Transgenerationeel trauma

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Transgenerationeel trauma is psychisch letsel bij iemand, dat is veroorzaakt door een schokkende gebeurtenis die iemand in een vorige generatie heeft meegemaakt. Het psychotrauma is dus door de direct getraumatiseerden doorgegeven aan hun nakomelingen in volgende generaties.

Intergenerationeel of transgenerationeel[bewerken | brontekst bewerken]

Een trauma kan op twee manieren worden doorgegeven. Bij intergenerationele overdracht worden epigenetische veranderingen (veranderingen in het DNA) doorgegeven van de direct getraumatiseerden aan hun nakomelingen (de tweede generatie). Bij transgenerationele overdracht geven de nakomelingen het trauma vervolgens weer door aan hun nakomelingen (de derde en volgende generaties).[1]

Collectief of individueel[bewerken | brontekst bewerken]

Transgenerationeel trauma kan een collectieve ervaring zijn die gemeenschappen en groepen mensen treft die een culturele identiteit delen (bijvoorbeeld etniciteit, nationaliteit of religieuze identiteit). Collectief trauma is een onderdeel van het collectief geheugen van de groep en van het gedeelde identiteitsgevoel.

Historisch trauma is een onderdeel van transgenerationeel trauma: het is het collectieve trauma uit het verleden dat de bevolking in het heden blijft beïnvloeden door middel van intergenerationele overdracht. Historisch trauma leidt tot kwetsbaarheid voor geestelijke en lichamelijke gezondheidsproblemen als gevolg van voorouderlijk lijden.[2] Hoewel de feitelijke traumatische gebeurtenissen en de getroffen groepen heterogeen zijn, bestaan alle historische trauma's uit drie elementen: een traumatische gebeurtenis, een resulterend collectief lijden en een multigenerationele impact van het trauma.

Transgenerationeel trauma kan ook gezinnen en individuele ouder-kindrelaties betreffen. Zo kunnen zowel slachtoffers van kindermishandeling als leden van volgende generaties individueel een posttraumatische stressstoornis ontwikkelen.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

De bewustwording van de tweedegeneratieproblematiek begon in 1979 met de publicatie van het boek Children of the Holocaust van Helen Epstein. Sindsdien zijn transgenerationele trauma's ook waargenomen bij vele andere groepen. Zij worden onder meer gevonden onder nazaten van tot slaafgemaakten tijdens de trans-Atlantische slavenhandel[3] en van onderdrukte volkeren in gekoloniseerde Afrikaanse en Aziatische landen; van Indische en Molukse Nederlanders[4][5] en de Congolese en Rwandese gemeenschap in België; onder kinderen van oorlogsgetroffenen,[6][7][8] vluchtelingen[9] en van overlevenden van huiselijk geweld.[10][11]

Een toonaangevend behandelcentrum in Nederland is het Sinai Centrum, een landelijk expertisecentrum voor traumagerelateerde klachten en posttraumatische stressstoornissen. Het behandelt psychotrauma's die veroorzaakt zijn door oorlog, ander geweld of in de vroege jeugd, in het bijzonder van slachtoffers van de tweede, derde en vierde generatie. Daaronder zijn kinderen van Joodse en Indische oorlogsgetroffenen, verzetsdeelnemers, jonge veteranen, asielzoekers en vluchtelingen.[12]

Symptomen[bewerken | brontekst bewerken]

De symptomen van een transgenerationeel trauma beginnen altijd bij de overlevende van het trauma. Zij verschillen naar etniciteit en het soort origineel trauma. Slavernij, genocide, huiselijk geweld, seksueel misbruik en extreme armoede zijn veelvoorkomende oorzaken. Een gebrek aan therapie verergert de symptomen en kan leiden tot overdracht. Zo kunnen overlevenden van seksueel kindermisbruik door hun onopgeloste trauma een negatieve invloed hebben op toekomstige generaties. Dit kan leiden tot gevoelens van wantrouwen, isolement en eenzaamheid.[13]

Vaak wordt trauma in de tweede generatie beschouwd als een traumatische reactie op een ouderlijk trauma.[14] Meestal manifesteren de symptomen zich als symptomen van een posttraumatische stressstoornis. Veelvoorkomende symptomen bij kinderen zijn depressie, antisociaal gedrag, delinquentie en storend gedrag op school.[15]

Overdracht[bewerken | brontekst bewerken]

De overdracht van trauma kan plaatsvinden door epigenetische veranderingen die door stress worden veroorzaakt. Dankzij het menselijkgenoomproject kon worden vastgesteld dat elk individu dat extreme stress ondergaat, deze kan doorgeven aan nakomelingen.[16] Ook zij kunnen extreme stress ervaren, wat kan leiden tot een aantal andere gevolgen. Dit is een nieuw onderzoeksgebied en gezien de complexiteit van problemen rond trauma en de menselijke ervaring, is het een uitdaging de bijdragen van epigenetica, culturele en sociale factoren op te helderen.

