Teckel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Teckel
Hondenras
Gladharige teckel
Gladharige teckel
Basisinformatie
Andere namen Dackel, Dashond
Oorsprong Duitsland
Classificatie FCI : groep 4 sectie - #148
Zie ook de lijst van FCI-nummers
Bijnaam Pijphond, worsthond
Eigenschappen
Hoofd Dolichocephaal
Gebit Schaargebit
Jamnik miniatura szorstk głowa 920.jpg
Lijst van hondenrassen
Het blaffen van een teckel
Vista-kmixdocked.png
(download·info)

De teckel, ook gekend als de dashond, is een hondenras uit Duitsland dat oorspronkelijk gefokt werd voor bovengrondse en ondergrondse jacht, voornamelijk op dassen.

Beschrijving[bewerken]

Uiterlijk[bewerken]

De Teckel heeft een compacte en gespierde lichaamsbouw die laag tegen de grond is, met korte poten en een langgerekte rug. De hond heeft een uitdagende houding met alerte blik. Ondanks dat zijn poten erg kort zijn in vergelijking met het lange lichaam, is de teckel wel heel mobiel en licht op de voeten.[1]

Grootte[bewerken]

De F.C.I. erkend drie verschillende groottes voor de teckel:

  • Standaard dashond: borstomvang boven de 35 cm, gewicht tot maximaal 15 kilo.
  • Dwerg dashond: borstomvang van 30 t/m 35 cm, gewicht variërend tussen 8 en 10 kilo.
  • Kaninchen dashond: borstomvang tot 30 cm, gewicht variërend tussen 3 en 6 kilo.

De American Kennel Club (A.K.C.) erkend de middelste grootte, de dwerg dashond, niet.

Vacht[bewerken]

Textuur[bewerken]

De vacht van een teckel komt in drie verschillende structuren voor, te weten:

  • Kortharig: korte, gladde vacht, verhaart nauwelijks.
  • Langharig: lange, zachte vacht, die sluik langs het lichaam hangt.
  • Ruwharig: ruwe, borstelige vacht, op kop en snuit meer volume in de vacht.
Kleur[bewerken]

Naast verschillen in de vachttexturen zijn er ook uiteenlopende vachtkleuren mogelijk.

  • Black and Tan (bruin en zwart)
  • Roodbruin (bruin)
  • Wildkleurig (Ruwharige teckels)
  • Geelbruin of blond (Ruwharige teckels)

N.B. Buiten het bekende black-and-tan, roodbruin en wildkleur is ook grijs of wit mogelijk, met bruingele aspecten bij de onder andere de ogen en de snuit.

Ook verschillende tekeningen in de vacht komen voor.

  • Tijgertekening: bruine, witte of grijze ondergrond, met bruine, grijze, zwarte vlekken. Vlekken niet te groot.
  • Stroming in de vacht: roodbruin met een zwarte stroom/glans in de vacht.

Het hoofd van de teckel heeft een langwerpige vorm zowel in bovenaanzicht als in profielaanzicht. Het versmald naar de neus toe maar is in geen geval spits van vorm. De wenkbrauwbogen zijn goed gedefinieerd. Het nasale kraakbeen en de brug van de neus zijn lang en smal.[1]

De bovenkant van de schedel is eerder plat met een subtiele stop en een gebogen neusbrug. [1]

Ledematen[bewerken]

De korte poten van de teckel zijn ontwikkeld in functie van de jacht. In de eerste plaats houden ze het hoofd van de hond dicht tegen de grond wat gemakkelijker is om een geurspoor te volgen. Ten tweede zorgen de korte poten ervoor dat de teckel zich gemakkelijker in burchten en holen kan wringen. Lange poten zouden nadelig zijn in een hol van een das of een vos, want deze zouden enkel in de weg zitten en het verplaatsen in de gangen van deze holen te moeilijk maken.[2]

De voorbenen zijn goed gespierd, goed gehoekt en droog. Wanneer men ze bekijkt langs voor moeten ze recht en stevig onder de hond staan met de tenen naar voor wijzend. De spieren van de schouder zijn plat en het schouderblad zit netjes dicht tegen de borst. De bovenarm is even lang als het schouderblad en moet bestaan uit sterke botten en sterke spieren. Het hoort dicht bij de ribben te zijn maar tegelijk ook genoeg bewegingsvrijheid te hebben. De ellebogen mogen noch naar binnen of naar buiten draaien. De onderarm is erg kort maar moet wel lang genoeg zijn om de hond van de grond te houden.[1]

De achterbenen zijn erg gespierd en horen in verhouding te zijn met de voorbenen. Ze vertonen een sterke hoeking en langs achter gezien staan de poten parallel naast elkaar. Het spronggewricht is droog en heeft sterke pezen. De hak, het deel van het achterbeen dat bestaat uit de middenvoetsbeentjes, is relatief lang, goed mobiel tegenover het dijbeen en buigt lichtjes naar voren.[1]

De teckel zijn voeten zijn speciaal ontwikkeld voor het graven. De vorm van hun voorpoten is spade-achtig met vliezen tussen de tenen. Hiermee kunnen ze sneller en beter graven dan andere hondenrassen. Teckels hebben ook opvallend grote en brede nagels aan al hun vier voeten, ook deze helpen uitstekend bij het graven. Wanneer hun voeten niet gebruikt worden om aarde te verplaatsen staan de gewelfde tenen dicht bij elkaar en hore deze grote stevige kussentjes te hebben. Deze dikke kussentjes beschermen de hond tijdens het graven alsook tijdens het wandelen in het bos.

