te zorgen dat honden beter luisteren, gebaseerd op een geconditioneerde reflex.

Opvoeding door mensen

Honden en katten reageren vaak agressief op elkaar, maar kunnen aan elkaar wennen, hier een Engelse cockerspaniël met een kat

Omdat er zoveel verschillende hondenrassen bestaan, zijn er geen algemene regels voor opvoeding van honden door mensen. Wel zijn er enkele vuistregels. Verenigingen van hondenbezitters en commerciele hondenscholen geven tips of trainingen. De vuistregels laten zich in enkele woorden vatten: socialisatie, geduld, aandacht, consequent en veiligheid. Enkele voorbeelden van suggesties zijn:

  • Het wordt aangeraden relatief vroeg met opvoeden te beginnen. Soms wordt een gespecialiseerde hondenschool geadviseerd, die bij puppy's vanaf 8 weken oud een rol kan spelen.
  • Het wordt aangeraden niets te forceren bij kennismaking met kinderen en andere huisdieren. Voorzichtigheid en toezicht zijn van groot belang; eventueel kan besloten worden ze enige tijd gescheiden te houden.
  • Het wordt aangeraden vreemden te instrueren hoe ze met de hond om moeten gaan. Ze moeten toestemming hebben van de eigenaar en de hond voorzichig benaderen, bijvoorbeeld niet met de vlakke hand rechtstreeks naar de kop van de hond gaan en de hond wel de gelegenheid geven even aan de hand te ruiken.
  • Het wordt aangeraden de hond enkele basisbevelen te leren zoals zit, af, hier en blijf. Zo wordt bereikt dat de hond in alle mogelijke situaties geen bedreiging vormt voor wie dan ook, en dat er zich ook voor hem geen bedreiging kan voordoen.

Hond en maatschappij

De hond als hulpdier

Al duizenden jaren vervullen honden uiteenlopende functies voor de mens. Zo zijn honden al lange tijd statussymbool en gezelschapsdier. Daarnaast zijn er jachthonden, hulphonden, herdershonden, politiehonden, reddingshonden, brandweerhonden, trekhonden, poolhonden, waakhonden vechthonden en assisteerden honden in tijden van oorlog en worden hondne gebruikt als proefdier en voedsel.

1rightarrow blue.svg Zie ook: Domesticatie van de hond

De hond in kunst, taal en religie

In de westerse samenleving is de hond in de beeldende kunst vooral een symbool van trouw en opoffering [37] In het taalgebruik komen echter ook negatieve betekenissen voor. Iemand kan worden uitgescholden voor hond, luie hond, schurftige hond en vuile hond. Voorts kan men iemand 'honds' behandelen. Ook het woord teef (vrouwelijke hond) wordt gebruikt als scheldwoord. De hond wordt soms als agressief en bloeddorstig gezien. Ook in verschillende religies wordt de hond niet positief beoordeeld. Sommige moslims bijvoorbeeld beschouwen de hond onrein (haram), hoewel het in de praktijk, bijvoorbeeld in Turkije, voor moslims niet ongewoon is om een hond als huisdier te hebben. De religieuze spijswetten verbieden joden honden te eten (niet koosjer). In het christendom wordt de hond soms eveneens als onrein beschouwd. In de bijbel is op verschillende plaatsen een weinig vleiend taalgebruik over honden te vinden. [38]. Er zijn aanwijzingen dat met de kerstening in Europa de status van honden verminderde. Daarnaast wordt de hond soms als attribuut gebruikt. Een hond, brood en een wonde op het been zijn de attributen van de Heilige Rochus; een hond met een toorts in de bek, een ster en een lelie die van de H. Dominicus, stichter van de orde der Dominicanen, 1221.

De hond als economische sector

In zowel Nederland als België worden ongeveer 1,5 miljoen honden gehouden.[39][40] In Nederland betekent dit dat 18% van de huishoudens een hond bezat, in België 23%.

Rond de hond heeft zich in beide landen een hondensector of -industrie ontwikkeld. Zo zijn er in Nederland (2014) 3.560 fokkers aangesloten bij de Raad van Beheer op Kynologisch gebied (RvB). Deze RvB is verantwoordelijk voor de stamboomregistratie van Nederlandse pups met een stamboom. Daarnaast zijn er voor honden speciale trimsalons, evenementen, beurzen, fokkers, trainingscentra en hondenscholen. In Nederland zijn er voor gezelschapsdieren in het algemeen 1500 speciaalzaken, diverse opleidingen, dierenartsen, diervoedingbedrijven, ambulances en opvangcentra. [41]

Zowel in Nederland als België is er ruim een miljard Euro gemoeid met gezelschapsdieren. Van België is onderzocht hoe de verdeling van de uitgaven voor huisdieren en ook honden verdeeld is [42] Belgische huisdierbezitters geven het meest geld uit aan voeding (55,9%), dan dierenarts (23,2%), vervolgens diverse artikelen (10,5%), dierenpensions/verzorging (6,3%) en aankoop (4,1%). De totale uitgaven voor honden in België bedragen jaarlijks (2014) voor aankoop 26.189.196 euro en voor voedsel 267.042.872 euro. Voor artikelen en diensten wordt voor huisdieren in totaal circa 500.000.000 euro/jaar uitgegeven.

