Johan Barthold Jongkind

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johan Barthold Jongkind
Gustave Courbet - Portret van Jongkind
Gustave Courbet - Portret van Jongkind
Persoonsgegevens
Volledige naam Johan Barthold Jongkind
Geboren 3 juni 1819
Overleden 9 februari 1891
Geboorteland Flag of the Netherlands.svg Nederland/Frankrijk
Beroep(en) Kunstschilder
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1840-1890
Stijl(en) Impressionisme
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
Johan Barthold Jongkind

Johan Barthold Jongkind (Lattrop, 3 juni 1819La Côte-Saint-André, 9 februari 1891) was een Nederlands / Franse kunstschilder.

Biografie[bewerken]

Jongkind werd geboren te Lattrop in Overijssel, als zoon van een douanier. In 1820 verhuisde het gezin naar Vlaardingen. Zijn vader Gerrit Adrianus wilde zijn zoon voorbestemmen tot de notarisstudie toen hij vijftien jaar werd, terwijl Johan wilde schilderen. Toen zijn vader een paar jaar later stierf, liet de jongeman zijn studie schieten en trok hij in 1837, met instemming van zijn moeder Willemyne Jacoba van der Burght, naar de Tekenacademie van Den Haag. Daar kreeg hij tot leermeester Andreas Schelfhout, de voor hem gedroomde landschapschilder van zee, schepen, molens en hemel.

Toen de Franse kunstschilder Eugène Isabey in 1845 naar Den Haag kwam, prees Schelfhout zijn leerling bij de Franse meester aan. Deze nodigde Jongkind naar Parijs, om er in zijn atelier te werken. Een jaar later ging hij erheen in het bezit van een beurs, die hij had gekregen van de Koning van Oranje, via diens secretaris, die weer een vriend van Schelfhout was.

In Parijs ontmoette hij andere Nederlandse kunstschilders, onder andere Marinus Kuytenbrouwer. Samen trokken ze naar het atelier van François-Édouard Picot.

Jongkind kende al gauw enig succes in de Franse Salons en won de waardering van Théodore Chassériau. Het Parijse nachtleven werkte echter nefast op een al te lichtzinnig artiest.

In 1849 haalde Isabey een ontredderde Jongkind uit de tavernes van Montmartre en bracht hem naar de Normandische kusten van Étretat, Fécamp en Honfleur. Daar werkten de Belgische Eugène Smits, samen met Isabey, aan het materiële, morele en fysieke herstel van de depressieve Hollander.

Alhoewel hij in 1852 met een medaille beloond werd in het Parijse salon was het voor hem toch moeilijk om aansluiting te vinden. Door zijn karakter, zijn Hollandse humor en uitstraling had hij toch ook wel vrienden, o.a. Édouard_Manet bleef Holland missen en was het, Emmanuel Sano, die zich echt over hem ontfermde. Het Salon van 1855 weigerde hem en overigens ook andere later bekende Franse schilders en daarbij liep ook nog eens de termijn van zijn koninklijke beurs af. Jongkind besloot om terug te trekken naar zijn oude vaderland en aldus toog Jongkind naar Rotterdam, maar zijn familie was druk met hun eigen levens. Hij verbleef tot 1860 te Klaaswaal en in Overschie. Hier vond hij zijn kanaaltjes, oude straatjes, oneindige vlakten, wind en wolken terug, die hij vastlegde in aquarellen en op doeken.

Nadat zijn Parijse vrienden een groot aantal achtergebleven werken van hem in veiling hadden gebracht in het Hotel Drouot, op initiatief van Sano, Smits, Adolphe Cals, de kunsthandelaars Martin, Lebrun en de mecenas Graaf Dorian, konden zijn schulden niet eens vereffend worden. Bij een nieuwe hulpverkoop op 17 april 1860, weer onder impuls van Jongkinds "fans" Martin en Graaf Dorian, kreeg veilingmeester Boussaton zelfs de inbreng van werken van Théodore Rousseau, Camille Corot, Narcisse Diaz, Philippe Rousseau, Charles-François Daubigny, Félix Ziem, Constant Troyon, Jules Breton en Alexandre Cals. Nu bracht die actie veel meer op. Hierop haalde Cals, op initiatief van alle andere Franse schildersvrienden die de gezellige Hollander inmiddels misten, dat viel wel te zien aan de inbreng van de vele gratis werken in de veiling, Jongkind terug uit Rotterdam.

Bij zijn terugkeer in Parijs maakte hij kennis met Gustave Courbet. Courbet bood Jongkind aan een portret van hem te maken. De 22-jarige Claude Monet werd hem voorgesteld door Eugène Boudin, die hij al kende uit zijn Normandisch verblijf in Honfleur. Monet zou later verklaren, dat ...C'est à lui que je dois l'éducation définitive de mon oeil. (Hij zag Jongkind als een mentor, die hem het licht leerde te componeren) met Monet heeft Jongkind op een ochtend de Notre-Dame_van_Parijs geschilderd vanuit een vlak naast elkaar zittende opstelling.

