Frans-Duitse Oorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Frans-Duitse Oorlog
Onderdeel van de oorlogen van de Duitse eenwording
De Pruisische kurassiers vallen de Franse kanonnen aan tijdens de Slag bij Mars-la-Tour op 16 augustus 1870.
De Pruisische kurassiers vallen de Franse kanonnen aan tijdens de Slag bij Mars-la-Tour op 16 augustus 1870.
Datum 19 juli 1870 - 10 mei 1871
Locatie Frankrijk en Duitsland
Resultaat Beslissende Duitse overwinning, Vrede van Frankfurt
Strijdende partijen
Vlag van Frankrijk Tweede Franse Keizerrijk Vlag van Duitse Keizerrijk Noord-Duitse Bond:
  • Flag of the Kingdom of Prussia (1803-1892).svg Pruisen (leidend lid van de Noord-Duitse Bond)

Flag of Bavaria (striped).svg Beieren
Flagge Königreich Württemberg.svg Württemberg
Flagge Großherzogtum Baden (1871-1891).svg Baden

Leiders en commandanten
Vlag van Frankrijk Napoleon III
Vlag van Frankrijk François Achille Bazaine
Vlag van Frankrijk Patrice de Mac-Mahon
Vlag van Duitse Keizerrijk Otto von Bismarck
Vlag van Duitse Keizerrijk Helmuth von Moltke
Troepensterkte
Vlag van Frankrijk Frankrijk: 500.000 Vlag van Duitse Keizerrijk Duitse Bond: 550.000
Verliezen
150.000 dood of gewond
284.000 gevangenen
350.000 burgers
100.000 dood of gewond
200.000 burgers
Frans-Duitse Oorlog
Aanleiding

Leopold van Hohenzollern · Emser Depesche

Veldslagen en belegeringen

Wissembourg · Spicheren · Wœrth · Colombey · Straatsburg · Mars-La-Tour · Gravelotte · Beaumont · Sedan · Metz · Parijs · Belfort · Le Mans · St. Quentin

Vrede

Vrede van Frankfurt

Monument in Kleef

De Frans-Duitse of Frans-Pruisische Oorlog die begon op 19 juli 1870 en duurde tot 10 mei 1871 werd gevoerd tussen Frankrijk en de Duitse staten, geleid door Pruisen.

Frankrijk was beducht geraakt voor de snel groeiende Pruisisch-Duitse macht. Tot 1870 was Frankrijk de dominante natie op het vasteland in Europa. Maar nu werd die dominante positie bedreigd door Pruisen, onder leiding van kanselier Bismarck.

Deze oorlog heeft tot een overwinning van Pruisen en zijn bondgenoten en de oprichting van het Duitse Keizerrijk geleid.

Aanleiding[bewerken]

De oorlogsverklaring van Frankrijk aan Pruisen paste in het plan van de Realpolitik van Bismarck; zijn plannen voor het herenigen van de Duitse staten tot één Duits Rijk werden door Frankrijk en Oostenrijk geblokkeerd. Deze staten wensten geen vierde grootmacht op het Europese continent. Door de afloop van de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog was in 1866 Oostenrijk reeds uitgeschakeld en in 1870 zou ook Frankrijk volgen.

De directe aanleiding van de oorlog was het Franse verzet tegen de vervulling van de troon Spanje met een Duitse prins Leopold van Hohenzollern. Als deze prins koningschap Spanje zou verkrijgen, zou Frankrijk geografisch ingesloten raken tussen twee staten waar Pruisische Hohenzollern het koningschap bekleedde, zowel in het zuiden als in het noordoosten. Frankrijk eiste daarom dat de Pruisische koning Wilhelm I zijn steun voor de Pruisische prins introk. Wilhelm I ging akkoord. Korte tijd later stuurde Napoleon III zijn gezant graaf Benedetti naar Wilhelm I om te eisen dat de Pruisische prins zich niet alleen nu maar ook in de toekomst nooit meer kandidaat zou stellen voor de Spaanse troon. Wilhelm I verbleef op dat moment in Bad Ems en stuurde de tekst van zijn weigering om voor het gezag van Napoleon te buigen op 13 juli 1870 in een telegram op naar zijn kanselier Bismarck. Dit telegram staat bekend als de Emser Depesche. Bismarck verspreidde vervolgens een verkorte versie aan de internationale pers. De door bewuste verkorting ontstane stugge toon provoceerde de publieke opinie en het parlement van Frankrijk en vijf dagen later, op 19 juli 1870, verklaarde het beledigde Frankrijk aan Pruisen de oorlog.

Historici zijn het er tegenwoordig over eens dat deze oorlog Bismarck in de kaart speelde. Hij kon nu een beroep doen op de legers van de andere Duitse staten om zich onder Pruisische leiding te scharen. Saksische, Beierse en Württembergse legercopsen werden door hun staatshoofden onder de wapenen geroepen en trokken mee op naar Frankrijk. Dat zou bij een overwinning betekenen dat de adhoc ontstane militaire eenheid in een permanente staatkundige eenheid kon worden omgezet. Het multinationale Oostenrijk bleef daarbuiten hoewel de Duitstalige Oostenrijkers enthousiast de oorlog volgden en vrijwilligers er ook aan deelnamen. Een verenigde Duitse staat, onder de leiding van Pruisen, zou van Duitsland een dominante staat kunnen maken binnen Europa. Met deze oorlog zou dan wel de basis gelegd worden voor decennia van spanningen tussen Duitsland en Frankrijk. Dat werd werkelijkheid na de Franse nederlaag. Pruisen en zijn bondgenoten hadden gewonnen, Het Duitse Rijk werd gesticht en de beide landen bleven aartsvijanden, want Frankrijk zou vroeg of laat deze vernedering wreken, een kans die Frankrijk uiteindelijk veertig jaar later kreeg bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Door de Duitsers in 1919 zeer vernederende overgavevoorwaarden in Versailles te laten tekenen en Duitsland zeer grote oorlogsschattingen op te leggen, werd echter de basis voor een nog grotere onvrede gelegd, nu aan Duitse zijde. En deze onvrede zou nog weer twintig jaar later mede de Tweede Wereldoorlog doen ontsteken. De nazi's wilden de Eerste Wereldoorlog wreken. Duitsland en Frankrijk zouden na de Tweede wereldoorlog uiteindelijk pas halfweg de 20e eeuw, bijna honderd jaar na de Frans-Duitse oorlog, bondgenoten en handelspartners worden.

Verloop van de oorlog[bewerken]

De oorlog verliep desastreus voor Frankrijk. Door de valse verwachting dat de Zuid-Duitse staten het Pruisische oorlogsavontuur niet zouden willen meemaken, paaide Frankrijk hen met zijn economische en politieke steun maar deze landen sloten zich onder druk van hun publieke opinies juist aan bij Pruisen. In tegenstelling tot Oostenrijk in 1866 had Frankrijk weliswaar geen achterstand in moderne bewapening, maar de organisatie van het Franse leger liet veel te wensen over. Pruisen en zijn Duitse bondgenoten hadden binnen achttien dagen na de oorlogsverklaring 380.000 man soldaten aan de Franse grens geconcentreerd waaronder op grote schaal opgeroepen reservisten, terwijl de Fransen in het grensgebied hooguit over half zoveel manschappen beschikten. De Franse legerleiding meende dat reservisten in mobiele oorlogvoering van geringe waarde zouden zijn, maar de successen van de Duitse strijdmacht toonden het tegendeel aan.

De Duitse legers opereerden heel offensief en namen daarbij zware verliezen voor lief. De Franse legers werden onder de overmacht verpletterd. Na de drie bloedige veldslagen van Wœrth (6 augustus), Mars-la-Tour (16 augustus) en Gravelotte (18 augustus) raakte de Franse opperbevelhebber, maarschalk Bazaine, met een groot deel van het Franse leger ingesloten in de vesting van Metz.

De Franse keizerin Eugénie vreesde voor het voortbestaan van de dynastie. Alleen een overwinning van Napoleon III zelf zou die kunnen redden. Keizer Napoleon III voerde daarop een nieuw leger van 120.000 man aan, dat - onder leiding van maarschalk Mac-Mahon - oprukte om de vesting van Metz te ontzetten. Dit leger werd echter opgewacht door een Pruisisch-Duitse strijdmacht van 200.000 man en op 2 september 1870 verslagen in de Slag bij Sedan, waarbij de Franse keizer zich persoonlijk overgaf aan Bismarck, evenals maarschalk Mac-Mahon en de resterende 100.000 soldaten. Dit leidde tot de ondergang van het Tweede Franse Keizerrijk en de instelling van de Derde Republiek.

De in Metz opgesloten maarschalk Bazaine had toen geen hoop meer op ontzetting en capituleerde op 27 oktober. De vesting van Straatsburg had iets eerder ook al gecapituleerd. Frankrijk had nu bijna geen geregelde troepen meer over en de Pruisische troepen marcheerden zonder moeite door tot Parijs. Ze omsingelden de stad, terwijl anderen tot diep in Noord-Frankrijk doorstootten en zelfs tot de Loire en tot aan Le Mans in West-Frankrijk.

