Noord-Duitse Bond

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Norddeutscher Bund
Noord-Duitse Bond
 Duitse Bond 1866 – 1871 Duitse Keizerrijk 
Flag of the German Empire.svg Preußischer Adler (1871-1914).svg
(Details) (Details)
Kaart
Noord-Duitse Bond.png
Algemene gegevens
Hoofdstad Berlijn
Talen Duits
Regering
Regeringsvorm Federatie
De Duitse Bond (1866), Noord-Duitse Bond (1867) en het Duitse Keizerrijk (1871)
Staatkundige geschiedenis van Duitsland

Kelten
Germanen
Grote Volksverhuizing (4e-6e eeuw)


Frankische Rijk (5e eeuw-843)
Oost-Frankische Rijk (843-962)
Banner of the Holy Roman Emperor (after 1400).svg Heilige Roomse Rijk (962-1806)


Rijnbond (1806-1813)
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Duitse Bond (1815-1866)
Flag of the German Empire.svg Noord-Duitse Bond (1866-1871)


Duitse Rijk
Flag of the German Empire.svg Duitse Keizerrijk (1871-1918)
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek (1918-1933)
Flag of German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland (1933-1945)
Flagge Preußen - Provinz Ostpreußen.svg Oostgebieden (-1945)


Na-oorlogs Duitsland
Merchant Flag of Germany (1946-1949).svg geallieerde zones (1945-1949)
Flag of Saar (1947–1956).svg Saarland (1947-1956)
Verdeeld Duitsland:

Vlag van Duitsland Bondsrepubliek (1949-1990)
Vlag van Duitse Democratische Republiek DDR (1949-1990)

Duitse hereniging (1990)

Vlag van Duitsland Duitsland (1990-heden)


Portaal  Portaalicoon  Duitsland
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

De Noord-Duitse Bond (Duits: Norddeutscher Bund) was een federatie van 22 voorheen onafhankelijke staten van Noord-Duitsland, met bijna 30 miljoen inwoners. Het was de eerste Duitse moderne staat en vormde de basis voor het latere Duitse Keizerrijk, toen verschillende Zuid-Duitse staten zoals Beieren toetraden tot de Bond.

Nadat meerdere mensen zonder succes hadden geprobeerd de Duitse Bond (die gesticht werd in 1815) te hervormen, verliet de Noord-Duitse grootmacht Pruisen de Duitse Bond met enkele bondgenoten. Er ontstond een oorlog tussen deze staten en andere, waarvan de belangrijkste Oostenrijk was. Na een snel besluit in die Duitse Oorlog van 1866, stichtten Pruisen en zijn bondgenoten de Noord-Duitse Bond. Eerst was het een militaire alliantie tussen onafhankelijke staten (August-Bündnis), maar nu al met de bedoeling om later een federale staat te vormen met een grondwet. Dit werd gerealiseerd in 1867.

De Pruisische minister-president Otto von Bismarck werd als bondskanselier de enige verantwoordelijke minister. De koning van Pruisen had het Präsidium des Bundes. Dit kwam neer op een staatshoofd. De grondwet van 16 april 1867 liet de nieuwe staat meer als een confederatie uitzien vanwege de gevoelens van de kleinere deelstaten en de Zuid-Duitse staten Beieren, Württemberg, Baden en Hessen-Darmstadt buiten de bond. Dankzij een nauwe samenwerking tussen bondskanselier en een nationaal-liberaal-conservatieve meerderheid in de Rijksdag (het parlement) ontstonden liberale wetten die, op basis van een vrij rudimentair grondwet, de economische en juridische eenwoording bevoorderden.

De Noord-Duitse Bond bestond maar drie jaar en wordt vaak alleen als voorgeschiedenis van het Duitse Keizerrijk gezien. Tot de oorlog in 1870 was het wel heel onzeker of de Zuid-Duitse staaten zich zouden aansluiten. Die aansluiting gebeurde op 1 januari 1871 met een nieuwe grondwet van de Noord-Duitse-Bond, de Verfassung des Deutschen Bundes (niet te verwarren met de Deutscher Bund van 1815). De grondwet hernoemde de staat al naar Deutsches Reich.

Geschiedenis[bewerken]

Ontstaan[bewerken]

De Duitse Bond, die alle Duitse staten had omvat, viel in de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog van 1866 uiteen. Op 18 augustus van dat jaar verklaarden 17 Pruisisch gezinde Noord-Duitse staten zich akkoord met het door Pruisen onder Otto von Bismarck voorbereide verbondsverdrag, het Augustbündnis. In de volgende maanden sloten ook die staten ten noorden van de Main die zich in de oorlog tegen Pruisen hadden gekeerd en niet waren geannexeerd zich - min of meer vrijwillig - aan. Er was geen alternatief, en veel kleine Noord-Duitse staten waren economisch zeer afhankelijk van Pruisen.

