Oostenrijk-Hongarije

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Österreich-Ungarn
Osztrák-Magyarország
 Keizerrijk Oostenrijk 1867 – 1918
Flag of Austria-Hungary (1869-1918).svg Austria-Hungary coa 1915 edit.png
(Details) (Details)
Kaart
1908 - 1914
1908 - 1914
Algemene gegevens
Hoofdstad Wenen en Boedapest
Oppervlakte 680.887 km² (1907)
Bevolking 51.390.223 (1910)
Talen Duits, Hongaars, Tsjechisch, Kroatisch, Pools, Oekraïens, Slowaaks, Italiaans, Servisch, Roemeens, Bosnisch en Sloveens
Religie(s) Rooms-katholiek (de jure);
jodendom, islam, protestants, Orthodox (de facto, toleratae)
Volkslied Kaiserhymne
Munteenheid Oostenrijks-Hongaarse gulden
Oostenrijkse kroon (vanaf 1892)
Regering
Regeringsvorm Verenigd keizerrijk en koninkrijk (bondsstaat)
Dynastie Habsburg
Staatshoofd Keizer en koning in personele unie
Geschiedenis
- Ausgleich 1867
- Verdrag van Versailles, Verdrag van Trianon 1918
Voorgaande en opvolgende staten
 Keizerrijk Oostenrijk
Republiek Duits-Oostenrijk 
Hongaarse Radenrepubliek 
Tsjecho-Slowakije 
West-Oekraïense Volksrepubliek 
Republiek Komancza 
Koninkrijk Roemenië 
Staat van Slovenen, Kroaten en Serven 
Republiek Tarnobrzeg 
Republiek Zakopane 
Republiek Lemko 
Oostenrijk-Hongarije in 1898, de grenzen tussen Oostenrijk, Hongarije en het geannexeerde gebied Bosnië zijn rood aangegeven, de grenzen tussen de kroonlanden oranje
Kaart van Oostenrijk-Hongarije
Kaart van de bestuurlijke indeling van het land (de in wit geschreven namen behoren tot het gebied met dezelfde kleur in het zwart geschreven
Hoogtekaart van Oostenrijk-Hongarije in 1914

Oostenrijk-Hongarije (ook bekend als de Donaumonarchie, het Oostenrijks-Hongaarse Rijk, de Oostenrijks-Hongaarse monarchie of de k.u.k.-Monarchie), formeler bekend als de in de Rijksraad Vertegenwoordigde Koninkrijken en Landen en de Landen van de Heilige Hongaarse Stefanskroon, was een constitutionele monarchistische unie tussen de kronen van het keizerrijk Oostenrijk en het koninkrijk Hongarije in Centraal-Europa. De unie was een gevolg van de ausgleich, waarin het Huis Habsburg toestond de macht te delen met de gescheiden Hongaarse regering, en zo dus toestond het grondgebied van het voormalige keizerrijk Oostenrijk te verdelen onder hen. De Oostenrijkse en Hongaarse landen werden onafhankelijke entiteiten die van een gelijke status genoten. Oostenrijk-Hongarije was een multinationale monarchie en een van 's wereld grote mogendheden op dat moment. De dubbelmonarchie heeft 51 jaar bestaan tot het werd ontbonden op 31 oktober 1918 na een militaire nederlaag op het Italiaans front van de Eerste Wereldoorlog.

De monarchie bestond uit hedendaags Oostenrijk, Hongarije, Bosnië en Herzegovina, Kroatië, Tsjechië, Slowakije, Slovenië en delen van Italië, Montenegro, Polen, Roemenië, Servië en Oekraïne.

Voorgeschiedenis[bewerken]

De vereniging van Oostenrijk met Hongarije vond plaats door het huwelijk van Anna van Bohemen (dochter van Vladislav II, koning van Bohemen en Hongarije) met aartshertog Ferdinand van Oostenrijk, broer van keizer Karel V in 1521. Na de dood van Vladislav in 1526 kreeg Ferdinand er dus Bohemen en Hongarije bij, tenminste dat deel dat in dat jaar niet door de Turken was bezet.