Overdracht tussen ouder en kind kan op vijf manieren plaatsvinden: door communicatie, conflict, gezinscohesie, ouderlijke warmte en ouderbetrokkenheid.[17] Een hoog stressniveau van de moeder hangt direct samen met een zwak gezinsfunctioneren en indirect met afwijkend gedrag van de kinderen. Sommige kinderen ervaren directe overdracht, waarbij hun trauma voortkomt uit de interacties en relaties met hun ouders, terwijl anderen indirecte overdracht ervaren, waarbij hun trauma vooral voortkomt uit schuldgevoelens.[18]

Overdracht tijdens de zwangerschap[bewerken | brontekst bewerken]

Stress kan van generatie op generatie worden doorgegeven tijdens de zwangerschap. De baarmoederomgeving met zijn unieke mix van cellulaire afscheidingen en eiwitten is een belangrijke bron van prikkels. De ontwikkeling in de baarmoeder is niet alleen van cruciaal belang voor de traditionele ontwikkeling van organen en de foetus, maar vormt ook de basis voor neurale en gedragsontwikkeling. Blootstelling aan schadelijke prikkels tijdens deze fase kan langdurige, schadelijke effecten hebben. Een trauma dat een moeder tijdens de zwangerschap ervaart, kan de fysiologie en psychologie van het nageslacht beïnvloeden. Trauma en stress tijdens deze fase worden geassocieerd met een verhoogd risico op het ontwikkelen van neuropsychiatrische stoornissen zoals depressie en angst.[19]

Psychologische en sociale aspecten[bewerken | brontekst bewerken]

Er zijn veel transgenerationele onderzoeken uitgevoerd bij volwassenen die natuurrampen of tegenslagen hebben meegemaakt. Een studie wees uit dat de kinderen van slachtoffers van marteling meer symptomen van angst, depressie, posttraumatische stress, concentratie- en gedragsstoornissen vertoonden dan kinderen van de groep die het specifieke trauma niet had meegemaakt.[20] Een onderzoek onder de Braziliaanse kinderen van overlevenden van de Holocaust resulteerde niet alleen in een model van de transgenerationele overdracht van traumatische ervaringen, maar ook in een model van veerkrachtpatronen die van generatie op generatie kunnen worden overgedragen en binnen generaties kunnen worden ontwikkeld.[21] De veerkrachttheorie geeft aan dat de reactie van individuen en gezinnen op traumatische ervaringen een steeds veranderend proces is, dat zowel blootstelling aan uitdagingen als de ontwikkeling van copingmechanismen inhoudt die helpen bij het vermogen om dergelijke uitdagingen te overwinnen.[22]

Behandeling[bewerken | brontekst bewerken]

Transgenerationeel trauma is een vorm van traumatische stress, en kan ingrijpende gevolgen hebben. Het kan het risico op het ontwikkelen van psychische stoornissen verhogen, zoals posttraumatische stressstoornis, depressieve stoornis, gegeneraliseerde angststoornis, schizofrenie, autismespectrumstoornis en stoornissen in het gebruik van middelen.[23][24] Ook kunnen gezondheids-, gedrags- en sociale problemen ontstaan die gedurende het hele leven van een persoon kunnen aanhouden.[25][26] Omdat het een vorm van indirecte blootstelling is, wordt het vaak niet herkend of verkeerd gediagnosticeerd.[27]

Verschillende therapievormen zijn effectief gebleken bij de behandeling van trauma- en stressstoornissen, zoals cognitieve therapie, cognitieve gedragstherapie, EMDR, imaginaire exposure, op compassie gerichte therapie, dialectische gedragstherapie en narratieve therapie.[28][29][30][31][32][33][34][35][36] Deze therapieën hebben vergelijkbare componenten die nuttig zijn bij het aanpakken van trauma, zoals psycho-educatie, emotieregulatie en -verwerking, cognitieve verwerking en traumaverwerking. Dergelijke therapieën kunnen effectief zijn in het verminderen van de langetermijneffecten.

