Wilhelm II van Duitsland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wilhelm II
1859-1941
Wilhelm II of Germany.jpg
Duits Keizer
Koning van Pruisen
Periode 1888-1918
Voorganger Frederik III
Opvolger --
Vader Frederik III
Moeder Victoria van Saksen-Coburg-Gotha
Dynastie Hohenzollern
Wilhelm II (links) in Russisch huzaren-uniform naast tsaar Nicolaas II in een Duits uniform.

Friedrich Wilhelm Viktor Albert von Preußen, in het Nederlands Frederik Wilhelm Victor Albert van Pruisen[1] (Potsdam, 27 januari 1859 - Doorn, 4 juni 1941) uit het huis Hohenzollern was als Wilhelm II de laatste Duitse keizer (Kaiser) en koning van Pruisen. Hij was het erfelijke staatshoofd van het Duitse Keizerrijk en het Koninkrijk Pruisen van 15 juni 1888 tot 9 november 1918. Deze periode in de Duitse geschiedenis wordt ook wel het Wilhelminische tijdperk genoemd.

Inleiding[bewerken]

Wilhelm II was een kleinzoon van de Britse koningin Victoria en was verwant aan vele monarchen en prinsen van Europa. Hij werd gekroond in 1888, ontsloeg in 1890 Otto von Bismarck, die al sinds 1871 rijkskanselier was maar in Wilhelms ogen niet volgzaam genoeg was, en wilde van Duitsland, dat aan het eind van de 19e eeuw al een dominante positie op het continent had, een nog grotere mogendheid maken. Hij was temperamentvol en impulsief en deed daarom soms tactloze en ondoordachte uitspraken die geregeld voor nationale en internationale ophef zorgden. Ook had hij moeite zijn plek te vinden in een monarchie waarin naast de keizer nog andere belangrijke politieke organen bestonden: regelmatig zocht hij de grenzen op van zijn constitutionele macht en overschreed die ook meer dan eens. Vóór 1900 domineerde hij de Duitse politiek grotendeels maar na de eeuwwisseling verminderde zijn invloed geleidelijk, door zijn blunderende optreden en door verschillende publieke en in de media breed uitgemeten schandalen rondom zijn persoon die zijn aanzien flink beschadigden, niet alleen in het buitenland maar vooral ook binnenlands. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog had hij al betrekkelijk weinig invloed op de besluitvorming en aan het eind van deze oorlog was zijn generale staf de facto de werkelijke machthebber. Hij vluchtte aan het eind van de oorlog, op 9 november 1918 uit het Duitse hoofdkwartier in België naar Nederland, waar hij troonsafstand deed.

In 1941 stierf hij in zijn permanente verblijfsplaats Huis Doorn, waar hij ook bijgezet werd in een mausoleum. Zijn gebalsemde lichaam is er nog steeds aanwezig en zal pas naar Duitsland terugkeren wanneer dat een monarchie is geworden - in overeenstemming met de eigen wens van Wilhelm II.[2]

Biografie[bewerken]

Familie[bewerken]

Wilhelm werd geboren als oudste zoon van de latere keizer Frederik III en diens gemalin Victoria van Saksen-Coburg-Gotha, dochter van de Britse koningin Victoria. Als zodanig was hij een kleinzoon van keizer Wilhelm I, oomzegger van Eduard VII en een neef van George V. Hij was tevens een neef van de Russische tsarina Alexandra Fjodorovna [3], de vrouw van Nicolaas II die overigens zelf ook, via diens Deense moeder, in de verte aan Wilhelm verwant was.

Jeugd[bewerken]

Doordat Wilhelm met een tangverlossing ter wereld kwam, als gevolg van een stuitligging en daarbij zenuwen in zijn schouder werden beschadigd, was hij zijn leven lang licht gehandicapt: zijn linkerarm was zo goed als verlamd en bleef in groei achter ten opzichte van zijn rechterarm, een zogenaamde Erbse parese. Op veel foto's van hem tracht Wilhelm zijn kleine arm enigszins uit het zicht te houden of te verbergen door hem vast te houden. Zijn Engelse familie sprak altijd van "Willy's withered arm".[4]

Hij werd in zijn jeugd gekweld door een minderwaardigheidscomplex vanwege zijn handicap. Van zijn moeder kreeg Wilhelm geen steun: ze beschouwde zijn handicap als 'walgelijk en schandelijk' en verkeerde tevens in de overtuiging dat hij ook geestelijk niet helemaal in orde zou zijn. Zij onderwierp de kleine Wilhelm aan een keihard regime van fysieke en intellectuele oefeningen. Daarvoor hadden zijn ouders, zoals gebruikelijk in adellijke kringen, een privéleraar aangesteld: de streng calvinistische pedagoog Georg Ernst Hinzpeter. Met harde hand nam deze de opvoeding van de kleine Wilhelm ter hand. Ondanks zijn handicap moest hij aan alle activiteiten meedoen en kreeg hij, naast harde massages, ook elektroshocktherapie. In zijn latere autobiografie vermeldde Wilhelm dat hij dan ook een 'moeilijke jeugd' had gehad. Desondanks ging hij goed vooruit. Zijn linkerarm bleef weliswaar achter in ontwikkeling maar in zijn rechterarm compenseerde Wilhelm dat. Zijn sterke handdruk was berucht onder diplomaten en andere hoogwaardigheidsbekleders. Volgens onder andere zijn Britse neef George V was hij ondanks zijn handicap ook een opvallend goede schutter - zij het met een aangepast jachtgeweer.

Karakter en persoonlijk leven[bewerken]

Wilhelm stond ambivalent tegenover het Britse koningshuis. Hij hield van zijn grootmoeder Victoria, maar had een grote hekel aan zijn Engelse moeder en zijn oom Eduard VII. Hij had een grote bewondering voor de kracht en macht van het Britse Rijk, maar voelde ook jaloezie.

