Naar inhoud springen

Altenburg (Thüringen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Altenburg (Thüringen)
Stad in Duitsland Vlag van Duitsland
Wapen van Altenburg (Thüringen)
Altenburg (Thüringen)
Altenburg
Situering
Deelstaat Vlag van de Duitse deelstaat Thüringen Thüringen
Landkreis Altenburger Land
Coördinaten 50° 59 NB, 12° 26 OL
Algemeen
Oppervlakte 45,69 km²
Inwoners
(31-12-2020[1])
31.101
(681 inw./km²)
Hoogte 202 m
Burgemeester André Neumann (CDU)
Overig
Postcode 04600
Netnummer 03447
Kenteken ABG, SLN
Stad 4 Ortsteile
Gemeentenr. 16 0 77 001
Website Officiële website
Situering
Kaart van Altenburg (Thüringen)
Ligging van de Kreisstadt Altenburg
in de Landkreis Altenburger Land
Foto's
Het oude stadscentrum van  Altenburg
Het oude stadscentrum van Altenburg
Portaal  Portaalicoon   Duitsland

Altenburg is een stad in de Duitse deelstaat Thüringen. Het is de Kreisstadt van de Landkreis Altenburger Land. De stad telde op de peildatum van de meest recente statistiek 31.101 inwoners.[1]

De stad is bekend als de bakermat van het vermoedelijk tussen 1810 en 1818 uitgevonden kaartspel skaat.

Gemeentekernen

[bewerken | brontekst bewerken]

De gemeente Altenburg bestaat uit de volgende plaatsen:

  • de kernstad Altenburg met Rasephas, Drescha, Kauerndorf, Poschwitz, Zschernitzsch en Steinwitz
  • Ehrenberg met Lehnitzsch, Modelwitz, Stünzhain, Greipzig, Mockzig, Zschaiga, Prisselberg, Paditz en Zschechwitz. Ehrenberg heeft als enige stadsdeel buiten de Kernstadt (iets) meer dan 1.000 inwoners.
  • Kosma met Altendorf en Kürbitz.
  • Zetzscha met Oberzetzscha, Unterzetzscha, Rautenberg en Knau.

Geografie en infrastructuur

[bewerken | brontekst bewerken]

De stad Altenburg ligt in een vruchtbaar en heuvelachtig gebied, het Pleißenland. De bodems bestaan uit verschillende, meer dan 250 miljoen jaar oude lagen, waaronder porfierachtige gesteenten en Zechstein. Daarbovenop ligt een tot 10 meter dikke leem- en lösslaag. Ten oosten van Altenburg loopt het riviertje de Pleiße, niet ver van zijn zijbeek de Gerstenbach, waar de door de stad lopende beek Blaue Flut weer in uitmondt.

De dichtstbijzijnde grote stad is Leipzig, hemelsbreed bijna 40, maar over de weg circa 48 kilometer ten noorden van Altenburg. Op 32 kilometer ten west-zuidwesten van Altenburg ligt Gera, op 38 kilometer ten zuidoosten van Altenburg ligt Chemnitz, en op 36 kilometer ten zuiden van Altenburg ligt Zwickau.

Naburige gemeentes

[bewerken | brontekst bewerken]
  • In de gemeente kruisen de Bundesstraße 93 , de Bundesstraße 7 en de Bundesstraße 180 elkaar. Deze hoofdwegen lopen over een rondweg oostelijk om de stad heen. Op circa 18 kilometer ten zuiden van de stad ligt aan de B93 tussen Schmölln en Crimmitschau afrit 61 van de Autobahn A 4.
  • Vliegveld Leipzig-Altenburg[3] ligt, reeds sinds 1913, in de gemeente Nobitz, 5 kilometer ten oost-zuidoosten van Altenburg en 42 km ten zuidoosten van Leipzig. Het veld heeft IATA-code AOC. De geografische coördinaten van het veld luiden: ♁50° 58′ 55″ noorderbreedte, 12° 30′ 23″ oosterlengte. Het veld ligt op een hoogte van 195 m (640 feet) boven de zeespiegel. De start-en-landingsbaan is geasfalteerd en 2.435 meter lang. Hier waren tot 2013 vluchten van Ryanair naar Londen Stansted mogelijk. Deze lijnvluchten bleken niet lonend. Op het vliegveld is daarna een vliegtuigmuseum, genaamd: Flugwelt Altenburg-Nobitz, in gebruik genomen. Er vinden geen lijnvluchten meer plaats. Grote, soms historische, vliegtuigen starten en landen er nog incidenteel, maar die vliegbewegingen staan met het luchtvaartmuseum in verband.
  • Station Altenburg ligt aan de in 1842 geopende Spoorlijn Leipzig - Hof, op 38,5 km van Leipzig Bayerischer Bahnhof en op 42 kilometer ten zuiden van Leipzig Hauptbahnhof. Deze spoorlijn is lijn S5 en S5x van de S-Bahn Mitteldeutschland. Het station staat ten noorden van het kasteel en het stadscentrum van Altenburg.