Er zijn echter specifieke componenten van transgenerationeel trauma die direct moeten worden aangepakt, afgezien van de gekozen therapie. Omdat transgenerationeel trauma vooral wordt overgedragen binnen de relatie tussen ouder of verzorger en kind, moet de behandeling zich richten op de interpersoonlijke patronen van de cliënt. Een effectieve behandeling richt zich ook op het verkennen, ontwikkelen en behouden van de factoren die de negatieve impact van het trauma kunnen verminderen. Dit is bijvoorbeeld het bevorderen van een veilige hechting tussen ouder of verzorger en kind, en toegang tot verschillende bronnen van ondersteuning (dat wil zeggen familie, leeftijdsgenoten, gemeenschap).[27][37]

Een behandelmodel dat de ouder-kindrelatie centraal stelt, is het Intergenerational Trauma Treatment Model. Dit model bevat verschillende kenmerken van empirisch ondersteunde behandelmethoden, zoals blootstelling aan trauma, cognitieve verwerking en herkadering, stressmanagement en oudereducatie. Het besteedt specifieke aandacht aan de intergenerationele aard van de traumatische ervaringen en richt zich op het vermogen van de ouder of verzorger om te reageren op de traumatische ervaringen van een kind.[38]

Andere, minder conventionele therapievormen zijn ook nuttig gebleken. Muziektherapie is een effectieve vorm van behandeling voor mensen die getuige zijn geweest van een traumatische gebeurtenis of deze hebben ondergaan. Zo is muziektherapie met succes toegepast bij militairen, getraumatiseerde vluchtelingen en overlevenden van de Holocaust. Met name analytische muziektherapie bleek effectief te zijn in het bevorderen van een mate van genezing door middel van zelfonderzoek.[39][40][41] Ook bewegings- en danstherapie bleken effectief te zijn bij het verminderen van trauma dat in het lichaam is vastgezet en de daaruit voortvloeiende negatieve effecten.[42][43][44] Deze therapievorm stelt de therapeut in staat specifieke bewegingspatronen te ontdekken en te bepalen hoe negatieve cognitieve patronen kunnen worden behandeld. De therapeut kan binnen deze bewegingspatronen de mogelijkheden van een cliënt voor emotionele coping herkennen en werken aan het bevorderen van een betere regulering van de emoties door middel van creatieve expressie.[44]

Behalve de beschreven therapieën zijn verschillende hulpmiddelen en technieken nuttig om de effecten van transgenerationeel trauma aan het licht te brengen en de psychologische impact ervan te verminderen. De Transgenerational Script Questionnaire (TSQ) wordt bijvoorbeeld gebruikt als een aanvulling op psychotherapie om het bewustzijn van zowel het interne als het externe familiesysteem te helpen ontwikkelen. De TSQ richt zich op transgenerationele scripts, dit zijn onbewuste systemische patronen die blijven bestaan in gezinnen en groepen en worden bestendigd door emoties, overtuigingen en gedragingen. Deze scripts worden gebruikt om de impliciete en expliciete percepties van een cliënt over hun gezinsdynamiek en -systeem te onderzoeken. Door de TSQ te gebruiken kan de therapeut de cliënt begeleiden om de ervaringen van hun voorouders te onderscheiden van die van henzelf.[45][46]

In complexere gevallen van transgenerationeel trauma kan het Transgenerational Trauma and Resilience Genogram (TTRG) helpen om de impact van het trauma beter te begrijpen en te beoordelen. Het TTRG richt zich op de componenten die bijdragen aan het in stand houden van het trauma, door een systeemgerichte kijk op trauma en aandacht voor specifieke sociaal-politieke problemen. Het TTRG brengt het gezin in kaart en identificeert degenen die een trauma hebben meegemaakt en hun ervaring, evenals de relaties tussen individuen en hun patronen.[47] Door dit proces kunnen de oorsprong van iemands transgenerationele trauma en de factoren die dat in stand houden beter worden beoordeeld, wat bijdraagt aan een meer omvattende visie op de behandeling.

Bij de behandeling van personen met een transgenerationeel trauma is het van cruciaal belang rekening te houden met hoe culturele factoren van invloed zijn op de ontvangst en perceptie van de behandeling. Hoewel de mechanismen waardoor transgenerationeel trauma wordt veroorzaakt in verschillende culturen consistent zijn, zijn er variaties in het belang van de sociaal-culturele factoren die de effecten van het trauma kunnen verergeren.[48] Bovendien moeten therapeuten een cultureel-responsief perspectief hebben in de therapie die ze kiezen. Het is absoluut noodzakelijk dat zij zich concentreren op het scheppen van vertrouwen en veiligheid binnen de therapeutische relatie, aangezien minderheidsgroepen met een transgenerationeel trauma een aanzienlijk wantrouwen kunnen hebben binnen interpersoonlijke interacties en jegens grotere organisaties of instellingen.[27]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]