Wilhelm II poserend in een gala-uniform (1905)
Barok portret van Wilhelm II in een theatrale pose; door schilder Max Kohner (1890)

Wilhelm was ijdel, theatraal, praalziek, impulsief en onnadenkend en tegelijkertijd ook verlegen, gevoelig en intelligent, maar verborg zijn onzekerheid achter een façade van meedogenloosheid en arrogantie. In een boek van Catrine Clay uit 2010 (De koning, de keizer en de tsaar)[5]wordt gezegd dat dit ook te wijten kan zijn aan een onderdrukte homofiele geaardheid van de prins. Tussen 1907 en 1909 kwam de Harden-Eulenburgaffaire aan het licht, een reeks van militaire en burgerlijke rechtszaken over vermeend homoseksueel gedrag door prominente leden van het kabinet en de entourage van keizer Wilhelm II. Philipp zu Eulenburg, een van de belangrijkste verdachten in deze processen was de beste vriend van Wilhelm II. Beiden maakten deel uit van een genootschap, waaraan later werd gerefereerd als de Liebenberger Kreis. Leden van dit genootschap waren allen Duitse edelen, waarvan vandaag de dag aangenomen wordt dat de meesten homoseksueel waren. Ook keizer Wilhelm II, toen nog prins, maakte van deze kring deel uit. Vaak was Wilhelm te vinden op het kasteel van Philipp zu Eulenburg, waar hij de rust en liefde vond die hij tijdens zijn opvoeding had gemist. Na de Harden-Eulenburgaffaire was Wilhelm politiek beschadigd en moest mede daarom zijn vriend laten vallen. Daarna nam als beste vriend van de prins, Maximilian Egon II von Fürstenberg, de vriendschap over.

Op 27 februari 1881 trad hij in het huwelijk met prinses Augusta Victoria van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Augustenburg (1858-1921). Hoewel dit aanvankelijk een politiek huwelijk was - Sleeswijk-Holstein was pas sinds 1866 na oorlogen met Denemarken en Oostenrijk deel van het koninkrijk Pruisen en moest dus sterker aan de kroon gebonden worden -, werd het snel gekenmerkt door wederzijds respect en genegenheid. Ondanks dit huwelijk deden er echter ook nog altijd roddels de ronde over Wilhelms appreciatie van het eigen geslacht, met name betreffende zijn vriend Philipp zu Eulenburg. Maar ook had Wilhelm de jarenlange vaste gewoonte om in de zomer met een besloten gezelschap een vaarvakantie te houden in de Noorse fjorden. Opvallend was dat Wilhelm zich dan omringde met jonge en goed uitziende edelen en officieren en dat er geen vrouwen welkom waren bij dit gezelschap. Dit gaf ook stof voor vele roddels over de vermeende homoseksualiteit van Wilhelm en zijn entourage. Maar dit kan ook anti-propaganda van tegenstanders zijn geweest, want directe bewijzen voor deze aantijgingen zijn nooit geleverd.

In Pruisen, het belangrijkste land van het Duitse Keizerrijk, was vooral de aristocratie en het door de adel gedomineerde Pruisische leger belangrijk en telde je pas mee als je connecties daarmee had. Het land was daardoor door en door militaristisch. Ook Wilhelm, opgevoed in deze Pruisisch conservatieve en militaire traditie, was een militarist pur sang en had daarmee ook een grote voorliefde voor uiterlijk militair vertoon zoals het afnemen van de frequent gehouden militaire parades bij allerhande officiële gebeurtenissen en het uitdelen en verzamelen van medailles, vaandels en andere militaire eretekenen. Hij had vooral een levenslange grote passie voor uniformen. Hij had verschillende kleermakers in vaste dienst en een speciaal uniform voor elk denkbare gelegenheid. Vaak verkleedde hij zich tot wel zes keer per dag [6]. Hij zou zelfs speciaal zijn admiraalsuniform hebben aangetrokken wanneer hij naar de opera Der fliegende Holländer ging. Het verhaal dat hij dit ook aantrok als hij naar het aquarium van de Berliner Zoo ging, is waarschijnlijk maar een legende. Zelf had Wilhelm er ook plezier in om eigen fantasie uniformen te ontwerpen die hij bij sommige informele gelegenheden ook droeg. Hij hengelde verder actief naar erekolonelschappen in buitenlandse regimenten om daarmee ook de bijbehorende Engelse, Oostenrijkse, Spaanse, Russische en andere uniformen te verwerven.

Een andere liefhebberij van Wilhelm was de drijfjacht en dan met name het uit hun lijden verlossen van aangeschoten wilde zwijnen met een speciale speer, de Saufeder. Hij genoot[7] van het applaus dat daarop volgde, hoewel een van zijn hovelingen deze activiteiten eens een "walgelijk en ontaard schouwspel" noemde.[7] Tevens was hij dol op zeilen, was een redelijk verdienstelijk amateurschilder en hij had een heel aardige bariton: hij componeerde zelfs een - door de critici matig ontvangen - opera, Der Sang an Aegidia. Ook had Wilhelm interesse in wetenschap en techniek: hij liet zich op de hoogte houden van de laatste wetenschappelijke en technische ontwikkelingen en ging vaker zelf op bezoek bij o.a. de universiteit van Berlijn waar hij zich onderhield met vooraanstaande wetenschappers. Ook hield hij ervan technische beurzen en exposities te bezoeken en geregeld bestuurde hij persoonlijk de nieuwste automobielen van zijn uitgebreide wagenpark.

Wilhelm had ook minder 'positieve' karaktertrekken: hij kon niet tegen zijn verlies en zijn Generale Staf was er dan ook alles aan gelegen de opperbevelhebber te laten winnen bij de jaarlijkse Kaisermanöver. Dit waren groots opgezette militaire oefeningen om de paraatheid van het leger te testen in een 'oorlogsspel' tussen twee partijen met schijnmanoeuvres waarbij de doorgestoken kaart was dat de 'partij' van de keizer altijd de eerste prijs won. Wilhelms opvatting van humor was voornamelijk het uitvoeren van 'practical jokes': hij vond het b.v. leuk om iemand een stevige hand te geven waarbij hij de ringen aan zijn hand naar binnen droeg zodat de handenschudder zich aan de ringstenen bezeerde. Wilhelm zelf had geen last van zeeziekte en hij vond het erg grappig om op zijn zeiljacht bij ruwe zee onverwacht een medepassagier, die zich al niet lekker voelde, flink in de maag te stompen zodat die moest overgeven.