Niettegenstaande alle vaak herhaalde belangstelling, hulp en waardering van meerdere artistieke vrienden, werd Jongkind langzaam bekender, maar vond hij het toch moeilijk om zich in Parijs staande te houden. Galerieën waren niet meer op loopafstand van zijn stamkroegje, er werd veel van hem gevraagd, onderhandelingen in prijs van schilderijen, de Franse Staat die eveneens Jongkind werken als " Fransman" begon aan te kopen.

Bij Martin ontmoette hij Joséphine Fesser-Borrhee een Luxemburgse in Namen geboren tekenlerares, die in 1839 in Frankrijk was komen wonen, nabij Nevers. Er groeide de relatie van zijn leven, die tot zijn dood zou duren. Hij vond enigszins zijn evenwicht terug, zijn gezondheid verbeterde en hij ging zijn bloeiperiode tegemoet. Het koppel installeerde zich te Saint-Parize-le-Châtel, nabij Nevers.

Meermaals zochten beiden het Normandische Honfleur of Sainte-Adresse nabij Le Havre op. Daar creëerde Jongkind, in het gezelschap van Boudin en de jonge Monet, zijn beroemde strandtaferelen met het onovertroffen licht- en wolkenspel en plein air. Het officiële Parijse Salon, dat hem negeerde, keerde hij de rug toe en in 1863 exposeerde hij in het ophefmakende Salon des Refusés, naast Édouard Manet, Paul Cézanne, Henri Fantin-Latour, Camille Pissarro en James McNeill Whistler. Zijn naam was gemaakt en hij werd begeerd bij de grote kunsthandelaren als Hector Brame en Adolphe Beugniet. De schilder van de ontelbare Hollandse zichten, de Parijse Seinekaden en de stemmige maanhemels was uitgegroeid tot de poëet van de volle natuur en het spelende licht.

Daar de familie Fesser omstreeks 1872 was neergestreken in de Dauphiné heeft Jongkind zijn latere leven daar grotendeels doorgebracht. Ondanks alle steun, bezorgdheid, hulpvaardigheid, waardering en waakzaamheid kon een lichtzinnig zwakke Jongkind geen weerstand bieden tegen een de plaatselijke cider, zeker wanneer Joséphine afwezig was. Toen hij in 1875 de begrafenis van Camille Corot bijwoonde verscheen hij als een afgetakelde vagebond, typerend voor een echte kunstenaar.

Jules Fesser, de zoon van Joséphine, bezorgde het koppel in 1878 een woning te La Côte-Saint-André, nabij Grenoble in de Isère. Daarvan maakte hij nog vele mooie aquarellen en op zich moet het alcoholgebruik wel meegevallen zijn, want dit was gezien zijn afgeleverde werken, nooit een beletsel om goed werk te leveren. Victorine Hefting die Jongkinds levensweg uitploos en mooi beschreef in haar boek "Jongkind" vertelde nog dat zij op bezoek was bij een oude vrouw die zich Jongkind kon herinneren toen zij klein was. Zij beschreef Jongkind als een vriendelijke oude man en zij konden als kinderen altijd bij hem aankloppen als er weer een "spel" bedacht was. Zij omschreef dat Jongkind dan een paar vellen uit zijn schetsboek gebruikte en elk blad in vieren deelde en hierop dan o.a. 4 molentjes, 4 huisjes, 4 beestjes, tekende en zo een kwartetspel creëerde. Dit typeert Jongkind als persoon!

Op 27 januari 1891 werd hij na een beroerte en deels verlamming, opgenomen in het verpleegtehuis soins Saint-Rambert en op 9 februari stierf hij er. Hij werd begraven op de begraafplaats van La Côte Saint-André. Joséphine stierf er negen maanden later.

Na Vincent van Gogh wordt Johan Barthold Jongkindals Nederlands invloedrijkste 19e eeuwse schilder beschouwd. De schilderijen van Jongkind hebben niet allemaal dezelfde hoge kwaliteit, die zijn aquarellen wel kenmerken.

Schilderstijl[bewerken]

Samen met de Franse schilder Eugène Boudin was Jongkind een voorloper van het Franse impressionisme uit de 19e eeuw. Tevens was hij lid van de School van Barbizon. Zijn schilderijen staan bekend om het toveren met kleuren en lage horizon zodat de luchtpartijen eruit springen. Vele werken worden tentoongesteld in de bekendste musea in de wereld zoals, Rijksmuseum Amsterdam, Louvre, etc.

Externe links[bewerken]