De hond als gevaar voor de gezondheid van mensen

Honden kunnen risico's vormen voor de gezondheid van mensen. Bekende voorbeelden zijn allergie en infecties. Met name beten van honden met hondsdolheid kunnen gevaarlijk zijn. Aan deze ziekte overlijden wereldwijd vele tienduizenden mensen per jaar.[43] In Nederland worden volgens een onderzoeksrapport uit 2008 jaarlijks ongeveer 150.000 mensen gebeten, waarvan gemiddeld één met dodelijk afloop. Kinderen zijn relatief vaak slachtoffer. Ongeveer een derde van de slachtoffers moet zich door een arts laten behandelen en ruim 200 belanden in het ziekenhuis. Dertien hondenrassen zijn volgens dit onderzoek relatief vaak bij bijtincidenten betrokken, waaronder verschillende terrier- en herderrassen, en de rassen dobermann, bouvier en Nederland.[44]

De hond en regelgeving

Gemeentelijke vergunningen en regelingen

In veel landen zijn er vergunnings- en registratiesystemen voor honden. In Nederland moeten hondenbezitters hondenbelasting betalen. De gemeente kan deze belasting heffen voor houders van een hond. De opbrengsten hiervan vloeien naar de algemene middelen en hoeven door de gemeente niet te worden gebruikt ten bate van hondenbeleid, zoals het tegengaan van overlast van hondenpoep.

Ook kennen veel gemeenten aanlijn- en opruimplichten. Het eerste betekent dat in die gemeenten honden altijd aangelijnd moeten zijn, afgezien van speciale hondenuitlaatgebieden. Een opruimplcht houdt in dat uitwerpselen van honden door de eigenaar opgeruimd moeten worden. Daarnaast kunnen gemeenten gebieden aangeven waar geen honden mogen komen, zoals speelveldjes.

Reisbeperkingen binnen de Europese Unie

Vanwege gezondheidsaspecten is het reizen met honden aan regels gebonden. In 2004 is een Europese verordening[45] van kracht geworden, die het niet-commercieel vervoer van dieren binnen de EU regelt, waaronder het reizen met honden, katten en fretten. Elke hond dient te beschikken over een paspoort dat in de lidstaten uniform werd ingevoerd. In dit paspoort wordt de hond geïdentificeerd door middel van een microchip of een tatoeage. Tatoeages zijn na 2 juli 2011 niet meer geldig als identificatiemiddel. In het paspoort worden vaccinaties tegen hondsdolheid vermeld, die verplicht zijn om het dier te vervoeren. Voor reizen naar Zweden, Finland, Ierland, het Verenigd Koninkrijk en Malta gelden speciale regels.

Bekende honden

Nuttige honden

Van tv, film, muziek en toneel bekende honden

Door hun eigenaar bekende honden

Bekende trouwe honden

  • Dżok – de hond die een jaar lang op straat in Krakau op zijn overleden baasje bleef wachten, aldaar is een standbeeld van hem geplaatst
  • Greyfriars Bobby – de trouwe hond Bobby die veertien jaar het graf van zijn baas bleef bezoeken
  • Hachiko - een Akita die in Japan grote bekendheid verwierf door het feit dat hij na de dood van zijn baasje 9 jaar lang wachtte op diens terugkeer

Fictieve honden

Hondenrassen

Er zijn ongeveer 400 hondenrassen. De meeste daarvan zijn erkend door de internationale organisatie Fédération Cynologique Internationale (FCI). De FCI heeft de rassen onderverdeeld in 10 hoofdgroepen:

Nationale organen zijn in Nederland de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland en in België de Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus. In de Verenigde Staten heeft zich een tweede overkoepelend orgaan gevormd, waarvan de rasstandaarden en de indeling en erkenning van rassen verschillen van die van de FCI.

Honden die niet tot een specifiek ras behoren, worden als bastaardhond, straathond of als rasloos bestempeld.

Top tien van hondenrassen in België

(gerangschikt volgens het aantal geboorten in 2005)[46]

  1. Duitse herder: 1.878
  2. Mechelse herder: 1.682
  3. Golden retriever: 898
  4. Vlaamse koehond: 881
  5. Chihuahua: 853
  6. Labrador retriever: 841
  7. Berner sennenhond: 822
  8. Bordercollie: 773
  9. Rottweiler: 690
  10. Duitse dog: 670

Top tien van hondenrassen in Nederland

(gerangschikt volgens het aantal stamboek ingeschreven honden in 2007)[47]

  1. Labrador retriever: 4.053
  2. Duitse herder: 3.653
  3. Golden retriever: 2.227
  4. Berner sennenhond: 1.698
  5. Staffordshire-bulterriër: 1.344
  6. Boxer: 1.280
  7. Cavalier King Charles-spaniël: 1.221
  8. Engelse bulldog: 1.176
  9. Teckel (ruwhaar): 935
  10. Engelse cockerspaniël: 921

Afbeeldingen

Zie ook

Externe links

Zoek dit woord op in WikiWoordenboek

Beluister

(info)