Volgens de historicus Golo Mann kan het karakter van Wilhelm II het best omschreven worden als die van een theatrale operette koning, het liefst omgeven door een bombastische pracht en praal met hemzelf als het stralende middelpunt: "Hij was geen kwaad mens. Hij wilde geliefd zijn, geen leed veroorzaken. Tot bloeddorstige uitspraken liet hij zich verleiden: maar bloedig handelen lag hem helemaal niet. Handelen überhaupt niet. Hij was lui en genotzuchtig. Feestvieren, reizen, zich aan de mensen vertonen, hoog te paard zijn garde op manoeuvre-aanval leiden, met zijn gelijken tijdens vorstelijke banketten toosten uitwisselen, in de hof-loge zitten, opgedirkt als een pauw, met de blik op het publiek, zijn snor strijkend, genadiglijk stralend, dat was zijn natuur. En zo had hij het graag tot het eind van zijn dagen gedaan: het openbare leven een eeuwig, gouden, militair maar wel vredig schouwspel, en hij in het middelpunt."[8]

Regeringsstijl[bewerken]

Wilhelm in 1888 het jaar van zijn troonsbestijging

Bij de dood van Wilhelm I op 9 maart 1888 werd Wilhelms vader keizer als Frederik III. Frederik had echter keelkanker en stierf in juni van datzelfde jaar, zodat Wilhelm als Wilhelm II de troon besteeg. Wilhelm had de dood van zijn vader al zien aankomen en had diens hele regeringsperiode van 99 dagen besteed aan het voorbereiden van zijn eigen keizerschap.

In Duitsland, in naam een constitutionele monarchie met als erfelijk staatshoofd de keizer, bestond er een Rijksdag, gekozen door de mannelijke bevolking, en een Bondsraad als vertegenwoordiging van de deelstaten. Wetten werden voorgesteld door de leden van de Rijksdag en moesten de toestemming van Rijksdag en Bondsraad samen hebben om van kracht te worden. Wilhelm vond dat een vorst ook soeverein moest kunnen regeren en had niet veel op met de volksvertegenwoordiging in de Rijksdag dat hij denigrerend een "Affenhaus" (apenhuis) noemde. Het autoritaire regeringssysteem gaf de keizer daarvoor in principe de constitutionele ruimte en hij maakte daarvan ook gebruik. De Bondsraad, waar veelal leden van de conservatieve aristocratie zaten, was een conservatief bolwerk tegen de democratische Rijksdag, alleen al met de Pruisische stemmen, die meestal de wensen van Wilhelm vertolkten, en die bijna voldoende voor een veto waren. De rijkskanselier, de regeringsleider, werd door de keizer benoemd en als die een beleid voerde dat de keizer niet aanstond kon deze evenals de hele regering door hem ontslagen worden. De keizer benoemde de officieren en andere leidinggevenden van de strijdkrachten en ook daarover had de Rijksdag geen enkele zeggenschap. Volgens de constitutie kon de keizer weliswaar niet, zoals de vroegere absoluut heersende vorsten, zelf naar eigen goeddunken regeren en wetten uitvaardigen maar hij kon de door de Rijksdag ingediende wetten wel blokkeren door deze niet te ondertekenen. In de praktijk werd er dus door de indieners van een wetsvoorstel toch min of meer rekening gehouden met de wensen van de keizer. Van de andere kant stelde de Rijksdag wel de begrotingen vast: als er geen meerderheid was om een zekere hoeveelheid geld beschikbaar te stellen voor een bepaald iets, zoals voor het leger of de marine, kon de keizer daar niets aan veranderen. Maar in de praktijk hadden de keizer en zijn aristocratische achterban, die overigens ook alle belangrijke legerposten en landelijke bestuursfuncties in handen hadden, meestal toch het laatste woord. Een parlementaire monarchie was Duitsland dus zeker nog niet, niet volgens de grondwet en ook niet volgens de praktijk. Die overgang liet Wilhelm II pas toe, tegen zijn zin maar noodgedwongen, tegen het einde van zijn tijd in 1917/1918.

De vorige keizer, Wilhelms grootvader Wilhelm I, bemoeide zich niet veel met zijn kanselier Otto von Bismarck en deze kon daardoor toch een duidelijke en krachtige koers varen. Nog geen twee jaar na zijn kroning echter ontsloeg Wilhelm II von Bismarck die niet volgzaam genoeg bleek en verving hem door de meer liberale graaf Leo von Caprivi. Er zouden er nog vele volgen die meestal maar kort konden regeren totdat Wilhelm er ruzie mee kreeg. De langste tijd diende hem, eerst als minister van buitenlandse zaken en sinds 1900 als rijkskanselier, Bernhard von Bülow die een imperialistische politiek nastreefde die ook naar Wilhelms zin was.

Wilhelm stond elke dag om zes uur op om de staatszaken door te nemen, maar gooide officiële documenten en brieven vaak in de prullenbak. Andere zaken las hij vluchtig en voorzag hij van commentaar dat meestal van weinig competentie of inzicht in de betreffende kwestie getuigde. Hij bemoeide zich weliswaar intensief met de staatszaken, maar dit deed het land geen goed: zijn beleid was vaak inconsequent en de onmachtige Rijksdag had te weinig invloed om een verstandiger tegenwicht te kunnen vormen. De keizer schold en tierde over zaken die hem niet bevielen en gedroeg zich in internationale kwesties uitermate tactloos - hij vergeleek in zijn beruchte Hunnenrede het Duitse expeditieleger dat in 1900 werd uitgezonden om mee te helpen de Bokseropstand in China neer te slaan met de horden van Attila de Hun. Hiermee werden de Duitsers door hun tegenstanders tot ver in de 20ste eeuw vaak als 'hunnen' betiteld

