Waarneming (perceptie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Waarneming[1][2][3][4][5][6], ook wel perceptie[1][2][4][5] genoemd, is het proces van het verwerven, registreren[5], interpreteren, selecteren[5] en ordenen[5] van zintuiglijke informatie. Enkele belangrijke vormen worden hieronder kort besproken.

Vormen van waarneming[bewerken]

Zintuiglijke waarneming[bewerken]

Waarneming van prikkels geschiedt via verschillende zintuigen. Het resultaat is zien, horen, voelen, proeven of ruiken. Het eerste contact maken de betreffende prikkels daarbij met de receptoren in oog, oor, smaak- reukorgaan en dergelijke. Deze zetten fysische energie zoals licht, geluid, druk, kou of warmte om in stromen van fysiologische activiteit. De verschillende zintuigstromen worden daarna door aparte gebieden in de hersenen verwerkt: de sensorische gebieden of projectiegebieden. In deze hersengebieden worden vooral de elementaire kenmerken, of détails, van prikkels uit de buitenwereld, zoals kleur, vorm, beweging, contouren maar ook klanken, toonhoogte en dergelijke geanalyseerd. Vooral de visuele waarneming (het zien) is wetenschappelijk goed in kaart gebracht.

Hogere waarneming[bewerken]

Waarneming is niet alleen een passief kopiëren van indrukken van de zintuigen, maar ook het actief interpreteren van de buitenwereld. Een voorbeeld hiervan zijn ambigue figuren. Dit zijn figuren die op twee manieren kunnen worden gezien. Een bekend voorbeeld is de vaas van Rubin waarin men afwisselend twee gezichten of een vaas kan herkennen. Uit dit voorbeeld blijkt dat de waarneming ook wordt gestuurd door kennis van de buitenwereld. Deze hogere, of hogere-ordewaarneming speelt vooral een rol bij het herkennen van complexe objecten of voorwerpen. Het gaat hierbij grofweg om vast te stellen wat een voorwerp is, of waar het zich in de ruimte bevindt. Het beeld van een hond zal altijd door onze hersenen als hond worden herkend, ook al bevindt deze zich op verschillende locaties in de ruimte. Vooral bij het herkennen of begrijpen van de betekenis van objecten of gezichten speelt deze hogere (en dus meer ingewikkelde) vorm van waarneming een belangrijke rol. Daarbij werken gebieden in de hersenen die betrokken zijn bij het opslaan en bewaren van indrukken (het geheugen) nauw samen met de sensorische gebieden. Vooral de slaapkwab blijkt hierbij betrokken te zijn. Een ander voorbeeld van een meer complexe vorm van waarneming is het begrijpen van gesproken of geschreven taal. Bij bepaald hersenletsel zijn mensen niet meer in staat objecten of gezichten goed te herkennen, of taal te begrijpen. In de neuropsychologie spreekt men dan respectievelijk van een agnosie en afasie.

Bewuste en onbewuste waarneming[bewerken]

Waarneming hoeft niet altijd gepaard te gaan met een bewuste beleving. Soms worden objecten waargenomen of geluiden gehoord (dat wil zeggen dringen zij tot de hersenen door) zonder dat men zich daarvan bewust is. Dit wordt impliciete waarneming genoemd. Men heeft bijvoorbeeld ontdekt dat een woord dat heel kort wordt aangeboden (zodat men het niet doorheeft, bijvoorbeeld HOND) de herkenning van een woord dat kort daarop volgt, kan beïnvloeden. Het tweede woord wordt namelijk sneller herkend als het eerste woord qua betekenis verwant is aan het tweede woord (zoals bij POES, in beide gevallen gaat het om huisdieren). Het eerste woord heeft dan als het ware de hersenen al 'klaargezet'. Dit verschijnsel wordt ook wel priming genoemd. Een ander voorbeeld van onbewuste waarneming is ontleend aan neurologie en heet blindzien. Blindzien wil zeggen dat sommige patiënten met een beschadiging in hun visuele schors, het visuele projectiegebied in de hersenen) reageren op visuele prikkels die in het blinde deel van hun gezichtsveld worden aangeboden. Deze patiënten hebben geen besef van de aangeboden prikkels, maar reageren er toch op.

Sociale perceptie[bewerken]

Soms wordt de term perceptie ook gebruikt bij het waarnemen en interpreteren van vormen van gedrag, processen of relatievormen die men in de samenleving kan tegenkomen. Men spreekt dan van sociale perceptie of interpersoonlijke perceptie. Onder sociale perceptie valt een proces als het vormen van een mening over een ander persoon. Deze vorm van perceptie kan worden gekleurd door onze eigen ervaringen, culturele achtergrond, levensgeschiedenis en persoonlijkheidskenmerken. De mening die wij over anderen hebben kan negatief of positief gekleurd of bevooroordeeld zijn. Soms kan een persoon als te positief worden beoordeeld op grond van zijn uiterlijk. Dit wordt ook wel het halo-effect genoemd.