Aard[bewerken]

De teckel is tegenwoordig een gezellige gezinshond, maar is tevens een gepassioneerde jachthond met een groot uithoudingsvermogen. Hij is daarnaast ook een goede waakhond. De teckel is van nature geen gehoorzame hond, maar met de juiste training en veel geduld kan men de hond wel onder appel krijgen.

De teckel kan geweldig komedie spelen om zijn zin door te drijven, en zoekt bewust oogcontact. Voor de puppy is een cursus aan te raden. Wanneer de hond voorbij de puberteit is, wordt hij een trouwe hond voor de baas.

De teckel komt oorspronkelijk uit Duitsland en wordt daar veelal nog als waakhond en jachthond gebruikt. In Nederland werd de teckel voornamelijk gebruikt voor de jacht op dassen. Maar hij wordt ook gebruikt voor de jacht op reeën, wilde zwijnen, konijnen en vossen. In Duitsland wordt hij ook wel 'Waldmann' (Woudman) genoemd, want zelfs het meest verwende teckeltje wordt in het bos een hartstochtelijk jager. Omdat de teckel van oorsprong een jachtinstinct bezit, is hij in het spel een zeer fanatieke hond. Daarom zal een teckel zich ook prima vermaken met allerlei speeltjes en balletjes. Ook apporteren zou een teckel geweldig vinden, al moet daarmee wel goed rekening gehouden worden met het eigenzinnige karakter van de teckel en is daarom niet altijd te garanderen dat het te apporteren voorwerp ook daadwerkelijk terugkeert. De teckel neemt het dan mee naar zijn mand of andere veilige plek en zal het daar een tijdje houden of daagt zijn baas opnieuw uit om verder te spelen.

Alle dashonden hebben een (mild) jachtinstinct maar in verschillende mate:

  • de langharige dashond heeft door kruising met gezelschapshonden een milder karakter en is zeer geschikt voor gezinnen met kinderen.
  • de ruwharige dashond heeft door kruising met jachthonden (waarschijnlijk terriërs) een sterker karakter.
  • de kortharige dashond heeft een karakter tussen voornoemde twee in doordat dit van allebei de oorsprong is.

Oorsprong[bewerken]

Gebruiksdoel[bewerken]

Dit hondenras wordt gefokt als een jachthond voor bovengrondse en ondergrondse jacht. Elke variant is ontwikkeld voor een specifiek doelwit:

  • De standaard teckel: Deze wordt ingezet in de jacht op dassen en soms ook vossen. De bedoeling is dat ze het dier opsporen, achtervolgen, en uit zijn hol jagen zodat de jagers het kunnen vangen.
  • De miniatuur teckel: Deze variant wordt gebruikt voor de jacht op hermelijnen, marters en wezels. Aangezien hun grootte varieert tussen de twee uiterste worden ze, afhankelijk van hun lichaamsbouw, ook ingezet bij de jacht op dassen of konijnen.
  • De kaninchen teckel: Zoals de naam al aangeeft wordt deze variant enkel gebruikt voor de jacht op konijnen. Hun kleine gestalte is ideaal om in een konijnenburcht in te gaan en de aanwezige konijnen er uit te jagen.

Sommige jagers gebruiken teckels ook om gewond grootwild op te sporen.

Geschiedenis[bewerken]

De middeleeuwen[bewerken]

Het bestaan van de teckel is terug te traceren tot diep in de middeleeuwen. Historische documenten uit de 15de en 16de eeuw vertellen over een laagbenige jachthond die onder andere gekend was onder de naam "dachsel".[3] Dit nieuwe type jachthond was ontstaan uit het selectief fokken van de toen bestaan brakken honden. De korte poten van de dachsel bleken ideaal te zijn voor het opjagen van wild die zich ondergronds verstopte, zoals dassen en vossen. Vooral de das was een gegeerd doelwit voor jagers die dachsels inzette, omdat dit dier in die tijd beschouwd werd als een plaag. De dachsel werd daardoor ook al snel bekend onder de naam "dassenhond" en niet veel later als "dashond".

Wereldoorlog I en Wereldoorlog II[bewerken]

Door de eeuwen heen is de teckel uitgegroeid tot een symbool voor Duitsland. Bijgevolg is de beeltenis van dit ras dan ook vaak gebruikt geweest door cartoonisten om Duitsland of Duitsers af te beelden, en tijdens de eerste wereldoorlog en tweede wereldoorlog om met Duitsland te spotten. Door deze associatie daalde de populariteit van dit ras sterk tijdens wereldoorlog I. In de Verenigde Staten van Amerika was de afkeer voor dit ras zo fel dat de naam tijdelijk werd veranderd van 'dachshund' naar 'Liberty Hound'. Tijdens wereldoorlog II dook hetzelfde stigma weer op, maar in mindere maten.

Omgang[bewerken]

Zwemmende dashond

Activiteiten[bewerken]

Teckels zijn zeer intelligente en actieve honden die kunnen genieten van allerhande activiteiten.

Populaire activiteiten en hondensporten voor dit ras zijn onder andere:

  • Apporteren
  • Jagen
  • Speuren
  • Wandelen

Trivia[bewerken]

Pop-cultuur[bewerken]

Beroemde eigenaars[bewerken]

De enorme populariteit van dit ras heeft ervoor gezorgd dat enkele honden hebben mogen vertoeven in het gezelschap van een heel aantal beroemdheden:

Vergelijkbare hondenrassen[bewerken]

  1. a b c d e , FCI-standard N°148, Dachshund, 2001-07-13, 13. Geraadpleegd op 2017-06-17.
  2. Dachshund - Dogs 101 | Animal Planet. www.animalplanet.com Geraadpleegd op 2017-06-24
  3. Dachshund Dog Breed Information, Pictures, Characteristics & Facts - Dogtime. Dogtime Geraadpleegd op 2017-06-17