Keizer Wilhelm droomde bovenal van een eigen Duits koloniaal rijk en een bijbehorende grote zeemacht dat de vergelijking met dat van Groot-Brittannië kon doorstaan. Hij trachtte daarom de Duitse marine en koloniale bezittingen uit te breiden. Hierdoor verslechterde de relatie met Londen zienderogen, vooral na zijn steun voor de Boeren van de Zuid-Afrikaansche Republiek via het beruchte Krugertelegram van 1896. Toen echter in het najaar van 1899 de Tweede Boerenoorlog uitbrak, liet Wilhelm het afweten. Hij weigerde de gezanten van Krüger zelfs maar te ontvangen, en stelde zich neutraal op. In de beruchte Daily Telegraph-affaire, het interview met de Britse krant Daily Telegraph in oktober 1908, beriep hij zich er op, dat hij in 1900 niet was ingegaan op voorstellen van Rusland en Frankrijk om de Boeren te hulp te komen.[9]

Bismarck had nooit veel nut gezien in een koloniaal rijk en had ook zoveel mogelijk rekening gehouden met gevoeligheden van buitenlandse opponenten en was aldus altijd een voorstander geweest van een behoedzame buitenlandse politiek waarbij, als oorlog toch nodig was voor het belang van Duitsland, eventuele tegenstanders eerst tegen elkaar uitgespeeld werden zodat ze Duitsland niet in het vaarwater zouden komen. Wilhelm voerde een veel agressievere 'Weltpolitik' en had geen belangstelling voor politieke of diplomatieke gevoeligheden van het buitenland. Hierdoor werden de spanningen in Europa danig opgevoerd en ontstond geleidelijk het toneel voor de Eerste Wereldoorlog.

Wilhelm had ook wel belangstelling voor meer progressieve opvattingen onder de Duitse bevolking zolang die maar geen kritische vragen over zijn machtsbasis stelden. Zo had hij oprecht interesse in de cultuur, techniek en wetenschap. In 1911 stichtte hij het Kaiser-Wilhelm-Institut ter bevordering van de wetenschap, wat alom werd geprezen. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg dit instituut de naam Max-Planck-Institut en geniet tot de dag van vandaag wereldwijde faam. Ook zorgde Wilhelm voor meer sociale wetgeving die de omstandigheden van de arbeiders enigszins verbeterden.

Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Keizer Wilhelm in 1914

In 1914 dreigde er oorlog tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië nadat de Oostenrijkse troonopvolger werd vermoord en de opdrachtgevers daarvoor in Servië werden vermoed. Wilhelm is te verwijten dat hij niet zo verstandig was om zich in deze kwestie eerst neutraal op te stellen maar de Oostenrijkers vrijwel onmiddellijk te kennen gaf dat ze op de onvoorwaardelijke steun van Berlijn konden rekenen. Hierdoor begon Rusland met de voorbereidingen om Servië, een bondgenoot van de Russen, militair bij te staan. Ook gaf hij de legerstaf toestemming om de door hen aanbevolen voorbereiding voor het Schlieffenplan te beginnen: een 'preventieve aanval' op Frankrijk, ook een Russische bondgenoot, om dat snel uit te schakelen alvorens Rusland aan te pakken. Het aanvalsplan verordende dat er door Belgie opgerukt moest worden en aangezien Groot-Brittannië instond voor de Belgische neutraliteit werden de Britten ook bij het conflict betrokken. Ook Italie, het Ottomaanse Rijk en diverse andere landen werden bij het conflict betrokken. Tijdens zijn zeilvakantie in Noorwegen in de weken die volgden escaleerde aldus de Balkan-crisis snel tot een grote Europese oorlog waarbij Duitsland zich geconfronteerd zag met vijanden aan zowel de oost- als de westgrenzen.

Tijdens de oorlog was hij officieel de opperbevelhebber (Oberster Kriegsherr), maar zijn generale staf de "Oberste Heeresleitung" (OHL) zorgde ervoor dat hij geen werkelijk belangrijke beslissingen kon nemen en al snel was Wilhelm overvleugeld door zijn eigen generale staf en was niet meer in staat om daadwerkelijk controle uit te oefenen. Dit houdt de vraag open of hij medeverantwoordelijk is voor de oorlogsmisdrijven, die het Duitse leger met name in augustus 1914 in België beging. Al snel trok de OHL alle macht naar zich toe en werd Wilhelm, evenals het Duitse parlement de Rijksdag, op een zijspoor gerangeerd door het Pruisische opperbevel en had niets meer in te brengen. Vanaf 1916 waren de legerleiders Erich Ludendorff en Paul von Hindenburg de facto dictatoren van Duitsland en zorgden o.a. ervoor dat de Duitse economie een oorlogseconomie werd en gericht werd op vooral de wapenproductie en andere behoeftes van het leger. Duitsland was afhankelijk van import om de behoefte aan voedsel en grondstoffen te dekken maar door de door de geallieerden ingestelde blokkade van de Duitse havens kwam er geen buitenlands graan en noodzakelijke grondstoffen voor de industrie meer het land binnen. Naarmate de oorlog langer duurde kwamen er steeds ernstigere tekorten aan voedsel en andere levensbenodigdheden voor de bevolking die onrust en opstandigheid veroorzaakten in de steden. Ook de wapenfabrieken kregen al snel met tekorten te maken waardoor het leger haar slinkende voorraden aan munitie en wapens op den duur niet meer kon aanvullen. Op het eind van de zomer van 1918 waren de laatste reserves opgebruikt en stond het Duitse leger op instorten.

Einde van de monarchie[bewerken]

Na de Februarirevolutie in Rusland 1917 waarbij de Russische monarchie ten val werd gebracht, werd ook in Duitsland een discussie gevoerd over de toestand van de eigen Duitse monarchie, en de midden-partijen in de Rijksdag samen met de sociaaldemocraten en de rechts-liberalen werkten samen om grondwetswijzigingen voor te bereiden die de greep van de keizer en de aristocratie op de Duitse politiek moesten verminderen ten gunste van de volksvertegenwoordiging. Wilhelm verzette zich met hand en tand en liet die wijzigingen pas in oktober 1918 toe toen hij niet meer anders kon, nadat Ludendorff en Hindenburg hem hadden laten weten dat de oorlog niet meer te winnen was. Ondertussen kwam er steeds meer openlijke kritiek op het beleid van de legertop, keizer Wilhelm en de regerende aristocratie in het algemeen. Niet alleen in de Rijksdag maar ook op straat werd het steeds onrustiger. Er braken overal onlusten en rellen uit in de grote steden die steeds gewelddadiger werden. Omdat hij bang was voor de toenemend revolutionaire ontwikkelingen in Berlijn ging Wilhelm in de laatste dagen van oktober naar het Duitse legerhoofdkwartier in Spa, België.