Waarnemingsvraagstukken[bewerken]

Wat komt eerst in de waarneming?[bewerken]

Het lijkt logisch dat de informatiestroom van zintuigen naar de hersenen begint bij de analyse van elementaire kenmerken, en dan geleidelijk overgaat naar verwerking van meer complexe eigenschappen. Een woord kan bijvoorbeeld pas worden herkend als de meer basale kenmerken (zoals letters) eerst zijn verwerkt in de hersenen. Het leesonderwijs aan kleuters is op dit principe gebaseerd. Toch blijkt dit principe niet altijd op te gaan. Een interessant vondst uit de experimentele psychologie is het woordsuperioriteitseffect. Als men proefpersonen vraagt zo snel mogelijk aan te geven met welke letter een woord begint, dan doen zij dat sneller als het een echt woord betreft (zoals AUTO) dan een nepwoord (AXHO), of zelfs als de letter los voorkomt (A). Kennelijk is het zo dat het brein als heel snel de context van de letter heeft waargenomen. De informatiestroom lijkt in dit geval eerder omgekeerd, van complex naar elementair, te lopen.

Het bindingprobleem[bewerken]

Een nog niet opgelost probleem is hoe en waar in de hersenen waarneming van objecten tot stand komt. Hoe zijn de hersenen bijvoorbeeld in staat de elementaire kenmerken van een gezicht of een tafel zoals vorm en kleur samen te voegen tot een geheel? Dit probleem noemt men in de neurobiologie het bindingsprobleem. Vermoedelijk is het zo dat de kleinere gebiedjes (verzamelingen van zenuwcellen) in de hersenen waar elementaire kenmerken worden geanalyseerd, met elkaar samenwerken. Dit principe heet ensemblecodering. Een andere mogelijkheid, die echter minder waarschijnlijk lijkt, is dat de waarneming van het complexe object plaatsvindt in een enkele 'supercel'. Dit laatste wordt ook wel de grootmoederceltheorie genoemd.

Waarnemen wat er niet is[bewerken]

Ook het omgekeerde kan optreden. Soms nemen mensen iets waar dat er niet is: de prikkel van buitenaf ontbreekt maar men ziet, hoort of voelt toch iets. Dit kan gebeuren in de vorm van hallucinaties, die onder meer voorkomen bij het gebruik van bepaalde drugs en de ziekte schizofrenie. Een ander verschijnsel is het fantoomledemaat. Dit kan optreden na amputatie van een lichaamsdeel. Men neemt dan toch prikkels, zoals pijn, waar in het ontbrekende lichaamsdeel.

Waarneming en handeling[bewerken]

Waarnemen en handelen zijn vaak aan elkaar gekoppeld. Een bekend voorbeeld is de schrikreflex, zoals het knipperen van de oogleden na een hard geluid. Een automobilist zal op de rem trappen, als een voetganger plotseling voor de auto oversteekt. Een ander voorbeeld is de geoefende tennisspeler die net als de tegenstander de bal heeft geslagen, al weet waar de bal op zijn helft zal terechtkomen en zich daarop motorisch voorbereidt.

Waarnemen als mentale voorstelling[bewerken]

Mensen zijn in staat zich een mentale voorstelling te vormen van een bepaalde scène, gezicht of omgeving, zonder dat er sprake is van een invloed van buitenaf, of prikkeling van de zintuigen. De waarneming komt dan als het ware van 'binnen uit': een in het geheugen opgeslagen representatie van de buitenwereld dan uit het geheugen opgediept.

Zie ook[bewerken]

Portal.svg Portaal psychologie

Bronnen[bewerken]

  • McClelland and Rumelhart (1988). Parallel distributed processing. Cambridge MA: MIT Press.
  • J.E. Hofman. The psychology of perception. In: Mind and Brain. Dialogues in Cognitive Neuroscience. J.E. LeDoux & W. Hirst (Eds). Cambridge University Press. 1996. ISBN 052131853 X.
  • Bouma, H. Perceptieve functies. Handboek der Psychonomie. Hoofdstuk 8, Van Loghum Slaterus, Deventer. 1976. ISBN 90 6001 324 7.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Reber, A.S. (1993). Woordenboek van de psychologie (3de druk). Amsterdam:Uitgeverij Bert Bakker.
  2. a b Everdingen, J.J.E. van, & Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de uitgave). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum/Springer Media.
  3. Essen, J. van (1953). Beschrijvend en verklarend woordenboek der psychologie (2de druk). Haarlem: De Erven F. Bohn. N.V.
  4. a b Petersen, K. van, & Bergsma, A. (1992). Prisma van de psychologie. Ruim 2000 begrippen van A tot Z. Utrecht: Uitgeverij Het Spectrum B.V.
  5. a b c d e Bergsma, A.D. (1994). Prisma van het brein. 2002 begrippen die te maken hebben met de hersenen en hersenaandoeningen. Utrecht: Uitgeverij Het Spectrum B.V.
  6. Bouma, H. (1976). Perceptieve functies. In J.A. Michon, E.G.J. Eijkman, & L.F.W. de Klerk (Red.),Handboek der Psychonomie (pp. 229-286), Deventer: Van Loghum Slaterus
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek