Sophie van Wurtemberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Sophie van Württemberg)
Ga naar: navigatie, zoeken
Sophie van Wurtemberg
1818–1877
Koningin Sophia in 1863, werk van Franz Xaver Winterhalter
Koningin Sophia in 1863, werk van Franz Xaver Winterhalter
Echtgenote van de Koning der Nederlanden
Echtgenote van de Groothertog van Luxemburg
Periode 18491877
Voorganger Anna Paulowna
Opvolger Emma van Waldeck-Pyrmont
Vader Willem I van Württemberg
Moeder Catharina Paulowna van Rusland
Miniatuur van prinses Sophie, aquarelverf op ivoor, maker onbekend

Sophia Frederika Mathilda, Prinses van Wurtemberg, geboren als Sophie Frederike Mathilde von Wurtemberg (Stuttgart, 17 juni 1818Wassenaar, 3 juni 1877), was als eerste echtgenote van koning Willem III van 17 maart 1849 tot haar overlijden koningin der Nederlanden en groothertogin van Luxemburg. Haar roepnaam was Sophie. Als koningin stond ze bij leven bekend als Sophia.

Biografie[bewerken]

Jeugd[bewerken]

Een nog jonge prinses Sophie

Prinses Sophie werd geboren in Stuttgart als dochter van koning Willem I van Württemberg en grootvorstin Catharina Paulowna van Rusland, een dochter van tsaar Paul I. Sophie en haar latere echtgenoot Willem (zoon van de zuster van Catharina, Anna Paulowna) waren dus volle neef en nicht. Zeven maanden na de geboorte van Sophie overleed haar moeder, waarna ze door haar tante Catharina van Württemberg werd opgevoed. Sophie was ook een volle nicht van de Russische tsaar Alexander II.

Koning Otto I van Griekenland dong naar haar hand, maar haar vader vond zijn argument - haar naam Sophia is Grieks voor wijsheid - niet ter zake doen. Daarnaast had hij geen vertrouwen in het pas opgerichte Griekse koningshuis. De Nederlandse erfprins Willem, de latere koning Willem III, toonde eveneens zijn interesse en ook diverse anderen gaven er blijk van met haar in het huwelijksbootje te willen stappen. Haar vader vond Willem een uitstekende partij voor zijn jongste dochter uit zijn tweede huwelijk. Sophie was niet verliefd op Willem en vroeg bedenktijd. Hoewel ze niet op iemand anders verliefd was, zo zou ze later in haar memoires schrijven, had ze wel fantasieën over hertog Willem van Brunswijk. Hij ging door als een aantrekkelijke man en ondanks dat ze hem nog nooit had ontmoet, droomde ze ervan zijn echtgenote te worden. Nadat Willem zijn belangstelling om met Sophie te trouwen had kenbaar gemaakt, ontmoette Sophie per toeval de hertog op een galabal. Hij was erg galant tegen haar en Sophie raakte nog meer onder de indruk, maar de volgende dag deed hij erg terughoudend, waardoor ze naar eigen zeggen alsnog koos voor de Nederlandse erfprins. Ze had hem voor het eerst ontmoet rond haar vijfde verjaardag en ze hadden toen een wedstrijd ezelrennen gehouden. De tweede ontmoeting zou veertien jaar later zijn in Den Haag en bij de derde in Wurtemberg, in 1837, wilde Willem al met haar trouwen. Pas nadat Sophie akkoord had gegeven, werd het officiële huwelijksaanzoek ingediend. Dat kwam niet van de erfprins zelf, maar van zijn vader de toenmalige prins van Oranje en latere koning Willem II. En het werd niet rechtstreeks aan Sophie gericht, maar aan haar vader.

Willems moeder, Anna Paulowna, was sterk tegen het huwelijk gekant. Zijn moeder en zijn echtgenote mochten elkaar niet. Gedurende de rest van haar leven behandelde Anna Paulowna haar schoondochter minachtend, maar toen Sophie koningin werd, deed zij bij haar hetzelfde.

Huwelijk[bewerken]

De jonge prinses Sophie

Sophie trad op 18 juni (Waterloodag) 1839 in haar woonplaats Stuttgart in het huwelijk. Het paar vestigde zich in Den Haag op het Paleis aan het Plein. Het werd een slecht huwelijk, mede door Willems nauwelijks verholen buitenechtelijke affaires, andere seksuele uitspattingen en zijn grillige karakter. Sophie op haar beurt had last van hysterische toevallen, waarvoor ze meerdere keren genezing zocht in het kuuroord Bad Ems.[1] Op 4 september 1840 wordt hun eerste kind geboren, een zoon.

Sophie liet naar buiten blijken dat ze haar echtgenoot haar mindere vond en ongeschikt als koning. Zij was ervan overtuigd dat zij het als regentes beter zou doen. Sophie, een ware femme savante, was in intellectueel opzicht veruit de meerdere van haar echtgenoot.

Al in 1842 wilde Sophie gescheiden van haar echtgenoot gaan wonen. In een brief aan haar schoonvader, geschreven in de nazomer of herfst van dat jaar, hield ze hem voor dat ze door haar echtgenoot bedreigd en mishandeld werd. Hij zou haar dwingen tot "schandalige handelingen die de zeden en de waardigheid kwetsen van iedere vrouw". "Mijn situatie is onhoudbaar", vervolgde Sophie. Ze vroeg de koning om haar "een wijkplaats toe te staan, waar dan ook. Ik vraag niet om geld. Men heeft me een toevluchtsoord aangeboden waar ik rustig zou kunnen leven (...) Laat u me dan ook mijn kind; tot zijn zevende zal het de zorg van vrouwen nodig hebben." Het werd haar niet gegund. Ze zou bij haar man blijven wonen en nog twee keer zwanger van hem worden, de eerste keer al begin 1843.[2]

Het huwelijk werd er niet beter door. In de zomermaanden van 1846 stormde Willem haar slaapkamer binnen en begon met zijn vingernagels haar hals, keel en armen te krabben, volgens Sophie zonder aanleiding. Ze zag zich genoodzaakt lange handschoenen te dragen om anderen het zicht te ontnemen op de krassen op haar armen. Op 17 maart 1849 stierf haar schoonvader koning Willem II, waardoor haar man koning der Nederlanden, groothertog van Luxemburg en hertog van Limburg werd en haar maakte tot koningin, groothertogin en hertogin. Ze verhuisde met haar man naar Paleis Noordeinde in Den Haag, wat haar duidelijk beter beviel dan het Paleis aan het Plein. Op 4 juni 1850 stierf haar tweede zoon en kind, vermoedelijk aan een hersenvliesontsteking. Het brak haar hart.

Sophie beviel op 25 augustus 1851 van haar derde kind, opnieuw een zoon. Ook deze bracht geen huwelijksgeluk, want ze wilde scheiden van haar echtgenoot. Op 17 september dat jaar gaf Willem de opdracht om daarvoor de mogelijkheden uit te zoeken. Uiteindelijk leidde dit op 25 december 1855 tot het ondertekenen van een schriftelijke overeenkomst waarbij – zonder tussenkomst van een rechter – overgegaan werd tot een scheiding van tafel en bed. Tevens werd de belofte vastgelegd dat als Willem als vorst zou zijn afgetreden, overgegaan zou worden tot een formele echtscheiding. Willem kreeg het gezag over hun oudste zoon toegewezen, met de verplichting dat die zijn moeder regelmatig moest bezoeken. De jongste zoon, die op dat moment vier jaar oud was, werd tot zijn negende jaar onder het gezag van zijn moeder geplaatst. Sophie kreeg als woonverblijf Paleis Huis ten Bosch toegewezen. 's Winters mocht zij in Paleis Noordeinde verblijven, waar in die maanden ook Willem woonde, maar beiden kregen van elkaar afgescheiden woonruimte en het was geen van tweeën toegestaan zonder wederzijdse toestemming de ander op te zoeken. Sophie en Willem moesten zich verder onthouden van 'beschuldigingen of toespelingen, waardoor de eer of de waardigheid Hunner Personen kunnen worden gekrenkt'. Bij officiële gelegenheden waren ze verplicht de schijn op te houden en zich als een echtpaar te blijven gedragen. De overeenkomst werd door enkele getuigen medeondertekend en voor de buitenwereld verborgen gehouden.[3]

In haar in 1865-1866 geschreven memoires zou ze haar echtgenoot omschrijven als "... een geestelijk gestoord mens. (...) dit onberekenbare mengsel van absurditeit, onmenselijkheid en dwaasheid - met daartussenin ogenblikken van welwillendheid en rechtvaardigheid."[4]

Willem III heeft tijdens zijn huwelijksleven met Sophie meerdere keren een maîtresse gehad. Over Sophie is niet met zekerheid te zeggen of ook zij een of meer minnaars heeft gehad. Bij leven deden verhalen de ronde dat ze mogelijk in de eerste helft van de jaren vijftig een relatie had met jonkheer Willem Frederik Tindal. Deze geruchten bereikten ook haar echtgenoot. Tindal werd op Sophies verzoek haar kamerbewaarder, maar werd in 1865 oneervol ontslagen, zowel als kamerbewaarder als officier. De reden voor zijn ontslag is niet in de openbaarheid gekomen. In 1857 ontmoette ze de achttien jaar oudere lord George William Frederick Villiers, de vierde graaf van Clarendon. Ze onderhield een innige correspondentie met hem. De briefwisseling werd gevoerd via tussenpersonen en anderen schreven de adressen op de enveloppen. Ze ontmoetten elkaar in het geheim. Haar memoires schreef ze in eerste instantie voor hem.[5]

Kinderen[bewerken]

Sophie kreeg met Willem drie zonen:

Uit haar dagboeken en brieven komt Sophie over als een belezen, invoelende, uiterst intelligente en tamelijk warme vrouw.

Internationale contacten en culturele leven[bewerken]

Sophie gefotografeerd als koningin rond 1870

Willem was een liefhebber van hedendaagse kunst, muziek en theater, terwijl Sophie een liefhebber van de letteren was. Zij correspondeerde met Europese geleerden en staatslieden, kortom met de groten van haar tijd, sprak vloeiend haar talen en onderhield warme banden met de Franse keizer Napoleon III die via haar vaders zus familie was. Zij publiceerde artikelen in het prestigieuze tijdschrift "Revue des deux Mondes". Uit haar lectuurlijst blijkt dat ze naast Stendhal ook Jean-Jacques Rousseau, Byron, Tacitus en Benjamin Constant las. Zij correspondeerde met de historicus Leopold von Ranke, de archeoloog Heinrich Schliemann, de politicus Adolphe Thiers, Westminsterdeken Stanley en historicus John Lothrop Motley. Zij was een regelmatig bezoeker van Schilderkundig Genootschap Pulchri Studio te Den Haag. Zij bezocht kunstschilders als Bosboom en Israëls in hun atelier en ontving kunstenaars als Jongkind en Pieneman ten paleize. De schilder, etser en lithograaf Andreas Schelfhout vond het leuk om Haagse personen te parodiëren en maakte tot Sophies vermaak ook een parodie op haar echtgenoot. In 1873 stelde zij een prijs beschikbaar voor een loterij ten behoeve van de bouw van de Vondelkerk, toen deze na financiële tegenslagen was stilgelegd.

Politieke opvattingen[bewerken]

Sophie van Wurtemberg zag in de monarchie geen vorm van stabiliteit. In die zin liet zij zich als volgt uit:[6]

"De Nederlanders zullen ons houden zolang wij nodig zijn, d.w.z. zolang onze naam, Oranje, een gemeenschappelijke basis vormt voor de verscheidene politieke partijen; zodra dit niet meer het geval is, zullen ze ons wegsturen."

Sophie steunde de liberale leider Thorbecke, terwijl haar man de betweterige professor verafschuwde.

Sophia Kinderziekenhuis[bewerken]

Haar bezoek en haar donatie aan het kinderziekenhuis in Rotterdam in 1869 leidde ertoe dat dit ziekenhuis zich vanaf 1870 het Sophia Kinderziekenhuis ging noemen.

Beschermvrouwe[bewerken]

Sophie was beschermvrouwe van de in 1839 opgerichte The Royal Loo Hawking Club.[7] Deze club werd in 1855 opgeheven. Sinds 1871 was ze beschermvrouwe van de Algemeen Nederlandsche Vrouwenvereniging Arbeid Adelt van Betsy Perk en van de in 1867 door haar lijfarts opgerichte Koningin Sophia-Vereeniging tot Bescherming van Dieren.

Overlijden en bijzetting[bewerken]

Koningin Sophie overleed kort voor haar 59e verjaardag op Paleis Huis ten Bosch. Uit het sectierapport bleek dat haar longen, lever, darmen en galblaas waren aangetast. De hartwanden waren "bijna vliesachtig".[8] Conform haar wens werd zij niet gebalsemd (als een van de weinige Oranjes) en in haar trouwjurk gehuld, omdat volgens eigen zeggen haar leven al geëindigd was op haar trouwdag. Haar stoffelijk overschot werd op 20 juni bijgezet in de grafkelder van de Oranjes in de Nieuwe Kerk te Delft.

Werken[bewerken]

Koningin Sophie op haar doodsbed

Haar brieven aan de Britse Marian Dora Spalding, lady Malet, werden door Hella Haasse vertaald en bewerkt, en verschenen in samenwerking met Sydney W. Jackman in 1984 onder de titel Een vreemdelinge in Den Haag. Uit de brieven van Koningin Sophie der Nederlanden aan Lady Malet. In 1865-1866 schreef ze haar memoires onder de naam l'Histoire de ma vie ('t Verhaal van mijn leven) en in eerste instantie bestemd voor haar vriend lord Clarendon. Het eerste deel werd in 1984 uitgegeven als Koningin Sophie 1818-1877. Jeugdherinneringen in biedermeierstijl van een Nederlandse vorstin uit Wurtemberg. Het tweede en laatste deel is ongepubliceerd gebleven, hoewel extracten hun weg vonden in de in 2013 uitgegeven biografie Koning Willem III 1817-1890 van historicus Dik van der Meulen. In 1989 verscheen de Engelse versie van het boek van Haasse en Jackman, met als titel A Stranger in the Hague: The Letters of Queen Sophie of the Netherlands to Lady Malet, 1842-1877. Het bevat deels andere brieven dan in de Nederlandse uitgave.

Voorouders[bewerken]

Wapen van koningin Sophie
Monogram van koningin Sophie
De voorouders van prinses Sophie van Württemberg
Prinses Sophie van Wurtemberg
(1818-1877)
Vader:
Koning Willem I van Wurtemberg
(1781-1864)
Grootvader:
Koning Frederik I van Wurtemberg
(1754-1816)
Overgrootvader:
Hertog Frederik Eugenius van Württemberg
(1732-1797)
Overgrootmoeder:
Frederika Dorothea Sophia van Brandenburg-Schwedt
(1736-1798)
Grootmoeder:
Hertogin Augusta van Brunswijk-Wolfenbüttel
(1764-1788)
Overgrootvader:
Hertog Karel van Brunswijk-Lüneburg
(1735-1806)
Overgrootmoeder:
Prinses Augusta Frederika van Wales
(1737-1813)
Moeder:
Grootvorstin Catharina Paulowna van Rusland
(1788-1819)
Grootvader:
Tsaar Paul I van Rusland
(1754-1801)
Overgrootvader:
Tsaar Peter III van Rusland
(1728-1762)
Overgrootmoeder:
Tsarina Catharina II de Grote van Rusland
(1729-1796)
Grootmoeder:
Prinses Sophie Dorothea van Württemberg
(1759-1828)
Overgrootvader:
Hertog Frederik Eugenius van Württemberg
(1732-1797)
Overgrootmoeder:
Frederika Dorothea Sophia van Brandenburg-Schwedt
(1736-1798)

Bibliografie (selectie)[bewerken]

  • Jacqueline Doorn, Willem III, Emma en Sophie. Geluk en ongeluk in het Huis van Oranje. Zaltbommel, Europese Bibliotheek, 1977
  • Hella S. Haasse en prof. Sydney W. Jackman (red.) - Een vreemdelinge in Den Haag. Uit de brieven van Koningin Sophie der Nederlanden aan Lady Malet. Amsterdam, Sijthoff, 1984
  • Dianne Hamer, Sophie, koningin der Nederlanden. Biografie van Sophie van Württemberg (1818-1877) op basis van brieven en dagboeken. Hilversum, Verloren, 2011
  • C.A. Tamse, Tentoonstelling Rondom een album van Koningin Sophie. Terugblik op het leven van Koningin Sophie der Nederlanden (1818-1877). Delft 12 maart-24 april 1977. Delft, Oranje Nassau Museum/ Stedelijk Museum 'Het Prinsenhof', 1977
  • Sophie van Wurtemberg, koningin der Nederlanden (red. C.A. Tamse e.a.) L'histoire de ma vie. Jeugdherinneringen. Utrecht, Scheffers, 1996. (Herdruk van Koningin Sophie 1818-1877. Jeugdherinneringen in Biedermeierstijl van een Nederlandse vorstin uit Wurtemberg. Zutphen, De Walburg Pers, 1984)

Zie ook[bewerken]