De oktoberhervormingen kwamen echter te laat om het vertrouwen van de bevolking en vooral de arbeiders en soldaten opnieuw te winnen. Eind oktober brak er in Kiel een matrozenopstand uit die tot de Novemberrevolutie leidde die zich snel door het hele land verspreidde. Meer en meer politieke partijen gingen nu openlijk het aftreden van de keizer eisen, wat deze herhaaldelijk weigerde, en op 9 november 1918 verkondigde rijkskanselier Max van Baden eigenmachtig de afdanking van de keizer als het staatshoofd van Duitsland, zonder echter dat deze officieel daarvoor toestemming vanuit Spa had gegeven. Aanvankelijk wilden verschillende meest conservatieve politieke partijen nog niet de monarchie helemaal afschaffen en zochten die dag nog naar een acceptabele verwant van Wilhelm om die tot nieuw staatshoofd aan te stellen (Wilhelms eigen zoon kroonprins Wilhelm werd direct met algemene stemmen afgewezen wegens zijn onwaardige gedrag) maar dit was al snel een gepasseerd station toen de meeste partijen alleen nog opteerden voor een republiek in Duitsland. Even later werd inderdaad de republiek uitgeroepen door de sociaal democraten, overigens om de communisten voor te zijn die hetzelfde van plan waren. Wilhelm was bang om naar het revolutionaire Duitsland terug te gaan, waarbij hij waarschijnlijk dacht aan het lot van de russische Tsaar, maar ook om door de Entente-mogendheden aangeklaagd te worden. Die hadden al arrestatiebevelen uitgevaardigd om Wilhelm als oorlogsmisdadiger voor het internationale gerecht te slepen. Hij besloot nog op dezelfde dag, mede op advies van zijn generale staf, om direct van België naar het neutrale Nederland te vluchten waar hij vroeg in de ochtend 10 november aankwam.[10] Door de meeste Duitsers, en vooral die uit de conservatieve hoek, werd deze vlucht van Wilhelm II naar Nederland als desertie of verraad van het vaderland ervaren ('Fahnenflucht") en hij bracht daarmee de monarchistische beweging ernstige schade toe. Zelfs de aristocratie, traditioneel koningsgezind, wilde wellicht nog wel een verwant van Wilhelm op de troon maar Wilhelm zelf wilde men in ieder geval niet meer terug.[11]

Wilhelm II (in het midden vierde van links) neemt op 10 november 1918 afscheid van zijn gevolg op het Station Eijsden aan de Nederlands-Belgische grens.

Terwijl Wilhelm naar Nederland vluchtte volgden in Berlijn de gebeurtenissen elkaar snel op: tegen de grondwet in, want dat mocht eigenlijk alleen de keizer doen, benoemde van Baden als nieuwe kanselier sociaaldemocraat Friedrich Ebert. Ebert vroeg aan Baden om voorlopig als waarnemend staatshoofd te fungeren tot er een nieuwe grondwet was maar deze weigerde dat en trad tevens af als kanselier. Even later probeerden radicale socialisten en communisten de macht te grijpen maar dat werd door krachtig ingrijpen van kanselier Ebert verhinderd. Met regeringsgetrouwe, voorheen 'keizerlijke', troepen en 'vrijkorpsen' werd de opstand bloedig neergeslagen. Ebert werd later, in februari 1919, geïnstalleerd als het nieuwe staatshoofd van Duitsland, de eerste Reichspräsident (rijkspresident), waarmee de monarchie in Duitsland verleden tijd was. De nieuwe Duitse republiek werd bekend als de Weimarrepubliek omdat de grondwetgevende vergadering hiervoor in de stad Weimar werd gehouden doordat de eigenlijke hoofdstad Berlijn in 1919 nog te onveilig werd geacht wegens de daar nog gevoerde strijd van het leger en vrijkorpsen tegen de communisten en andere radicalen.

Beschuldigingen van oorlogsmisdaden[bewerken]

Tijdens en na de Eerste Wereldoorlog is Wilhelm lang neergezet, vooral door de geallieerde propaganda en pers, als de grootste aanstichter van de oorlog en daarmee als hoofdverantwoordelijke voor de verwoestingen, slachtpartijen, wreedheden en oorlogsmisdaden die toen gepleegd en aangericht zijn. Tegenwoordig wordt er door diverse historici genuanceerder over gedacht maar de meningen zijn nog altijd verdeeld: Wilhelm als agressieve aanstichter van de oorlog[12] en Wilhelm als vooral onwillig slachtoffer van de omstandigheden met weinig invloed op de gebeurtenissen.[13]