Het gebied van de Noord-Duitse Bond omvatte daarmee op 21 oktober uiteindelijk 415.150 km² met bijna 30.000.000 inwoners. Ruim tachtig procent van de Noord-Duitsers leefde in Pruisen.

Grondwet[bewerken]

Van 15 december 1866 tot 9 februari 1867 beraadslaagden afgevaardigden van deze staten te Berlijn over de nieuwe grondwet. Op 24 februari opende de Pruisische koning Wilhelm I de constituerende Noord-Duitse Rijksdag, die op 16 april 1867 de grondwet aannam.

De koning van Pruisen had volgens deze grondwet Präsidium des Bundes (of Bundespräsidium, vanaf 1871: Kaiser). Hij had het recht oorlog te verklaren, vredes en bondgenootschappen te sluiten, de bond in het buitenland te vertegenwoordigen, de bondskanselier te benoemen en de Bondsraad en Rijksdag te ontbieden.

De bondskanselier was volgens de grondwet verantwoordelijk voor de handelingen van het Bundespräsidium. Dit is in overeenstemming met het concept van de constitutionele monarchie in die tijd; zoals ook in andere grondwettten (bijvoorbeeld de Nederlandse) werd er niet expres vermeld aan wie de bondskanselier verantwoordelijk was.

De bondskanselier benoemde staatssecretarissen als leiders van de opperste Ämter. De staatssecretarissen waren geen collega's maar ambtenaren; een collegiale regering was er niet. In de tijd tot de Noord-Duitse Bond werd er alleen een Bundeskanzleramt nieuw opgericht (de voorloper van het latere Reichsamt des Innern, allebei niet te verwarren met de Reichskanzlei). Het Pruisische ministerie van buitenlandse zaken werd (begin 1879) het Noord-Duitse Auswärtiges Amt (dit is tot de huidige dag de traditionele benaming van het Duitse BuZa).

Daarnaast waren er nog twee organen van de bond:

  • De Bondsraad bestond uit afgevaardigden van de lidstaten. Pruisen had 17 stemmen, in totaal waren het 43.
  • De Rijksdag was het parlement dat kwam voort uit algemeen kiesrecht (1 afgevaardigde per 100.000 stemgerechtigden).

Ofschoon alleen de Rijksdag als het parlement werd beschouwd leken ze op een tweekamerstelsel. Beiden konden wetten voorstellen, wetten hadden de toestemming van beiden nodig.

De bondskanselier was de voorzitter van de Bondsraad maar had in die hoedanigheid geen stem daarin. In de praktijk (tot 1918) was de bondskanselier en later rijkskanselier vrijwel altijd ook de minister-president van Pruisen:

  • De Pruisische minister-president had grote invloed op de Pruisische vertegenwoordigers in de bondsraad.
  • Pruisen had geen meerderheid in de bondsraad maar had de veruit meeste stemmen. Bismarck en zijn opvolgers hebben de overige deelstaten steeds met groot respect behandeld; de deelstaten maakten nooit een vuist tegen Pruisen, zeker niet op belangrijke onderwerpen.
  • Bij een patt in de bondsraad had Pruisen de doorslaggevende stem.
  • Leden van de bondsraad mochten in de Rijksdag spreken.

Daardoor kreeg de bondskanselier rechten en mogelijkheden die hij alleen via de grondwet als bondskanselier niet had. Zo kompenseerde hij de eerder geringe macht van het ambt dat oorspronkelijk niet als een echt ministerambt werd voorgesteld.

Internationale betrekkingen[bewerken]

De Franse keizer Napoleon III had oorspronkelijk de nationale bewegingen in Italië en Duitsland gesteund. Hij werd echter teleurgesteld door Italië dat na de eenwording van 1861 minder dankbaar was aan Frankrijk dan gehoopt, en ook door Pruisen. Vóór en tijdens de Oostenrijks-Pruisische oorlog van 1866 hoopte Napoleon namelijk op het verwerven van Duitse gebieden maar ving bot. Frankrijk zag, terecht, zijn eigen hegemoniale stelling in West-Europa in het geding.

Reeds in 1867 speelde de Luxemburgse kwestie die ontstond toen Napoleon III het groothertogdom Luxemburg van de Nederlandse koning Willem III wilde kopen om het machtsevenwicht te herstellen; Pruisen protesteerde hiertegen sterk. Een tweede geschil met Frankrijk, de kandidatuur van de Duitse prins Leopold van Hohenzollern (uit de katholieke tak van het Pruisische koningshuis) voor de vacante Spaanse troon, leidde in 1870 tot de Frans-Duitse Oorlog.

Einde[bewerken]

In de Frans-Duitse oorlog streden ook de Zuid-Duitse staten (behalve Oostenrijk-Hongarije) aan Noord-Duitse zijde. Op 15 november 1870 tekenden het groothertogdom Baden en geheel Hessen-Darmstadt verdragen voor de toetreding tot de Noord-Duitse Bond. Het koninkrijk Beieren volgde op 23 november en het koninkrijk Württemberg op 25 november. Op 1 januari 1871 trad een nieuwe grondwet in werking, de Verfassung des Deutschen Bundes (al met de uitdrukkingen Kaiser en Deutsches Reich).