Altenburg was in de periode van circa 1820 tot 1990 een niet onbelangrijke industriestad.

Tegenwoordig is, vooral vanwege de culturele bezienswaardigheden, het toerisme van toenemende betekenis voor de economie van de stad.

Verder is er enige bescheiden voedingsmiddelen- en drankenindustrie, en voorts nijverheid, die als midden- en kleinbedrijf kan worden beschouwd. Daartoe behoort ook de kleine fabriek van speelkaarten.

De omgeving van Altenburg is zeer vruchtbaar. De landbouw is daarom voor de economie van de gemeente niet onbelangrijk. Altenburg was vanaf de 15e eeuw een van de weinige plaatsen in Duitsland, waar de kostbare specerij saffraan werd gekweekt. Vanaf 2016 zijn bij Altenburg initiatieven ontplooid, om dit gewas op kleine schaal opnieuw te gaan verbouwen. De opwarming van de Aarde maakt dit haalbaar.

Zie voor de geschiedenis in de periode van de middeleeuwen ook onder Pleißenland.

Schema van de landen, waartoe de stad heeft behoord

[bewerken | brontekst bewerken]

Heilige Roomse Rijk, 976-1329
Markgraafschap Meißen, 1329–1423
Keurvorstendom Saksen (1423-1485)
Keurvorstendom Saksen (1485-1547)
Hertogdom Saksen (1547-1572), 1547-1572
Hertogdom Saksen-Weimar, 1572–1603
Hertogdom Saksen-Altenburg (1603-1672), 1603–1672
Hertogdom Saksen-Gotha, 1672–1681
Hertogdom Saksen-Gotha-Altenburg, 1681–1826
Hertogdom Saksen-Altenburg (1826-1918), 1826–1871; vanaf 1871 deel van:
Duitse Keizerrijk, 1871-1918
Republiek van Weimar, 1918–1933
Nazi-Duitsland, 1933–1945
SBZ, 1945–1949
DDR, 1949–1990
Duitsland, 1990–heden

Tot en met de 16e eeuw

[bewerken | brontekst bewerken]

In de prehistorie leefden in dit vruchtbare gebied Kelten, en na het begin van de jaartelling Hermunduren, een Germaanse stam. In de 6e eeuw was dit gebied Frankisch, en in de 7e eeuw Sorbisch. Dezen spraken een Slavische taal, wat uit een aantal plaats- en waternamen in de streek nog valt af te leiden.

De stad, van oorsprong een grensvesting tegen de Sorben, werd in 976 voor het eerst vermeld door keizer Otto II en groeide later uit tot een verblijfplaats van de Hohenstaufen. De locatie was gunstig: een plek aan een handelsroute vanuit het huidige Nedersaksen naar Halle, Leipzig en Praag, aan de voet van een rotspunt, waarop de burcht stond. Vanaf 1147 bestond het Burggraafschap Altenburg, waarvan de burggraven[4] de keizerlijke palts beheerden. Keizer Frederik Barbarossa heeft in de 12e eeuw meermalen enige tijd in Altenburg verbleven.