Wilhelm was inderdaad voor een deel verantwoordelijk voor de gespannen relaties voor de oorlog tussen Duitsland, Rusland, Frankrijk en Groot-Brittannië door onder andere zijn blunderende en tactloze optreden in internationale kwesties. En na de moord op Franz-Ferdinand in 1914 gaf hij ook direct zijn onvoorwaardelijke steun aan de Oostenrijkers in geval van oorlog met Servië maar over het algemeen probeerde hij toch oorlog te voorkomen, ondanks zijn dikwijls agressieve taalgebruik in het openbaar bij toespraken, interviews en dergelijke. Zo meende Wilhelm dat zijn bloedverwantschap met de tsaar van Rusland en de Britse koning de crisis konden bezweren: hij startte ook onmiddellijk een briefwisseling met tsaar Nicolaas. Zijn generale staf echter drong bij Wilhelm aan op volledige mobilisatie en een oorlogsverklaring aan Rusland en Frankrijk. De keizer ging hier slechts met tegenzin mee akkoord. Dit schijnbare gebrek aan overwicht van keizer Wilhelm over zijn eigen generaals had verscheidene oorzaken: vanaf ongeveer 1900 had Wilhelm verschillende keren een ernstige zenuwinzinking en toenemend last van depressiviteit, vooral tijdens en na de publieke schandalen rond de Harden-Eulenburg affaire en het Daily Telegraph incident die het aanzien van Wilhelm aanzienlijk beschadigden. Hierdoor verminderde geleidelijk de invloed van Wilhelm op de politiek en het leger, dat hem steeds minder serieus nam, en zijn generale staf maakte hiervan ook handig gebruik tijdens de oorlog. Al snel was de keizer op een zijspoor gerangeerd door zijn generale staf, hoewel hijzelf meende nog te regeren[14] en functioneerde hij slechts nog als publiek uithangbord van de ware machthebbers: Ludendorff en Von Hindenburg, die in feite een militaire junta vormden. Deze bestuurde het land en bepaalde het beleid en waren daarmee eigenlijk ook de verantwoordelijken voor alles wat er op de slagvelden gebeurde.

Ballingschap[bewerken]

Beeld van Wilhelm in Doorn
Veel belangstelling voor het tweede huwelijk van de ex-keizer in 1922
Wilhelm II met zijn tweede vrouw en stiefdochter in Doorn in maart 1931

Nederland verleende Wilhelm asiel op voorwaarde dat hij zich voortaan van verdere politieke activiteiten zou onthouden zodat de gealieerden Nederland niet ervan konden beschuldigen haar neutraliteit te schenden. Wilhelm had geen andere keus en stemde hiermee in. Hij liet korte tijd later 'enkele kleinoden' naar Nederland overkomen, persoonlijke bezittingen uit verschillende van zijn Duitse paleizen: genoeg voor 59 wagonladingen.

Tot 1920 logeerde hij in Kasteel Amerongen, waar hij ook zijn troonsafstand ondertekende, daarna tot zijn dood in het door hem in 1919 aangekochte kasteeltje Huis Doorn (beide in de provincie Utrecht). De Nederlandse regering weigerde hem uit te leveren aan de geallieerden, ondanks herhaaldelijke verzoeken daartoe, en hield vast aan haar neutraliteitspolitiek. De geallieerden waren te oorlogsmoe om een conflict hierover op de spits te drijven. Overigens wilde koningin Wilhelmina niets met de ex-keizer te maken hebben en heeft hem (voor zover bekend) nooit bezocht in zijn ballingsoord. Haar echtgenoot prins Hendrik en dochter Juliana en haar echtgenoot prins Bernhard bezochten hem wel enige malen. Dit waren geen officiële ontvangsten door Wilhelm, maar 'familiebezoeken': de Oranjes en Hohenzollerns zijn inderdaad aan elkaar verwant en ook het huis Mecklenburg-Schwerin van prins Hendrik was aan Wilhelms familie verwant.

De ex-keizer hield zich voortaan vrijwel dagelijks bezig met houthakken, waarbij hij persoonlijk de bijl en zaag hanteerde. Dit deed hij op een dusdanige schaal dat na verscheidene jaren het oorspronkelijk bosrijke landgoed van Huis Doorn grotendeels ontbost was en op de kapotgeschoten slagvelden uit de oorlog begon te lijken. Met trots liet Wilhelm steeds aan bezoekers zien hoeveel bomen hij per dag kon verwerken. Hoewel de meningen over Wilhelms hobby verdeeld waren, behield hij door de dagelijkse lichamelijke inspanning wel tot op hoge leeftijd een goede lichamelijke conditie. Verder besteedde Wilhelm veel tijd aan het schrijven van zijn memoires. De grote passie van Wilhelm voor uiterlijk vertoon, zoals voor zijn enorme collectie uniformen, was ook tijdens zijn ballingschap nog steeds aanwezig: het grote verkleden ging ook in Doorn onverminderd door. Ook volgde hij de politieke situatie in Duitsland op de voet en besprak deze vrijwel dagelijks met zijn bezoekers en entourage, vaak tot vervelens toe volgens uitlatingen van zijn adjudant Sigurd von Ilsemann[15]. Zijn inkomsten bestonden uit de opbrengsten van verscheidene landgoederen in Duitsland en een aardewerkfabriek in Cadinen (nu Kadyny onderdeel van de gemeente Tolkmicko in Polen) die in zijn bezit waren gebleven - verder bleek Wilhelm II de gelden die tot zijn beschikking stonden handig te kunnen beleggen. Na de dood van Augusta Victoria hertrouwde hij in 1922 met de weduwe prinses Hermine von Schönaich-Carolath, geboren prinses Reuss oudere linie.

Wilhelm sprak geregeld zijn afkeer uit over de Weimar republiek die het keizerrijk had vervangen en hoopte steeds op een restauratie van de monarchie. Zijn nieuwe echtgenote Prinses Hermine was een onvermoeibare pleitbezorger daarvoor en reisde dikwijls door Duitsland om steun te verwerven voor de monarchistische gedachte. In de jaren 30 had Wilhelm kortstondig de hoop dat wellicht de nazi's de monarchie zouden herstellen. En in 1931 en 1932 kwam zelfs nazi-prominent Hermann Göring op bezoek in Doorn om daarover te praten[16]. Na de verkiezingsoverwinning in 1933 echter veranderde Adolf Hitler het land snel in een totalitaire dictatuur en werd er niet meer gesproken over een hernieuwde monarchie. Al snel zag ook Wilhelm in dat zij de in 1933 verworven macht niet meer zouden afstaan en zeker niet aan een schim uit het verleden. In 1934 verbood Hitler verder alle monarchistische verenigingen en partijen in Duitsland (evenals alle andere partijen die hij als eventuele concurrenten voor de macht beschouwde) zodat ook voor Wilhelm de laatste hoop voor een herstel van de monarchie voorbij was. Toen de Duitse legers Nederland binnenvielen, weigerde hij op het aanbod van de Engelsen in te gaan om bij hen asiel aan te vragen zoals veel regeringen van door de nazi's bezette landen deden. Hij wilde niet nogmaals "weglopen". Daarbij, zo zou hij gezegd hebben, was hij te zeer aan Doorn gehecht geraakt. Hoewel Wilhelm minachtend neerkeek op de nazi's en hun ideologie, zond hij in juni 1940 wel een gelukstelegram naar Adolf Hitler in verband met diens zege in Frankrijk.[17] Dit gebaar was meer een initiatief van Hermine, die het nazisme meer was toegedaan en Wilhelm zag hierin een mogelijkheid de Führer gunstig te stemmen inzake de positie van de adel die in het Derde Rijk steeds meer in het gedrang kwam. Wilhelms 'gelukstelegram' aan Hitler werd door de Nederlandse regering (inmiddels in ballingschap in Londen) gezien als verraad van de gastvrijheid die aan Wilhelm verleend was nadat hij asiel aangevraagd had in Nederland en was mede de oorzaak dat Huis Doorn van de familie Hohenzollern onteigend werd na de oorlog. De nazi's steunden Wilhelm echter nog steeds niet. Op bevel van Berlijn werd het landgoed in Doorn afgegrendeld van de buitenwereld door de Geheime Feldpolizei en de oude ex-keizer van Duitsland werd een gevangene van zijn eigen landgenoten.