In die tijd was Oostenrijk nog de dominante staat binnen het Heilige Roomse Rijk, Ferdinand I droeg onder andere de keizerskroon na de abdicatie van zijn broer. Hongarije stond buiten dit Heilige Roomse Rijk, Bohemen niet.

Het was pas met de Franse Revolutie dat Oostenrijk zich meer ging richten op Hongarije; het Heilige Roomse Rijk hield op te bestaan in 1806, en de laatste keizer, Frans II, ook aartshertog van Oostenrijk, werd als Frans I keizer van Oostenrijk. Met de stijgende invloed van Pruisen in de Duitse Bond (een confederatie van Duitse staten), ten koste van Oostenrijk, werd deze belangstelling verder aangewakkerd.

De Hongaren zelf waren niet tevreden met de unitaire staat Oostenrijk. In het revolutiejaar 1848 kwamen ze (net als de Slavische volkeren in de monarchie) in opstand. De opstand kon alleen met Russische steun worden neergeslagen. De innerlijke samenhang van het rijk was echter sterk verzwakt. Oostenrijk werd verder verzwakt door de opkomst van het Duitsland van Bismarck en de eenwording van Italië. De Hongaren bleven erkenning eisen van Hongarije als apart koninkrijk onder de heerschappij van de Habsburgers.

Het Habsburgse Rijk was een door veroveringen en vooral erfenissen verzameld gebied in Midden- en Oost-Europa. Totdat in 1867 de dubbelmonarchie van Oostenrijk en Hongarije werd gesticht, was er geen duidelijke staatkundige samenhang in wat de "Kroonlanden" werden genoemd. De Habsburgers regeerden over Duitsers waaronder Tirolers, Hongaren, Italianen, Tsjechen, Slowaken, Polen, Slaven, Polen en Oekraïners. De monarchie kon op de steun van de Hongaren niet rekenen, ze bouwde veeleer op de Duitssprekende bevolking. Omdat voor het gezag van een Hongaars koning de kroning met de Heilige Stefanskroon allesbepalend was werd Ferdinand I van Oostenrijk al op 28 september 1830, voor de dood van zijn vader tot koning van Hongarije gekroond. Frans Jozef I werd pas op 8 juni 1867 gekroond maar de in politieke en militaire benauwenis gebrachte Karel van Oostenrijk liet zich in 1916 haastig kronen.

Alleen van de officieren in het leger, een bevoorrechte kaste binnen de maatschappij, konden de Habsburgse heersers volledige loyaliteit verwachten. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog riepen de nieuwe regeringen in Praag en Budapest hun soldaten op om naar huis te gaan en zo viel het leger uiteen.

Dubbelmonarchie[bewerken]

Na de Oostenrijkse nederlaag tegen Pruisen in de oorlog van 1866 was de keizerlijke regering niet langer in staat de eisen van de Hongaren te negeren. Deze kregen hun zin in 1867, toen door het Oostenrijks-Hongaars Compromis (de ausgleich) Frans Jozef aan Hongarije dezelfde status gaf als Oostenrijk. De Slavische volkeren in de monarchie werden in dit proces echter geheel buiten spel gezet.

Met het Oostenrijks-Hongaarse Compromis kregen de Duitse en Hongaarse bevolkingsgroepen immers een geprivilegieerde positie. De andere volken, die samen een kleine meerderheid vormden, werden in de dubbelmonarchie echter op een zijspoor gezet, hetgeen met name bij de Tsjechen op groeiende weerstand stuitte. In mei 1867 hield Frans Jozef een rede in de Rijksraad waarin hij "gleiche Sicherheit (als de Hongaren hadden gekregen) für die übrigen Königsreiche und Länder" beloofde. De scheidingslijn ging niet langs historische lijnen (Bohemen ressorteerde tot 1526 onder dezelfde dynastie als Hongarije), maar werd getrokken langs de rivier de Leitha. Oostenrijk (samen met onder meer Bohemen, dat deel uitmaakte van Oostenrijk) werd Cisleithanië, Hongarije (inclusief Slowakije, Kroatië, Transsylvanië en het Banaat) werd Transleithanië. De Hongaren kenden een zeer grote interne autonomie. Defensie, buitenlandse zaken en financiën werden federale aangelegenheden. Nadat Bosnië in 1908 geannexeerd werd, werd dit gebied op federaal niveau bestuurd (vanuit het ministerie van financiën).

De volgende historische bestuurseenheden (de kroonlanden) maakten deel uit van de rijksdelen:

Zie ook: Lijst van vlaggen van Oostenrijks-Hongaarse deelgebieden

Interne zaken[bewerken]

Oostenrijk-Hongarije moest voortdurend afrekenen met communautaire kwesties, wat - ondanks de grote populariteit van Frans Jozef I - het rijk voortdurend verzwakte. Frans Jozef was niet per se tegen verdere decentralisatie, onder andere door de Slaven zelfbestuur te willen toekennen. Hierdoor kon de invloed van de Hongaren worden beperkt. Verdere decentralisatie, in concreto trialisme (met de Tsjechen als derde partner), werd echter tegengegaan door de Oostenrijkse en Hongaarse elites, die uiteindelijk aan het langste eind trokken. Een politiek van verzwakking van Hongarije en versterking van de positie van de Slavische volkeren werd ook bepleit door de troonopvolger Frans Ferdinand. Hij had een plan gemaakt voor een federatie waarin elke bevolkingsgroep autonomie zou krijgen binnen de Verenigde Staten van Oostenrijk. Frans Ferdinand werd echter in 1914 in Sarajevo (in deelstaat Bosnië en Herzegovina) vermoord.

Deze moord was een katalysator in verschillende vijandelijkheden en bondgenootschappen, en vormde de aanleiding tot de Eerste Wereldoorlog. Oostenrijk-Hongarije wilde afrekenen met Servië, dat voor de moord aansprakelijk werd gehouden. Het kreeg onvoorwaardelijke steun van de kant van Duitsland, ook al zou dit tot oorlog met Rusland leiden. Frans Jozef overleed in 1916 en werd opgevolgd door kroonprins Karel. Maar Oostenrijk-Hongarije overleefde de oorlog niet. Het land was te heterogeen om de last van een totale oorlog te kunnen dragen.

Omdat het land veel verschillende bevolkingsgroepen binnen zijn grenzen had, was er weinig gevoel van eenheid. De meeste bevolkingsgroepen eisten slechts autonomie en wilden zich niet per se losmaken van het keizerrijk. Dat dit wel gebeurde had drie oorzaken:

  • Servië en Italië wilden delen van het land annexeren,
  • de geallieerden zegden stukken Oostenrijk-Hongarije toe om landen over te halen zich bij hen aan te sluiten (hetgeen lukte bij Italië en Roemenië)
  • de wens van autonomie werd niet toegekend aan de bevolkingsgroepen

Dit laatste leidde tot streven naar onafhankelijkheid (Tsjecho-Slowakije), of aansluiting zoeken bij een land waarin mensen van dezelfde bevolkingsgroep leefden (Vojvodina, Kroatië, Dalmatië en Slovenië bij Joegoslavië, Galicië bij Polen en Transsylvanië bij Roemenië.

Oostenrijk-Hongarije viel na de nederlaag uiteen in Tsjecho-Slowakije (de noordelijke Slaven), Joegoslavië (de zuidelijke Slaven), Oostenrijk, Hongarije. Transsylvanië viel toe aan Roemenië. Andere delen van het land gingen naar Polen (Galicië) en Italië (Zuid-Tirol, West-Slovenië, Istrië en delen van Dalmatië).

Politiek[bewerken]

Oostenrijk in de geschiedenis

Marchia Orientalis (976-1156)
Hertogdom Oostenrijk (1156-1453)
Aartshertogdom Oostenrijk (1453-1804)

Oostenrijkse Kreits (1512-1806)
Habsburgse Monarchie (1526-1804)

Keizerrijk Oostenrijk (1804-1867)
Ausgleich (1867)
Oostenrijk-Hongarije (1867-1918)
Republiek Duits-Oostenrijk (1918-1919)
Eerste Oostenrijkse Republiek (1919-1938)


Anschluss (1938)
Groot-Duitse Rijk (1938-1945)
Geallieerde bezettingszones (1945-1955)


Tweede Oostenrijkse Republiek (1955-heden)


Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

Oostenrijk was oorspronkelijk een unitaire staat, maar werd opgesplitst in twee delen in 1867. Deze politiek heet dualisme. Dit was nodig, omdat de Hongaren steeds nadrukkelijker om autonomie vroegen en de macht van het immense rijk taande. Deze politiek was succesvol, omdat het de Hongaren suste. Anderzijds werd het verworpen door de Slavische volkeren, met name de Tsjechen, Slowaken, Kroaten en Slovenen, die een eigen derde rijksdeel verlangden. Dit trialisme, dat mede verwoord werd door de aanhangers van het austroslavisme, zou een Tsjechische (Bohemen en Moravië) respectievelijk een Zuid-Slavische (Kroatië en Slovenië omvattende) entiteit vormen, naast de al bestaande Oostenrijkse en Hongaarse rijksdelen.

Bij de Hongaarse en Oostenrijkse elites, die vreesden hun macht te verliezen ten gunste van de Tsjechen, was dit idee niet populair. Zo mondde het protest van de Tsjechen in aanloop naar de grondwet van 1867 na jaren ruzie uit in een voorstel voor een zwakke autonomie voor de Tsjechen (1871), maar werd dit weer getorpedeerd door de regering met goeddunken van Frans Jozef I.

Frans Ferdinand, de kroonprins, pleitte na de eeuwwisseling voor autonomie ten gunste van de Slaven (de Tsjechen, ook de Kroaten en de Bosniërs na de inlijving van Bosnië en Herzegovina, maar niet de Slovenen). Ook het idee van een Oostenrijkse federatie duikt in de omgeving van de kroonprins op, in de tijd toen deze tegen de Duits-Oostenrijkse christen-socialen van Wilhelm Miklas aanschurkte. Dit idee moet eerder worden gezien als een herstel van een unitair Oostenrijk op basis van de vaak etnisch gemengde kroonlanden en dus als een afschaffing van de Hongaarse status aparte, dan als een verwerkelijking van het zelfbeschikkingsrecht van de verschillende Slavische aspiraties.

Dit idee van de troonopvolger, zowel het trialisme noch de "unitair-federale" monarchie, heeft nooit kans van slagen gehad. Het dualisme is sinds zijn invoering feitelijk nooit hervormd en vormde zelfs een obstakel op weg naar enige verdere federalisering. Men neemt aan dat verdere decentralisatie zich zou hebben doorgezet indien het land was blijven bestaan, al dan niet door externe inmenging. Tegen het eind van de Eerste Wereldoorlog werd met name door de Amerikanen onderzoek in deze richting verricht.

Het land zelf was een zeer losse federatie, haast een confederatie. Buitenlandse politiek was een federale materie, net als het leger. Binnen hun grenzen hadden de Oostenrijkers en de Hongaren een zeer grote autonomie.