In 1253 werd het stadsrecht van Altenburg bevestigd door Hendrik III van Meißen[5]; reeds in het midden van de 12e eeuw was Altenburg een, aanvankelijk uit twee kernen bestaande, stad. Albrecht II van Meißen, markgraaf van Meißen verwierf in 1261 de macht over het Pleißenland. De leeuw uit het wapen van het Markgraafschap Meißen is tot op heden aanwezig in het Altenburger stadswapen. De eerste markgraaf uit het Huis Wettin was vanaf 1291 (in het Pleißenland vanaf 1308) Frederik I van Meißen. In de 13e eeuw werden de stadsmuren om Altenburg gebouwd, en in de stad verrezen kloosters.

In 1430 werd de stad tijdens de Hussietenoorlogen door de Hussieten veroverd. Het kasteel konden zij niet innemen, daarom staken zij de stad maar in brand; Altenburg brandde bijna geheel tot de grond toe af. In 1445 vond de Deling van Altenburg plaats, een verdeling van Saksen tussen de beide heren uit het Huis Wettin, Frederik II van Saksen en Willem III van Saksen. Deze verdeling leidde tot problemen, en uiteindelijk tot de zogenaamde Saksische Burgeroorlog (1446-1451). In 1485 kwam het tot de Saksische Erfverdeling, waarbij Altenburg in het Ernestijnse Keurvorstendom Saksen geraakte. Omstreeks 1500 was Altenburg een door nijverheid gekenmerkte stad met circa 3.000 inwoners.

In 1528 wist een vriend van Maarten Luther, Georg Spalatin, zonder al te veel problemen de Reformatie in Altenburg door te zetten. Sindsdien is de meerderheid van de christenen, en van de kerkgebouwen, te Altenburg evangelisch-luthers.

Tussen de Markt en de Rote Spitzen staat een voormalig kasteel, de Freihof Frauenfels. Een belangrijk bestuursambtenaar, Melchior von Ossa liet het tussen 1542 en 1551 bouwen. Frauenfels is bij de gemeente voor uiteenlopende doeleinden in gebruik. Het gebouw kan ook voor bruiloften en partijen worden afgehuurd.

17e- 18e eeuw

[bewerken | brontekst bewerken]

De Dertigjarige Oorlog (1618-1648) zorgde in en om Altenburg, zoals in zo vele andere Duitse plaatsen, voor grote ellende door krijgshandelingen, plunderingen, brandstichtingen en pestepidemieën. Van de circa 5.000 inwoners, die de stad in 1618 telde, was na de Vrede van Münster in 1648 minder dan 10% overgebleven.

Van 1603 tot 1672 en van 1826 tot 1920 was het de hoofdstad van het Hertogdom Saksen-Altenburg.

In 1705 werd het Magdalenenstift, ten zuidoosten van het kasteel, in gebruik genomen. Het was oorspronkelijk een school met internaat voor adellijke, evangelisch-lutherse meisjes. De instelling werd in 1938 door de nazi's verboden en opgeheven. De gebouwen huisvesten tegenwoordig enige evangelisch-lutherse welzijnsorganisaties.

1800 tot heden

[bewerken | brontekst bewerken]

Altenburg was in de periode van circa 1820 tot 1990 een niet onbelangrijke industriestad; in de eerste helft van de 19e eeuw werden de oude stadspoorten en -muren grotendeels gesloopt; de stad groeide uit tot buiten de oude kern. In 1842 verkreeg Altenburg aansluiting op het spoorwegnet. Er werden onder andere textielproducten, zoals hoge hoeden gemaakt, en verschillende merken naaimachines In de tweede helft van de 19e eeuw was er tijdelijk ook chemische en metaalindustrie in Altenburg gevestigd.

In de tijd van de Republiek van Weimar (1919-1933) was Altenburg een bolwerk van linkse politieke stromingen. In 1933, toet Adolf Hitler de macht greep, ging dit in Altenburg met onlusten gepaard, waarna vele communisten werden afgevoerd naar en gedood in concentratiekampen. Ongeveer honderd Joden uit Altenburg werden in de nazi-tijd slachtoffer van de Holocaust. Berucht was het bedrijf HASAG, dat in vredestijd vooral lampen, maar in oorlogstijd, gebruik makende van slavenarbeid door krijgsgevangenen en "bewoners" van concentratiekampen , wapens en munitie produceerde, waaronder in de Tweede Wereldoorlog het antitankwapen Panzerfaust. In Altenburg bevonden zich Außenlager van Kamp Buchenwald. Van 1937 tot aan de bevrijding van het concentratiekamp op 14 april 1945 was HASAG te Altenburg-Rasephas gevestigd. In het voorjaar van 1945 leed de stad schade en verlies van tenminste 13 mensenlevens door geallieerde luchtbombardementen (o.a. op de stationsbuurt).