Op 18 januari werd koning Wilhelm tot keizer uitgeroepen; deze titel had hij echter al door de grondwet van 1 januari. In de grondwet waren nog niet alle ontwikkelingen en nieuwe benamingen ingewerkt. Daarom stelde de bondskanselier aan bondsraad en Rijksdag een bewerkt grondwet voor. De Verfassung des Deutschen Reiches van 16 april 1871 trad op 4 mei in kracht. Pas sindsdien was de bondskanselier ook echt de rijkskanselier. Andere benamingen zoals Bundesgebiet (het gebied van de bond) bleven echter de oude. Ook bleven sommige bepalingen uit de jaren 1870/1871 buiten de grondwet.

Door de nieuwe grondwetten ontstond volgens de allermeeste historici geen nieuwe staat: De Noord-Duitse Bond van 1 juli 1867 is dus dezelfde staat als de huidige Bondsrepubliek Duitsland. In de loop der tijden zijn alleen de benamingen, wetten en het grondgebied veranderd.

Deelstaten[bewerken]

De Noord-Duitse Bond omvatte alle Duitse staten ten noorden van de Main behalve Luxemburg en Limburg, twee staten die in personele unie met Nederland wel tot de Duitse Bond hadden behoord. Ook de Pruisische Hohenzollernsche Lande ten zuiden van de Main behoorden tot de bond. Van Hessen-Darmstadt, dat deels noordelijk en deels zuidelijk van deze rivier lag, had in 1866 slechts de noordelijke provincie Opper-Hessen moeten toetreden.

Noord-Duitse Bond Staatsvorm Staat Hoofdstad Oppervlakte Stemmen Toegetreden
Saksen Koninkrijk Saksen Dresden 14.992 km² 4 21 oktober 1866
Pruisen Koninkrijk Pruisen met Lauenburg1 Berlijn 348.702 km² 17 18 augustus 1866
Hessen-Darmstadt Groothertogdom Hessen(-Darmstadt)2 Darmstadt 7688 km² 1 3 september 1866
Mecklenburg-Schwerin Groothertogdom Mecklenburg-Schwerin Schwerin 13.126 km² 2 21 augustus 1866
Mecklenburg-Strelitz Groothertogdom Mecklenburg-Strelitz Neustrelitz 2929 km² 1 21 augustus 1866
Oldenburg Groothertogdom Oldenburg Oldenburg 6428 km² 1 18 augustus 1866
Saksen-Weimar-Eisenach Groothertogdom Saksen-Weimar-Eisenach Weimar 3611 km² 1 18 augustus 1866
Anhalt Hertogdom Anhalt Dessau 2299 km² 1 18 augustus 1866
Brunswijk Hertogdom Brunswijk Brunswijk 3672 km² 2 18 augustus 1866
Saksen-Altenburg Hertogdom Saksen-Altenburg Altenburg 1323 km² 1 18 augustus 1866
Saksen-Coburg en Gotha Hertogdom Saksen-Coburg en Gotha3 Coburg en Gotha 1977 km² 1 18 augustus 1866
Saksen-Meiningen Hertogdom Saksen-Meiningen Meiningen 2468 km² 1 8 oktober 1866
Lippe Vorstendom Lippe Detmold 1215 km² 1 18 augustus 1866
Reuss jongere linie Vorstendom Reuss jongere linie Gera 826 km² 1 18 augustus 1866
Reuss oudere linie Vorstendom Reuss oudere linie Greiz 316 km² 1 26 september 1866
Schaumburg-Lippe Vorstendom Schaumburg-Lippe Bückeburg 340 km² 1 18 augustus 1866
Schwarzburg-Rudolstadt Vorstendom Schwarzburg-Rudolstadt Rudolstadt 940 km² 1 18 augustus 1866
Schwarzburg-Sondershausen Vorstendom Schwarzburg-Sondershausen Sondershausen 862 km² 1 18 augustus 1866
Waldeck Vorstendom Waldeck(-Pyrmont) Arolsen 1121 km² 1 18 augustus 1866
Bremen Vrije en Hanzestad Bremen Bremen 256 km² 1 18 augustus 1866
Hamburg Vrije en Hanzestad Hamburg Hamburg 413 km² 1 18 augustus 1866
Lübeck Vrije en Hanzestad Lübeck Lübeck 297 km² 1 18 augustus 1866
1 Inclusief de stemmen van de geannexeerde staten Hannover, Hessen-Kassel, Holstein, Nassau en Frankfurt.
2 Slechts de noordelijke provincie Opper-Hessen maakte deel uit van de bond.
3 Saksen-Coburg en Saksen-Gotha in personele unie. Deze dubbelstaat bezat echter maar één stem.