Dat was het begin van het maandenlang durende Beleg van Parijs, waar al spoedig honger begon te heersen. Tijdens het beleg riep Bismarck op 18 januari 1871 in de Spiegelzaal van het paleis van Versailles het Duitse Keizerrijk uit. De Zuid-Duitse en Noord-Duitse vorsten verenigden zich onder de nieuwe keizer Wilhelm I. De Franse regering had zich inmiddels teruggetrokken naar Tours en zou zich later tijdelijk in Bordeaux vestigen.

De oorlog was voorspoedig begonnen voor de Duitsers. Maar de nieuwe Franse republiek bleef zich verdedigen en organiseren. Onder leiding van kopstukken als Léon Gambetta slaagde zij er na verloop van tijd in telkens weer legers te mobiliseren. Daarnaast kregen de Duitsers te maken met franc-tireurs: het burgerverzet. Hierdoor duurde de oorlog toch nog een volle winter. De Duitsers, die dit als een vorm van valsspelen beschouwden, traden zeer hard tegen burgers op.

De zeeoorlog[bewerken]

De Franse en Duitse marine speelden een ondergeschikte rol in het conflict. De Franse marine was op dat moment veel groter dan de Duitse (Norddeutsche Bundesmarine): de tijd dat Duitsland ter zee Engeland naar de kroon zou proberen te steken moest nog komen. De Fransen wilden de Noord-Duitse havens blokkeren, waar de Duitsers weinig tot niets tegen konden doen. De blokkade was echter niet erg effectief omdat veel dienstplichtige matrozen ook beroepszeeman waren en elders op zee waren. Hierdoor werd de Franse vloot maar ten dele gemobiliseerd. Bovendien was er een tekort aan kolen en was er onrealistische discussie of de marine ook de Baltische Duitse havens moest blokkeren of alleen de Noordzeehavens. Het kwam uiteindelijk tot een niet erg effectieve blokkade van de oorlogshaven Wilhelmshaven bij Bremen.

De Fransen hadden voor aanvang van de oorlog ook een alternatief plan: een invasie in Noord-Duitsland om de druk op de Elzas en Lotharingen, waar het Duitse leger geacht werd binnen te komen, te verlichten, eventueel gecombineerd met een Deense of Deens-Oostenrijkse aanval. De Fransen hoopten dan wel dat Denemarken en Oostenrijk, wrokkig over hun eigen verliezen tegen de Pruisen, de Franse zijde zouden kiezen. De Noord-Duitse kust was echter zwaar versterkt en bovendien vormde de waddenkust moeilijk terrein voor een invasie. Denemarken en Oostenrijk bleven daarom neutraal. De voor afwending van een invasie bestemde Pruisische troepen werden nu aan het front ingezet.

Tegen de herfst verslechterde het weer en konden de Fransen weinig anders dan hun schepen naar hun havens terug te laten keren waar zij werkloos bleven gedurende de oorlog. De zeeoorlog bleef beperkt tot onbetekende schermutselingen in exotische oorden als Havanna en Nagasaki, wanneer daar toevallig Franse en Duitse schepen elkaar ontmoetten.

Vredesverdrag[bewerken]

Op 26 februari 1871 sloot de voorlopige republikeinse regering van Frankrijk een wapenstilstand met het nieuwe Duitse Rijk en werd er een begin gemaakt met vredesonderhandelingen. Het Duitse leger bedong dat het op 10 maart een zegetocht over de Champs Élysées kon maken.

De Parijse bevolking vond dat de nieuwe regering veel te toegeeflijk was ten opzichte van de Duitsers. Ook had zij sociale en economische grieven tegen het nieuwe bewind, dat in haar ogen te veel de belangen diende van de grande bourgeoisie en de arbeidersklasse daarvoor de prijs liet betalen. Dit had tot gevolg dat de stad eind maart in handen viel van het revolutionaire bewind van de Commune. Deze communistische opstand verontrustte Bismarck zeer maar hij besloot niet te interveniëren en stond de Fransen toe zelf orde op zaken te gaan stellen. Wel werd hij milder in de onderhandelingen met de nieuwe republikeinse regering van Frankrijk, die inmiddels van Bordeaux naar Versailles was verhuisd.

