Posttraumatische stressstoornis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Posttraumatische stressstoornis
Francisco Goya, 'No quieren'uit de serie 'Los desastres de la guerra'
Francisco Goya, 'No quieren'
uit de serie 'Los desastres de la guerra'
Coderingen
ICD-10 F43.1
ICD-9 309.81
DSM-IV 309.81
DiseasesDB 33846
MedlinePlus 000925
eMedicine med/1900
MeSH D013313
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

De posttraumatische stressstoornis (PTSS) is een psychische aandoening die in het DSM-IV was ingedeeld bij de angststoornissen. In de DSM-5 is de stoornis opgenomen in een nieuw hoofdstuk, Trauma- en stressorgerelateerde stoornissen.[1][2] Daarnaast zijn ook de criteria op een aantal fronten gewijzigd. Deze wijzigingen zijn beschreven in het whitepaper Posttraumatische-stressstoornis.[3]

De aandoening ontstaat als gevolg van ernstige stressgevende situaties, waarbij sprake is van levensbedreiging, ernstig lichamelijk letsel of een bedreiging van de fysieke integriteit. Deze situaties zijn voor de persoon traumatisch.

Voorbeelden van ernstige stressgevende situaties zijn:

Symptomen[bewerken]

De symptomen zijn herbeleving (nachtmerries of flashbacks), vermijding van herinneringen of emotionele uitschakeling hiervan, ernstige prikkelbaarheid en slaapstoornissen, extreme spanning als gevolg van bepaalde prikkels, irritatie en hevige schrikreacties. Het is ook mogelijk dat de persoon symptomen van andere psychische aandoeningen vertoont zoals een klinische depressie. Van PTSS is sprake wanneer de symptomen langer dan een maand duren. Wanneer deze korter dan een maand duren, spreekt men van acute stressstoornis. PTSS is met behandeling te genezen of te verbeteren. Soms kan dit ook spontaan gebeuren. Tevens kan het voorkomen dat er verschijnselen van catatonie, als symptoom optreden.

Indeling[bewerken]

PTSS valt onder de psychotrauma- en stressorgerelateerde stoornissen en moet niet worden verward met het normale verwerkingsproces na een traumatische gebeurtenis. Voor de meeste mensen verdwijnen de emotionele gevolgen van een trauma na enkele maanden. Als deze echter langer duren, kan er sprake zijn van een psychische aandoening. Als de stoornis niet wordt behandeld, kan deze zeer ernstige vormen aannemen.

Behandeling[bewerken]

Bij mensen met een posttraumatische stressstoornis zijn aanwijzingen gevonden voor een tekort aan de kalmerende neurotransmitter anandamide. Anandamide speelt waarschijnlijk een belangrijke rol bij het wissen van onaangename herinneringen. Anandamide is een cannabinoïde stof en zou een verklaring zijn waarom PTSS-patiënten vaak baat hebben bij cannabis.[4]

De geijkte behandeling bestaat uit trauma gerichte cognitieve gedragstherapie (CGT), waarin onder andere gewerkt wordt aan het oplossen en verminderen van de angstklachten door middel van imaginaire exposure aan de herinneringen van de traumatische gebeurtenis en blootstelling door middel van exposure in vivo . Verder wordt een divers spectrum aan medicatie voorgeschreven om de symptomen van angst te onderdrukken; antidepressiva, slaapmiddelen en angstremmers (benzodiazepines).

Naast CGT met imaginaire exposure zijn andere psychologische behandelingen werkzaam gebleken. Alle werkzame behandelingen voor PTSS zijn traumagericht en komen over het algemeen overeen dat men in gedachten teruggaat naar de traumatische gebeurtenis. Er bestaat ook een methode waarbij dit niet gebeurt. Somatic Experiencing (SE) is erop gericht om op zorgvuldige wijze, zonder herbelevingen van het trauma, het lichaam te helpen de bevroren spanning stukje bij beetje los te laten. De beweging die er 'toen' niet kon zijn kan alsnog worden afgemaakt. Door deze ontlading kan eindelijk, vaak na vele jaren, de rust in lichaam en geest terugkeren. BEPP (Beknopte Eclectische Psychotherapie voor PTSS ) en EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) zijn alternatieven voor CGT. Bij BEPP wordt naast imaginaire exposure ook tijd besteed aan informatie over het ziektebeeld PTSS. Na het meemaken van een traumatische gebeurtenis wordt men nooit meer de persoon als voorheen. Men leert namelijk van de gebeurtenis. Daarom wordt in BEPP ook aandacht besteed aan hoe de traumatische gebeurtenis het zelfbeeld en de kijk op de wereld heeft veranderd. BEPP is oorspronkelijk ontwikkeld voor de behandeling van politiemensen met een PTSS. Deze behandelmethode bleek ook werkzaam bij anderen [5][6]. EMDR is naast de behandeling van PTSS bij volwassenen[7][8] ook effectief bij behandeling van kinderen[9][10].

Noten[bewerken]

  1. DSM-5 Whitepaper: Belangrijkste wijzigingen van DSM-IV naar DSM-5
  2. PTSS valt in DSM-5 niet meer onder angststoornissen Boom Psychologie, 26 mei 2014
  3. DSM-5 whitepaper: Posttraumatische-stressstoornis 2013
  4. (en) Neumeister A, Normandin MD, Pietrzak RH, Piomelli D, Zheng MQ, Gujarro-Anton A, et al. (14 mei 2013). Elevated brain cannabinoid CB1 receptor availability in post-traumatic stress disorder: a positron emission tomography study (pdf). Molecular Psychiatry 18 (9): 1034–40 . ISSN:1476-5578. PMID: 23670490. PMC: 3752332. DOI: 10.1038/mp.2013.61. Geraadpleegd op 14 maart 2016. Besproken in Dassen H. Geheugenwisser faalt bij PTSS, waardoor akelige herinnering blijft. Nrc.nl 18 mei 2013.
  5. Gersons, B.P.R., Carlier, I.V.E., Lamberts, R.D., van der Kolk, B., A randomized clinical trial of brief eclectic psychotherapy in police officers with posttraumatic stress disorder, Journal of Traumatic Stress 13 (2):333-347,2000
  6. Ramón J.L. Lindauer, Berthold P.R. Gersons, Els P.M. van Meijel, Karin Blom, Ingrid V.E. Carlier, Ineke Vrijlandt, Miranda Olff, Effects of Brief Eclectic Psychotherapy in patients with posttraumatic stress disorder: randomized clinical trial, Journal of Traumatic Stress 2005; 18:205-212
  7. Högberg G, Pagani M, Sundin O, Soares J, Aberg-Wistedt A, Tärnell B, Hällström T. On treatment with eye movement desensitization and reprocessing of chronic post-traumatic stress disorder in public transportation workers--a randomized controlled trial. Nord J Psychiatry. 2007;61(1):54-61.
  8. Rothbaum BO. A controlled study of eye movement desensitization and reprocessing in the treatment of posttraumatic stress disordered sexual assault victims. Bull Menninger Clin. 1997 Summer;61(3):317-34.
  9. Ahmad A, Larsson B, Sundelin-Wahlsten V. EMDR treatment for children with PTSD: Results of a randomized controlled trial. Nord J Psychiatry. 2007;61(5):349-54.
  10. Ahmad A, Sundelin-Wahlsten V. Applying EMDR on children with PTSD. Eur Child Adolesc Psychiatry. 2007 Sep 10