In Altenburg was tot 2013 de firma Gumpert actief. Dit was een bedrijf, dat zich richtte op het maken van speciale sportauto's. Het was gevestigd in de markante gebouwen van de vroegere naaimachinefabriek. Dit industrieel erfgoed is tegenwoordig een wooncomplex voor ouderen.

Van 1949 tot 1990 lag Altenburg, dat toen een industriestad was met arbeiderswoningen in tussen 1970 en 1985 gebouwde Plattenbau-flats, in de DDR. In 1949 - 1953 was er sprake van enig actief verzet tegen het communistische regime; circa 5 jongeren uit de stad werden door de Sovjets en de DDR-autoriteiten ter dood gebracht. Het aantal inwoners van Altenburg schommelde in de jaren-1980 tussen 50.000 en 55.000. Na de Duitse hereniging van 1990 gingen bijna alle grote fabrieken in Altenburg dicht; ze waren naar Westerse maatstaven niet meer rendabel. Veel inwoners verlieten de stad, niet alleen naar economisch sterkere gebieden in West-Duitsland, maar ook naar grote steden, zoals Leipzig. Ook de vergrijzing veroorzaakte een daling van het bevolkingscijfer, die anno 2025 nog steeds voortduurt.

In oktober 2011 veroorzaakte de afbraak van een aantal 18e- en 19e-eeuwse historische panden aan de Klostergasse verontwaardigde reacties van monumentenzorgers in geheel Duitsland. De sloop gebeurde in opdracht van de eigenaresse, een woningbouwvereniging.

Bezienswaardigheden

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Schloss Altenburg is een kasteel in Altenburg. Het was ooit de residentie van de hertog van Saksen-Altenburg. Het kasteel herbergt een speelkaartenmuseum en het Lindenau Museum.
  • Het stadscentrum wordt gekenmerkt door oorspronkelijk vijf marktpleinen: de Brühl, de Markt, de Korn- en Topfmarkt, die aan elkaar grenzen, en de voormalige paardenmarkt Roßplan. Alleen de Markt en de Brühl zijn nog open stadspleinen, de andere drie zijn vooral als parkeerfaciliteit in gebruik. Het centrum is ietwat heterogeen. De oudste stadswijk ligt rond de Brühl en de Sint-Bartolomeüskerk. Sint Bartolomeüs is voor de Rooms-Katholieke Kerk de schutspatroon van de stad Altenburg.
  • Bezienswaardige kerkgebouwen (tenzij anders vermeld, evangelisch-luthers) in de gemeente zijn:
    • de Sint-Bartolomeüskerk, een gotische drieschepige, zesbeukige hallenkerk, gebouwd in de 12e- 15e eeuw; in de 19e eeuw gerenoveerd, met 18e-eeuwse, barokke kerktoren
    • de in 1905 voltooide Broederenkerk (Brüderkirche), in de stijl der neogotiek gebouwd op de plaats van een in 1901 gesloopte middeleeuwse kloosterkerk
    • De toren van de oude Sint-Nicolaaskerk dateert uit 1609 en staat op het hoogste punt van het oude stadscentrum, 250 meter ten zuiden van de Broederenkerk; de toren kan worden beklommen.
    • Enkele kerken van de omliggende dorpen zijn kunst- of architectuurhistorisch van enig belang, zie onderstaande afbeeldingen.
  • Het in 1876 gebouwde Lindenau-Museum, bij het Schloss, met als voornaamste collectie Italiaanse schilderijen uit de periode van de Gotiek en de vroege renaissance (13e tot 15e eeuw). Deze collectie behoort tot de grootste buiten Italië. Tot de hoogtepunten van deze verzameling behoren werken van Filippo Lippi, Sandro Botticelli en Fra Angelico. Het museum bezit echter ook 20e-eeuwse kunst, waaronder werk van Max Liebermann en Max Klinger.
  • Het in 1871 geopende Landestheater Altenburg, een schouwburg annex operagebouw met meer dan 500 plaatsen; er vinden toneelvoorstellingen plaats, en tevens opera, operette, musical en concerten.[6]
    • Het belangrijkste uitgaanscentrum (ALWO Club) voor jongeren en dertigers is de voormalige wolspinnerij te Kotteritz, niet ver ten noorden van de stad, in de gemeente Nobitz.
  • Direct ten zuiden van de Broederenkerk gaat in 2027 het Yosephinum open, een multimediaal project over gamen en andere vormen van speelvermaak.
  • Mauritianum, een in 1908 voltooid natuurhistorisch museum
  • In de binnenstad is sinds 1871 een historische bierbrouwerij gevestigd. Het bijbehorende brouwerijmuseum is slechts beperkt geopend (alleen in de weekends); de brouwerij zelf kan op aanvraag worden bezichtigd. De brouwerij staat ten noorden van het centrum in de wijk Kauerndorf.
  • Aan de zuidkant van het centrum bevindt zich een vijver, met daarin een eilandje. Op dit eilandje in het riviertje Blaue Flut[7] ligt sinds 1954 een kleine dierentuin met een oppervlakte van slechts 0,6 hectare. Er zijn o.a. neusberen, resusapen en stokstaartjes te zien.
  • In de kleine dorpen buiten de kernstad staan, evenals in het aangrenzende Nobitz, enige fraaie, grote vierkantshoeven (Vierseithöfe) die getuigen van de welvaart, die sommige boeren in het Altenburger Land lange tijd genoten, omdat hun akkerland zeer vruchtbaar was en hun oogsten goede prijzen opbrachten.
[bewerken | brontekst bewerken]

