Verlostang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een bevalling met behulp van een verlostang (tekening van William Smellie).
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

De verlostang of forceps is een mechanisch apparaat om een bevalling te bespoedigen.

Het klassieke ontwerp bestaat uit twee delen, die men lepels noemt. Er is een 'mannelijke' en een 'vrouwelijke' helft. De eerstgenoemde heeft een uitsteeksel, de laatste een gat waar dat uitsteeksel precies in past, zodat ze samen een scharnierpunt vormen. Er bestaan echter ook uitvoeringen, waarbij de helften anders verbonden zijn, zodat er minder gevaar is om tijdens de verlossing te veel druk uit te oefenen op het babyhoofdje.

Geschiedenis[bewerken]

De Britse vroedmeester Peter Chamberlen (1601-1683) was in 1670 de eigenlijke uitvinder van de verlostang. Zijn eerste demonstratie mislukte echter jammerlijk en eindigde met het overlijden van zowel moeder als kind. Hij hield daarom zijn vinding jarenlang angstvallig geheim. Ook de 17de-eeuwse stadsvroedmeester van Amsterdam Hendrik van Roonhuijsen (1625-1672) en zijn zoon Rogier hielden de door hen ontwikkelde verlostang uit de openbaarheid. De Gentse meesterchirurgijn Jan Palfijn (1650 -1730) was de eerste die het aandurfde om de door hem ontworpen verlostang in 1723 in de openbaarheid te brengen aan de Academie van Wetenschappen te Parijs.

Indicatie[bewerken]

Wanneer de baring niet vordert of er treedt foetale nood op, kan een forcipale extractie, dat is een tangverlossing, nodig zijn. Een classificatie, die helpt bij de beslissing, staat bekend als de vlakken van Hodge. Een verlostang wordt toegepast, wanneer het hoofd al zover is ingedaald, dat het op de bekkenbodem staat (Hodge 4). Wanneer het hoofd hoger staat (Hodge 3) dan kiest men voor vacuümextractie. Is er minder indaling dan Hodge 3, dan is een keizersnede aangewezen.

Techniek[bewerken]

De tang wordt zo aangelegd dat de gebogen lepels als een mutsje over beide oren van het kind liggen. De beide helften van de tang worden afzonderlijk in positie gebracht en daarna aan elkaar geklikt. Overal wordt gelijkmatige druk uitgeoefend. Knijpen is dus uit den boze. Als de dokter er zeker van is dat de tang goed zit en hij niets forceert, legt hij ook zijn andere hand om de greep van de tang en trekt heel langzaam en voorzichtig het hoofdje van het kind tevoorschijn.

Het knijpen, dat niet helemaal te vermijden is, is een groot nadeel van de klassieke verlostang. Er bestaan daarom ook uitvoeringen, waarbij de tang eenmalig ingesteld wordt en daarna met één handvat bediend wordt.

Externe link[bewerken]