Racisme en antisemitisme[bewerken]

Wilhelm II is door diverse auteurs beschuldigt van antisemitisme en racisme o.a. door de Wilhelm II biograaf John C.G. Röhl. Volgens Röhl moest Wilhelm niets hebben van joden, Polen en andere Slavische volken. Vòòr 1914 zijn wel antisemitische uitlatingen opgetekend van Wilhelm maar stond hij niet bekend als overtuigd antisemiet: hij had frequent omgang met belangrijke joodse zakenlieden en geleerden. Ook bezocht hij diverse keren de synagoge van Berlijn. In zijn bannelingsjaren in Nederland zijn wel krachtige antisemitische uitlatingen bekend. Het Jodendom noemde hij eens een "giftige zwam op de Duitse eikenboom" en op 15 augustus 1927 schreef Wilhelm aan een Amerikaanse vriend: "De pers, Joden en muggen zijn een plaag waarvan de mensheid zich op de een of andere manier bevrijden moet. Het beste middel is waarschijnlijk gas." Door o.a. dit soort uitspraken wordt Wilhelm door sommigen voorgesteld als een wegbereider en geestverwant van de nazi's. Volgens sommige onderzoeken van de bronnen lijkt het er echter meer op dat Wilhelms uitspraken eerder met frustratie te maken hadden van zijn onvervulde wens om de monarchie te herstellen, waarvan hij de 'bolsjewisten, socialisten en joden' de schuld gaf, dan te wijzen op een overtuigd anti-joods racisme. [18] Wilhelm hoopte weliswaar enerzijds dat hij via Hitler en de nazi-partij weer de troon kon bestijgen maar anderzijds moest hij niets hebben van hun ideologie. Hij was er erg op tegen dat zijn zoon prins August ('Auwi') zich openlijk achter de nazi's schaarde en op de pogroms tijdens de 'Kristallnacht' reageerde Wilhelm geschokt.

Overlijden[bewerken]

Bijzetting op 9 juni 1941 bijgewoond door op de voorste rij Arthur Seyss-Inquart en August von Mackensen en verder o.a. Wilhelm Canaris en Friedrich Christiansen
Mausoleum van Wilhelm II van Duitsland in het kasteelpark van Huis Doorn

Wilhelms einde kwam na een lang leven toch nog onverwachts: op 1 maart 1941 werd hij onwel tijdens het houtzagen gevolgd door een algemene flauwte. Hij knapte aanvankelijk weer opmerkelijk snel op en de haastig opgetrommelde kinderen vertrokken in mei 1941 weer naar huis behalve dochter Victoria Louise. Aan het eind van de middag van 3 juni 1941 kreeg Wilhelm echter plotseling hevige pijnen en ademhalingsproblemen. Zijn toestand verslechterde snel en 's avonds verloor hij het bewustzijn. Zonder dat hij nog bij kennis kwam stierf Wilhelm in het bijzijn van o.a. dochter Victoria Luise, prinses Hermine en zijn adjudant Sigurd von Ilsemann op 4 juni 1941 in Doorn aan, wat achteraf bleek te zijn, een longembolie. Hij werd 82 jaar[19]. Zijn wens om op zijn begrafenis geen hakenkruisen te tonen werd niet ingewilligd. Hitler liet een reusachtige krans bezorgen: de rouwlinten daaraan waren wel degelijk met dit nazi-symbool getooid. Onder de paar honderd aanwezigen was ook een Nederlandse fotograaf die ondanks de strenge beveiliging - de Duitse bezetters stonden op wacht voor de poorten - een fotoreportage wist te maken.

Wilhelms laatste wens[bewerken]

Wilhelms stoffelijk overschot werd in eerste instantie bijgezet in de kapel op het landgoed, een jaar later in een door hemzelf ontworpen mausoleum op het landgoed van Huis Doorn. Zijn gebalsemde lichaam rust hier tegenwoordig nog steeds, maar zal overeenkomstig Wilhelms eigen wens overgebracht worden naar Duitsland - op voorwaarde dat dit weer een monarchie is.