Geboren in Altenburg

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Frederik III van Meißen bijgenaamd de Strenge (Dresden, 14 december 1332 - Altenburg, 21 mei 1381), van 1349 tot aan zijn dood markgraaf van Meißen
  • Georg Spalatin, oorspronkelijk geheten: Georg Burkhardt (geboren op 17 januari 1484 in Spalt, Landkreis Roth, Beieren; overleden op 16 januari 1545 in Altenburg), humanist, theoloog, reformator en historicus. Hij was bevriend met o.a. Maarten Luther. Vanaf 1528 bekleedde hij een hoog kerkelijk ambt, namelijk dat van luthers superintendent van Altenburg. Zijn graf bevindt zich in de Sint-Bartolomeüskerk.
  • Thomas Reinesius (1587-1667), arts, woonde van plm. 1617-1657 te Altenburg, was er o.a. lijfarts van de hertog en burgemeester
  • Frederik Willem II van Saksen-Altenburg (1603-1669), overleden in Altenburg, hertog van het hertogdom Saksen-Altenburg (1603-1672)
  • Tobias Heinrich Gottfried Trost (geboren omstreeks 1680; overleden op 12 augustus 1759 in Altenburg), befaamd orgelbouwer, bouwde o.a. het kerkorgel in de Slotkerk van Altenburg
  • Johann Ludwig Krebs (Buttelstedt, gedoopt 12 oktober 1713 - Altenburg, 1 januari 1780), organist en componist
  • Friedrich Arnold Brockhaus (Dortmund, 4 mei 1772 – Leipzig, 20 augustus 1823), samensteller van een encyclopedie, uitgever; woonde van 1810-1817 in het Seckendorff-paleis te Altenburg
  • Ernst Frederik Paul George Nicolaas (Hildburghausen, 16 september 1826 – Altenburg, 7 februari 1908), hertog van Saksen-Altenburg; in 1906 liet hij aan de oostkant van Altenburg een kerk bouwen ter nagedachtenis aan zijn in 1897 overleden gemalin Agnes van Anhalt-Dessau, van wie hij zeer veel gehouden had, en die er ook begraven ligt.
  • Gerhard Altenbourg (eigenlijk Gerhard Ströch; geboren op 22 november 1926 in Rödichen-Schnepfenthal, bij Waltershausen, dat weer bij Gotha ligt; bij een auto-ongeluk omgekomen op 30 december 1989 in Meißen), veelzijdig kunstenaar, o.a. graficus; woonde tot kort vóór zijn dood te Altenburg; het Lindenau-Museum bezit veel werk van zijn hand. Er is een straat te Altenburg naar hem genoemd. Iedere twee jaar wordt, sinds 1998, door een jury van het Lindenau-Museum een prestigieuze kunstprijs uitgereikt, die naar Gerhard Altenbourg is genoemd. In 2002 verwierf de Frans-Poose kunstenaar Roman Opalka, in 2008 de Amerikaan Cy Twombly, in 2010 de Israëli Micha Ullman en in 2019 de Nederlander herman de vries deze onderscheiding.
  • Joachim Friedrich Reinelt (Neurode, Silezië, 21 oktober 1936), geestelijke en bisschop van de Rooms-Katholieke Kerk, was van 1974-1986 pastoor te Altenburg.
  • Ingo Schulze (1962), schrijver, woonde als jonge man vanaf 1988 enige jaren te Altenburg en was daar o.a. dramaturg aan het plaatselijke theater en journalist. Zijn werk uit 1998 Simple Storys speelt in de provinciestad Altenburg.