Op 10 mei 1871 tekende Frankrijk de Vrede van Frankfurt en werd de oorlog beëindigd. Nu kon op 21 mei het nieuwe Franse régime van Versailles de aanval inzetten op de Commune van Parijs. De oude stad was inmiddels gebarricadeerd maar stap voor stap werd het verzet met groot geweld en massa-executies neergeslagen en na een week van harde gevechten (Semaine sanglante, Bloedige week) waren tegen de 20.000 revolutionairen om het leven gekomen.
Nu moest de definitieve vrede getekend worden en alhoewel Bismarck aanvankelijk tegen territoriale eisen was geweest, volgde hij de Generale Staf en de keizer die de opvattingen van de Duitse publieke opinie vertolkten. Men wilde de Fransen straffen voor hun "valsspelerij" nadat de Duitsers "de rechtmatige overwinning" hadden behaald. Bovendien had Bismarck, naar men vond ten onrechte, geen gebiedsafstand van Oostenrijk geëist in 1866. De Duitse publieke opinie was ervan overtuigd dat het Duitstalige Elzas-Lotharingen bij het nieuwe Duitse Rijk hoorde. Deze provincies van het oude Duitse Rijk waren in de 17de en 18de eeuw door Frankrijk geannexeerd. Het noordoosten van Lotharingen was bovendien een rijk mijnbouwgebied en had economisch grote waarde. Frankrijk werd daarom gedwongen deze gebieden onder de naam Elzas-Lotharingen terug te geven aan Duitsland. Dit werd als een diepe vernedering opgevat in Frankrijk en heeft decennialang het revanchisme tegen Duitsland gevoed. Het verklaart waarom Frankrijk onmiddellijk tot een oorlogsverklaring overging, toen Duitsland België binnenviel in 1914 (Eerste Wereldoorlog), bijna vijfenveertig jaar later.

In ruil voor de Duitse triomfmars over de Champs Élysées, mocht Frankrijk wel de tot de Elzas behorende, maar Franstalige stad Belfort en het omliggende gebied behouden. Echter niet de Franstalige stad Metz die als militaire vesting grote waarde had.

Frankrijk moest ook aan Duitsland een oorlogsschatting betalen van 5 miljard goudfrank, ruim het dubbele van de jaarlijkse staatsbegroting. Zolang die schatting niet betaald was, zouden Duitse troepen het grootste deel van Noord-Frankrijk bezet houden, waarbij de bezettingskosten gedragen zouden worden door het bezette gebied. Het was een groot succes voor de nieuwe premier Adolphe Thiers dat de republikeinse regering in korte tijd erin slaagde voldoende geld bij de Franse bourgeoisie te lenen, zodat de schatting binnen drie jaar kon worden afbetaald, waarna de Duitse troepen Noord-Frankrijk ontruimden.

Pokkenepidemie[bewerken]

De Herinneringsmedaille 1870-1871

De Frans-Pruisische Oorlog veroorzaakte een pokkenepidemie die aan 500.000 mensen het leven kostte. Door het transporteren van Franse krijgsgevangenen en het meenemen van uniformen van dode soldaten kon de ziekte zich in Duitsland en onder de Franse krijgsgevangenen verspreiden. Bij repatriëring van de krijgsgevangenen namen ze de ziekte mee naar Frankrijk. In Nederland overleden ten gevolge van de epidemie bijna 23.000 mensen.[1]

Nederland en de Frans-Duitse oorlog[bewerken]

Nederland was niet direct bij de oorlog betrokken maar mobiliseerde, net als België, wel het leger en zette de Nieuwe Hollandse Waterlinie gedeeltelijk onder water. Dat ging zo moeizaam en verliep zo chaotisch dat de Minister van Oorlog, Generaal Van Mulken, moest aftreden. Fransgezinde of liberaal georiënteerde Nederlanders zagen in de vierde Pruisische overwinning op een rij een bedreiging voor de onafhankelijkheid van Nederland. Koningin Sophie was jaren voor de Frans-Duitse oorlog al anti-Pruisisch gezind. Andere Oranjes, Frederik voorop, waren daarentegen pro-Duits.

De "Nederlandsche Vereeniging tot het verleenen van hulp aan zieke en gewonde krijgslieden in tijd van oorlog", de voorloper van het Nederlandse Rode Kruis, organiseerde veldhospitalen en hulpgoederen die aan beide zijden van het front werden ingezet of verdeeld.

Voetnoten[bewerken]

  1. K. Hoppenbrouwers, R. Burgmeijer, "Handboek vaccinaties", (Uitgeverij Van Gorcum, 2007), p. 11.