In de jaren twintig was er nog een vrij actieve monarchistische beweging die het koningshuis in ere wilde herstellen, maar deze werd geleidelijk steeds kleiner. Er is tegenwoordig nog steeds een monarchistische beweging in Duitsland, maar heden bijna uitsluitend nog gesteund door de oude Duitse adel. Nu is dit nog maar een zeer kleine splintergroep van het Duitse politieke spectrum. Verreweg de meeste andere Duitsers zien een terugkeer naar de monarchie als iets wat geen enkele relevantie meer heeft met de moderne wereld[20]. Het ziet er dus vooralsnog niet naar uit dat Duitsland terugkeert naar de monarchie en Wilhelms laatste wens vervuld zal worden.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Op 27 februari 1881 trad hij in het huwelijk met prinses Augusta Victoria van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Augustenburg (1858-1921), een dochter van Frederik van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Augustenburg. Zij kregen zeven kinderen:

Afbeelding Naam Geboren Overleden Bijzonderheden
Kronprinz Wilhelm.JPG Kroonprins Wilhelm 6 mei 1882 20 juli 1951 Huwde in 1905 met Cecilie van Mecklenburg-Schwerin. Zorgde ervoor dat er tussen 1882 en de dood van zijn overgrootvader in 1888 voor het eerst in de Duitse geschiedenis vier troongeneraties tegelijkertijd in leven waren.
Eitelprussia1883-3.jpg Prins Eitel Frederik 7 juli 1883 8 december 1942 Huwde Sophie Charlotte van Oldenburg.
Prince Adalbert of Prussia.jpg Prins Adalbert 14 juli 1884 22 september 1948 Huwde Adelheid Arna van Saksen-Meiningen.
Prinz August Wilhelm von Preußen.jpg Prins August Wilhelm 29 januari 1887 25 maart 1949 Huwde Alexandra van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg.
Prince Oskar of Prussia.jpg Prins Oscar 27 juli 1888 27 januari 1958 Huwde gravin Ina Marie van Bassewitz-Levetzow.
Prince Joachim of Prussia.jpg Prins Joachim 17 december 1890 18 juli 1920 Huwde Marie Auguste van Anhalt. Pleegde in 1920 zelfmoord.
Viktória Lujza porosz királyi hercegnő.jpg Prinses Victoria Louise 13 september 1892 11 december 1980 Huwde Ernst August van Brunswijk.

Tweede huwelijk[bewerken]

Wilhelm met zijn gezin in 1896

Na de dood van Augusta Victoria hertrouwde Wilhelm in 1922 met de weduwe prinses Hermine von Schönaich-Carolath, geboren prinses Reuss oudere linie. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren.

Toen Wilhelm met Hermine trouwde was hij al lang geen keizer meer. Toch moest de hele hoffelijke staf in Huis Doorn Hermine 'keizerin' noemen, iets wat ze eigenlijk nooit geweest is.

Titels[bewerken]

Wilhelms titels luidden volledig:

  • Duits keizer en koning van Pruisen
  • markgraaf van Brandenburg
  • burggraaf van Neurenberg
  • graaf van Hohenzollern
  • soeverein en eerste hertog van Silezië en ook het graafschap Glatz
  • groothertog van Beneden-Rijn en Posen
  • hertog van Saksen, Westfalen en Engern, van Pommeren, Lüneburg, Holstein, Sleeswijk, van Maagdeburg, Bremen, Geldern, Kleef, Gulik en Berg en ook de Weneden en Kasjoeben, in Krossen, Lauenburg, Mecklenburg
  • landgraaf van Hessen en Thüringen
  • markgraaf van de Ober- en Niederlausitz
  • prins van Oranje
  • vorst van Rügen, Oost-Friesland, Paderborn en Pyrmont, van Halberstadt, Münster, Minden, Osnabrück, Hildesheim, van Verden, Kammin, Fulda, Nassau en Moers
  • vorstelijk graaf van Henneberg
  • graaf van Mark en Ravensberg, van Hohnstein, Tecklenburg en Lingen, van Mansfeld, Sigmaringen en Veringen
  • Heer van Frankfurt

Onderscheidingen[bewerken]

Zie het artikel Zie Lijst van ridderorden van Wilhelm II van Duitsland voor een volledige opsomming van zijn onderscheidingen.

De keizer werd door koningin Wilhelmina onderscheiden met het Grootkruis in de Militaire Willems-Orde (8 september 1889)[21]. Hij droeg ook het Grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw (28 juli 1878) en het Grootkruis in de Huisorde van Oranje (4 mei 1905).

De Duitse keizer was het laatste staatshoofd dat de Militaire Willems-Orde "uit beleefdheid" ontving. Zijn benoeming in de Huisorde van Oranje hangt samen met een familieband; de keizer was met zijn oranje lint van de huisorde zeer ingenomen.[22] Ook de Pruisische koningen waren Prinsen van Oranje. Wilhelm II stamt af van Frederik Hendrik van Oranje, via diens oudste dochter Louise Henriëtte van Nassau. Haar jongere zuster Albertine Agnes van Nassau was gehuwd met Willem Frederik van Nassau-Dietz. Via Albertine Agnes stamt koning Willem-Alexander rechtstreeks af van Willem van Oranje. In 1732 sloten de Friese Nassaus en de Duitse Hohenzollerns een familieverdrag over het voeren van de titel van Prins van Oranje, die daarna door beide vorstenhuizen werd gedragen. De titel werd sinds 1702, na het kinderloos overlijden van Willem III van Oranje, de laatste soevereine prins van Oranje, al door beide families concurrerend gedragen.

In 1884 verleende Leopold II van België zijn Duitse collega het Grootlint in de Leopoldsorde.

Voorvaderen[bewerken]

Wilhelm II van Duitsland
Overgrootouders

Frederik Willem III van Pruisen (1770–1840)
∞ 1793
Louise van Mecklenburg-Strelitz (1776–1810)

Karel Frederik van Saksen-Weimar-Eisenach (1783–1853)
∞ 1804
Maria Paulowna van Rusland (1786–1859)

Ernst I van Saksen-Coburg en Gotha (1784–1844)
∞ 1817
Louise van Saksen-Gotha-Altenburg (1800–1831)

Eduard August, hertog van Kent (1767–1820)
∞ 1818
Victoria van Saksen-Coburg-Saalfeld (1786–1861)

Grootouders

Wilhelm I van Duitsland (1797–1888)
∞ 1829
Augusta van Saksen-Weimar-Eisenach (1811–1890)

Albert van Saksen-Coburg en Gotha (1819–1861)
∞ 1840
Victoria van het Verenigd Koninkrijk (1819–1901)

Ouders

Frederik III van Pruisen (1831–1888) ∞ 1858 Victoria van Saksen-Coburg en Gotha (1840–1901)

Wilhelm II van Duitsland (1859–1941)

Externe links[bewerken]