Partnersteden

[bewerken | brontekst bewerken]
[bewerken | brontekst bewerken]
Commons heeft media­bestanden in de categorie Altenburg (Thuringia).

Saksische Prinsenroof

[bewerken | brontekst bewerken]

In Altenburg heeft zich in juli 1455 een ontvoering van twee jonge (14 en bijna 12 jaar oude) prinsen afgespeeld. De dader was een zekere Kunz von Kauffungen, voormalig slotvoogd van Kasteel Altenburg, dat toen nog een middeleeuwse burcht was. De oudste ontvoerde jongen was Ernst van Saksen, en de jongste was zijn broertje Albrecht de Kloekmoedige. Tijdens de Saksische Burgeroorlog (1446-1451) had Von Kauffungen landerijen verloren, en hij was niet tevreden met de hem daarna toegezegde schadevergoeding. Bovendien was hij tijdens deze oorlog in vijandelijke handen gevallen, en moest een exorbitant hoog losgeld voor zijn vrijlating betalen.

Na de oorlog hoopte Kunz von Kauffungen door keurvorst Frederik II, aan wiens kant hij in de burgeroorlog gevochten had, gecompenseerd te worden voor de schade die hij had geleden. Frederik weigerde te betalen. Aanvankelijk probeerde beide partijen hun conflict via een rechtbank op te lossen, maar na een ruzie begon Kunz von Kauffungen een persoonlijke vete tegen de keurvorst. In de nacht van 7 op 8 juli 1455 ontvoerde Kunz samen met een aantal medestanders Ernst en Albrecht, de minderjarige zoons van Frederik II, uit het kasteel van Altenburg. De op het kasteel residerende keurvorst was op dat moment op reis, en de kok van het kasteel wist Kunz te vertellen, dat de meeste leden van de hofhouding die nacht elders een verlovingsfeest bezochten. Er waren dus weinig mensen over, die de ontvoering hadden kunnen verhinderen.

Via twee verschillende routes wilden de ridders de prinsen naar Bohemen brengen. Op weg naar Bohemen wist Albrecht te ontsnappen (mogelijk met hulp van kolenbranders en andere mannen uit de omgeving) en werd Kunz von Kauffungen gevangengenomen. Op 14 juli 1455 werd hij op de grote markt in Freiberg onthoofd. De kok werd wegens verraad gevangen genomen, gefolterd en daarna gevierendeeld. Kunz zijn medestanders lieten Ernst vrij toen keurvorst Frederik II beloofde hen niet te vervolgen. De "Saksische Prinsenroof" is een van de bekendste gebeurtenissen in de Saksische geschiedenis. In later eeuwen was deze gebeurtenis onderwerp van kunstwerken, toneelstukken en boeken. Voor een uitgebreide uiteenzetting en voor literatuurverwijzingen e.d. wordt verwezen naar het artikel Altenburger Prinzenraub op de Duitstalige Wikipedia.