Psychotrauma

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Een psychotrauma of psychisch trauma is psychisch letsel dat wordt opgelopen na een schokkende gebeurtenis.

Een psychisch trauma ontstaat wanneer een gebeurtenis niet kan worden verwerkt, het psychisch afweermechanisme onvoldoende helpt en handelen onmogelijk lijkt. Anders gezegd: iets heeft de persoon zozeer geschokt dat er onoplosbare conflicten in de psyche zijn.[bron?]

Voorbeeld: een persoon weet dat zij/hij de juiste beslissing heeft genomen in een crisissituatie en wordt toch verteerd door schuldgevoel naderhand.

Voorbeeld 2: een door een ouder misbruikt kind is afhankelijk van diezelfde ouder en kan het misbruik niet ontvluchten. De dwang twee kanten uit, weg van de situatie en moeten blijven zorgt ook voor een onoplosbaar conflict voor het kind.[bron?]

Reacties op een trauma kunnen zijn:

Er ontstaat mogelijk een acute of posttraumatische stressstoornis. Het individu ervaart een beschadigd zelfbeeld, bepaald door de aard van de traumatische gebeurtenis en de weerbaarheid van de persoon, de steun van de sociale omgeving en het handelen van de gemeenschap.

Een slachtoffer kan een beroep doen op slachtofferzorg[bron?], slachtofferhulp of slachtoffertherapie.[bron?] In bepaalde ernstige situaties is er sprake van crisishulpverlening.

Behandeling[bewerken | brontekst bewerken]

Therapeutische relatie[bewerken | brontekst bewerken]

Het herstel kan bestendigd worden door een therapeutische relatie tussen therapeut en slachtoffer.

Hierbij kan traumatische overdracht en tegenoverdracht voorkomen. In het eerste geval zullen bij het slachtoffer gevoelens en gedachten opgewekt worden door de niet meer aanwezige dader, terwijl het slachtoffer een heldenrelatie zal projecteren op de therapeut. In het geval van een tegenoverdracht zal de therapeut zich emotioneel identificeren met het slachtoffer (woede, hulpeloosheid, wantrouwen), met de dader (relativeren mishandeling, weerzin of afkeer voor cliënt, voyeurisme) of met de ongedeerd gebleven toeschouwer (schuldgevoel om catharsis). Om zelf geestelijk gezond te blijven, kan een ondersteuningssysteem van een team of supervisie nodig zijn voor de therapeut.

Gefaseerd[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1e fase: veiligheid en vertrouwen
De therapeut stelt een diagnose door onderzoek. Als de getraumatiseerde weet wat hem mankeert en merkt dat het trauma een normale reactie is op extreme omstandigheden, kan deze actie ondernemen om het herstel te bevorderen en weer macht in plaats van schaamte en moedeloosheid krijgen. Het slachtoffer wordt in veiligheid gebracht, zowel door fysieke verzorging (medisch, herstel biologisch ritme, vermindering symptomen posttraumatische stress) als door omgevingscontrole (veilige leefsituatie, financiële zekerheid, mobiliteit, plan voor zelfbescherming). In geval van langdurige trauma's, chronische kindermishandeling en huiselijk geweld vergt dit een bijzondere aanpak.
  • 2e fase: herinnering en rouw
De reconstructie van het verhaal van het trauma wordt geïntegreerd in het levensverhaal waardoor er een rouwproces op gang kan komen.
  • 3e fase: het weer tot stand brengen van een band met het dagelijkse leven (herstel van verbondenheid en gemeenschappelijkheid)
Het slachtoffer zal opnieuw leren vechten (loskomen van de externe sociale druk), zich met zichzelf verzoenen (weer bewust worden van wil, verlangens en initiatieven), terug met anderen verbondenheid voelen en een roeping erkennen (anderen iets meegeven, streven naar gerechtigheid, weten dat niet elke strijd gewonnen wordt). Solidariteit zal ten slotte de beste bescherming zijn, maar pas een tijd na de crisisinterventie.