Beiden voerden dan ook een zeer verschillende politiek. Oostenrijk kende aan zijn minderheden bepaalde autonomie toe. De Tsjechen konden vrijuit hun taal spreken, werden er ook in onderwezen op eigen scholen en zelfs een eigen universiteit. De situatie was voor de Kroaten, Slowaken, Slovenen, Italianen, Oekraïners niet dezelfde. Hongarije daarentegen voerde een zeer strenge magyariseringpolitiek door, die de Hongaarse taal en cultuur wilde opleggen in het hele gebied van het koninkrijk Hongarije, hoewel de Hongaren maar de helft van de inwoners waren van dat gebied. Enkel de Kroaten konden via het Hongaars-Kroatische Compromis van 1868 rekenen op een beperkte autonomie, maar dat akkoord werd al snel door de Hongaren opzij geschoven.

Deze communautaire twisten kenmerken het hele bestaan van Oostenrijk-Hongarije, en zou, zonder de Eerste Wereldoorlog uiteindelijk tot separatisme of een verdere decentralisatie hebben geleid.

Demografie[bewerken]

De etnische verdeling van Oostenrijk-Hongarije
(Joden, Roma en Friaulers zijn niet afzonderlijk opgenomen)
Duitsers 24%
Hongaren 20%
Tsjechen 13%
Polen 10%
Roethenen 8%
Roemenen 6%
Kroaten 5%
Slowaken 4%
Serven 4%
Slovenen 3%
Italianen 3%
Bosniakken 2%

Oostenrijk-Hongarije was een multinationale staat, met verschillende etnische groepen op zijn grondgebied, hoofdzakelijk Duitsers, Hongaren en Tsjechen, maar ook Polen, Kroaten, Slowaken, Italianen, Slovenen en Roemenen. Van deze groepen hadden enkel de Duits-Oostenrijkers en de Hongaren reële politieke macht.

Volken in Oostenrijk-Hongarije in 1911.

Bestuur[bewerken]

Keizers van Oostenrijk en koningen van Hongarije[bewerken]

Het grote wapen van de keizer met de wapenschilden van al zijn kroonlanden op de vleugel van adelaar
De Hofburg in Wenen was een van de residenties van de Habsburgers
Naam Periode
Kaiser franz.jpg Frans Jozef 1867 - 1916
JCKV Karel I.JPG Karel 1916 - 1918

Premiers[bewerken]

Ministers van Buitenlandse Zaken[bewerken]

Dit ambt was een gezamenlijke aangelegenheid.

Heraldiek[bewerken]

Het wapen van Oostenrijk-Hongarije

In de 19e eeuw waren nationale symbolen zoals wapens en vlaggen nog van groot belang. Voor de dubbelmonarchie werd een wapen gekozen waarin het met een beugelkroon versierde wapenschild van het Huis Habsburg-Lotharingen de verbinding tussen het "Oostenrijkse" en het Hongaarse wapen was. Zo werd de daaromheen gehangen keten van de Orde van het Gulden Vlies waarvan het hoofd van het Huis Habsburg de Souverein is ook in het wapen opgenomen. Vier andere ordetekens, de Militaire Orde van Maria Theresia aan een lint, de Orde van Sint-Stefanus en de Leopoldsorde, beiden aan hun keten, hangen daar volgens anciëniteit onder. Zo wordt gezondigd tegen de regel dat de hoogste orde de langste keten heeft en onderaan hangt.

In het "Oostenrijkse" schild zijn alle kroonlanden door een kwartier of veld vertegenwoordigd.

De wapenspreuk is in het Latijn en Hongaars "Ondeelbaar". Door voor Latijn te kiezen werd vermeden dat er tussen Duits en Tsjechisch moest worden gekozen.

Als schildhouders zijn een griffioen en een engel naast de schilden geplaatst.

Literatuur[bewerken]

  • Arnout Weeda, Het mysterie van Wenen. De creatieve zelfvernietiging van een vermolmd keizerrijk, Uitg. De Bezige Bij, 400 blz, 2011.

Externe links[bewerken]