August von Mackensen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
August von Mackensen
General Feldmarschall August Von Mackensen Recolored.png
Geboren 6 december 1849
Haus Leipnitz
Overleden 8 november 1945
habighorst, hannover
Begraven Städtischer Friedhof, Celle, Nedersaksen, Duitsland[1]
Land/partij Flag of the Kingdom of Prussia (1803-1892).svg Pruisen
Flag of the German Empire.svg Duitse Rijk
Onderdeel War Ensign of Prussia (1816).svg Pruisische Leger
War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
Dienstjaren 18691919
Rang Generalfeldmarschall
Eenheid Leib-Husaren-Rgt. Nr. 2
Leiding over XVII Legerkorps (Duitse Keizerrijk) (27 jan. 1908 –
1 nov. 1914)
9e Leger (Duitse Keizerrijk) (2 nov. 1914 – 17 apr. 1915)
11e Leger (Duitse Keizerrijk) (16 apr. 1915 – 8 sept. 1915)
Legergroep Mackensen (Polen) (22 apr. 1915 -
8 sept. 1915)
Legergroep Mackensen (Servië) (9 sept. 1915 -
30 juli 1916)
Legergroep Mackensen (Roemenië) (28 aug. 1916 - 7 mei 1918)
Slagen/oorlogen Frans-Duitse Oorlog

Eerste Wereldoorlog

Onderscheidingen Zie onderscheidingen

August von Mackensen (6 december 1849 - 8 november 1945) was een vooraanstaand Duits militair bevelhebber ten tijde van het Duitse Keizerrijk en de Eerste Wereldoorlog.

Carrière[bewerken]

In 1870-1871 nam hij deel aan de Frans-Duitse Oorlog. In 1901 werd hij als generaal-majoor bevelhebber van de Leibhusaren, beter bekend als de Totenkopfhusaren. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verwierf hij naam en faam na de slagen bij Tannenberg en de Mazurische meren. Nadien werd hij ingezet als er een forse doorbraak verwezenlijkt moest worden, zoals in Łódź (1914) en Gorlice-Tarnów (1915). Zijn tactiek berustte op een aanval over breed front met inzet van een maximum aan middelen. Deze tactiek werd bekend als Mackensen-falanx.

In 1915 werd hij tot maarschalk bevorderd. Hij stond aan het hoofd van een interventiemacht bestaande uit Duitsers, Oostenrijkers en Bulgaren bij het tweede offensief tegen Servië en de inval in Roemenië. Na de val van Boekarest (1916) bleef hij in Roemenië als opperbevelhebber van het bezettingsleger. Op het einde van de oorlog werd hij door de Fransen geïnterneerd te Saloniki. Pas in 1919 zou hij naar Duitsland terugkeren.

Hij was er, net als veel Duitse officieren, van overtuigd dat de oorlog niet op het slagveld maar door de interne politiek was verloren; de zogenaamde Dolkstootlegende. Over de moord op Matthias Erzberger, die verantwoordelijk was voor de naleving van het Verdrag van Versailles, zei hij: "van die plaag zijn we verlost". Op 22 oktober 1935 ontving hij van Adolf Hitler het landgoed Brüssow en 35.000 Reichsmark als dotatie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij overwegend positief over het heersende regime. Hij sprak echter ook zijn afkeuring uit over de gruweldaden van de SS in Polen. Hij bleef monarchist en was na diens overlijden aanwezig bij de bijzetting van keizer Wilhelm II in Doorn. Begin 1945 vluchtte hij voor het Rode leger naar Nedersaksen, waar hij een maand voor zijn 96-ste verjaardag overleed. Hij werd bijgezet op de stadsbegraafplaats van Celle.

August von Mackensen droeg veel onderscheidingen waaronder het exclusieve Oostenrijkse Kruis voor Militaire Verdienste Ie Klasse met diamanten. Bij officiële gelegenheden was hij gekleed in het opvallende uniform van de Totenkopfhusaren (1. Leib-Husaren-Regiment Nr. 1).

Militaire loopbaan[bewerken]

Onderscheidingen[bewerken]

Externe links[bewerken]